RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers: 05/249414-23, 05/090759-24 + 01/330806-22 (tul) + 16/232929-22 (tul) + 05/031273-23 (tul), 05/257226-24 en 01/238832-24 Datum uitspraak : 22 juli 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] in Woerden. raadsman: mr. M.P.T. Peters, advocaat in Zutphen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op terechtzittingen achter gesloten deuren. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: parketnummer 05/249414-23 1.hij op of omstreeks 27 september 2023 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, een ambtenaar, [slachtoffer 1] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening heeft mishandeld door voornoemde ambtenaar in het been te bijten; 2. hij op of omstreeks 27 september 2023 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn opzettelijk en wederrechtelijk een ruit en/of een kruk, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 3.hij op of omstreeks 27 september 2023 te Apeldoorn opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel artikel 55d lid 1 Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [ambtenaar 1] , belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/ofonderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd mee te werken aan een onderzoek uitgeademde lucht, hieraan geen gevolg te geven; 4.hij op of omstreeks 27 september 2023 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "fuck you" en/of "fuck you mother", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; 5. hij op of omstreeks 27 september 2023 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] , werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte en/of ter vervoer van verdachte door- in/op/tegen de voorstoel te schoppen en/of te trappen, en/of- met zijn hoofd in/op/tegen de zijruit te slaan, en/of- met zijn, verdachtes, handen aan de banden van het beenholster van voornoemde [slachtoffer 1] te zitten, en/of- voornoemde [slachtoffer 1] in het been te bijten, en/of- zich een of meerdere malen in tegengestelde richting bewogen dan voornoemde ambtenaren hem trachtten te bewegen; parketnummer 05/090759-24 1. hij op of omstreeks 14 maart 2024 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door: - met een mes in de hand op die [slachtoffer 4] af te lopen, - stekende bewegingen te maken in de richting van die [slachtoffer 4] en/of - te schreeuwen: "ik maak jou dood kankermoeder', althans woorden van gelijke aard en/of strekking; 2. hij op of omstreeks 14 maart 2024 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door: - op [slachtoffer 5] af te lopen met een mes in de hand, - [slachtoffer 5] een kopstoot te geven en/of - hem de woorden toe te voegen: "ik ga je neersteken"; 3. hij op of omstreeks 14 maart 2024 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een (klap)mes zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen heeft gedragen; parketnummer 01/238832-24 hij op of omstreeks 23 juli 2024 te Uden, gemeente Maashorst tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere flesje(
- s)parfum, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Douglas (gevestigd op Marktstraat 12), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; parketnummer 05/257226-24 1. hij op of omstreeks 8 augustus 2024 te Nijmegen een of meerdere kledingstukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan New Yorker, in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; subsidiair : hij op of omstreeks 8 augustus 2024 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere kledingstukken, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(
- s)ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; 2.hij op of omstreeks 8 augustus 2024 te Nijmegen een of meerdere kledingstukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan TK Maxx, in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; subsidiair: hij op of omstreeks 8 augustus 2024 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere kledingstukken, althans enig goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(
- s)ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; 3.hij op of omstreeks 8 augustus 2024 te Nijmegen een of meerdere flessen parfum, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan ZARA, in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; subsidiair: hij op of omstreeks 8 augustus 2024 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere flessen parfum, althans enig goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(
