RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.401370.24 Datum uitspraak : 12 september 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2002 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , op dit moment gedetineerd in de [adres] . Raadsman: mr. P. Scholte, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: 1. hij op/in of omstreeks de periode 10 oktober 2024 tot en met 11 november 2024 te Westendorp, gemeente Oude IJsselstreek, Halle, Doetinchem, Eibergen, Baarle-Nassau, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] (zaak 1), [slachtoffer 2] (zaak 2), [slachtoffer 3] (zaak 4), [slachtoffer 4] (zaak 5) en/of [slachtoffer 5] (zaak 6) te bewegen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten: het afgeven van pinpas met bijbehorende pincode en kostbare spullen waaronder meerdere sieraden en/of contante geldbedragen, door: - het telefoonnummer en de adresgegevens van voornoemde personen voorhanden te hebben, - ( vervolgens) voornoemde personen te (laten) bellen en zich tijdens het telefoongesprek voor te (laten) doen als iemand van de politie of de bank, - de voornoemde personen te (laten) waarschuwen voor verdachte situaties en/of mede te delen dat er verdachten in de directe omgeving van de voornoemde personen aangehouden waren voor inbraken, - te vragen naar bankgegevens en/of kostbare spullen in het huis van vernoemde personen, - mede te delen dat er een (politie)collega bij voornoemde personen zou langs komen om foto’s van deze spullen te maken en/of de spullen veilig te stellen en/of - bij de woning van deze personen langs te gaan, zich voor te doen als iemand van de politie en om afgifte van geld en/of goederen te vragen, waardoor voornoemde personen en/of ander(
- en)werd(
- en)bewogen tot bovenomschreven afgifte(n); 2. hij op/in of omstreeks de periode 10 oktober 2024 tot en met 11 november 2024 te Westendorp, gemeente Oude IJsselstreek, Halle, Doetinchem, Eibergen, Baarle-Nassau, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) goederen, te weten pinpassen met bijbehorende pincodes en/of kostbare spullen waaronder meerdere sieraden en/of contante geldbedragen, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] (zaak 1), [slachtoffer 2] (zaak 2), [slachtoffer 3] (zaak 4), [slachtoffer 4] (zaak 5) en/of [slachtoffer 5] (zaak 6), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk tot te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels door (telkens): - het telefoonnummer en de adresgegevens van voornoemde personen voorhanden te hebben, - ( vervolgens) voornoemde personen te (laten) bellen en zich tijdens het telefoongesprek voor te (laten) doen als iemand van de politie of de bank, - de voornoemde personen te (laten) waarschuwen voor verdachte situaties en/of mede te delen dat er verdachten in de directe omgeving van de voornoemde personen aangehouden waren voor inbraken, - te vragen naar bankgegevens en/of kostbare spullen in het huis van vernoemde personen, - mede te delen dat er een (politie)collega bij voornoemde personen zou langs komen om foto’s van deze spullen te maken en/of de spullen veilig te stellen en/of - bij de woning van deze personen langs te gaan, zich voor te doen als iemand van de politie en (vervolgens) het geld en/of de goederen weg te nemen; 3. hij op/in of omstreeks de periode 14 oktober 2024 tot en met 16 oktober 2024 te Terborg en/of Weert, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] (zaak 3) en/of [slachtoffer 7] (zaak 7) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten: het afgeven van pinpas met bijbehorende pincode en/of kostbare spullen door: - voornoemde personen te (laten) bellen en zich tijdens het telefoongesprek voor te (laten) doen als iemand van de politie of de bank, - de voornoemde personen te (laten) waarschuwen voor verdachte situaties en/of mede te delen dat er verdachten in de directe omgeving van de voornoemde personen aangehouden waren voor inbraken, - te vragen naar bankgegevens en/of kostbare spullen in het huis van vernoemde personen, - mede te delen dat er een (politie)collega bij voornoemde personen zou langs komen om deze spullen veilig te stellen en/of - bij de woning van deze personen langs te gaan, zich voor te doen als iemand van de politie of Algemene Bank Nederland en om afgifte van geld en goederen te vragen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 4. hij op of omstreeks 25 november 2024 te