← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:4794

RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/450345 / HA ZA 25-154 Vonnis van 14 mei 2025 in de zaak van 1 [eiser 1] ,

  1. [eiser 2], beiden wonende te [woonplaats] , Duitsland, eisende partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , advocaat: mr. D. van Alst te Nijmegen, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BUNGALOWPARK "HORSTERLAND" B.V., gevestigd te Ermelo en kantoorhoudende te Lathum, gedaagde partij, hierna te noemen: Bungalowpark Horsterland, niet verschenen. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het tegen Bungalowpark Horsterland verleende verstek. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  4. [gedaagden] hebben gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.
  5. [gedaagden] zijn gevestigd in Duitsland. Dat betekent dat de zaak een internationaal karakter draagt. Gelet hierop ligt allereerst de vraag voor of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Het geschil is een burgerlijke of handelszaak in de zin van artikel 1 lid 1 van Verordening (EU) Nr. 1215/
  6. De rechtsmacht moet dus aan de hand van deze verordening worden beoordeeld. Ingevolge artikel 4 lid 1 van deze verordening moeten zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, worden opgeroepen voor de gerechten van die lidstaat. Dit betekent dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Op grond van het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is deze rechtbank absoluut en relatief bevoegd. 2.
  7. De rechtbank heeft, mede gelet op het bepaalde in artikel 4 van Verordening (EG) Nr. 593/2008, geen aanleiding om te veronderstellen dat op de rechtsverhouding van partijen niet het Nederlands recht van toepassing is. 2.
  8. De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.
  9. Bungalowpark Horsterland is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 144,47 - griffierecht € 2.723,00 - salaris advocaat € 1.929,00 (1 punt × € 1.929,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.974,
  10. 2.
  11. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De rechtbank 3.
  12. veroordeelt Bungalowpark Horsterland om aan [gedaagden] te betalen een bedrag van € 155.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 juni 2024, tot de dag van volledige betaling, 3.
  13. veroordeelt Bungalowpark Horsterland in de proceskosten van € 4.974,47, te betalen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Bungalowpark Horsterland niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
  14. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van der Toorn en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.