RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.103229.23 Datum uitspraak : 16 september 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsman: mr. A.H. Staring, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 20 augustus 2024 en 2 september 2025. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 25 januari 2023 tot en met 27 maart 2023 te [plaats] , (althans) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,in de uitoefening van een beroep of bedrijfmeermalen, althans eenmaal,opzettelijkheeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd,ongeveer 102 henneplant(
- en), althans een grote hoeveelheid hennep als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij op of omstreeks 27 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4870 gram (gedroogde) henneptoppen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 3. hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 22 april 2018 tot en met 27 maart 2023 te [plaats] , (althans) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een hoeveelheid/hoeveelheden elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die (telkens) geheel of ten dele aan [bedrijf 2] , in elk (telkens) geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
- s)zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of (telkens) die weg te nemen hoeveelheid/hoeveelheden elektriciteit, althans die /dat goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 27 maart 2023 trof de politie in een woning aan de [adres] in [plaats] een in werking zijnde hennepkwekerij aan. De kwekerij werd op aanwijzingen van de bewoner van de woning, zijnde medeverdachte [medeverdachte] , aangetroffen in een afgetimmerd gedeelte van de woning achter een gesloten deur, welke [medeverdachte] opende met een sleutel uit zijn kantoor. Er stonden in totaal 102 hennepplanten. De ruimte werd verlicht door 20 lampen in spiegelkappen, er waren elektrische kachels en ventilatoren aanwezig en de ruimte was licht en temperatuur geïsoleerd. In de ruimte hingen drie koolstoffilters en een afzuiginstallatie die de luchtverversing en luchtafvoer regelden. Verder werd onder andere aangetroffen: een waterton met een dompelpomp, (aangebroken) verpakkingen van groei- en bloeimiddelen, droognetten en -rekken, vuilniszakken met leeg geknipte takken van hennepplanten, twee centrifuges, twee oude koolstoffilters, een ton met gebruikte bamboestokken, strijkzakken en sealbags. In een opslagruimte aan het einde van de kweekruimte werden bol staande en dichtgestreken strijkzakken aangetroffen. In deze zakken zaten gesloten, transparante sealbags met gedroogde henneptoppen. In totaal betrof het nettogewicht van deze gedroogde henneptoppen 4.870,21 gram. De kweekapparatuur was aangesloten op een schakelbord in de ruimte naast de hennepplanten en vanuit dat schakelbord was een elektrische kabel getrokken naar de meterkast in het woongedeelte van het pand. Een fraude-inspecteur van [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) stelde vast dat de verzegeling van de elektrische meetinstallatie was verbroken. Buiten de meter om was een aansluiting aangebracht die de hennepkwekerij op een illegale manier van stroom voorzag. Door [bedrijf 2] is aangifte gedaan van diefstal van stroom. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle drie de ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gepleit voor een integrale vrijspraak. Verdachte ontkent alle betrokkenheid bij de feiten. Kort gezegd bepleit de raadsman dat het wettig en overtuigend bewijs voor alle drie de feiten ontbreekt. De hennepplantage is aangetroffen in een afgesloten deel van de woning en het is aannemelijk dat verdachte de kwekerij niet heeft waargenomen en daar niets vanaf wist. Het is goed mogelijk dat niet verdachte, maar andere personen samen met medeverdachte [medeverdachte] hebben deelgenomen aan het beroepsmatig telen van hennep. Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] blijkt immers niet dat verdachte zijn partner is. Er is geen enkel ondersteunend bewijs dat de correspondentie tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] over hennep ging en niet over werkelijke dossiers. In de kweekruimte zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat verdachte daar binnen is geweest. Het is niet aannemelijk geworden dat verdachte feitelijke macht had over de aangetroffen henneptoppen. Verdachte heeft geen wetenschap gehad van de diefstal van stroom en heeft daar niets mee te maken gehad. Bovendien is de tenlastegelegde periode louter gebaseerd op de chatcorrespondentie en zijn er bewijsmiddelen die op een kortere periode wijzen. Beoordeling door de rechtbank Het eerste feit Verklaringen Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat er naast hemzelf nog een andere persoon bij de hennepkwekerij betrokken was en dat hij die kwekerij samen met die partner had opgezet. De partner regelde de inrichting van de kwekerij en de financiering daarvan. [medeverdachte] wilde niet verklaren wie deze partner is, alleen dat het een man betreft. De rechtbank acht het bewezen dat [medeverdachte] de kwekerij samen met een medeverdachte heeft ondernomen. De verklaring van [medeverdachte] wordt ondersteund door onder andere een handgeschreven briefje dat in de kwekerij is aangetroffen met de tekst “Yoo [naam] , wil je de eerstvolgende keer voeding erbij geven. Thanks”. Ook is er een briefje aangetroffen waarop een financiële berekening werd gemaakt met daarbij de tekst “Spulletjes, ik voorgeschoten”. Verdachte ontkent enige betrokkenheid bij de hennepkwekerij. [medeverdachte] is zijn jurist en uiteindelijk is het een vriendschap geworden. Hij kwam vaak bij hem thuis en [medeverdachte] behandelde zakelijke dossiers voor hem. Dat ging voornamelijk om dossiers betreffende de ondernemingen van verdachte, bar [bedrijf 1] en [bedrijf 1], maar ook over ‘privé-dossiers’. Wanneer het in de chatgesprekken over ‘dossiers’ ging, ging dat daarover en niet over hennep. Dat verdachte over de vloer kwam bij medeverdachte [medeverdachte] blijkt ook uit de analyse van de camerabeelden, die tussen 23 februari 2023 en 8 maart 2023 heimelijk gemaakt zijn bij het perceel [adres] in [plaats] . Daarop is de zwarte BMW die op naam staat van verdachte tweemaal gezien bij de woning. Chatgesprekken Op de telefoons van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] trof de politie over de periode van 12 februari 2018 tot en met op zijn vroegst 24 maart 2023 duizenden berichten aan in een chat tussen verdachte en [medeverdachte] . Uit deze berichten blijkt onder andere dat verdachte geregeld bij [medeverdachte] langs ging, soms wel meerdere keren per week. Verdachte nam regelmatig een derde persoon mee, hij deelde zijn aankomst dan in meervoud mede. De rechtbank zal hieronder enkele berichten uit de chat tussen verdachte en [medeverdachte] opsommen en deelconclusies trekken uit die berichten. De rechtbank zal achtereenvolgens de volgende conclusies trekken: Er werd niet alleen over zakelijke dossiers gesproken; De zaken die verdachte en [medeverdachte] met elkaar bespraken waren geheim en illegaal van aard en zij gebruikten het woord ‘dossiers’ om daar verhullend over te spreken; Wanneer verdachte en [medeverdachte] in verhullende taal spraken, hadden zij het in werkelijkheid over de hennepkwekerij; Verdachte is medepleger van het kweken van hennep. Deelconclusie 1: Er werd niet enkel over zakelijke dossiers gesproken: 30-11-2020. [medeverdachte] : Jooo alles wel daar? Houd het echt ff op half5 aub, anders red ik het niet. // En ik moet me zelf dan tegelijkertijd optuigen voor een verjaardag, maar jullie redden je wel he 30-11-2020. Verdachte: Dat is prima // Ja wij redden ons wel 16-12-2020. Verdachte: Vrijdagavond heb ik al een andere afspraak staan…. Maar [naam] kan donderdagavond wel even langskomen. Hoeft niet lang te duren. 