Velp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere geldbedragen, te weten (ongeveer) € 1500,- (zaak 8) voorhanden heeft/hebben gehad terwijl hij en/of zijn mededader wisten, althans redelijkerwijs moesten vermoeden dat dat geldbedrag geheel of gedeeltelijk, middellijk of onmiddellijk afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf; 5. hij op of omstreeks 25 februari 2025 te Terborg, althans in Nederland, niet-openbare gegevens, te weten lijsten van persoonsgegevens inhoudende naam, geslacht, geboortedatum, adres, woonplaats, mailadres, bankrekeningnummer, telefoonnummer - van 8257 personen, op een HP laptop met bestandsnaam ‘ [naam 1] ’ en/of - van 499 personen, op een HP laptop met bestandsnaam ‘ [naam 2] ’ en/of - van 255 personen, op een HP laptop met bestandsnaam ‘ [naam 3] ’ heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen; 6. hij op/in of omstreeks 25 februari 2025 te Terborg - een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, van het merk Glock, type 17 Gen 5, serienummer [nummer 1] , kaliber 9 mm en/of - een wapen van categorie I, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een luchtdrukpistool, van het merk Glock type 17 Gen 5, serienummer [nummer 2] , (telkens) zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten - 9 kogelpatronen (bodemstempel S&B Br.C), van het kaliber 9x17mm en/of - 5 knalpatronen van het kaliber 9mm en/of - 2 knalpatronen (bodemstempel POBJEDA 9mm PAK) van het kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 5 en 6 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot feit 4 heeft de raadsman opgemerkt dat het feit moet worden gekwalificeerd als eenvoudig witwassen. Beoordeling door de rechtbank Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Feit 1 Bewijsmiddelen: het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 312-313; het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 657-658; het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 692-693; de processen-verbaal van bevindingen, p. 355, 356, 444, 446, 639, 675-676, 707-708; het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] , p. 141-142, voor zover inhoudend dat hij met [verdachte] (verdachte) in de auto naar Westendorp is gereden en in een bosweg is afgezet. Het adres hadden ze gekregen van de jongens uit [plaats]. Hij heeft een contant bedrag van € 200,- dat op tafel lag meegenomen en ook een Zeeuwse speld. Hij heeft dat aan verdachte gegeven; de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 augustus 2025. Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich voorgedaan als bankmedewerkers en/of politieagenten. Telefonisch hebben zij aangevers ervan overtuigd dat zij iemand binnen moesten laten die hen zou helpen bankpassen en/of goederen veilig te stellen. De rechtbank kwalificeert dit handelen als oplichting, gepleegd door het aannemen van een valse hoedanigheid en een samenweefsel van verdichtsels. Deze werkwijze vergt een goed geplande en doordachte samenwerking waarbij alle rollen afhankelijk zijn van elkaar en alle strafbare feiten elkaar in hoog tempo opvolgen en soms zelfs overlappen. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachten en is aldus sprake van medeplegen. Feit 2 Bewijsmiddelen: het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 560-561; het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 609-610; de processen-verbaal van bevindingen, p. 355, 357, 375, 377, 574-575, 625-626, 629; het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] , p. 140, 142; de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 augustus 2025. Ten aanzien van de valse hoedanigheid, het samenweefsel van verdichtsels en het medeplegen wordt verwezen naar hetgeen onder feit1 is overwogen. Feit 3 Bewijsmiddelen: het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] , p. 585-586; het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] , p. 813; de processen-verbaal van bevindingen, p. 355, 358, 598, 816-817; het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] , p. 142-144; de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 augustus 2025. Ten aanzien van de valse hoedanigheid, het samenweefsel van verdichtsels en het medeplegen wordt verwezen naar hetgeen onder feit1 is overwogen. Feit 4 Bewijsmiddelen: het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] , p. 846-847; het proces-verbaal van bevindingen, p. 850-851; de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 augustus 2025. De raadsman heeft betoogd dat het handelen van verdachte moet worden gekwalificeerd als eenvoudig witwassen, omdat het geld zou zijn verkregen uit eigen misdrijf. De rechtbank is van oordeel dat dit onjuist is. