RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: 11729425 \ VV EXPL 25-106 Vonnis in kort geding van 25 juli 2025 in de zaak van [eiser] , te [vestigingsplaats] , eisende partij, gemachtigde: mr. S. Buzhu, tegen [naam bewindvoerder] VAN [naam onderbewindbestelde], te [woonplaats] , gedaagde partij, gemachtigde: mr. H.L. Thiescheffer. Partijen worden hierna [eiser] (mannelijk enkelvoud), [naam bewindvoerder] (vrouwelijk enkelvoud) en [naam onderbewindbestelde] (vrouwelijk enkelvoud) genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties - de conclusie van antwoord met producties- de mondelinge behandeling van 15 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2De feiten 2.1. Productie 1 bij eis betreft een kopie van een zorgovereenkomst. Deze is gedateerd op 7 januari 2025 en ondertekend door [eiser] en [naam onderbewindbestelde] , niet door een vertegenwoordiger. In de overeenkomst is onder meer geregeld dat de zorgovereenkomst ingaat op 12 augustus 2024, dat de zorginstelling een vast aantal van 28 uur per week werkt tegen een vaste vergoeding van € 5.250,- per maand en verder dat de werkzaamheden bestaan uit: begeleiding individueel, huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en verpleging. 2.2. In de zorgbeschrijving bij de zorgovereenkomst, een document dat als productie 2 bij eis is overgelegd, is een beschrijving van de zorgactiviteiten opgenomen. Dit document is gedateerd op 23 oktober 2024 en ondertekend door [eiser] en de pgb beheerder van dat moment: [naam 1] . 2.3. Bij e-mail van 24 december 2024 (productie 4 bij eis) schrijft het Zorgkantoor Zilveren Kruis aan [naam 1] dat zij op 24 december 2024 contact hebben gehad over de aanvraag van het pgb en dat het pgb met ingang van 12 augustus 2024 wordt toegekend onder de mededeling dat zij binnen twee weken de toekenningsbeschikking krijgt. 2.4. Bij productie 3 bij eis is een zorgovereenkomst zorginstelling overgelegd betreffende toekenningsbeschikking, waarin onder de kop ‘ondertekening’ staat vermeld dat deze op 1-1-0001 digitaal is ondertekend door [naam bewindvoerder] en [eiser] . 2.5. Blijkens uittreksel curatele-en bewindregister heeft de kantonrechter te Utrecht op 31 januari 2025 bepaald dat vanaf 1 februari 2025 bewind is ingesteld over de (toekomstige) goederen van [naam onderbewindbestelde] wegens lichamelijke of geestelijke gesteldheid met benoeming van [naam bewindvoerder] tot bewindvoerder. 2.6. Hafiana heeft als productie 14 bij eis een ‘verzamelnota ingekochte zorg’ overgelegd. Het betreft een factuur d.d. 20 februari 2025 van mevrouw [naam 2] van [naam 3] aan [eiser] voor verlening van zorgdiensten van 11 augustus 2024 t/m 14 februari 2025 van in totaal 284 uur (x € 40,- per uur =) € 11.360,-. 2.7. In reactie op een vraag van [naam bewindvoerder] aan [eiser] over de relatie tussen [eiser] en [naam 3] mailt [eiser] op 24 februari 2025 (productie 5 bij antwoord) het volgende aan [naam bewindvoerder] : “(…) Ten eerste wil ik benadrukken dat MIMO’s care inderdaad een onderneming is van mijn nicht, maar deze staat volledig los van mijn onderneming. Ik werk uitsluitend binnen de WLZ en koop zorg in voor verpleging, verzorging en huishoudelijke hulp op basis van WLZ. MIMO daarentegen heeft enkel huishoudelijke hulp uitgevoerd binnen de WMO in het verleden en heeft verder geen enkele betrokkenheid bij mijn werkzaamheden. Behalve dat ik haar diensten inkoop. (…)” 2.8. Bij brief van 25 februari 2025 (productie 5 bij eis) bericht de SVB aan [naam bewindvoerder] dat de zorgovereenkomst met [eiser] is goedgekeurd door het zorgkantoor maar dat de zorgverlener nog niet betaald kan worden uit het Wlz-budget omdat het tarief dat is afgesproken met de zorgverlener hoger is dan het maximumtarief. 2.9. Bij brief van 4 maart 2025 (productie 2 bij antwoord) bericht het Zorgkantoor Zilveren Kruis aan [naam onderbewindbestelde] dat de door haar ingestuurde zorgbeschrijving en zorgovereenkomst niet akkoord zijn, nu de handtekening van haar (wettelijk) vertegenwoordiger ontbreekt. Ook wordt in die brief gewezen op het belang van het bijhouden van de uren van de zorgverleners. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert na wijziging van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [naam bewindvoerder] tot: de betaling van een bedrag van € 25.000,00, aan restant zorgvergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 april 2025 tot aan de dag van de volledige betaling, het geven van uitvoering aan de uitbetaling via de Sociale Verzekeringsbank van het PGB-budget overeenkomstig de zorgovereenkomst van 12 augustus 2024 onder bepaling dat [naam bewindvoerder] bij gebreke van nakoming een dwangsom verbeurt van € 250,- per dag (of gedeelte daarvan) dat zij in gebreke blijft met een maximum van € 10.000,- de betaling van de proceskosten. 3.2. [eiser] legt aan zijn vordering de stelling ten grondslag dat hij op grond van een zorgovereenkomst zorg heeft geleverd aan [naam onderbewindbestelde] tegen een vast maandtarief. De door hem verzonden nota’s ten bedrage van in totaal € 31.170,- zijn niet betaald. Uit praktische en juridische overwegingen beperkt hij de vordering in deze procedure tot € 25.000,-. Hij heeft een spoedeisend belang omdat hij een jonge ondernemer is die voor zijn levensonderhoud afhankelijk is van het ontvangen zorgbudget. Bovendien moet hij ingekochte zorg bij derden betalen. 3.3. [naam bewindvoerder] voert verweer. Daarop wordt hierna voor zover nodig nader ingegaan. 4De beoordeling Bevoegdheid kantonrechter 4.1. [naam bewindvoerder] stelt dat de kantonrechter niet bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van [eiser] . [naam bewindvoerder] stelt daartoe dat [eiser] meent aanspraak te kunnen maken op een bedrag van € 31.170,- maar in deze procedure € 25.000 vordert, echter zonder de vordering onvoorwaardelijk te beperken. 4.2. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat hij wel bevoegd is om kennis te nemen van dit geschil. Een partij kan zijn vordering, ook met voorbehoud van het meerdere, beperken tot € 25.000, waardoor bevoegdheid van de kantonrechter wordt gecreëerd. Dit ligt echter anders als de totale vordering, dus inclusief het voorbehouden deel, een groter bedrag dan € 25.000 beslaat en de onderliggende rechtstitel wordt betwist. Het verweer van [naam bewindvoerder] in deze procedure wordt zo begrepen dat zij niet betwist dat [eiser] heeft verleend aan [naam onderbewindbestelde] en dat hij daarvoor aanspraak zou kunnen maken op enige vergoeding. [naam bewindvoerder] stelt echter dat zij eerst kan betalen indien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.