← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:8563

beschikking RECHTBANK GELDERLAND Team insolventie – meervoudige kamer Locatie: Zutphen Tijdelijke voorziening verlenging afkoelingsperiode uitspraakdatum: 2 oktober 2025 beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376 Faillissementswet (Fw) en artikel 379 Fw in de besloten akkoordprocedure van: de besloten vennootschap [verzoekster] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna te noemen: verzoekster, advocaten: mr. M.J.H. Vermeeren en mr. H. Verweij. 1De procedure 1.

  1. Verzoekster heeft op 8 juli 2025 verklaringen ex artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd. 1.
  2. Verzoekster heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement. 1.
  3. Verzoekster heeft op 8 juli 2025 ter griffie een verzoekschrift, met 10 bijlagen, ingediend tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw voor een periode van 2 maanden. 1.
  4. [schuldeiser] (hierna: [schuldeiser] ) heeft op 14 juli 2025 een schriftelijke zienswijze ingediend. 1.
  5. Verzoekster heeft op 17 juli 2025 een schriftelijke toelichting op het verzoek met drie bijlagen en het verloop van de liquiditeit vanaf januari 2025 overgelegd. Verder heeft verzoekster op 17 juli 2025 nog twee nadere stukken ingediend. 1.
  6. Het verzoek is op 17 juli 2025 in raadkamer, door middel van een videoverbinding, behandeld in aanwezigheid van: - [bestuurder] , (indirect) bestuurder van verzoekster - mr. M.J.H Vermeeren, voornoemd - mr. H. Verweij, voornoemd - mr. R.W.A. Brunninkhuis - [naam 1] , adviseur van verzoekster, werkzaam bij [accountantsbureau] - [naam 2] , adviseur van verzoekster - [naam 3] , werkzaam bij de Belastingdienst. Bij die gelegenheid hebben de aanwezigen het verzoek nader toegelicht, vragen van de rechtbank beantwoord en inlichtingen verstrekt. 1.
  7. De rechtbank heeft op 28 juli 2025 een afkoelingsperiode afgegeven voor de duur van 2 maanden van 31 juli 2025 tot en met 30 september
  8. 2Het verzoek 2.
  9. Verzoekster doet een verzoek tot het verlengen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw en het treffen van een voorlopige voorziening voor het geval dat de rechtbank niet tijdig op het verzoek kan beslissen. 3De beoordeling 3.
  10. Verzoekster heeft tijdig, dat wil zeggen voordat de lopende afkoelingsperiode was verstreken, om verlenging van de afkoelingsperiode verzocht. Verzoekster is dan ook ontvankelijk in haar verzoek. 3.
  11. Omdat verzoekster het verzoek op de laatste dag voor het verstrijken van de afkoelingsperiode heeft ingediend, bestond er voor de rechtbank geen mogelijkheid om op het verlengingsverzoek te beslissen voorafgaand aan de bij beschikking van 28 juli 2025 afgekondigde afkoelingsperiode. Daarom zal de rechtbank een voorziening ex artikel 379 lid 1 Fw treffen, zoals in het dictum onder 4.1 is omschreven. 3.
  12. De rechtbank zal de datum en het tijdstip waarop verzoekster zal worden gehoord op haar verzoek tot verlenging van de afgekondigde afkoelingsperiode nog nader bepalen. 4De beslissing De rechtbank: 4.
  13. bepaalt dat de bij beschikking van 28 juli 2025 afgekondigde afkoelingsperiode voortduurt tot de eindbeslissing op onderhavig verzoek is gegeven, 4.
  14. houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. S. Boot (voorzitter), mr. R.P. van Eerde en mr. S.J.O. de Vries, rechters, en in aanwezigheid van mr. E. Stienissen, griffier, in het openbaar uitgesproken 2 oktober 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.