← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:551

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/134023-24 Datum uitspraak : 23 januari 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats] . Raadsvrouw: mr. M. Burgers, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 17 april 2024 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (in een appartement van een appartementencomplex) opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten een of meer (andere) appartementen en/of huisraad / inboedel (van die/dat appartement(en)) en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten een of meer (andere) bewoner(

  1. s)van die/dat appartement(
  2. en)en/of medewerkers van [woongroep] te duchten was, heeft verdachte de gaskraan in het appartement opengezet en/of open laten staan en/of (daarbij) de (gas)slang van de gaskraan en/of het fornuis losgekoppeld en/of verwijderd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 17 april 2024 te [plaats] een of meer bewoner(
  3. s)van een appartementencomplex en/of een of meer medewerkers van [woongroep] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting en/of met een ontploffing, door de gaskraan in het appartement open te zetten en/of open te laten staan en/of (daarbij) de (gas)slang van de gaskraan en/of het fornuis los te koppelen en/of te verwijderen en/of (daarbij) een of meer medewerker(
  4. s)(middels een of meer berichten) de woorden toe te voegen: 'Niet langskomen, ik zet de gaskraan open' en/of 'Niet aankomen, personen, ga weg, boom' en/of daarin/daar een emoticon in de vorm van een vlam mee te sturen, althans (een) handeling(
  5. en)en/of woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing in zijn appartement door de gasslang van het fornuis los te koppelen. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Daartoe is aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte degene is geweest die de gaskraan heeft opengedraaid. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is om te concluderen dat verdachte (al dan niet in voorwaardelijke zin) opzet had op het veroorzaken van een ontploffing. Subsidiair heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit voor het gedeelte ’levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander’. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Beoordeling door de rechtbank [getuige 1] , woonbegeleider bij zorginstantie [woongroep] op de woongroep aan [adres] , heeft het volgende verklaard. Op 17 april 2024 werd hij rond 9.00 uur gebeld door verdachte. Verdachte uitte zijn onvrede over de organisatie en zei tegen [getuige 1] dat hij met rust gelaten wilde worden en dat niemand bij hem in de buurt moest komen. Rond 10.45 uur werd hij opnieuw gebeld door verdachte. Die klonk boos en sprak met stemverheffingen, en sloot af met de opmerking dat “iedereen uit mijn buurt moet blijven in een straal van 10 km en ik hoop dat jouw kinderen uit de buurt blijven”. Verdachte sloot het gesprek af met “de gaskraan gaat open” en daarna iets in de trant van wat ga je nu doen. Nadat de teamleiding had geprobeerd contact met verdachte te krijgen, kregen zij (de rechtbank begrijpt: [getuige 1] en collega’
  6. s)een SMS van verdachte. Daarin stond “niet aankomen, personen, ga weg boom” met een emoticon van een vlam. In overleg met de teamleiding werd besloten bij verdachte te gaan kijken. Een collega vertelde hem daarna dat er allermaal spullen aan de binnenkant van de voordeur stonden. Nadat die collega naar binnen was gegaan, had hij een gaslucht geroken en de gaskraan dichtgedraaid. [getuige 1] en zijn collega’s roken de gaslucht ook buiten, waarop 112 werd gebeld. Het betreft een gebouw met meerdere appartementen en in de naastgelegen appartementen waren mensen aanwezig. Op advies van de brandweer heeft men meerdere appartementen geëvacueerd, in totaal zijn tien mensen geëvacueerd, waaronder ook personeel van [woongroep] . [getuige 1] hoorde van de brandweer dat op twee etages gas was gemeten en dat verdachte door de brandweer in zijn appartement was aangetroffen. [getuige 2] , woonbegeleider bij [woongroep] in [plaats] heeft verklaard dat, nadat de woonbegeleiders een appje hadden gekregen van verdachte, hij naar de woning van verdachte is gegaan en bij het binnengaan van diens appartement merkte dat de deur gebarricadeerd was met twee klapstoelen. Het lukte [getuige 2] om binnen te komen en hij rook direct daarop een gaslucht. Ook hoorde hij een duidelijk sissend geluid. Hij keek naar het gasfornuis en zag dat de gasslang van het fornuis af was. [getuige 2] heeft het gas dichtgedraaid en is zo snel mogelijk weer naar buiten gegaan. Een collega belde de hulpdiensten, waarop de politie en brandweer kwamen. De brandweer gaf opdracht de omliggende woningen te evacueren. Een verbalisant van de