← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:7125

RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Nijmegen Zaaknummer: 11489763 \ CV EXPL 25-76 Vonnis van 30 mei 2025 in de zaak van [eiseres] H.O.D.N. " [bedrijf 1] ", gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: Jongejan Wisseborn Harderwijk, tegen [gedaagde] H.O.D.N [bedrijf 2], wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 17 januari 2025 - de brief met producties van 17 april 2025 namens [eiseres] - de mondelinge behandeling van 30 april
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. Partijen hebben eind 2022 een financial lease (huurkoop) overeenkomst gesloten. Op basis van deze overeenkomst heeft [gedaagde] een auto in huurkoop verworven en zich verbonden de aanschafprijs, vermeerderd met een overeengekomen kredietvergoeding, in zestig maandelijkse termijnen van € 301,86 te voldoen en in de laatste maand ook een slottermijn van € 4.236,
  5. 2.
  6. Op de tussen partijen gesloten overeenkomst zijn algemene voorwaarden (AV) van toepassing. In de AV staan onder meer de volgende artikelen: (…) 4.
  7. Het betaalschema dat is opgenomen in uw contract is dwingend en u mag daar niet van afwijken. Dit betekent dat u bij niet-volledige of niet-tijdige betaling direct in verzuim bent zonder dat daarvoor eerst nog een ingebrekestelling nodig is. U bent dan aan ons een achterstandsrente verschuldigd over het openstaande bedrag. Deze achterstandsrente is gelijk aan de debetrentevoet in uw contract. De achterstandsrente wordt gerekend vanaf de datum waarop u had moeten betalen tot de datum waarop uw betaling alsnog door ons is ontvangen. 4.
  8. Moeten wij incassokosten maken, dan zijn die voor uw rekening. Die kosten zijn minimaal 15% van het openstaande bedrag, met een minimum van € 40 exclusief btw. (…) Onmiddellijke opeisbaarheid en inname van het motorrijtuig 5.
  9. In bepaalde situaties hebben wij het recht om alle betalingen die u op grond van uw contract nog moet betalen in één keer en per direct bij u op te eisen. In die situaties mogen wij het contract bovendien meteen ontbinden zonder dat daarvoor eerst nog een ingebrekestelling nodig is. Bij zo’n ontbinding blijft ons recht op vergoeding van achterstandsrente, kosten en schade volledig in stand. De situaties waarvoor die geldt zijn onder meer: a: U heeft twee maanden (of langer) niet betaald, ook niet na een schriftelijke aanmaning. Of u houdt zich niet aan de afspraken uit uw contract of deze algemene Voorwaarden. (…) 5.
  10. Als wij gebruik maken van onze rechten uit artikel 5.1., dan levert u het motorrijtuig binnen 24 uur in. Het inleveradres geven wij aan u door. Wij mogen het motorrijtuig ook zelf (laten) ophalen. Hiervoor mogen wij in het gebouw of het terrein op waar het motorrijtuig staat.(…) 2.
  11. [gedaagde] heeft eind 2023 een betalingsachterstand laten ontstaan. Vanaf januari 2024 heeft zij geen enkele termijn meer betaald. Omdat [gedaagde] ook na aanmaning door [eiseres] niets meer heeft betaald, heeft [eiseres] de huurkoopovereenkomst ontbonden en [gedaagde] verzocht om teruggave van de auto. [gedaagde] heeft de auto ingeleverd en [eiseres] heeft de auto vervolgens verkocht via een online veiling. 3Het geschil 3.
  12. [eiseres] vordert - samengevat - dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 13.577,29 (bestaande uit de hoofdsom van € 11.388,02, de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.708,20, de btw daarover van € 358,72 en de rente van 15 november 2024 tot en met 24 december 2024 van € 122,35), vermeerderd met de rente van 10,083% per jaar over € 11.388,02 vanaf 25 december 2024, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. 3.
  13. Ter onderbouwing van haar vordering stelt [eiseres] - kort gezegd - dat [gedaagde] de op haar rustende verplichtingen op basis van de door partijen gesloten huurkoopovereenkomst niet is nagekomen. Zij heeft een betalingsachterstand laten ontstaan en moet daarom het verstrekte krediet aan [eiseres] terugbetalen. Ook dient zij op basis van de AV achterstandsrente en incassokosten te voldoen. 3.
  14. [gedaagde] voert verweer. Zij stelt zich op het standpunt dat de overeenkomst valt onder het consumentenrecht, omdat zij de auto uitsluitend privé heeft gebruikt. [gedaagde] vindt dat [eiseres] de vordering niet inzichtelijk heeft gemaakt en dat de hoogte van de vordering in relatie tot de waarde van de auto onredelijk hoog is. Verder vraagt zij de kantonrechter rekening te houden met haar persoonlijke (financiële) omstandigheden. 3.
  15. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling Er is sprake van een zakelijke overeenkomst 4.
  16. De kantonrechter stelt voorop dat het bij de vraag of [gedaagde] de huurkoopovereenkomst heeft gesloten als consument gaat om haar hoedanigheid ten tijde van het sluiten van die overeenkomst. De overeenkomst vermeldt als kredietnemer ‘ [gedaagde] h.o.d.n. [bedrijf 2] ’ en ook is in de overeenkomst opgenomen dat het gaat om een motorrijtuig ‘voor zakelijk gebruik’ en dat de overeenkomst eindigt bij bedrijfsbeëindiging. De kantonrechter stelt dan ook vast dat sprake is van een zakelijke overeenkomst. [gedaagde] moet de resterende termijnbetalingen en contractuele vertragingsrente betalen 4.