3-1-2021. Verdachte: Misschien woensdag afspreken dan heb ik de spullen ook binnen? 6-7-2021. [medeverdachte] : Als ik thuis kom laat ik de achterste deur over je open en dan ga maar gewoon je gang // Als ik op de been ben kom ik wel en anders laat me maar snurken. 6-1-2022. Verdachte: Ik ga morgen op wintersport, maar we hebben nog wel iets te doen bij jou… is belangrijk. Vind je het goed als we straks wel langskomen en ons ding doen en dan weer gaan, kan jij gewoon in bed blijven. Vind je dat oké ? 6-1-2022. [medeverdachte] : Ja maar wil echr niet lastiggevallen worden. // Dus echt dr in en uit // Eigen sleutel ff mee. 8-10-2022. [medeverdachte] : Wij kunnen hobby’en als het goed is. 8-10-2022. Verdachte: Een hele goede middag. Ja het leven is fantastisch. // Dat is goed om te horen. // Zullen we maandag gaan hobby en? 9-10-2022. [medeverdachte] : Heb het hobby’en al wel klaar, kan zo de deur uit. 26-1-2023. [medeverdachte] : De dossiers zijn nog niet af 27-1-2023. Verdachte: Ze zijn eindelijk klaar, komt het uit als ik zo nog heel even langs kom? 27-1-2023. [medeverdachte] : Ja hoor. 28-1-2023. Verdachte: Yoo goedemorgen ik kom er zo aan, rij nu weg 28-1-2023. [medeverdachte] : Okok, zal ff brood maken // Rijd ‘m dr maar ff achterwaarts in tot aan de deur. Uit bovenstaande berichten trekt de rechtbank de conclusie dat er niet alleen over zakelijke dossiers gesproken werd. Zo werd er afgesproken op het moment dat bepaalde spullen binnen waren en moest verdachte toen de ‘dossiers’ klaar waren achterwaarts naar het huis rijden. De rechtbank neemt aan dat dit nodig was om iets makkelijk te kunnen in- of uitladen. Als het over zakelijke dossiers van verdachtes ondernemingen was gegaan, zou dat niet nodig zijn geweest. Het werk dat [medeverdachte] voor [bedrijf 1] en [bedrijf 1] verrichtte vond digitaal plaats, zo blijkt uit de aangeleverde stukken daarover. Ook blijkt uit bovenstaande berichten dat het werk dat verricht moest worden ook wel ‘hobby’en’ werd genoemd, wat niet lijkt te passen bij zakelijke ondernemingen. Meest opvallend is dat wanneer verdachte bij [medeverdachte] langs gaat om iets te gaan doen, hij daarbij de aanwezigheid van [medeverdachte] niet nodig heeft. Dit komt in de berichtgeving meermaals terug. Wanneer verdachte zelf geen tijd heeft om langs te gaan, dan stuurt hij [naam] . Verder heeft verdachte kennelijk een eigen sleutel als [medeverdachte] er niet is. Deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien maken het onwaarschijnlijk dat het hier ging om het behandelen van zakelijke dossiers of privéomstandigheden. Dan zou de aanwezigheid van [medeverdachte] (de juridisch adviseur) en verdachte zelf (de eigenaar van de ondernemingen) immers wel aangewezen zijn. Deelconclusie 2 : De zaken die verdachte en [medeverdachte] met elkaar bespraken waren geheim en illegaal van aard en zij gebruikten het woord ‘dossiers’ om daar verhullend over te spreken: 17-7-2021. [medeverdachte] : Jooo echt ff belangrijk om niet te vroeg te komen, vooral die ander heeft daar een handje vsn // Hoor net dat dr nog bedrijvigheid is 17-7-2021. Verdachte: Oke komt goed 17-7-2021. [medeverdachte] : Zoon vd tuinman is mn auto aan t wasssn // en die is niet vlot 30-7-2021. Verdachte: Misschien morgenochtend? 30-7-2021. [medeverdachte] : Vind ik ff riskant met [naam] , smiddags moet ze sowieso weg, dus alles na 13u lukt wel. 7-10-2021. [medeverdachte] : Kom net thuis, heel drama. Radiator kapot gegaan, keuken blank, cv doet t niet meer en die radiator krijg ik niet gedicht. Even een installateur laten komen kan natuurlijk ook niet hé, dus goed over de zeik en het laatste wat ik nu trek is hij. 14-11-2021 (zondag). [medeverdachte] : Gisteren even de [naam] op bezoek gehad, die leek het aanstaande zondag het moment om met de dossiers aan de slag te gaan. 15-11-2021. Verdachte: Ik had de [naam] nog gesproken en die zei dat hij zondag niet kan … is zaterdag een optie? 