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij contact heeft gehad met iemand uit Amsterdam. Hij heeft die persoon een foto gestuurd van de bankpas van [naam 6] . De persoon uit Amsterdam heeft er vervolgens voor gezorgd dat er door een slachtoffer geld werd overgemaakt op de rekening van [naam 6] . Dat geld heeft verdachte gepind. Het doen overmaken van het geld naar de rekening van [naam 6] betreft naar het oordeel van de rechtbank niet een misdrijf dat door verdachte zelf is gepleegd. Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat het geen eerlijk geld was. Er is daarom sprake van (opzet) witwassen. Feit 5 Bewijsmiddelen: het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 36-37; het proces-verbaal van bevindingen, p. 424; de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 augustus 2025. Feit 6 Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 36; - het proces-verbaal forensisch onderzoek mogelijke vuurwapens, p. 889; - de processen-verbaal onderzoek wapen, p. 901, 903-904, 930; - de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 augustus 2025. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op/in of omstreeks de periode 10 oktober 2024 tot en met 11 november 2024 te Westendorp, gemeente Oude IJsselstreek, Halle, Doetinchem, Eibergen en Baarle-Nassau, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] (zaak 1), [slachtoffer 2] (zaak 2), [slachtoffer 3] (zaak 4), [slachtoffer 4] (zaak 5) en/of [slachtoffer 5] (zaak 6) te bewegen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten: het afgeven van pinpas met bijbehorende pincode en kostbare spullen waaronder meerdere sieraden en/of contante geldbedragen, door: - het telefoonnummer en de adresgegevens van voornoemde personen voorhanden te hebben, - (vervolgens) voornoemde personen te (laten) bellen en zich tijdens het telefoongesprek voor te (laten) doen als iemand van de politie of de bank, - de voornoemde personen te (laten) waarschuwen voor verdachte situaties en/of mede te delen dat er verdachten in de directe omgeving van de voornoemde personen aangehouden waren voor inbraken, - te vragen naar bankgegevens en/of kostbare spullen in het huis van vernoemde personen, - mede te delen dat er een (politie)collega bij voornoemde personen zou langs komen om foto’s van deze spullen te maken en/of de spullen veilig te stellen en/of - bij de woning van deze personen langs te gaan, zich voor te doen als iemand van de politie en om afgifte van geld en/of goederen te vragen, waardoor voornoemde personen en/of ander(
- en)werd(
- en)bewogen tot bovenomschreven afgifte(n); 2. hij op/in of omstreeks de periode 10 oktober 2024 tot en met 11 november 2024 te Westendorp, gemeente Oude IJsselstreek, Halle en Doetinchem, Eibergen, Baarle-Nassau, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) goederen, te weten pinpassen met bijbehorende pincodes en/of kostbare spullen waaronder meerdere sieraden en/of contante geldbedragen, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] (zaak 1), [slachtoffer 2] (zaak 2), en/of [slachtoffer 3] (zaak 4), [slachtoffer 4] (zaak 5) en/of [slachtoffer 5] (zaak 6), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
- s)toebehoorde(
- n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse naam, van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels door (telkens): - het telefoonnummer en de adresgegevens van voornoemde personen voorhanden te hebben, - (vervolgens) voornoemde personen te (laten) bellen en zich tijdens het telefoongesprek voor te (laten) doen als iemand van de politie of de bank, - de voornoemde personen te (laten) waarschuwen voor verdachte situaties en/of mede te delen dat er verdachten in de directe omgeving van de voornoemde personen aangehouden waren voor inbraken, - te vragen naar bankgegevens en/of kostbare spullen in het huis van vernoemde personen, - mede te delen dat er een (politie)collega bij voornoemde personen zou langs komen om foto’s van deze spullen te maken en/of de spullen veilig te stellen en/of - bij de woning van deze personen langs te gaan, zich voor te doen als iemand van de politie en (vervolgens) het geld en/of de goederen weg te nemen; 3. hij op/in of omstreeks de periode 14 oktober 2024 tot en met 16 oktober 2024 te Terborg en/of Weert, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(
