RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 24/5605 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van in de zaak tussen [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. R.W.B. van Middelaar ), en de heffingsambtenaar van Tribuut, de heffingsambtenaar. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 20 juni 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de heffingsambtenaar op 4 maart 2025 heeft voorgesteld dit besluit te vervangen door een nieuw besluit om de WOZ-waarde lager vast te stellen op € 1.238.000. Nog in geschil is de hoogte van de door de heffingsambtenaar voorgestelde vergoeding voor de taxatiekosten, en daarmee de hoogte van de proceskostenvergoeding. Het punt over het schriftelijke horen is niet langer in geschil. 1.1. De rechtbank heeft het verzoek op 28 april 2025 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen [persoon A] namens de heffingsambtenaar en namens belanghebbende de gemachtigde en [persoon B] , taxateur. 1.2. De rechtbank heeft tijdens de zitting in totaal 5 zaken gelijktijdig behandeld, waaronder deze zaak, die allemaal op dat moment alleen nog gingen over de vraag hoe hoog de vergoeding voor het taxatierapport dient te zijn. Het gaat om de zaken met de volgende zaaknummers: 24/5605, 24/5615, 24/5749, 24/5772 en 24/5824. In elke zaak wordt afzonderlijk uitspraak gedaan, omdat het verschillende belanghebbenden betreft. Feiten 2. Gemachtigde heeft bij het beroepschrift een taxatierapport gevoegd waarin is beargumenteerd dat de woning op een lagere waarde moet worden vastgesteld dan de beschikte waarde. 3. Het rapport is opgesteld door het bedrijf [bedrijf] ( [bedrijf] ) en is ondertekend door taxateur [persoon C] ( [persoon C] ), zonder vermelding van een datum van opmaking van het rapport. 4. Opdrachtgever voor het rapport is [onderneming] ( [onderneming] ), de onderneming van de gemachtigde. [onderneming] werkt voor haar cliënten, de woning-eigenaren die willen opkomen tegen de hoogte van de WOZ-beschikking, op no cure no pay basis. Die cliënten, waaronder de belanghebbende in deze zaak, hoeven als gevolg hiervan niet te betalen voor de kosten van rechtsbijstand die door de gemachtigde wordt verleend en ook niet voor de door de gemachtigde gemaakte kosten voor taxatierapporten. De proceskostenvergoeding die door de heffingsambtenaar wordt betaald bij een gegrond bezwaar of een gegrond beroep, komt uiteindelijk toe aan de gemachtigde en vormt diens vergoeding voor de verrichte werkzaamheden en voor de gemaakte kosten voor de deskundige. 5. Op pagina 1 van het taxatierapport is onder meer het volgende vermeld: “ [bedrijf] . Dit rapport is tot stand gekomen door een samenwerking van verschillende collega’s. De verantwoordelijke waarderingsmeester is: [persoon C] (WOZ-taxateur). Ook aan dit project hebben o.a. meegewerkt: [persoon D] , [persoon E] en [persoon F] .” 6. Vervolgens is op p. 1 van het taxatierapport vermeld: “Methodiek van dit rapport De controle van de WOZ-waarde dient te geschieden door de getaxeerde woning te vergelijken met de best bruikbare referentieverkopen. De bureau-taxatie concludeert in 7 stappen of de WOZ-waarde te hoog is en wat de juiste WOZ-waarde zou moeten zijn. De volgende stappen zijn uitgevoerd en het resultaat hiervan is uitgewerkt in dit rapport. Stap 1: Referenties kiezen en gewichten bepalen Stap 2: Referenties indexeren tot de peildatum Stap 3: Referenties uitsplitsen naar waarde Stap 4: Referenties corrigeren naar gemiddelden Stap 5: Getaxeerde waarde in gemiddelde staat Stap 6: Getaxeerde waarde in werkelijke staat Stap 7: Conclusie en advies De uitvoering van de bureau-taxatie berust op verschillende uitvoeringsinstructies, die nauwkeurig gevolgd worden door de [bedrijf] om tot een betrouwbare taxatie te komen die goedgekeurd is door de vakgroep. De volgende instructies zijn gebruikt: Referentiescore uitvoeringsinstructies Indexering uitvoeringsinstructies Grondwaarde uitvoeringsinstructies Bijgebouwwaarde uitvoeringsinstructies KOUDVL-factor uitvoeringsinstructies Correctie uitvoeringsinstructies Verantwoording De methodiek en uitvoering van de bureau-taxaties worden periodiek getoetst door een deskundige vakgroep. De rapportering van deze kwaliteitstoetsing wordt gepubliceerd op onze website: [website] . In deze publicatie vindt u onder andere: de samenstelling van de vakgroep, de reacties en aanbevelingen op de methodiek, de ratio van kwaliteit en betrouwbaarheid, en inzage in de uitvoeringsinstructies.” 