← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:7202

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/057411-25 Datum uitspraak : 20 augustus 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1948 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . raadsvrouw: mr. W.S.W. van der Donk, advocaat in Almere. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Harderwijk als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Hoofdweg, gaande in de richting van het Vondelpark, daarmede heeft gereden over de Vondellaan, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, in strijd met het gestelde in artikel 6.7.4.3 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 is gaan rijden na een of meerdere recent (op 16 oktober 2024), door zijn, verdachtes, ICD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator), afgegeven shocks/ATP’s (Anti Tachy Pacing) en/of terwijl hij, verdachte, een VT (ventrikeltachycardie) kreeg en/of (waardoor) zijn ICD ingreep en/of een of meerdere shocks/ATP’s werden afgegeven en/of hij zijn bewustzijn (kort) verloor, althans (kort) verminderd bij bewustzijn was, in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een, op die weg (de Vondellaan), voor hem rijdende fietser, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijtenverkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Harderwijk als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Hoofdweg, gaande in de richting van het Vondelpark, daarmede heeft gereden over de Vondellaan, in strijd met het gestelde in artikel 6.7.4.3 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 is gaan rijden na een of meerdere recent (op 16 oktober 2024), door zijn, verdachtes, ICD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator), afgegeven shocks/ATP’s (Anti Tachy Pacing) en/of terwijl hij, verdachte, een VT (ventrikeltachycardie) kreeg en/of (waardoor) zijn ICD ingreep en/of een of meerdere shocks/ATP’s werden afgegeven en/of hij zijn bewustzijn (kort) verloor, althans (kort) verminderd bij bewustzijn was, in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een, op die weg (de Vondellaan), voor hem rijdende fietser, door welke gedraging(

  1. en)van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Harderwijk als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Vondellaan, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met, een, op die weg (de Vondellaan), voor hem rijdende fietser. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit, waarbij bewezen kan worden dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het deel van de tenlastelegging dat ziet op het verwijt dat verdachte in strijd met het gestelde in artikel 6.7.4.3 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 is gaan rijden, nu uit het dossier niet volgt dat de ICD van verdachte een shock heeft afgegeven. De raadsvrouw heeft daarnaast bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, nu niet kan worden bewezen dat verdachte schuld had aan het ongeval. Verdachte verkeerde ten tijde van het ongeval in verontschuldigbare onmacht, aldus de raadsvrouw. Beoordeling door de rechtbank De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 18 oktober 2024 omstreeks 14:54 uur heeft op de Vondellaan te Harderwijk een aanrijding plaatsgevonden tussen een fietser en een auto. Verdachte reed in een voertuig, een Renault Kangoo. Het slachtoffer, [slachtoffer] , reed op een elektrische fiets. Verdachte reed over de Vondellaan, komende uit de richting van de Hoofdweg in Harderwijk. [slachtoffer] reed op haar fiets in dezelfde richting. Ter hoogte van [adres] op de Vondellaan raakte verdachte met zijn auto de achterzijde van de fiets van [slachtoffer] waardoor zij ten val kwam. Vervolgens reed verdachte over een been of enkel van [slachtoffer] heen. Verdachte reed daarna door de groenstrook, nam daarbij een bladkorf mee en stopte daarna. De verdere beoordeling Verdachte heeft verklaard dat hij die middag op weg was naar de supermarkt. Verdachte wist nog dat hij twee jongens zag fietsen, één jongen op een fatbike en de andere jongen op een gewone fiets. Verdachte ging de jongens voorbij en op dat moment ging voor hem het licht uit. Verdachte was enkele seconden buiten bewustzijn. In die korte periode heeft verdachte het slachtoffer aangereden. Verdachte had het slachtoffer niet gezien. Verdachte heeft verklaard dat hij op dat moment blijkbaar een