- s)voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] (zaak 3) en/of [slachtoffer 7] (zaak 7) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten: het afgeven van pinpas met bijbehorende pincode en/of kostbare spullen door: - voornoemde personen te (laten) bellen en zich tijdens het telefoongesprek voor te (laten) doen als iemand van de politie of de bank, - de voornoemde personen te (laten) waarschuwen voor verdachte situaties en/of mede te delen dat er verdachten in de directe omgeving van de voornoemde personen aangehouden waren voor inbraken, - te vragen naar bankgegevens en/of kostbare spullen in het huis van vernoemde personen, - mede te delen dat er een (politie)collega bij voornoemde personen zou langs komen om deze spullen veilig te stellen en/of - bij de woning van deze personen langs te gaan, zich voor te doen als iemand van de politie of Algemene Bank Nederland en om afgifte van geld en goederen te vragen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 4. hij op of omstreeks 25 november 2024 te Velp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere geldbedragen, te weten (ongeveer) € 1500,- (zaak 8) voorhanden heeft/hebben gehad terwijl hij en/of zijn mededader(
- s)wisten, althans redelijkerwijs moesten vermoeden dat dat geldbedrag geheel of gedeeltelijk, middellijk of onmiddellijk afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf; 5. hij op of omstreeks 25 februari 2025 te Terborg, althans in Nederland, niet-openbare gegevens, te weten lijsten van persoonsgegevens inhoudende naam, geslacht, geboortedatum, adres, woonplaats, mailadres, bankrekeningnummer, telefoonnummer - van 8257 personen, op een HP laptop met bestandsnaam ‘ [naam 1] ’ en/of - van 499 personen, op een HP laptop met bestandsnaam ‘ [naam 2] ’ en/of - van 255 personen, op een HP laptop met bestandsnaam ‘ [naam 3] ’ heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen; 6. hij op/in of omstreeks 25 februari 2025 te Terborg - een wapen van categorie III, onder 1, van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, van het merk Glock, type 17 Gen 5, serienummer [nummer 1] , kaliber 9 mm en/of - een wapen van categorie I, onder 7, van de Wet wapens en munitie, te weten een luchtdrukpistool, van het merk Glock type 17 Gen 5, serienummer [nummer 2] , (telkens) zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten - 9 kogelpatronen (bodemstempel S&B Br.C), van het kaliber 9x17mm en/of - 5 knalpatronen van het kaliber 9mm en/of - 2 knalpatronen (bodemstempel POBJEDA 9mm PAK) van het kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad; en hij op/in of omstreeks 25 februari 2025 te Terborg - een wapen van categorie III, onder 1, van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, van het merk Glock, type 17 Gen 5, serienummer [nummer 1] , kaliber 9 mm en/of - een wapen van categorie I, onder 7, van de Wet wapens en munitie, te weten een luchtdrukpistool, van het merk Glock type 17 Gen 5, serienummer [nummer 2] , (telkens) zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten - 9 kogelpatronen (bodemstempel S&B Br.C), van het kaliber 9x17mm en/of - 5 knalpatronen van het kaliber 9mm en/of - 2 knalpatronen (bodemstempel POBJEDA 9mm PAK) van het kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De strafbaarheid van de feiten De rechtbank overweegt dat de tenlastelegging van feit 6 zowel overtreding van artikel 26 van de Wet wapens en munitie omvat als overtreding van artikel 13 van die wet voor zover dit betreft het wapen van categorie I, onder 7, van de Wet wapens en munitie, te weten een luchtdrukpistool, van het merk Glock type 17 Gen 5, serienummer [nummer 2] . De rechtbank is ten aanzien van dit wapen van oordeel dat het voorhanden hebben daarvan wel kan worden bewezen, maar dat het feit niet kan worden gekwalificeerd. Niet is in de tenlastelegging opgenomen dat het een voorwerp betreft dat een ernstige bedreiging voor personen kan vormen of dat zodanig op een wapen gelijkt, dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is. Verdachte dient daarom ten aanzien van het voorhanden hebben van dit wapen te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De overige feiten zijn strafbaar. 