- s)ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten van alle gevoegde parketnummers. Van parketnummer 05/257226-24 kan telkens het primair ten laste gelegde feit bewezen worden verklaard. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor de bedreiging van [slachtoffer 5] onder feit 2 van parketnummer 05/090759-24. [slachtoffer 5] is richting verdachte gelopen, niet andersom. De boosheid van verdachte is gericht geweest op [slachtoffer 4] en niet op [slachtoffer 5] . [slachtoffer 5] , noch de getuigen hebben iets gezegd over een kopstoot. Er is ook geen bewijs voor het feit dat verdachte in het Arabisch bedreigingen heeft geuit richting [slachtoffer 5] . Voor feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair van parketnummer 05/257226-24 heeft de raadsman vrijspraak bepleit. Het is niet vast te stellen dat verdachte degene is geweest die de kleding heeft gestolen. Over de bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde van parketnummer 05/257226-24 en de overige feiten van parketnummers 05/249414-23, 05/090759-24 en 01-238832-24 heeft de raadsman geen opmerkingen gemaakt. Beoordeling door de rechtbank parketnummer 05/249414-23 Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, ten aanzien van alle feiten van dit parketnummer, vastgesteld. Op 27 september 2023 heeft een incident plaatsgevonden bij Zorg voor Ons in Hoenderloo. Verdachte was hierbij betrokken. De politieagenten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] zijn ter plaatse gegaan en hebben verdachte naar het cellencomplex vervoerd. feit 1 Tijdens de rit naar het cellencomplex voelde [slachtoffer 1] opeens een stekende pijn in haar knie. Zij voelde dat het de tanden van verdachte waren die in haar knie zaten. Verdachte heeft verklaard dat hij de politieagente heeft gebeten. feit 2 Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering). Bewijsmiddelen: het proces-verbaal van aangifte, p. 10 t/m 11; het proces-verbaal van bevindingen, p. 18 en 19; de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 juli 2025. feit 3 Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering). Bewijsmiddelen: het proces-verbaal van gebruik middelen bij geweldsdelicten, p. 65 en 66; de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 juli 2025. feit 4 In de auto op weg naar het cellencomplex heeft verdachte tegen agent [slachtoffer 3] gezegd: “Fuck you, fuck your mother.”. De rechtbank is van oordeel dat de door de verdachte gebruikte woorden in het algemeen hedendaags taalgebruik als scheldwoorden worden ervaren en onmiskenbaar ertoe strekten de eer en goede naam van [slachtoffer 3] aan te tasten. feit 5 Verder heeft verdachte tijdens de rit naar het cellencomplex tegen de voorstoel geschopt. Hij heeft zijn hoofd met kracht tegen de zijruit geslagen. [slachtoffer 1] heeft daarop het hoofd van verdachte tussen zijn benen geduwd. Verdachte bleef tegenstribbelen en probeerde zijn hoofd telkens op te tillen. Verdachte zat met zijn handen aan de banden van het beenholster van [slachtoffer 1] . Toen [slachtoffer 1] haar knie verplaatste heeft verdachte haar in haar been gebeten. Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle feiten van dit parketnummer. parketnummer 05/090759-24 Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, ten aanzien van alle feiten van dit parketnummer, vastgesteld. Op 14 maart 2024 heeft verdachte ruzie gehad met een medebewoner in Hoenderloo. Verdachte had daarbij een mes in zijn hand. feit 1 [slachtoffer 4] heeft naar aanleiding van het incident op 14 maart 2024 aangifte gedaan. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat verdachte met een mes van ongeveer 20 centimeter in zijn hand in de richting van [slachtoffer 4] is gelopen. Verdachte schreeuwde twee keer in het Nederlands: “Ik maak jou dood kankermoeder.” Verdachte heeft steekbewegingen gemaakt richting [slachtoffer 4] . [slachtoffer 4] schrok hiervan en was bang. Hij had echt het gevoel dat verdachte hem zou neersteken. De rechtbank stelt vast dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde ( [slachtoffer 4] ) in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van verdachte daarop was gericht. Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 van dit parketnummer. feit 2 [slachtoffer 5] , heeft ook aangifte gedaan naar aanleiding van het incident op 14 maart 2024. [slachtoffer 5] heeft verklaard dat verdachte boos naar beneden is gekomen en de kamer is ingestormd. Verdachte had een mes in zijn hand en liep richting [slachtoffer 4] , een cliënt van [slachtoffer 5] . [slachtoffer 5] is toen voor verdachte gaan staan, zodat hij [slachtoffer 4] niet kon bereiken. Verdachte heeft toen in het Arabisch tegen [slachtoffer 5] gezegd: “Ik ga je neersteken.” [slachtoffer 5] was bang dat verdachte hem daadwerkelijk zou neersteken. [getuige] heeft verklaard dat verdachte zijn agressie op zijn collega [slachtoffer 5] richtte. Verdachte is dichtbij [slachtoffer 5] gaan staan. Hij kwam heel dreigend over. Verdachte had een soort klapmes in zijn hand. Van het incident zijn camerabeelden gemaakt. De beelden zijn door een verbalisant beschreven. De personen op de camerabeelden zijn aangeduid als NN2 en NN3. NN2 is verdachte en NN3 is zijn begeleider [slachtoffer 5] . Op ‘video_2’ is te zien dat NN2 (verdachte) een kopstoot geeft richting NN3 ( [slachtoffer 5] ). Op ‘video’ is te zien dat NN2 (verdachte) wild beweegt en met zijn rechterhand een stekende beweging maakt richting NN3 ( [slachtoffer 5] ). De rechtbank stelt vast dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde ( [slachtoffer 5] ) in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van verdachte daarop was gericht. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte zich agressief gedragen heeft tegenover [slachtoffer 5] door dreigend dichtbij hem te gaan staan, een beweging met zijn hoofd (kopstoot) te maken in de richting van [slachtoffer 5] en met een mes in de hand een bedreiging te uiten. Dat de bedreiging in het Arabisch was - en daardoor mogelijk door omstanders niet verstaan/begrepen kon worden - doet daar niet aan af. Omdat op camerabeelden duidelijk is te zien dat verdachte met zijn hoofd een beweging maakt in de richting van [slachtoffer 5] (kopstoot) vindt de rechtbank het niet van belang dat [slachtoffer 5] daar in zijn aangifte niet over heeft verklaard. Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 2 van dit parketnummer. feit 3 De politie heeft op de kamer van verdachte het mes, waarmee gedreigd zou zijn, aangetroffen. Het betreft een opvouwbaar mes waarvan het lemmet zijdelings uit het heft kan worden geklapt (een knipmes, klapmes of vouwmes). Gelet op de aard van het voorwerp en de omstandigheden waaronder dit mes werd aangetroffen kan redelijkerwijs worden aangenomen dat dit voorwerp voor geen ander doel bestemd was dan om letsel aan personen toe te brengen. Het voorwerp is daarom een wapen in de zin van artikel 2 lid 1 categorie IV onder 7 van de Wet wapens en munitie. Gelet op de bewezenverklaarde bedreigingen in de richting van [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] onder feit 1 en 2 van dit parketnummer stelt de rechtbank vast dat het mes dat verdachte bij zich droeg bestemd was om te dreigen en bestemd was om letsel aan personen toe te brengen. De rechtbank vindt dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 3 van dit parketnummer. parketnummer 01/238832-24 Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering). Bewijsmiddelen: het proces-verbaal van aangifte, p. 8 en 9. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 juli 2025. parketnummer 05/257226-24 Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, ten aanzien van alle feiten van dit parketnummer, vastgesteld. Op 8 augustus 2024 zijn twee toezichthouders, na een melding, omstreeks 20:01 uur naar het Kronenburgerpark in Nijmegen gegaan. Zij hebben daar twee mannen aangetroffen met heel veel spullen en kleding. Om hen heen en in de struiken lagen veel kaartjes, schoenvulling en opengescheurde verpakkingen. Aan sommige goederen zat het kaartje nog vast. Naast de mannen lagen een kniptang en verschillende alarmlabels. Eén van de mannen is verdachte. Verdachte heeft verklaard dat de kniptang van hem is. De politie heeft foto’s gemaakt van de diverse goederen die onder de mannen in beslag zijn genomen. Met de foto’s is de politie naar TK Maxx en New Yorker in Nijmegen gegaan. TK Maxx en New Yorker hebben bevestigd dat de goederen (kledingstukken) uit hun winkel afkomstig zijn. De aangetroffen flesjes parfum zijn van het merk Zara. feit 1 Aan de hand van de foto’s van de inbeslaggenomen goederen heeft New Yorker bevestigd dat de volgende goederen uit hun winkel afkomstig zijn. 3 broeken van het merk SMOG/DENIM; een broek van het merk FSBN; een pet. Namens New Yorker is aangifte gedaan van diefstal. Verdachte heeft verklaard dat hij op 8 augustus 2024 in New Yorker is geweest. Hij zweert bij God dat hij (gisteren) gestolen heeft bij de New Yorker. Verdachte heeft in ieder geval een korte broek en de broek op foto 16 weggenomen. Op foto 16 is een broek van het merk FSBN te zien. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 van dit parketnummer. feit 2 Aan de hand van foto’s van inbeslaggenomen goederen heeft TK Maxx bevestigd dat de volgende goederen uit hun winkel afkomstig zijn. schoenen van het merk Etonic; schoenen van het merk Tommy jeans; schoenen van het merk Adidas; een broek van het merk Hugo Boss; een bruine polo van het merk Tommy Hilfiger; een broek van het merk Armani; een broek van het merk Asics; een broek van het merk Replay; een witte polo van het merk Tommy Hilfiger; sokken van het merk Dame. De filiaalmanager van TK Maxx heeft bevestigd dat de in het Kronenburgpark aangetroffen alarmlabels ‘honderd procent’ van TK Maxx zijn. Namens TK Maxx is aangifte gedaan van diefstal. Op camerabeelden van TK Maxx is te zien dat een persoon gelijkend op verdachte om 15:57 uur de winkel in komt lopen. Deze persoon draagt andere kleding dan verdachte ten tijde van de aanhouding. In de fouillering van verdachte is de kleding die hij op beeld draagt aangetroffen. Het krullende haar van de persoon op de camerabeelden vertoont gelijkenissen met het haar van verdachte. De zwarte rugtas met rood logo is dezelfde als de zwarte rugtas die de medeverdachte bij zich droeg in het Kronenburgpark. Verdachte heeft over de diefstal in de TK Maxx verklaard dat als de politie de camerabeelden terugdraait en het (de rechtbank begrijpt: hij) erbij zit, hij dan gestolen heeft. De rechtbank overweegt als volgt. Verdachte is in het Kronenburgpark aangetroffen met om hem heen kledingstukken en alarmlabels van TK Maxx. De rechtbank stelt vast dat verdachte eerder die dag in TK Maxx is geweest. De persoon op de camerabeelden heeft hetzelfde haar als verdachte en de kleding die verdachte op de beelden aan had en de rugzak die hij op de beelden bij zich droeg worden later bij verdachte of de medeverdachte aangetroffen. Gelet op het feit dat verdachte bovendien heeft verklaard dat als hij die dag in de TK Maxx op de camerabeelden te zien is, hij daar gestolen heeft, acht de rechtbank feit 2 van dit parketnummer wettig en overtuigend bewezen. feit 3 Onder verdachte zijn diverse parfums van kledingwinkel Zara in beslag genomen. Verdachte heeft verklaard dat hij op 8 augustus 2024 flesjes parfum bij Zara heeft gestolen. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 3 van dit parketnummer. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: parketnummer 05/249414-23 1.hij op of omstreeks 27 september 2023 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, een ambtenaar, [slachtoffer 1] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening heeft mishandeld door voornoemde ambtenaar in het been te bijten; 2. hij op of omstreeks 27 september 2023 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit en/of een kruk, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; 3.hij op of omstreeks 27 september 2023 te Apeldoorn opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel artikel 55d lid 1 Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [ambtenaar 1] , belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/ofonderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd mee te werken aan een onderzoek uitgeademde lucht, hieraan geen gevolg te geven; 4.hij op of omstreeks 27 september 2023 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "fuck you" en/of "fuck you mother", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking; 5. hij op of omstreeks 27 september 2023 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] , werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, te weten ter aanhouding van verdachte en/of ter vervoer van verdachte door- in/op/tegen de voorstoel te schoppen en/of te trappen, en/of- met zijn hoofd in/op/tegen de zijruit te slaan, en/of- met zijn, verdachtes, handen aan de banden van het beenholster van voornoemde [slachtoffer 1] te zitten, en/of- voornoemde [slachtoffer 1] in het been te bijten, en/of- zich een of meerdere malen in tegengestelde richting bewogen te bewegen dan voornoemde ambtenaren hem trachtten te bewegen; parketnummer 05/090759-24 1. hij op of omstreeks 14 maart 2024 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door: - met een mes in de hand op die [slachtoffer 4] af te lopen, - stekende bewegingen te maken in de richting van die [slachtoffer 4] en/of - te schreeuwen: "ik maak jou dood kankermoeder", althans woorden van gelijke aard en/of strekking; 2. hij op of omstreeks 14 maart 2024 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door: - op [slachtoffer 5] af te lopen met een mes in de hand, - [slachtoffer 5] een kopstoot te geven en/of - hem de woorden toe te voegen: "ik ga je neersteken"; 3. hij op of omstreeks 14 maart 2024 te Hoenderloo, gemeente Apeldoorn, een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een (klap)mes zijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandigheden waaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomen dat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigen, heeft gedragen; parketnummer 01/238832-24 hij op of omstreeks 23 juli 2024 te Uden, gemeente Maashorst, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere flesje(