recherche heeft na het incident contact gezocht met de officier van dienst van de brandweer, die aanwezig was geweest bij het incident. Deze vertelde hem dat de brandweer in de woning een concentratie van gas van 15% LEL (Lower Explosion Limits) had gemeten, op zowel de tweede als de derde verdieping tijdens de inzet. Het betrof daardoor een potentieel explosief mengsel met een lage concentratie. Bij het ontsteken van een aansteker of het gebruik van een lichtschakelaar zou dit een explosie kunnen triggeren. Daarmee had verdachte zichzelf en de omliggende woningen in gevaar gebracht. Getuige [getuige 1] heeft de SMS die hij had ontvangen gedeeld met de politie. Een foto daarvan bevindt zich in het dossier. De tekst van de SMS op de foto luidt: “Niet aankomen,personen ,ga weg boom,,,” De SMS is verstuurd met het telefoonnummer eindigend op # [telefoonnummer] . Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit het nummer is van zijn telefoon en dat niemand anders dat toestel gebruikt. Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank bewezen dat het verdachte is die de gasslang heeft losgemaakt van het fornuis in zijn woning en de gaskraan opengezet. Verdachte heeft het van tevoren aangekondigd over de telefoon en via een SMS en is ook de enige die in zijn woning is aangetroffen. Voor de stelling dat een ander dan verdachte dit heeft gedaan is nog geen begin van aannemelijkheid gebleken. Het alternatief geschetste scenario is in zijn geheel niet onderbouwd en dit scenario ontbeert enig aanknopingspunt. Opzet Naar het oordeel van de rechtbank is ook bewezen dat verdachte vol opzet heeft gehad op het veroorzaken van een ontploffing. Het telefoontje en de SMS van verdachte naar de woonbegeleiders kunnen niet anders geïnterpreteerd worden dan dat dit verdachtes doel was. Uit de inhoud van die berichten en het vervolgens ook daadwerkelijk daarnaar handelen, blijkt dat verdachte opzet had in de vorm van willens en wetens handelen gericht op het veroorzaken van een ontploffing. Was een woonbegeleider niet gaan kijken bij verdachte dan had dat doel ook verwezenlijkt kunnen zijn, gezien de mededelingen van de officier van dienst van de brandweer over de gasconcentratie en het gevaar dat daaruit voortvloeide. Levensgevaar voor een ander De rechtbank acht ten slotte ook bewezen dat verdachte levensgevaar voor anderen heeft veroorzaakt. Immers, in de naastgelegen appartementen waren ten tijde van het incident bewoners aanwezig. Het is een feit van algemene bekendheid dat een gasontploffing brand of instorting kan veroorzaken. De officier van dienst van de brandweer heeft verklaard dat de omliggende woningen door verdachte in gevaar waren gebracht. Niet voor niets heeft de brandweer bevolen dat de omliggende woningen werden geëvacueerd. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: Hij op of omstreeks 17 april 2024 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (in een appartement van een appartementencomplex) opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten een of meer (andere) appartementen en/of huisraad / inboedel (van die/dat appartement(en)) en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten een of meer (andere) bewoner(
  7. s)van die/dat appartement(
  8. en)en/of medewerkers van [woongroep] te duchten was, heeft verdachte de gaskraan in het appartement opengezet en/of open laten staan en/of (daarbij) de (gas)slang van de gaskraan en/of het fornuis losgekoppeld en/of verwijderd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: poging tot het opzettelijk een ontploffing te weeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en poging tot het opzettelijk een ontploffing te weeg brengen, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 480 dagen waarvan 192 dagen voorwaardelijk, met de bijzondere voorwaarden zoals voorgesteld door de reclassering. De officier van justitie heeft ook de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden gevorderd. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat in geval van bewezenverklaring aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd gelijk aan het voorarrest, zonder voorwaardelijk deel. Subsidiair heeft de raadsvrouw gepleit voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van dusdanige duur dat verdachte bij zijn invrijheidstelling naar de door de reclassering voorgestelde kliniek kan. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft geprobeerd een ontploffing in zijn woning teweeg te brengen door het gas open te draaien en de gasslang los te maken. Hierdoor is een levensgevaarlijke situatie ontstaan voor de bewoners van zijn appartementengebouw en de woonbegeleiders van het pand. Als het daadwerkelijk tot een ontploffing was gekomen, waren de gevolgen niet te overzien geweest. Dergelijke feiten leiden tot gevoelens van onrust, angst en onveiligheid bij de omwonenden, maar ook in de maatschappij. Alleen een gevangenisstraf is passend voor zo’n ernstig feit. Over verdachte is een pro justitia rapportage opgemaakt door C. Marree, forensisch milieuonderzoeker, drs. J.A.M. Gresnigt, klinisch psycholoog en dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater. Uit het onderzoek volgt dat bij verdachte sprake is van een psychische stoornis, zijnde een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline, afhankelijke en paranoïde trekken, een stoornis in het gebruik van alcohol, in vroege remissie in een gestructureerde detentiesituatie en een stoornis in het gebruik van cannabis, in vroege remissie in een gestructureerde detentiesituatie. De verwachting is dat de structuur van een klinische behandeling het meeste effect zou kunnen sorteren bij het beperken van het recidivegevaar. Daarnaast kan een klinische setting de kans dat hij terugvalt in middelengebruik reduceren. De verwachting is ook dat behandeling en begeleiding langdurig zal moeten zijn. Abstinentie van middelen en alcohol -en drugscontroles zijn van belang. De onderzoekers kunnen niet bepalen in hoeverre het feit aan verdachte kan worden toegerekend, alleen omdat verdachte stelt dat hij zich niet van het feit kan herinneren, maar stellen wel dat belastende items in zijn algemeenheid zijn: verdachtes psychische stoornis, zijn levensomstandigheden in die periode en zijn manier van omgaan er mee met daarbij middelengebruik (cannabis en alcohol). Het is zeer belastend dat hij die ochtend al alcohol gebruikte. De rechtbank houdt bij de strafoplegging daarmee rekening, met dien verstande dat zij uitgaat van een verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte tijde van het plegen het feit. De reclassering heeft daarop over verdachte gerapporteerd en bijzondere voorwaarden opgesteld, waaronder opname in de kliniek Fivoor in [plaats]. Verdachte kan daar op 29 januari 2025 terecht. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de straf opleggen zoals door de officier van justitie geëist, met de voorwaarden zoals voorgesteld door de reclassering, zodat verdachte direct na het uitzitten van zijn straf naar Fivoor kan. Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte – gezien zijn persoonlijkheid – opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen zal de rechtbank, gelet op artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht, de gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45 en 157 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 480 dagen; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 192 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;  stelt als bijzondere voorwaarden dat: - verdachte zich op 29 januari 2025 zal melden bij de Verslavingsreclassering van Fivoor op het adres Franz-Lisztplantsoen 200, 3533 JG Utrecht, nadat hij daar met justitieel vervoer naartoe is gebracht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; - verdachte zich laat opnemen bij Fivoor of een soorgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt maximaal 1 jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt in overleg met de zorginstelling. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing; - verdachte zich laat behandelen door de GGZ of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na afronding van en in aansluiting op de klinische behandeling. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor een door die rechter te bepalen termijn. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt; - verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start na afronding van en in aansluiting op de klinische behandeling. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. - verdachte in het kader van de beheersing van zijn middelengebruik zal meewerken aan urineonderzoek en/of ademonderzoek (blaastest). De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;  stelt als overige voorwaarden dat: verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen; geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan; beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;  beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Ouweneel (voorzitter), mr. L.J. Saarloos en mr. R.D. Leen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 januari 2025. De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024174457-11, gesloten op 19 april 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] , p. 9-10 en ook p. 7. van zijn verhoor uit het aanvullende proces-verbaal.. Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] , p. 13-14. Proces-verbaal van bevindingen, p. 16. Fotoblad proces-verbaalnummer 2024174457-15 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 9 januari 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.