RECHTBANK GELDERLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Nijmegen Zaaknummer / rekestnummer: 11606000 \ HA VERZ 25-19 Beschikking van 5 september 2025 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats], verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker], gemachtigde: mr. W.P. Ganzeboom, procederend krachtens toevoeging met kenmerk 2GW6158, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCHOONMAAKORGANISATIE SUCCES B.V., gevestigd te Nijmegen, verwerende partij, hierna te noemen: Succes, procederend in persoon. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de tussenbeschikking van 12 juni 2025; - de akte uitlaten van [verzoeker]; - de antwoordakte van Succes. 1.
- De beschikking is bepaald op vandaag. 2De verdere beoordeling 2.
- Op 12 juni 2025 heeft de kantonrechter een tussenbeschikking gewezen. [verzoeker] is in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren en te reageren op het voorlopige oordeel van de kantonrechter over de, mogelijk beperkte, hoogte van zijn aanspraak op Succes. 2.
- In de daarna door [verzoeker] genomen akte wordt het voorlopige oordeel van de kantonrechter weergegeven als dat “de transitievergoeding nog voor beperkte periode kan worden toegekend (…) omdat er een knik van meer dan 3 maanden zit tussen het contract dat eindigt op 1 augustus 2013 4 maanden later wordt gevolgd door een contract dat ingaat per 1 december
- Daarmee zou de keten doorbroken zijn”. [verzoeker] stelt vervolgens dat de periode van drie maanden die onder het oude recht gold in verband met de ketenregeling een andere is dan die van zes maanden die van belang is voor het bepalen van de transitievergoeding. 2.
- [verzoeker] geeft hier het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet juist weer. Overwogen is dat de ‘knik’ van vier maanden in 2013 gelet op het overgangsrecht niet betekent dat de transitievergoeding wordt beperkt. Echter is wel van belang dat [verzoeker] na 1 juni 2015, namelijk per 7 december 2015, een vast dienstverband heeft gekregen bij Succes. Dat heeft als gevolg, zoals overwogen, dat de periode van 1 juli 2012 tot 1 juli 2015 niet meetelt voor het berekenen van de transitievergoeding, omdat daarin de meergenoemde ‘knik’ van vier maanden zit. Dit is destijds een bewuste keuze geweest van de wetgever. 2.
- [verzoeker] reageert hier niet op en weerlegt dit voorlopige oordeel dan ook niet. De kantonrechter blijft daarom bij dit oordeel. Dit maakt dat [verzoeker] ten hoogste over de periode 1 juli 2015 tot 7 december 2015 een aanspraak heeft op Succes, omdat Succes immers de transitievergoeding heeft betaald die is berekend over de periode vanaf 7 december
- In de tussenbeschikking is uitgegaan van 1 december 2015, maar de kantonrechter begrijpt uit de akte van [verzoeker] dat partijen 7 december 2015 hebben gehanteerd. 2.
- In zijn akte heeft [verzoeker] gesteld dat hij bewijslevering ‘niet opportuun’ acht als tot vorenstaand oordeel wordt gekomen. De kantonrechter begrijpt daaruit dat [verzoeker] afziet van bewijslevering. Dit betekent dat zijn verzoek wordt afgewezen, omdat niet komt vast te staan dat Succes in de periode 1 juli 2015 tot 7 december 2015 de werkgever van [verzoeker] was, althans [bedrijf 1] als opvolgend werkgever van Succes gold. 2.
- [verzoeker] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Omdat Succes niet door een professionele gemachtigde is bijgestaan, wordt aan haar € 50 aan verletkosten voor het verschijnen ter zitting toegekend. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- wijst het verzoek af, 3.
- veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van Succes begroot op €
- Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 5 september
- 48073 560 Zie rechtsoverweging 4.8 van de tussenbeschikking van 12 juni 2025 Zie rechtsoverweging 4.9 van de tussenbeschikking van 12 juni 2025 Kamerstukken II 2013/14, 33 818, 8, p. 3 Zie rechtsoverwegingen 4.5 en 4.6 van de tussenbeschikking van 12 juni 2025