19-11-2021 (vrijdag). Verdachte: Yoo alles wel? Moet ik morgen nog iets te eten en/of drinken meenemen of heb jij genoeg in huis? 20-11-2021 (zaterdag). [medeverdachte] : Houston, we’ve got a problem // Er is een mobiele controle op het industrieterrein en in Oosseld. Politie rijdt rond en neemt autos waar wat mee is mee naar mijn straat. Uit bovenstaande berichten trekt de rechtbank de conclusie dat de zaken die verdachte en [medeverdachte] met elkaar hadden geheim waren. Uit de berichten blijkt dat verdachte niet bij [medeverdachte] langs kon komen wanneer [naam] of de zoon van de tuinman er was. Uit het bericht van 30 juli 2021 blijkt dat dat ‘riskant’ zou zijn. Daarnaast is het voor [medeverdachte] ‘natuurlijk’ niet mogelijk om een installateur naar zijn woning te laten komen. Uit de berichten trekt de rechtbank bovendien de conclusie dat de bezigheden niet alleen geheim, maar ook illegaal waren. Wanneer er politie in de buurt is, moet verdachte wegblijven bij de woning, en de aanwezigheid van de politie op 20 november 2021 is ook een probleem omdat verdachten op die dag met de dossiers aan de slag willen gaan. De rechtbank concludeert dat in de chats, onder andere door middel van het woord ‘dossiers’, in verhullend taalgebruik over een illegale activiteit wordt gesproken. De rechtbank neemt hierbij mede in aanmerking dat er ook over dossiers werd gesproken gedurende lange periodes waarin er geen aantoonbare procedures liepen tussen de ondernemingen van verdachte en de gemeente. Deelconclusie 3: Wanneer verdachte en [medeverdachte] in verhullende taal spraken, hadden zij het in werkelijkheid over de hennepkwekerij: 15-6-2021. [medeverdachte] : We zullen wat extra boodschappen moeten bestellen, de dossiers variëren van uitstekend tot heel slecht. // Kwam bij enkelen al niet van de grond, ondanks zéér zorgvuldige behandeling. 22-9-2021. [medeverdachte] : Zeg, ik zit me te bedenken nu ik met de dossiers bezig ben; nog geen nieuws over de vorige dossiers? 22-9-2021. Verdachte: Nee heb er nog niks over gehoord 22-9-2021. [medeverdachte] : Hmm ok 24-9-2021. [medeverdachte] : Joo, al genietend van je vrije dag inmiddels al wat wijzer geworden? 24-9-2021. Verdachte: Ja heerlijk zo’n vrije dag. Heb hem nog even gesproken maar nog niks… denk toch dat het na het weekend zal worden. 24-9-2021. [medeverdachte] : Heeft hij navraag gedaan dan? 24-9-2021. Verdachte: Nee dat niet want ze laten het hem weten als het zover is 24-9-2021. [medeverdachte] : Nou, we hadden het erover gehad dat er onderhand dan even een reminder uit mag he. Zo wordt het wel een heel makkelijk zwart gaat. // En dan vind ik ook dat de oorspronkelijke afspraak gehanteerd mag worden. Bij aanvang van nieuwe dossiers, ook al een factuur. // Dan moeten de lasten gedeeld worden. 24-11-2021. [medeverdachte] : Joo bedenk me net dat ik vergeten te was te melden dat ik de onderbehandeling zijnde dossiers vanochtend uit behandeling heb genomen. Het beeld dat daaruit voortkwam zal gunstiger zijn dan jouw inschatting // maar // marginaal gunstiger vermoed ik. Ik had al wat issues om dat afdoende vast te stellen. Als je daar een handig apparaat voor mee zou kunnen nemen zou dat schelen. Ben nog op kantoor, ik red dat niet. // Om zo’n handig apparaat te halen bedoel ik dan he 24-11-2021. Verdachte: Ik kom net thuis uit mijn werk ben nu eten aan het koken. Zou ik dan ook bij de gamma kunnen halen want de winkels sluiten hier om 18u ? 