hartritmestoornis had waarbij zijn ICD ingreep. Uit de medische gegevens van verdachte is gebleken dat verdachte zich de dag voor het ongeval, op 17 oktober 2024, op de spoedeisende hulp meldde. Verdachte heeft zich laten nakijken door de cardioloog. Uit onderzoek naar de ICD van verdachte bleek toen dat er op 16 oktober 2024 een drietal VT’s (ventrikeltachycardie) had plaatsgevonden waarvoor er 5 ATP’s (Anti Tachy Pacing) waren afgegeven door de ICD. Uit controle van de ICD van verdachte bleek dat er op 18 oktober 2024 om 14:50 uur een VT plaatsvond, waarna er een tweetal ATP’s was afgegeven. Vrijspraak van het primair tenlastegelegde De rechtbank stelt voorop dat op grond van de geneeskundige stukken en de verklaringen van het slachtoffer kan worden aangenomen en verder ook niet ter discussie staat dat het slachtoffer bij het ongeval letsel heeft opgelopen, waaronder een schouderfractuur, enkelfractuur en diverse kneuzingen en dat de gevolgen voor haar aanzienlijk zijn. De mate van schuld van verdachte en daarmee de bewijsbaarheid van het primair tenlastegelegde feit kan echter niet worden afgelezen aan de gevolgen voor het slachtoffer. De rechtbank overweegt dat, zoals ook door de verdediging naar voren is gebracht, niet bewezen is dat de ICD van verdachte op 16 oktober 2024 dan wel recent voor het ongeval een shock had afgegeven. Verdachte weerspreekt dit en zijn verklaring wordt bevestigd door het rapport van de cardioloog ten behoeve van het CBR. Daarin staat dat verdachte sinds 2019 een ICD heeft en dat er geen shock heeft plaatsgevonden. De rechtbank wijst erop dat een ATP niet hetzelfde is als een ‘Shock’ in de zin van artikel 6.7.4.3 van de Regeling eisen geschiktheid 2000. Mede gelet daarop zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het primair tenlastegelegde, nu zij van oordeel is dat geen sprake is van schuld bestaande uit zeer dan wel aanmerkelijke onvoorzichtigheid, onoplettendheid en/of onachtzaamheid. Dit zal onder het kopje ‘strafbaarheid van de verdachte’ nader aan de orde komen bij de bespreking van het verweer dat ziet op afwezigheid van alle schuld (AVAS). Bewezenverklaring De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op 18 oktober 2024 omstreeks 14:54 uur een verkeersongeval veroorzaakte doordat hij de snelheid van zijn voertuig niet zo heeft geregeld dat hij in staat was zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand dat hij de weg kon overzien en deze vrij was. Gebleken is dat de ICD van verdachte omstreeks 14:50 uur een VT constateerde, waarna er een tweetal ATP’s werd afgegeven. Ook is gebleken dat er op 16 oktober 2024 een drietal VT’s plaatsvond, waarna de ICD van verdachte door ATP’s heeft ingegrepen. Verdachte heeft verklaard dat bij hem kort het licht uitging. De rechtbank gaat er gelet op het voorgaande van uit dat verdachte kort het bewustzijn is verloren dan wel dat korte tijd sprake is geweest van een verminderd bewustzijn. Hierdoor heeft verdachte met zijn auto het slachtoffer [slachtoffer] aangereden en veroorzaakte hij gevaar en hinder op de weg. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde. Zoals overwogen is niet bewezen dat in de periode voor het ongeval shocks zijn afgegeven en, in dat verlengde, dat gereden is in strijd met het gestelde in artikel 6.7.4.3 van de Regeling eisen geschiktheid 2000. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de delen van de tenlastelegging die daarop zien. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Harderwijk als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Hoofdweg, gaande in de richting van het Vondelpark, daarmede heeft gereden over de Vondellaan, in strijd met het gestelde in artikel 6.7.4.3 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 is gaan rijden na een of meerdere recent (op 16 oktober 2024), door zijn, verdachtes, ICD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator), afgegeven shocks/ATP’s (Anti Tachy Pacing) en/of terwijl hij, verdachte, een VT (ventrikeltachycardie) kreeg en/of (waardoor) zijn ICDingreep en/of een of meerdere shocks/ATP’s werden afgegeven en/of hij zijn bewustzijn (kort) verloor, althans (kort) verminderd bij bewustzijn was, in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een, op die weg (de Vondellaan), voor hem rijdende fietser, door welke gedraging(