- s)parfum, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Douglas (gevestigd op Marktstraat 12), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; parketnummer 05/257226-24 1. hij op of omstreeks 8 augustus 2024 te Nijmegen een of meerdere kledingstukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan New Yorker, in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 2.hij op of omstreeks 8 augustus 2024 te Nijmegen een of meerdere kledingstukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan TK Maxx, in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 3.hij op of omstreeks 8 augustus 2024 te Nijmegen een of meerdere flessen parfum, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan ZARA, in elk geval aan een ander toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: parketnummer 05/249414-23 feit 1: mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen feit 3: opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten feit 4: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening feit 5: wederspannigheid parketnummer 05/090759-24 feit 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht feit 3: handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie parketnummer 01/238832-24 diefstal door twee of meer verenigde personen parketnummer 05/257226-24 feit 1 primair: diefstal feit 2 primair: diefstal feit 3 primair: diefstal 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 301 dagen waarvan 160 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Hierbij zal een proeftijd van 2 jaar moeten gelden. Als bijzondere voorwaarden zullen de voorwaarden moeten worden opgelegd die door de reclassering zijn geadviseerd en daarnaast zal als extra voorwaarde worden opgelegd dat verdachte mee moet werken met ambulante behandeling. De bijzondere voorwaarden zullen dadelijk uitvoerbaar moeten worden verklaard. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat de op te leggen straf gelijk is aan de duur van het voorarrest. Hij heeft hiervoor gewezen op de Landelijke Oriëntatiepunten voor Strafoplegging (LOVS), op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en de duur van het voorarrest. In een vrijwillig kader wordt al toegewerkt naar behandeling. Verdachte maakt positieve stappen in het leven. De beoordeling door de rechtbank Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder die is begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken: het uittreksel Justitiële Documentatie van 3 juni 2025 (het strafblad), het PJ-rapport van 31 december 2024, het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 23 januari 2025, het reclasseringsadvies van 23 juni 2025, de actualisatie van het strafadvies van de Raad voor de Kinderbescherming van 3 juli 2025. In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. De ernst van het feit Verdachte heeft zich tussen september 2023 en augustus 2024 schuldig gemaakt aan twaalf misdrijven, te weten mishandeling, vernieling, het weigeren van een bevel tot ademonderzoek, belediging van een politieagent, wederspannigheid, twee bedreigingen, wapenbezit en vier winkeldiefstallen. Verdachte heeft meerdere keren grof en agressief gedrag laten zien en daarmee anderen angst aangejaagd. Het handelen van verdachte getuigt van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag en de lichamelijke integriteit van anderen. Winkeldiefstal is daarnaast een vervelend feit. Het levert voor winkeliers naast financiële schade ook veel ergernis en overlast op. Verdachte heeft herhaaldelijk laten zien - door spullen te stelen en te vernielen - dat hij geen respect heeft voor andermans eigendommen. Strafblad Verdachte is eerder veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder ook (winkel)diefstal, vernieling en bedreigingen gepleegd tegen beroepsbeoefenaars. Rapportages Uit het PJ-rapport van 31 december 2024, opgemaakt voor de parketnummers 05-249414-23 en 05-090759-24, volgt dat verdachte is gediagnosticeerd met een normoverschrijdende gedragsstoornis met beperkte prosociale emoties. Er is sprake van een licht verstandelijke beperking (LVB) en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling (antisociale en borderline trekken), die leidt tot inadequate copingvaardigheden, emotieregulatieproblemen en een gebrek aan empathie en een gebrekkige