7. De bedoelde instructies zijn niet bij het taxatierapport gevoegd en ze zijn ook niet te vinden op de genoemde website. Op de website staat hierover alleen het volgende vermeld: “Uitvoering jaargang 2024 cohort 1 Samenstelling externe vakgroep: Publicatie volgt. Kwaliteitsratio: Publicatie volgt. Methodiek en uitvoeringsinstructies: Publicatie volgt.” 8. In het taxatierapport worden alle benoemde stappen daadwerkelijk uitgevoerd en inzichtelijk gemaakt. Van de referentieobjecten is de verkoopdocumentatie opgenomen, bestaande uit een beschrijving van de woning en uit foto’s van de woning. Het geheel wordt afgesloten met een matrix met drie referentieobjecten en uitgewerkte KOUDVL-factoren. Het rapport telt totaal 11 pagina’s. 9. Bij het rapport is een specificatie van [bedrijf] gevoegd voor een totaalbedrag van € 182,32. Dit bedrag is opgebouwd uit een bedrag van € 4 met omschrijving: “WOZ advies: startpunt advies”, een bedrag van € 118 met als omschrijving: “WOZ taxatie: bureau-taxatie 2,0 uren uurtarief € 59” en verder een bedrag voor de voorbereiding en het bijwonen van de hoorzitting (half uur maal € 59) en 21% btw. 10. Hangende het beroep heeft de heffingsambtenaar in een brief van 4 maart 2025 aan de gemachtigde een verlaagde waarde voorgesteld. Voor het bedrag van de te betalen vergoeding stelt de heffingsambtenaar in deze brief voor om, in het kader van een compromis, een bedrag te betalen van € 450,20. Dit bedrag is opgebouwd uit 2 punten voor de bezwaarfase (maal factor 0,125), 1 punt voor de beroepsfase (maal factor 0,25), griffierecht en € 10,70 voor het taxatierapport (10 minuten x € 53 per uur, vermeerderd met 21% btw). 11. Gemachtigde is op 19 maart 2025 akkoord gegaan met de voorgestelde lagere waarde, maar hij heeft het voorstel over vergoeding van de proceskosten afgewezen, omdat hij vindt dat de vergoeding voor het taxatierapport te laag is. Hij stelt dat de vergoeding (zonder zitting bij de rechtbank) dient te worden vastgesteld op € 567,77, waarbij hij voor het taxatierapport € 128,26 inclusief btw rekent. Beoordeling 12. In geschil is het antwoord op de vraag of belanghebbende recht heeft op de forfaitaire vergoeding van de kosten voor het in beroep overgelegde taxatieverslag van [bedrijf] ter hoogte van 2 uur maal € 53 voor een niet-inpandige taxatie (het forfait). Beide partijen gaan ervan uit dat dit forfait dient te worden vermeerderd met 21% omzetbelasting. Stellingen van partijen 13. De heffingsambtenaar heeft in een nader verweerschrift PKV (kort samengevat) aangevoerd dat geen recht bestaat op een vergoeding voor de taxatie, danwel dat recht bestaat op een veel lagere vergoeding. Primair stelt hij dat geen kosten zijn gemaakt, omdat dit ondanks zijn schriftelijke verzoek van 25 maart 2025 niet aannemelijk is gemaakt met stukken. Subsidiair stelt hij dat geen sprake is van een rapport van een deskundige en meer subsidiair stelt hij dat de deskundige niet meer dan 2,98 of 5,5 minuten aan het rapport kan hebben besteed. De heffingsambtenaar heeft zijn betoog uitvoerig toegelicht en hij heeft daarbij ook diverse berekeningen gevoegd over de hoeveelheid rapporten in een bepaalde periode en de tijd die dus beschikbaar was voor de persoon die alle rapporten heeft ondertekend, [persoon C] . De uitkomst van die berekening varieert tussen 2,98 en 5,5 