5De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd; feit 2: Diefstal door twee of meer personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd; feit 3: Medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd; feit 4: Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd; feit 5: Niet-openbare gegevens voorhanden hebben, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze gegevens wist dat deze door misdrijf zijn verkregen; feit 6: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van de straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Als bijzondere voorwaarden dienen te worden opgelegd: een meldplicht, een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden, een contactverbod, een locatieverbod en een locatiegebod, de laatste twee bijzondere voorwaarden met elektronische monitoring. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd van 24 maanden, waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte een goedlopend bedrijf had en een stabiele thuisomgeving. Verdachte wil op een normale manier zijn geld verdienen en de schade aan de slachtoffers vergoeden. Ten aanzien van de bijzondere voorwaarden heeft de raadsman betoogd dat de elektronische monitoring zou moeten worden beperkt tot een periode van 12 maanden. Als extra bijzondere voorwaarde zou kunnen worden bepaald dat verdachte smartengeld tot een bedrag van € 550,- per slachtoffer moet betalen aan de slachtoffers die geen vordering hebben ingediend. De beoordeling door de rechtbank Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting, diefstal en poging tot oplichting. Hij maakte samen met drie mededaders deel uit van een Snapchatgroep met de naam ‘ [naam 7] ’. Twee van de mededaders waren afkomstig uit [plaats]. Zij beschikten over lijsten met namen en telefoonnummers. Diverse (hoog)bejaarde personen die op die lijsten voorkwamen werden gebeld met een babbeltruc. Er werd steeds gedaan alsof de beller van de politie of van de bank was. Tegen de personen die werden gebeld werd gezegd dat er veel inbraken in de buurt waren gepleegd, dan wel dat de naam van die persoon op een lijst bij criminelen thuis was aangetroffen. Gevraagd werd of er geld en/of sieraden in de woning waren. Er zou dan een collega langskomen om foto’s te maken en een kluis te plaatsen. Verdachte was als chauffeur hierbij betrokken. Hij bracht steeds een van de mededaders, de ‘haler’, met zijn auto naar of in de buurt van de woning van het betreffende slachtoffer en bleef dan in de auto wachten. In een aantal gevallen onderhield hij telefonisch contact met de ‘haler’ terwijl die de woning inging en deze doorzocht. Dit leidde ertoe dat in een drietal gevallen de slachtoffers in goed vertrouwen hun geld, pinpas en/of sieraden aan de ‘haler’ afgaven. In twee gevallen kregen de slachtoffers tijdens het gesprek argwaan maar konden zij niet voorkomen dat de ‘haler’ er met de spullen vandoor ging. Daarnaast lukte het de ‘haler’ in twee gevallen niet de woning te betreden. De buit werd steeds naar de mededaders in [plaats] gebracht. Na een controle of het om waardevolle goederen ging, kregen verdachte en de ‘haler’ betaald voor hun diensten. Duidelijk is dat verdachte en de mededaders slechts uit waren op financieel gewin. Ze wilden snel geld maken. De rechtbank vindt het hoogst verwerpelijk dat zij hiervoor bewust slachtoffers op hoge leeftijd kozen. Zij maakten misbruik van het vertrouwen dat de slachtoffers in hen en in medewerkers van politie en banken hadden. Zelfs sieraden die de slachtoffers droegen werden meegenomen, waarbij de ‘haler’ een van de slachtoffers zelfs heeft geholpen de trouwring van haar vinger te verwijderen; niet alleen schandalig, maar ook heel erg brutaal. Verdachte en de mededaders hebben er geen moment over nagedacht wat voor impact hun handelen op de slachtoffers zou kunnen hebben. Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan witwassen. Hij heeft contact gehad met een persoon in Amsterdam die ervoor zorgde dat er tot drie keer toe geld op de rekening van een bekende van verdachte werd overgemaakt. Direct nadat het geld was bijgeschreven, nam verdachte het geld op bij een pinautomaat. Verdachte wist dat het geen eerlijk geld was. Verdachte beschikte daarnaast over lijsten met duizenden namen van personen en gegevens van die personen. Hij wilde die lijsten, die hij had gekocht, gebruiken om mensen op te lichten. Verdachte heeft daarnaast een verboden wapen en munitie voorhanden gehad. De rechtbank heeft in aanmerking genomen de justitiële documentatie van verdachte. Daaruit komt naar voren dat verdachte eerder is veroordeeld en dat aan hem een aantal keren een strafbeschikking is opgelegd. Die veroordeling en strafbeschikkingen hebben hem er kennelijk niet van kunnen weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank stelt vast dat laatstelijk op 20 februari 2025 een strafbeschikking is opgelegd. Gelet daarop is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het reclasseringsadvies van 7 augustus 2025. Daaruit komt naar voren dat er op meerdere leefgebieden risico-verhogende factoren zijn waarvan de zwaarte vooral ligt bij de pro-criminele houding en het sociale netwerk van verdachte. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte en met het feit dat verdachte verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen. De rechtbank overweegt dat de door de raadsman bepleite gevangenisstraf, waarvan een aanzienlijk deel voorwaardelijk zou moeten worden opgelegd, onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. Voor de feiten waarbij gebruik is gemaakt van een babbeltruc kent het LOVS geen oriëntatiepunt. Wel is er een oriëntatiepunt voor een woninginbraak, te weten een gevangenisstraf van 3 maanden. De rechtbank is van oordeel dat oplichting dan wel diefstal via een babbeltruc, waarbij de slachtoffers (anders dan bij een woninginbraak) via de telefoon en/of in hun woning geconfronteerd worden met de daders, een zwaarder verwijt betreft. Anders dan bij een inbraak, waarbij geselecteerd wordt op een woning, is hier aan de hand van lijsten met namen en persoonsgegevens geselecteerd op personen met een hoge leeftijd. De slachtoffers moesten vooral oud zijn. Met de babbeltruc werd hun vertrouwen gewonnen en gaven slachtoffers in goed vertrouwen geld, goederen en pinpas, al dan niet met de pincode mee. In andere gevallen werd buiten het zicht van de ouderen bankpas en goederen gestolen dan wel werden de sieraden van tafel gegrist. De rechtbank acht vanwege de grote impact die het handelen van verdachte en de mededaders had, per oplichting/diefstal een gevangenisstraf van 5 maanden passend. Voor verdachte betekent dat concreet dat sprake is van drie keer oplichting en twee keer diefstal, dus in totaal 25 maanden gevangenisstraf. Voor de twee pogingen zal de rechtbank in totaal 6 maanden tellen en voor de resterende feiten bij elkaar 1 maand. Bij elkaar opgeteld komt de rechtbank dan uit op een gevangenisstraf van 32 maanden. De rechtbank zal daarvan ongeveer een derde deel (11 maanden) in voorwaardelijke vorm opleggen als stok achter de deur en om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. Anders dan de officier van justitie zal de rechtbank daaraan een proeftijd verbinden van drie jaren. Aan de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering met dien verstande dat de rechtbank de noodzaak van elektronische monitoring niet is gebleken. De rechtbank zal daarom geen locatiege/verbod opleggen. Evenmin ziet de rechtbank aanleiding voor het opleggen van een contactverbod met de medeverdachte. De rechtbank zal de raadsman niet volgen daar waar het gaat om het opleggen van het voldoen van een schadevergoeding aan de slachtoffers die geen vordering hebben ingediend. Niet duidelijk is of de slachtoffers dit op prijs stellen. Niet kan worden uitgesloten dat slachtoffers er bewust voor hebben gekozen geen vordering in te dienen omdat zij niets (meer) met de zaak te maken wilden hebben. 8De beoordeling van de civiele vorderingen De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 550,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 5.000,- aan materiële schade en € 550,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente. De officier van justitie vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de vorderingen voor zover deze zien op het smartengeld. Met betrekking tot de materiële schade van de benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot een bedrag van € 1.000,- kan worden toegewezen en dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. Overweging van de rechtbank Materiële schade Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Niet duidelijk is in hoeverre de sieraden van echt goud dan wel zilver waren en wat de waarde van de sieraden is geweest. De rechtbank overweegt dat wel kan worden aangenomen dat de schade tenminste € 1.000,- zal hebben bedragen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot dit bedrag kan worden toegewezen. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot materiële schade. Smartengeld Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] door de bewezenverklaarde feiten immateriële schade hebben geleden. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 550,- per benadeelde partij vaststellen. Verdachte heeft ter terechtzitting kenbaar gemaakt die schade te willen vergoeden. Verdachte is vanaf 17 oktober 2024 wettelijke rente over het aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] toegewezen bedrag van € 550,- verschuldigd. Verdachte is vanaf 10 oktober 2024 wettelijke rente over het aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] toegewezen bedrag van € 1.550,- verschuldigd. De rechtbank overweegt dat verdachte en de medeverdachte ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken voor zover dit betreft de benadeelde partij [slachtoffer 3] . Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover de medeverdachte de schade heeft vergoed. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht de aan de benadeelde partijen toegewezen bedragen aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9De beoordeling van het beslag De rechtbank zal de telefoon met behulp waarvan de feiten 1, 2, 3 en 4 zijn begaan en de laptop met behulp waarvan feit 5 is begaan verbeurd verklaren. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. 10De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 36 f, 45, 47, 57, 63, 139g, 311, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht; - 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. 11De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verklaart het onder 6 bewezenverklaarde niet strafbaar voor zover dit betreft het voorhanden hebben van een wapen van categorie I, onder 7, van de Wet wapens en munitie en ontslaat verdachte in zoverre van alle rechtsvervolging; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 11 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat: verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen 3 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland, [adres] ; verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie COVA plus die gericht is op cognitieve vaardigheden.; verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met de slachtoffers zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. Dit betreft de volgende slachtoffers: * [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1931;* [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1938; * [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum 4] 1943; * [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 5] 1947; * [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum 6] 1939; * [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum 7] 1938; * [slachtoffer 7] , geboren op [geboortedatum 8] 1940; geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de meldplicht en de gedragsinterventie COVA en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte: meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; verklaart verbeurd de laptop en de telefoon; veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van € 550,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in verband met feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van € 1.000,- aan materiële schade en € 550,- aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor wat betreft de overige gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk in haar vordering; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen in deze procedure hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 4] , een bedrag te betalen van € 550,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 11 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 3] , een bedrag te betalen van € 1.000,- aan materiële schade en € 550,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 25 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag van de benadeelde partij [slachtoffer 3] betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.A.M. Janssen (voorzitter), mr. A.P. Sno en mr. M.J.M. Krabbe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 september 2025. Mr. Krabbe is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 9] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, nummer [nummer 3] (onderzoek [naam 8] ), gesloten op 20 mei 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.