24-11-2021. [medeverdachte] : Nee dat niet, dacht dat je t miss wel in de keuken had. 14-1-2022. [medeverdachte] : Dit is trouwens wel even iets, er is al heel veel bedrijvigheid volgende week al direct naast ‘t huis. // Sluit niet helemaal lekker aan bij het stadium waarin ik met de dossiers ben. Opmerking: Uit het dossier blijkt dat op 14-1-2022 werd aangekondigd dat er een GGD vaccinatie en testlocatie bij [medeverdachte] in de straat werd opgezet. 25-5-2022. [medeverdachte] : Zet je maar schrap; dossiers ga je blij van worden. // Werkelijk niet normaal haha 22-6-2022. [medeverdachte] : Nou, even een dienstmededeling tussendoor, ik denk dat we vwb de behandeling vd dossiers het ei van Columbus hebben gevonden. // Ga er als een trein door // Lach me dood. 17-7-2022. [medeverdachte] : Joo alles wel daar? Neem zo toch maar even vuilniszakken mee, dacht dat ik er meer had haha 16-9-2022. [medeverdachte] : Jooo alles wel daar? Blijkbaar ook deze week weer geen gang in de dossiers. Het is wel klaar toch? Zal ik maar even zien dat ik de alternatieve route in gang zet? 29-10-2022. [medeverdachte] : Ik kreeg door dat morgen met de dossiers geleurd gaat worden. 20-1-2023. [medeverdachte] : Ik heb na een spontane ingeving zojuist het laatste raadsel rond de dossiers opgelost; waarom met dezelfde behandeling de ene nou wel tot wasdom komt en de ander niet. 24-1-2023. [medeverdachte] : Ik heb even de mapjes die ik afgerond heb doorgenomen voor een check. // En dat is werkelijk verbluffend // Jouw schatting vdweek was conservatief. // Gewichtige dossiers hoor 24-1-2023. Verdachte: Dat is prettig om te horen 24-1-2023. [medeverdachte] : Pijn in de rug van al het gesleep,. Toch niet niks, op mn oude dag; al dat gesleep met zware tassen vol paperassen 24-1-2023. Verdachte: Hahaha Uit bovenstaande berichten trekt de rechtbank de conclusie dat wanneer verdachte en [medeverdachte] in verhullende taal over ‘dossiers’ spraken, zij het in werkelijkheid over de hennepkwekerij hadden. Dat de illegale onderneming van [medeverdachte] een hennepkwekerij betrof, bleek al uit het feit dat er een hennepkwekerij is aangetroffen in zijn woning. Uit bovenstaande berichten blijkt dat de communicatie tussen verdachte en [medeverdachte] betrekking had op deze kwekerij. Er zijn boodschappen nodig voor de dossiers en die dossiers verschillen van kwaliteit. [medeverdachte] lijkt soms nieuwe dingen te proberen, waardoor de behandeling van de dossiers ‘als een trein gaat’. De rechtbank concludeert hieruit dat er een manier gevonden werd om de planten beter of sneller te laten groeien. Verdachten hebben het steeds over de vorige dossiers en zijn niet blij met de vooruitgang daarvan. De rechtbank leest hierin dat de verkoop van de hennep niet naar wens ging. Verdachten hebben het er ook over dat er mogelijk een alternatieve route in gang moet worden gezet. Op 29 oktober 2022 wordt er geleurd met de dossiers, de rechtbank concludeert hieruit dat er hennep verkocht zal gaan worden. Bovendien moet er een factuur betaald worden bij de ‘aanvang van nieuwe dossiers’, de rechtbank gaat er vanuit dat het hier gaat om de nieuwe stekken. De afgehandelde (de rechtbank neemt aan: gedroogde) dossiers zijn gunstig, maar er is een keukenapparaat nodig om dat met zekerheid vast te stellen. De interpretatie van de rechtbank is dat er een digitale keukenweegschaal nodig is om de gedroogde oogst te wegen. Op 24 januari 2023 is de opbrengst van de oogst blijkbaar positief, de dossiers zijn ‘gewichtig’ en [medeverdachte] heeft pijn aan zijn rug van het slepen. Aan verdachte wordt gevraagd om vuilniszakken mee te nemen. In de kwekerij zijn ook dichtgestreken vuilniszakken aangetroffen waarin henneptoppen werden bewaard. Op 14 januari 2022 kwam de bouw van een GGD locatie niet goed uit in verband met het stadium van de dossiers. Dit sluit aan bij het feit dat henneptoppen naarmate de kweekcyclus vordert een sterkere geur afgeven. Deelconclusie 4: Verdachte is medepleger van het kweken van hennep: 3-5-2021. [medeverdachte] : Ik ben een paar dagen voor werk de keet uit, kan zijn dat ik het niet red om morgen naar huis te komen. Kan jij in dat geval ff met wat dossiers aan de slag savonds? 