minuten per rapport. In de ene berekening gaat het in 2024 om naar schatting 30.000 rapporten in 186 dagen, dus 161 rapporten per dag. In de andere berekening gaat het om 31 rapporten per dag voor zaken tegen Tribuut, met daarbij opgeteld de zaken tegen andere heffingsambtenaren, wat uitkomt uit op 90 rapporten per dag. Gelet op de grote aantallen rapporten acht de heffingsambtenaar het onhoudbaar dat 2 uur per rapport zou zijn besteed. Als dat wel zo zou zijn, zou de gemachtigde al failliet zijn, omdat maar een derde van de beroepen gegrond gaat. 14. Gemachtigde van belanghebbende heeft kort voor de zitting een pleitnota ingediend. Tijdens de zitting heeft [persoon B] , taxateur bij [bedrijf] , een toelichting gegeven op de gehanteerde werkwijze bij het opstellen van de taxatierapporten. 15. In de kern komt het betoog van de gemachtigde en de op de zitting gegeven informatie op het volgende neer. Er is een pro forma factuur bij elk rapport gevoegd. Er is met [bedrijf] een no cure no pay afspraak gemaakt, die ertoe leidt dat de factuur alleen hoeft te worden betaald als sprake is van een gegrond beroep. De primaire stellingen van de heffingsambtenaar over de kosten zijn niet relevant, omdat sprake is van een forfaitair stelsel. Voor het subsidiaire standpunt wijst gemachtigde erop dat de rapporten onder verantwoordelijkheid van [persoon C] , een deskundige taxateur, zijn opgesteld en dat er volgens het geactualiseerde richtsnoer van de Hoven van 2024 geen eisen kunnen worden gesteld aan de inhoud, omvang en vormgeving van het taxatierapport. Voor het meer subsidiaire standpunt over de hoogte van de vergoeding voert gemachtigde aan dat het geactualiseerde richtsnoer van de Hoven uit 2024 alleen tot een uitzondering komt bij een geautomatiseerd rapport, terwijl het in dit geval niet gaat om geautomatiseerde rapporten. Als per rapport een lagere vergoeding wordt toegekend dan het forfait, dan kan het laten maken van deze degelijke rapporten niet meer uit, omdat de vergoeding voor rechtsbijstand in de bezwaarfase sinds de wetswijziging per 2024 zo is verlaagd dat daarin niet meer genoeg marge ligt om dit op te vangen. 16. [persoon B] heeft tijdens de zitting op zijn laptop laten zien wat de opsteller van een taxatierapport van [bedrijf] te zien krijgt op het scherm en wat hij of zij dan zelf handmatig moet beoordelen en aanpassen. Het model doet veel zelf, zoals het selecteren van 30 referentieobjecten in de buurt van het te taxeren object en het berekenen van de percentuele verschillen in woonoppervlak en perceelsoppeervlak. De behandelaar moet uit die 30 objecten de 3 beste referenties uitkiezen door naar de locatie te kijken en naar de omschrijving en de foto’s van de objecten. Ook kijkt hij naar de vragenlijst die de belanghebbende heeft ingevuld over de staat van de taxeren woning. Het getoonde model is ontwikkeld door [persoon C] en gevuld met ingekochte data over transacties rond de waardepeildatum. [persoon C] heeft vervolgens mensen opgeleid om met het model te kunnen werken. Het gaat hier om mensen die verstand hebben van taxeren: werknemers, freelancers en makelaars. Iedereen die meewerkt aan de rapporten moet minimaal een startkwalificatie basistheorie vastgoeddeskundige hebben en wordt daarna nog ingewerkt door een ervaren collega, aldus [persoon B] . Iedereen moet bovendien werken volgens het door [persoon C] bedachte systeem, zodat hij heel snel kan controleren of het werk goed is gedaan en hij het rapport voor zijn verantwoording kan nemen. Meerdere mensen werken aan een rapport, omdat bijvoorbeeld de absolute KOUDVL-factoren door de ene persoon zijn bepaald voor alle referenties en omdat iemand anders de relatieve KOUDVL-factoren toekent en weer een ander persoon andere onderdelen beoordeelt. In totaal wordt door alle mensen samen 2 uur tijd besteed aan het rapport. Dit alles gebeurt onder de verantwoordelijkheid van taxateur [persoon