gewetensontwikkeling. Daarnaast is sprake van een stoornis cannabisgebruik (ernstig) en een stoornis in gebruik van een hypnoticum/anxiolyticum (ernstig). Het herhalingsrisico wordt als hoog ingeschat. Het advies luidt om de bewezenverklaarde feiten met die parketnummers in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. In het meest ideale geval zou verdachte klinisch moeten worden behandeld voor zijn gedrags- en persoonlijkheidsproblematiek in een kliniek die kennis heeft van transculturele zorg, LVB-problematiek, middelenproblematiek en persoonlijkheidspathologie. De kans dat voor verdachte met zijn problematiek een plek in een dergelijke kliniek wordt gevonden is erg klein. Ook ontbreekt het verdachte aan elke vorm van intrinsieke motivatie voor en inzicht in de noodzaak van deze (langdurige) klinische behandeling. Daarom wordt (meer realistisch) geadviseerd om aan verdachte een voorwaardelijk strafdeel op te leggen en de (her)ingezette begeleiding door Buddycoach & Co voort te zetten. Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 23 januari 2025 volgt het advies om het jeugdstrafrecht toe te passen. Gelet op de cognitieve capaciteiten van verdachte zijn de interventies en de aanpak vanuit de jeugdreclassering het meest passend. Hoewel verdachte een licht positieve verandering in zijn houding laat zien, heeft de Raad twijfels bij de haalbaarheid van een ambulant kader. Het huidige hulpverleningstraject, bestaande uit een verblijf bij Jongerenhaven en begeleiding door Buddycoach & Co, geeft de grootste kans op succes. De Raad adviseert om een deels voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: een meldplicht bij de reclassering, ambulante begeleiding, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, dagbesteding, meewerken aan middelencontrole en een contactverbod (indien gewenst door een van de slachtoffers). In de actualisatie van het strafadvies van 3 juli 2025 adviseert de Raad om een voorwaardelijke (jeugd)detentie op te leggen en de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Toerekeningsvatbaarheid De rechtbank neemt het advies uit het PJ-rapport ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van verdachte voor de parketnummers 05-249414-23 en 05-090759-24 over en zal de bewezenverklaarde feiten van die parketnummers in verminderde mate toerekenen. De winkeldiefstallen onder de parketnummers 05-257226-24 en 01-238832-24 zal de rechtbank, gelet op de aard van de feiten, (volledig) aan verdachte toerekenen. Verdachte is bij het plegen van de winkeldiefstallen namelijk berekenend te werk gegaan. Jeugdstrafrecht Verdachte is op [geboortedatum] 2024 18 jaar geworden. Hij heeft de bewezenverklaarde feiten deels gepleegd toen hij minderjarig was (parketnummer 05/249414-23 en 05/090759-24). De winkeldiefstallen (parketnummer 01/238832-24 en 05/257226-24) heeft verdachte gepleegd toen hij meerderjarig was. Als uitgangspunt geldt dat een jongvolwassen verdachte die op het moment van het strafbare feit meerderjarig is volgens het volwassenenstrafrecht wordt berecht. De rechtbank kan voor een jongvolwassene die de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt, besluiten om het adolescentenstrafrecht toe te passen als daarvoor aanleiding is gelet op de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan. Gelet op de adviezen van de deskundigen ziet de rechtbank met name in de jonge leeftijd en de cognitieve beperking van verdachte aanleiding om (voor alle feiten van alle parketnummers) het jeugdstrafrecht toe te passen. Ter terechtzitting heeft de buddycoach van verdachte toegelicht dat de begeleiding van verdachte intensief is. Verdachte is aangemeld voor een ambulant behandeltraject. Het is voor verdachte belangrijk dat de buddycoach gedurende het (toekomstige) behandeltraject aanwezig kan zijn. Volgens de buddycoach is het wenselijk om het behandeltraject in de vorm van een bijzondere voorwaarde aan verdachte op te leggen. Straf De rechtbank is van oordeel dat de ernst en de veelheid van de bewezenverklaarde feiten de oplegging van een jeugddetentie rechtvaardigen. De rechtbank constateert dat de bewezenverklaarde feiten langere tijd geleden, ongeveer één jaar tot twee jaar geleden, zijn gepleegd. Bovendien heeft verdachte, gelet op de straffen die doorgaans voor dergelijke misdrijven binnen het jeugdstrafrecht worden opgelegd, relatief lange tijd in voorarrest doorgebracht. Hierin ziet de rechtbank aanleiding om een lagere dan de door de officier van justitie geëiste straf op te leggen. De rechtbank vindt het in deze zaak belangrijk dat verdachte de hulp en begeleiding die hij op dit moment krijgt kan behouden. Het voortzetten van het huidige hulverleningstraject biedt de beste, maar nog steeds onzekere, mogelijkheid voor verdachte om een positieve wending aan zijn leven te geven en een bestaan in Nederland op te bouwen. Alles overziend zal de rechtbank een jeugddetentie opleggen van vijf maanden, waarvan een maand voorwaardelijk. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal hiervan worden afgetrokken. Aan het voorwaardelijk deel van de straf zal de rechtbank de voorwaarden verbinden zoals die door de Raad zijn geadviseerd. Voor een contactverbod met slachtoffers ziet de rechtbank geen aanleiding, nu ook geen van de slachtoffers hierom heeft verzocht. In de pathologie van verdachte en hetgeen de buddycoach van verdachte tijdens de zitting naar voren heeft gebracht ziet de rechtbank aanleiding om ambulante behandeling als extra bijzondere voorwaarde op te leggen. Dadelijke uitvoerbaarheid De Raad heeft in haar actualisatierapport van 3 juli 2025 de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden geadviseerd. De rechtbank is van oordeel dat er, rekening houdend met het hoge recidiverisico en de persoon van verdachte en het feit dat het huidige begeleidingstraject zonder deze voorwaarden niet in een verplicht kader kan worden voortgezet, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte dan wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Het is daarom noodzakelijk dat het toezicht en de daaraan gekoppelde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoer worden verklaard. 8De beoordeling van de civiele vordering parketnummer 05-249414-23 De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 250,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft geen opmerkingen gemaakt over de vordering van de benadeelde partij. Overweging van de rechtbank Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen een van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door de mishandeling heeft de benadeelde lichamelijk letsel opgelopen.. Dat is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Het gevorderde bedrag komt de rechtbank redelijk voor. Zij zal het gevorderde bedrag van € 250,00 toewijzen. Wettelijke rente Verdachte is vanaf 27 september 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Schadevergoedingsmaatregel De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. Gelet op de leeftijd van verdachte ten tijde van het delict, zal geen gijzeling worden opgelegd. 9De vorderingen tot tenuitvoerlegging parketnummer 01/330806-22 De kinderrechter heeft verdachte op 4 april 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 37 dagen met aftrek en met een proeftijd van twee jaar. parketnummer 16/232929-22 De kinderrechter heeft verdachte op 23 februari 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van twee weken met een proeftijd van twee jaar. parketnummer 05/031273-23 De kinderrechter heeft verdachte op 19 april 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van twee weken met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie vordert dat de proeftijd van de opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie van 37 dagen van parketnummer 01/330806-22 met een jaar wordt verlengd. De officier van justitie vordert verder dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen van de parketnummers 16/232929-22 en 05/031273-23 worden toegewezen. In beide parketnummers moet de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van twee weken worden omgezet in een taakstraf van 28 uur. De raadsman heeft bepleit dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging worden afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat de vorderingen tot tenuitvoerlegging moeten worden afgewezen. Gelet op het tijdsverloop van de zaken en gelet op de gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte vindt de rechtbank de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen op dit moment niet opportuun. De rechtbank heeft daarbij ook rekening gehouden met de beperkte belastbaarheid van verdachte. 10De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 36 f, 63, 77a, 77c, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 180, 184, 266, 267, 300, 304, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht; - 27 en 54 van de Wet wapens en munitie. 11De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van vijf maanden; bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, te weten een maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de hierna te melden voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: - verdachte zich meldt bij [ambtenaar 2] Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te Utrecht. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt en houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering; - verdachte meewerkt aan ambulante begeleiding vanuit Buddycoach & Co of een soortgelijke hulpverlener, te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding; - verdachte zich, gedurende de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, onder behandeling stelt van een zorginstelling/deskundige om zich te laten behandelen voor de stoornissen die het NIFP heeft geconstateerd in het PF-rapport van 31 december 2024 en zich houdt aan de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven; - verdachte verblijft bij Stichting Jongerenhaven, of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling, in overleg met de reclassering, voor hem heeft opgesteld; - verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van een vorm van dagbesteding (betaald werk, onbetaald werk, opleiding en/of vrijetijdsbesteding) met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag; - verdachte, indien er signalen zijn van problematisch middelengebruik, meewerkt aan controle van het gebruik met als doel om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd; stelt als overige voorwaarden dat: verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen; geeft opdracht aan [ambtenaar 2] Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, afdeling Jeugdreclassering, te Utrecht tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan; beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht; beslissingen ten aanzien van de civiele vordering veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 van parketnummer 05/249414-23 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 250,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 september 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 250,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 september 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; beslissingen ten aanzien van de vorderingen tot tenuitvoerlegging wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter van 4 april 2023 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 37 dagen, met aftrek, af (parketnummer 01/330806-22); wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter van 23 februari 2023 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van twee weken af (parketnummer 16/232929-22); wijst de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter van 19 april 2023 voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van twee weken af (parketnummer 05/031273-23). Dit vonnis is gewezen door mr. M. Rietveld, voorzitter en kinderrechter, mr. D.S.M. Bak en mr. G.M.L. Tomassen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 juli 2024. mr. Rietveld en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023447487, gesloten op 28 september 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte, p. 10 en 11. Proces-verbaal van bevindingen, p. 42. Proces-verbaal van aangifte, p. 34. Proces-verbaal van het verhoor van verdachte, p. 63. Proces-verbaal van bevindingen, p. 42. Proces-verbaal van bevindingen, p. 42. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024118771, gesloten op 16 maart 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 juli 2025. Proces-verbaal van aangifte, p. 15. Proces-verbaal van aangifte, p. 10. Proces-verbaal van het verhoor van [getuige] , p. 13. Proces-verbaal van bevindingen van 11 april 2025, aanvullend op het doorgenummerde procesdossier. Proces-verbaal van bevindingen, p. 20. Proces-verbaal van bevindingen, p. 70. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL2100-2024159698, gesloten op 25 juli 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024369428, gesloten op 11 augustus 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van bevindingen, p. 13. Proces-verbaal van aanhouding van verdachte, p. 94. Proces-verbaal van het verhoor van verdachte, p. 115. Proces-verbaal van bevindingen, p. 14 t/m 17. Proces-verbaal van bevindingen, p. 14. Proces-verbaal van aangifte, p. 8. Proces-verbaal van het verhoor van verdachte van 9 augustus 2024, p. 113 en 114. Proces-verbaal van het verhoor van verdachte van 11 augustus 2024, p. 118. Foto 16, p. 34. Proces-verbaal van bevindingen, p. 14. Proces-verbaal van bevindingen, p. 45. Proces-verbaal van aangifte, p. 10. Proces-verbaal van bevindingen, p. 56 en 57. Proces-verbaal van verhoor verdachte van 9 augustus 2024, p. 114. Proces-verbaal van bevindingen, p. 14. Proces-verbaal van het verhoor van verdachte van 9 augustus 2024, p. 113, t/m 115.