← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:550

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.048732.24 Datum uitspraak : 23 januari 2025 Tegenspraak (art. 279 Sv) verkort vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats], wonende aan [adres], [postcode] [woonplaats]. Raadsman: mr. B. Pernot, advocaat in Wijchen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 12 februari 2024 te Tiel, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) 322,30 euro, althans enig geldbedrag, dat geheel of ten dele aan de Action en/of een derde toebehoorde(n), door - een (vlees)mes omhoog te houden en/of hiermee te zwaaien en/of - ( telkens) het mes op die [aangever 1] en/of [aangever 2] te richten en/of gericht te houden en/of - meermalen te zeggen/schreeuwen ‘la open, la open’ en/of ‘ik steek je neer’ en/of ‘opschieten nu, anders ga ik je steken’, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - een tas op de kassaband te leggen/gooien en/of - ( op aanwijzen van die [aangever 1]) naar de servicebalie te lopen en/of - de tas op de balie neer te leggen/gooien en/of - ( toen/nadat die [aangever 1] bovenstaand geldbedrag in de tas had gedaan) de tas te pakken en (vervolgens) de winkel te verlaten; 2. De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 12 februari 2024 te Tiel, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) 326,00 euro, althans enig geldbedrag, die geheel of ten dele aan de Action en/of een derde toebehoorde(n), door - een (vlees)mes omhoog te houden en/of hiermee te zwaaien en/of - ( telkens) het mes op die [aangever 1] en/of [aangever 2] te richten en/of gericht te houden en/of - meermalen te zeggen/schreeuwen ‘la open, la open’ en/of ‘ik steek je neer’ en/of ‘opschieten nu, anders ga ik je steken’, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - een tas op de kassaband te leggen/gooien en/of - ( op aanwijzen van die [aangever 1]) naar de servicebalie te lopen en/of - de tas op de balie neer te leggen/gooien en/of - (toen/nadat die [aangever 1] bovenstaand geldbedrag in de tas had gedaan) de tas te pakken en (vervolgens) de winkel te verlaten. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen. 3De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: afpersing 4De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 5De strafbaarheid van de verdachte Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op een filiaal van de Action, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van een (vlees)mes. De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrische rapportage van 15 juli 2024, opgemaakt door drs. A. Banaei Kashani. De psychiater concludeert het volgende. “Uit dit onderzoek komt naar voren dat bij betrokkene in ieder geval sprake is van een schizoaffectieve stoornis, bipolaire type en een ernstige stoornis in het gebruik van can- nabis. Ten tijde en in aanloop tot het ten laste gelegde was betrokkene psychotisch en hypo- maan ontregeld. Betrokkene was tevens onder invloed van cannabis.(…) Hypothetisch gezien kan, gezien het ontbreken van een duidelijk delictscenario, het vol- gende worden gesteld: Niet gehinderd door remmingen, terwijl hij last had van zijn stemmen, achterdochtig was en niet in staat was om het gesprek met zijn ouders aan te gaan, heeft betrokkene een inadequaat plan gesmeed om snel aan veel geld te komen. Dit plan past bij een ontremd beeld, met zelfoverschatting en megalomane ideeën. Dit beeld wordt verklaard vanuit zijn schizoaffectieve stoornis. Het is zeer aannemelijk dat zijn ontregelde toestandsbeeld van grote invloed is geweest op zijn gedragskeuzes en gedragingen, waardoor hij geen controle heeft gehad over zijn gedragskeuzes. Alles overziend, wordt geadviseerd om hem het ten laste gelegde, indien bewezen, niet toe te rekenen. Betrokkene was zodanig ontregeld dat hij de negatieve invloed van cannabis op zijn psychische gesteldheid niet heeft kunnen overzien (dat doet hij overigens nog steeds niet) en geadviseerd wordt hem het cannabisgebruik niet aan te rekenen.” De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging, gelet op de conclusies van de psychiater. De raadsman heeft zich bij de eis van de officier van justitie aangesloten. De rechtbank neemt de conclusies van de psychiater over en maakt die tot de hare. De rechtbank zal de verdachte dan ook niet toerekeningsvatbaar verklaren en hem ontslaan van alle rechtsvervolging. De voorlopige hechtenis van verdachte is bij beslissing van 31 oktober 2024 per 4 november 2024 geschorst. Op 31 oktober 2024 is ten aanzien van verdachte een zorgmachtiging verleend, waarna hij is opgenomen in een zorginstelling. Daar verblijft hij tot dit moment. Ten tijde van zijn schorsing had verdachte bijna 9 maanden in voorlopige hechtenis doorgebracht. De rechtbank is van oordeel dat nugeen straf of maatregel zal worden opgelegd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis moet worden opgeheven. 6De beoordeling van de civiele vorderingen De benadeelde partijen [aangever 2] en [aangever 1] hebben een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partijen vorderen beiden € 1.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft de vorderingen niet betwist. Overweging van de rechtbank De vorderingen van de benadeelde partijen zijn wat betreft de concrete gevolgen voor de benadeelde partij slechts in beperkte mate onderbouwd. Toch is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de aard en de ernst van de normschending, waarbij de benadeelde partijen bij de afpersing op ernstige wijze met een vleesmes zijn bedreigd, aannemelijk is dat de benadeelde partijen door het bewezenverklaarde handelen rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. De rechtbank acht de gevorderde bedragen billijk en zal deze toewijzen. Verdachte is vanaf 12 februari 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht de aan de benadeelde partijen toegewezen bedragen aan de Staat te betalen. 7De beoordeling van het beslag De rechtbank zal het mes dat aan verdachte toebehoort en met behulp waarvan het feit is begaan verbeurd verklaren. De rechtbank zal de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag aan de rechthebbende Action gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f en 317 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;  heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;  verklaart verbeurd het mes;  gelast de teruggave van het geldbedrag van € 326,- aan rechthebbende Action; veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 2] van € 1.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 2], een bedrag te betalen van € 1.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 20 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 1] van € 1.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1], een bedrag te betalen van € 1.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 20 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; Dit verkort vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. M.J. Ouweneel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 januari 2025 de voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.