C] , zodat de hele 2 uur voor vergoeding in aanmerking komt en niet alleen de 5 minuten die [persoon C] per rapport heeft voor de beoordeling en de ondertekening. Verder heeft [persoon B] verklaard dat hij altijd het starttarief van € 4 in rekening brengt voor het globale advies dat hij in elke zaak uitbrengt. In 40% van de gevallen adviseert hij op basis hiervan om de zaak niet door te zetten. Alleen in de andere gevallen wordt een rapport opgesteld. De gemachtigde hoeft in verband met de gemaakte afspraak alleen te betalen voor een rapport als het beroep gegrond is. Het bedrag van € 53 per uur is overigens te laag om uit de kosten te kunnen komen. Daarom rekent hij aan de gemachtigde een uurtarief van € 59. Een normaal uurtarief voor een taxateur is volgens hem inmiddels overigens € 65. 16. De heffingsambtenaar heeft in reactie op de nieuwe informatie op de zitting opgemerkt dat het een mooi verhaal is en het misschien ook zou kunnen kloppen in een individueel geval, maar dat het toch niet kan kloppen gezien de grote hoeveelheid rapporten. Hij vraagt zich af wie die mensen zijn die voor [bedrijf] zouden werken en wat hun achtergrond is. Hij kan dat niet controleren en betwist daarom dat er ook andere mensen werken die deskundig zijn. De 5 minuten voor [persoon C] vindt hij veel te kort voor een controle. Over de no cure no pay afspraak merkt de heffingsambtenaar op dat als je zaken verliest, je dan het geld niet kunt incasseren. Hij snapt niet hoe ze zich dit kunnen veroorloven en concludeert dat het verhaal niet klopt. Toetsingskader 18. De rechtbank hanteert voor de beoordeling als toetsingskader het richtsnoer proceskostenvergoeding belastingkamers gerechtshoven 2024 onder punt 2 (het Richtsnoer 2024), waarin, voor zover hier van belang, het volgende is opgenomen: “2. Kosten van een deskundige (…) Voor een deskundigenrapport in WOZ-zaken gelden de uitgangspunten voor de vergoeding volgens de Richtlijn per 1 juli 2018 (Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties, Stcrt. 2018, 28796). Is aannemelijk dat de kostenvergoeding volgens die Richtlijn disproportioneel is (hetgeen bijvoorbeeld het geval kan zijn indien het rapport geautomatiseerd tot stand is gebracht) bestaat aanleiding uit te gaan van een geringere tijdsbesteding. (…) Of een ingebracht (taxatie)rapport als een deskundigenrapport kan worden aangemerkt, is niet aan de hand van algemene richtsnoeren te beoordelen. Als ondergrens heeft te gelden dat het is opgesteld door een ter zake deskundige, dan wel onder diens verantwoordelijkheid, waarvan uit de medeondertekening van het rapport moet blijken. Er wordt niet de eis gesteld dat sprake moet zijn van een geregistreerd taxateur. Eisen aan vormgeving en omvang van het rapport zijn echter niet te stellen.” 19. In de Richtlijn van de hoven van 1 juli 2018 (de Richtlijn 2018) staat vermeld dat de hoven naar aanleiding van de oproep van de Hoge Raad in het arrest van 13 juli 2012 beleid hebben ontwikkeld voor uniforme toepassing van de te hanteren uurtarieven voor de vergoeding van de kosten van een taxatieverslag in WOZ-zaken. Voor het uurtarief van de taxateur voor woningtaxaties is een bedrag van € 53 vastgesteld. Het aantal uren dat is besteed aan het taxatierapport is gesteld op 2 uur voor een niet-inpandige woningtaxatie. Over de omzetbelasting is, voor zover hier relevant, het volgende opgenomen: “De bovenstaande uurtarieven zijn steeds exclusief omzetbelasting. Volgens het genoemde arrest, rechtsoverweging 4.3.8, drukt de in rekening gebrachte omzetbelasting alleen op een belanghebbende als hij die belasting niet in aftrek kan brengen. In dat geval worden de genoemde bedragen verhoogd met omzetbelasting. (…)” 20. In rechtsoverweging 4.3.8. van het bedoelde arrest van de Hoge Raad uit 2012 staat: “Artikel 15 van het Bts 2003 (Besluit tarieven in strafzaken 2003,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.