  2. en)van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Verdachte heeft ten tijde van het ongeval het bewustzijn verloren en verkeerde in een toestand van verontschuldigbare onmacht. Op grond daarvan is sprake van afwezigheid van alle schuld (AVAS), zodat aan verdachte geen strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Beslissing van de rechtbank De rechtbank gaat bij het bespreken van het verweer uit van de volgende omstandigheden. Verdachte is sinds een aantal jaren bekend met hartproblemen en heeft zich hiervoor onder medische behandeling laten stellen. Sinds 2019 is er bij verdachte een implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD) geplaatst. Ook slikt verdachte medicatie voor zijn hartproblemen. Verdachte heeft zich op 17 oktober 2024 gemeld bij de spoedeisende hulp vanwege duizeligheidsklachten, maar is na een controle door de cardiologen naar huis gestuurd. Verdachte heeft verklaard dat hij niet eerder is weggevallen of het bewustzijn heeft verloren. Verdachte heeft ten slotte verklaard dat hij zich de dag van het ongeval fit voelde. Voor de rechtbank is komen vast te staan dat verdachte net voor het verkeersongeval een VT, ventrikeltachycardie, heeft gehad en dat zijn ICD heeft ingegrepen door het afgeven van een tweetal ATP’s. Verdachte heeft daarbij het bewustzijn verloren, althans korte tijd een verminderd bewustzijn gehad. De rechtbank is op basis van het dossier van oordeel dat verdachte, toen hij op 18 oktober 2024 ging rijden, redelijkerwijs niet kon voorzien of behoefde te voorzien dat er een VT zou kunnen plaatsvinden (waardoor zijn ICD zou ingrijpen door het afgeven van ATP’
  3. s)en verdachte kortdurend het bewustzijn zou kunnen verliezen. Verdachte heeft verklaard nooit eerder kort ‘weg’ te zijn geweest terwijl hij de ICD sinds 2019 heeft. Verder is niet gebleken dat verdachte op 18 oktober 2024 niet voldeed aan de Regeling eisen geschiktheid 2000 en de bijlage daarbij, met de eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen waaronder die na therapie van de ICD (shock). Dat verdachte zich de dag voor het ongeval heeft gemeld bij het ziekenhuis, maakt het voorgaande niet anders. Verdachte heeft verklaard niet in strijd met de adviezen van de medisch specialisten te hebben gehandeld en de rechtbank heeft geen aanleiding aan deze verklaring te twijfelen. Het handelen van verdachte, door zich onder medische behandeling te stellen en zich bij onregelmatigheden of klachten te melden bij de spoedeisende hulp, getuigt van zorgvuldig handelen om het risico op een VT zoals deze zich op 18 oktober 2024 heeft voorgedaan, zo veel mogelijk te voorkomen. Gelet op het voorgaande kan verdachte daarom geen verwijt worden gemaakt dat hij op 18 oktober 2024 is gaan rijden (waarbij er vervolgens een VT heeft plaatsgevonden en verdachte zijn bewustzijn heeft verloren althans een verminderd bewustzijn heeft gehad) en evenmin kan hem daarom een verwijt worden gemaakt voor het veroorzaken van het verkeersongeval of gevaar of hinder op de weg. Er is daarom sprake van afwezigheid van alle schuld. Dat betekent in de eerste plaats dat, zoals hiervoor onder het kopje “3. de bewezenverklaring” is benoemd, ten aanzien van feit 1 primair niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet heeft gehad. Verdachte wordt van dat primair ten laste gelegde feit vrijgesproken. Verder betekent dit dat verdachte ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde niet strafbaar is en dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Dit geldt ook voor het meer subsidiair tenlastegelegde. De rechtbank benadrukt dat deze conclusies niet afdoen aan de ernst van de gevolgen van het ongeluk voor het slachtoffer. 7De beslissing De rechtbank:  spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit;  verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging. Dit vonnis is gewezen door mr. C.L.A. van der Veeken (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 augustus 2025. Mr. C.L.A. van der Veeken is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024490686, gesloten op 11 februari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal aanrijding misdrijf p. 3-4. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 27. Bijlage ‘Medische informatie bestemd voor Officier van Justitie’, bij aanvullend proces-verbaal van bevindingen, p. 4 en 6. Bijlage ‘Devicecontrole ICD’, bij aanvullend proces-verbaal van bevindingen, p. 8.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.