  17. [gedaagde] erkent dat zij een betalingsachterstand van meer dan twee maanden heeft laten ontstaan. Hiermee is vast komen te staan dat zij niet aan de uit de huurkoopovereenkomst voortvloeiende financiële verplichtingen heeft voldaan, zoals [eiseres] stelt. Dat het onbetaald laten van de maandtermijnen een gevolg is (geweest) van betalingsonmacht in plaats van -onwil is een omstandigheid die voor rekening komt van [gedaagde] . Op grond van deze tekortkoming was [eiseres] gerechtigd de huurkoopovereenkomst te ontbinden. Op grond van artikel 5.
  18. onder a AV is [eiseres] gerechtigd alle nog te verrichten termijnbetalingen op te eisen. Hoewel [gedaagde] heeft aangevoerd dat haar niet duidelijk is hoe het gevorderde bedrag is opgebouwd is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] haar vordering afdoende heeft onderbouwd. Uit de overgelegde stukken blijkt dat [gedaagde] in totaal een bedrag van € 22.347,85 (bestaande uit het krediet en de kredietvergoeding) aan [eiseres] had moeten voldoen, waarop in mindering strekt het door haar betaalde bedrag van in totaal € 3.622,32 en de (netto) opbrengst van de verkoop van de auto (na aftrek van de veilingkosten) van € 7.431,
  19. Dit resulteert in een bedrag van € 11.294,
  20. Dat (openbare) veiling van de auto minder oplevert dan particuliere of zakelijke verkoop kan niet aan [eiseres] worden tegengeworpen en is geen reden voor matiging van de vordering. [eiseres] heeft bovendien een taxatierapport overgelegd waaruit een executiewaarde van de auto blijkt van € 8.700,00 op 2 augustus 2024 en deze waarde heeft de auto op de veiling ook ongeveer opgebracht (namelijk € 8.500,00). 4.
  21. Over het bedrag van € 11.294,11 is [gedaagde] op grond van artikel 4.
  22. AV vertragingsrente verschuldigd van 10,083% per jaar. Tot 15 november 2024 is dat een bedrag van € 93,
  23. Dit resulteert in een hoofdsom van € 11.388,
  24. 4.
  25. De gevorderde contractuele rente van € 122,35 over de periode van 15 november 2024 tot en met 24 december 2024 heeft [eiseres] niet nader toegelicht, maar lijkt niet alleen berekend te zijn over de hoofdsom van € 11.388,02, maar ook over de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. De rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat partijen dat zijn overeengekomen. De kantonrechter zal daarom bepalen dat [gedaagde] , naast de hoofdsom van € 11.388,02, de contractuele rente van 10,083% per jaar moet betalen over € 11.388,02 vanaf 15 november 2024 tot aan de dag van gehele voldoening. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden naar beneden bijgesteld 4.
  26. [eiseres] maakt op grond van artikel 4.
  27. AV aanspraak op vergoeding van contractuele buitengerechtelijke incassokosten van € 1.708,20 (15% van € 11.388,02), te vermeerderen met 21% btw. Zij stelt dat zij aan haar gemachtigde voor diens werkzaamheden buitengerechtelijke kosten moet betalen die naar billijk en gebruikelijk (forfaitair) tarief van 15% worden berekend over de in te vorderen som, welk tarief in de algemene voorwaarden ook is overeengekomen. Om die reden specificeert zij de werkzaamheden niet. Het door [eiseres] gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten komt echter niet overeen met het volgens het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) vastgestelde tarief. De kantonrechter zal de gevorderde buitengerechtelijke kosten daarom bepalen aan de hand van het Besluit. Op grond hiervan is bij een toewijsbare hoofdsom van € 11.388,02 een vergoeding van € 1.075,55 (inclusief btw) redelijk te achten. Dit bedrag zal dan ook worden toegewezen. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 4.
  28. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 137,39 - griffierecht € 1.461,00 - salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten × € 406,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.545,39 Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 4.
  29. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. Tot slot 4.
  30. [gedaagde] heeft te kennen gegeven dat zij zich in een lastige persoonlijke en financiële situatie bevindt. De kantonrechter geeft haar in overweging om zich te wenden tot (de gemachtigde van) [eiseres] met het verzoek om een betalingsregeling te treffen. De gemachtigde van [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling te kennen gegeven dat [eiseres] hiervoor openstaat nadat het vonnis is gewezen. De kantonrechter heeft geen bevoegdheid om een dergelijke betalingsregeling op te leggen. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  31. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 11.388,02, te vermeerderen met de contractuele rente van 10,083% per jaar met ingang van 15 november 2024 tot de dag van volledige betaling, 5.
  32. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 1.075,55 aan buitengerechtelijke incassokosten, 5.
  33. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.545,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  34. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  35. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Steverink en in het openbaar uitgesproken door mr. M.J.C. van Leeuwen op 30 mei
  36. 41245 \ 43477 KR: de debetrentevoet volgt uit sub e van het kopje ‘Kredietnemer’ van de huurkoopovereenkomst en bedraagt 10,083% op jaarbasis.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.