6-7-2021. [medeverdachte] : Als ik thuis kom laat ik de achterste deur voor je open en dan ga maar gewoon je gang // Als ik op de been ben kom ik wel en anders laat me maar snurken. 18-10-2021. [medeverdachte]: Guten tag, alles wel? Zit even te tellen en zie dat het tijd is om weer het periodieke bonnetje te voldoen. Doen jullie dat straks meteen even? 2-12-2021. [medeverdachte] : Meteen ook ff paar dingen doorspreken over het nieuwe plan, heb een paar gedachten maar wil ik eigenlijk eerst ff met jou apart bespreken. 6-1-2022. Verdachte: Ik ga morgen op wintersport, maar we hebben nog wel iets te doen bij jou… is belangrijk. Vind je het goed als we straks wel langskomen en ons ding doen en dan weer gaan, kan jij gewoon in bed blijven. Vind je dat oké? 6-1-2022. [medeverdachte] : Ja maar wel echr niet lastiggevallen worden. // Dus echt dr in en uit // Eigen sleutel ff mee. 3-11-2022. [medeverdachte] : Neem ff de sleutel van mn huis mee, dan kan je jezelf dr in laten. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. De rechtbank acht bewezen dat verdachte de partner is waarover [medeverdachte] heeft gesproken tegenover de politie. Dit blijkt uit alle aangehaalde chats in samenhang bezien. De grote hoeveelheid chats duidt op een hoge intensiteit van samenwerking. Verdachte was bij het gehele kweekproces betrokken. [medeverdachte] verklaarde dat hij de kwekerij met zijn partner had opgezet, dat deze partner stekken bracht, de oogst ophaalde, de inrichting regelde en de financiering van de inrichting regelde. De verklaring van [medeverdachte] dat hij als enige de kwekerij verzorgde wordt weerlegd door de chatgeschiedenis, waaronder bovenstaande chats. Verdachte had dus niet enkel een rol in de voorbereiding maar ook in de uitvoering. Verdachte had een eigen sleutel van de woning van [medeverdachte] en kwam geregeld langs, soms meerdere keren per week. Hij kwam ook langs wanneer [medeverdachte] niet thuis was of niet beschikbaar was, verdachte deed dan ‘gewoon zijn ding’. Uit de chats blijkt bovendien dat [medeverdachte] soms aan verdachte vroeg om een ‘periodieke betaling’, honorarium of het voldoen van een bonnetje. Hieruit blijkt dat verdachte ook een financiële rol speelde bij de kwekerij. Bovendien blijkt uit het bericht van 24 september 2021 (aangehaald bij deelconclusie 3) en uit het bericht van 2 december 2021 dat er plannen waren en werden gemaakt waarbij verdachte betrokken was, en dat hij dus ook een intellectuele rol had. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen. Bewijsoverwegingen Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte in de ten laste gelegde periode via zijn telefoon intensief contact onderhield met [medeverdachte] . Ook in de maanden daarvoor had hij intensief contact met hem. Daarnaast overweegt de rechtbank dat bovenstaande chatgesprekken passen bij het kweken van hennep. De betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij wordt voorts bevestigd door de omstandigheid dat verdachte direct na de inval door de politie op een omslachtige manier is gecontacteerd door [medeverdachte] met het bericht dat er iets mis is gegaan, dat hij is opgepakt en dat er geen redden meer aan is. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de beroeps- of bedrijfsmatige teelt van hennep zoals onder feit 1 ten laste is gelegd. Het tweede feit Uit bovenstaande bewijsmiddelen, opgesomd onder feit 1, blijkt dat verdachte feitelijke beschikkingsmacht had over de aangetroffen henneptoppen. Hij kwam regelmatig in de woning van [medeverdachte] , waar de henneptoppen zijn aangetroffen. Hij had daartoe zijn eigen sleutel. Bovendien was hij samen met [medeverdachte] gezamenlijk eigenaar van de kwekerij. Zij verzorgden die samen en deelden in de opbrengst. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de aangetroffen henneptoppen zich bevonden in de machtssfeer van [medeverdachte] en verdachte. De omstandigheid dat verdachte niet door middel van zijn DNA op de locatie van de hennepkwekerij is te plaatsen, maakt dit oordeel niet anders. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van hennep zoals onder feit 2 ten laste is gelegd. Het derde feit [bedrijf 2] heeft aangifte gedaan van de diefstal van energie. [bedrijf 2] had sinds 6 augustus 2020 een overeenkomst met medeverdachte [medeverdachte] betreffende de aansluiting en transport van elektriciteit naar de [adres] . Op de dag van het binnentreden in deze woning, op 17 maart 2023, constateerde een fraude-inspecteur van [bedrijf 2] dat de zegels van de hoofdaansluiting waren verbroken en dat er stroom buiten de meter werd afgenomen. In gevallen zoals het onderhavige, waarin een hennepkwekerij wordt voorzien van stroom die ‘buiten de meter om’ wordt afgenomen, en de verdachte op die grond (ook) diefstal van elektriciteit wordt verweten, vereist die diefstal zelfstandige aandacht in de bewijsvoering. De betrokkenheid van de verdachte bij de teelt van hennep brengt immers op zichzelf nog niet mee dat hij zich ook schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk wegnemen van de daarbij gebruikte elektriciteit. De omstandigheid dat de feitelijke verbrekingshandelingen niet door verdachte zijn gepleegd hoeft anderzijds ook niet aan een bewezenverklaring van diefstal van stroom in de weg te staan. De rechtbank overweegt dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte, al dan niet in een bewuste samenwerking met een of meer anderen, betrokken is geweest bij de aanleg van deze aansluiting of hiervan wetenschap heeft gehad. Dat verdachte aanwezig is geweest in de woning en samen met medeverdachte [medeverdachte] de hennep geteeld heeft, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring van het medeplegen van de diefstal van stroom. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder feit 3 tenlastegelegde. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het eerste en tweede ten laste gelegde feit heeft begaan, te weten dat: 1. hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 25 januari 2023 tot en met 27 maart 2023 te [plaats] , (althans) in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,in de uitoefening van een beroep of bedrijfmeermalen, althans eenmaal,opzettelijkheeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd,ongeveer 102 hennepplant(
- en), althans een grote hoeveelheid hennep als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennepzijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij op of omstreeks 27 maart 2023 te [plaats] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4870 gram (gedroogde) henneptoppen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: Medeplegen van in de uitoefening van een beroep/bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod feit 2: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair verzoekt de raadsman aan de rechtbank om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn blanco strafblad. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Hennepteelt is direct en indirect oorzaak van vele vormen van overlast en criminaliteit en levert schade op voor de maatschappij. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade aan de gezondheid. Verdachte heeft een strafblad waarop alleen een verkeersovertreding staat en heeft derhalve geen relevante recidive. Volgens de LOVS-oriëntatiepunten past bij het eerste feit voor een first offender een taakstraf voor de duur van 120 uren en een maand voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit is gelijk aan de eis van de officier van justitie. De rechtbank heeft naast het eerste feit ook nog het tweede feit bewezen verklaard. Toch ziet de rechtbank aanleiding om een iets lagere straf lager dan de geëiste straf op te leggen. Na ontdekking van de kwekerij is de onderneming van verdachte failliet gegaan en verdachte is daarmee zijn inkomensbron verloren. Er rust conservatoir beslag op zijn woning en zijn voertuig. Verdachte verklaarde dat hij financiële problemen heeft en daarbovenop zal nog de ontnemingsvordering komen. De rechtbank neemt dat in het voordeel van verdachte mee. De raadsman heeft overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota betoogd dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden en dat deze overschrijding moet worden verdisconteerd in de strafoplegging. De rechtbank overweegt dat de redelijke termijn in beperkte mate is overschreden en dat een gedeelte van deze overschrijding te wijten valt aan het indienen van documenten vanuit de verdediging tijdens de inhoudelijke zitting van 20 augustus 2024 en de daardoor noodzakelijke aanhouding van de zaak. Vanwege geringe mate van de overschrijding kan worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. Concluderend zal de rechtbank aan verdachte opleggen een taakstraf voor de duur van 100 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren. 8De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [bedrijf 2] heeft in verband met het derde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 69.731,94 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Overweging van de rechtbank Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het derde feit komt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht; - 3 en 11 van de Opiumwet; 10De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van het onder 3 ten laste gelegde feit ; verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; legt op een taakstraf van 100 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand; bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. W.H.S. Duinkerke en mr. C.L.A. van der Veeken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 september 2025. Mr. C.L.A. van der Veeken is buiten staat dit vonnis te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023455824, gesloten op 10 oktober 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 214 - 217. Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 17. Bijlage fotoblad bij rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 29. Proces-verbaal van bevindingen, p. 36, 40, 56. Proces-verbaal van bevindingen, p. 86. Proces-verbaal van bevindingen, p. 86. Proces-verbaal van bevindingen, p. 86. Proces-verbaal van bevindingen, p. 87. Proces-verbaal van bevindingen, p. 96. Proces-verbaal van bevindingen, p. 102. Proces-verbaal van bevindingen, p. 107. Proces-verbaal van bevindingen, p. 88. Proces-verbaal van bevindingen, p. 88. Proces-verbaal van bevindingen, p. 91. Proces-verbaal van bevindingen, p. 94. Proces-verbaal van bevindingen, aanvullend proces-dossier, p. 36, 38. Proces-verbaal van bevindingen, p. 87. Proces-verbaal van bevindingen, p. 90. Proces-verbaal van bevindingen, p. 94. Proces-verbaal van bevindingen, p. 97. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 374 Proces-verbaal van bevindingen, p. 99. Proces-verbaal van bevindingen, p. 99. Proces-verbaal van bevindingen, p. 100. Proces-verbaal van bevindingen, p. 101. Proces-verbaal van bevindingen, p. 103. Proces-verbaal van bevindingen, p. 106. Proces-verbaal van bevindingen, p. 106-107. Proces-verbaal van bevindingen, p. 87. Proces-verbaal van bevindingen, p. 87. Proces-verbaal van bevindingen, p. 92. Proces-verbaal van bevindingen, p. 95. Proces-verbaal van bevindingen, p. 96. Proces-verbaal van bevindingen, p. 104. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 214 - 217 Proces-verbaal van bevindingen, p. 123A -123B. Proces-verbaal van aangifte, p. 149-150.