RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/286930-24 Datum uitspraak : 17 oktober 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , raadsman: mr. J.P.W. Nijboer, advocaat in Utrecht. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 oktober 2025. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 30 december 2023 te Velp, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ), (ongeveer) 1409, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat niet met zekerheid is vast te stellen of de handelingen van verdachte binnen de ten laste gelegde pleegdatum zijn verricht. Voor het overige refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Beoordeling door de rechtbank Aantreffen hennepkwekerij Op 30 december 2023 is in een pand aan [adres] een hennepkwekerij aangetroffen. De kwekerij bestond uit twee kweekruimtes. Beide kweekruimtes waren voorzien van twee geschakelde kweektenten van zes bij drie meter, twintig lampen, vier koolstoffilters, armaturen van elk 1031 watt met gekoppelde trafo’s, een centraal bevloeiingssysteem, isolatie, een aan- en afzuigingsinstallatie en verwarming. Ook werden er speciaal verrijkte aarde, biologisch bestrijdingsmiddel en vangplaatjes tegen vliegjes aangetroffen. Naast de kweektenten bevonden zich nog een wateropslag met dompelpomp en een schakelbord, voorzien van tijdschakelaars, die zo stonden ingesteld dat de kweekruimtes om en om verlicht waren. Verder zijn er hennepplantresten, op kalk gelijkende afzetting op verschillende materialen, stof op de koolstoffilters en andere voorwerpen, een droognet met resten van hennepplanten, gebruikt potgrond en wortelresten aangetroffen. De aangetroffen hennepplanten waren 110 tot 150 centimeter lang en volgroeid en er is vastgesteld dat het hennep betreft. Aantal planten In het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij staat vermeld dat er per kweekruimte 550 hennepplanten zijn aangetroffen, in totaal dus 1.100 hennepplanten. Het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij gaat uit van één eerdere oogst van in totaal 1.409 hennepplanten. Op de ruimlijst staat dat er in totaal 1.409 hennepplanten zijn aangetroffen. Vanwege de tegenstrijdigheid tussen het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij en het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat er in totaal ongeveer 1.409 hennepplanten in de kwekerij aanwezig waren. De rechtbank zal daarom uitgaan van 1.100 hennepplanten. Beroeps- of bedrijfsmatige teelt Gelet op de aangetroffen hennepplantresten, de op kalk gelijkende afzetting en het stof op verschillende voorwerpen, het droognet, de gebruikte potgrond en de wortelresten is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van tenminste één eerdere oogst. Gelet op deze eerdere oogst, de hoeveelheid hennepplanten en de professionele inrichting van de kweekruimte acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat er beroeps- of bedrijfsmatig is geteeld. Medeplegen telen van hennepplanten op 30 december 2023 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard over zijn betrokkenheid bij de hennepkwekerij. Hij heeft verklaard dat hij in opdracht van een kennis heeft geholpen bij het inrichten en onderhouden van de kwekerij en het verzorgen van de planten. Er is een eerdere oogst geweest, in oktober/november 2023. Verdachte is rond 20 december 2023 voor het laatst in het pand aanwezig geweest. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte op 30 december 2023 in het pand aanwezig is geweest. Toen op 30 december 2023 de hennepkwekerij werd ontdekt, waren de hennepplanten volgroeid. Uitgaande van een kweekcyclus van tien weken, en het feit dat er in die tussenliggende periode (tussen de eerdere oogst en 30 december 2023) geen omstandigheden uit het dossier blijken of naar voren zijn gebracht die erop wijzen dat deze hennepplanten niet door medeverdachte(
- n)is/zijn geteeld en de verklaring van verdachte dat hij op 20 december 2023 nog in het pand aanwezig is geweest, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich op 30 december 2023 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen aan het telen van hennepplanten. Conclusie Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het telen van de hennepplanten op 30 december 2023. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 30 december 2023 te Velp, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ), 1.100 (ongeveer) 1409, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat ten aanzien van de strafmaat van 1.100 hennepplanten moet worden uitgegaan. Verder dient rekening te worden gehouden met het feit dat het tenlastegelegde speelde toen verdachte zijn leven aan het beteren was. Inmiddels is verdachte vader geworden en is een tweede kind op komst. Hij is druk met werk, heeft zijn gezin te onderhouden en een studieschuld om af te betalen. Een taakstraf is een geschikte modaliteit. Een voorwaardelijke gevangenisstraf is gelet op zijn persoonlijke omstandigheden niet nodig. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het in de uitoefening van een beroep of bedrijf telen van een groot aantal hennepplanten in een gehuurd pand. Het is algemeen bekend dat grootschalige hennepteelt en de organisatie daaromheen leiden tot grote nadelige gevolgen voor de volksgezondheid en voor de maatschappij, zoals zware criminaliteit en ondermijning van de samenleving. Daarnaast hebben Liander en Vitens geconstateerd dat de illegaal afgenomen elektriciteit en water gevaar opleverden voor personen en/of goederen. De rechtbank merkt daarbij op dat het gehuurde pand toebehoorde aan een particulier die aanzienlijke schade heeft geleden door toedoen van de hennepkwekerij. Deze risico’s en nadelige gevolgen hebben verdachte er echter niet van weerhouden om dit feit te plegen. Zoals verdachte zelf heeft verklaard, beschikt hij over kennis en kunde ten aanzien van het kweken van hennep. Deze kennis heeft verdachte aangewend om te helpen bij het opzetten en onderhouden van de kwekerij. De professionele rol die verdachte doelbewust vervulde, rekent de rechtbank hem zwaar aan. De rechtbank neemt aan de andere kant mee dat verdachte ter terechtzitting verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Verder houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte het rechte pad lijkt te hebben gevonden en druk is met zijn werk, zijn gezin en het afbetalen van zijn schulden. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, ondanks de ernst van het feit, niet passend is. Wel is de rechtbank van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf passend is, om te voorkomen dat verdachte weer in de fout zal gaan. De rechtbank zal aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 200 uren opleggen. 8De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [benadeelde] heeft in verband met het ten laste gelegde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 27.250,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces met zich brengt. Hierbij komt dat de bedragen erg globaal zijn onderbouwd en de kosten erg hoog zijn. De kosten zijn daarnaast niet daadwerkelijk gemaakt; het genoemde bedrag is een schatting van de schade. De kosten voor vervanging van de meterkast dienen in ieder geval niet voor rekening van verdachte te komen, omdat verdachte geen diefstal van elektriciteit is ten laste gelegd. De overweging van de rechtbank Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Van het schadebedrag is een schatting gemaakt door een schade-expert van Achmea. De rechtbank sluit voor haar schatting van de schade aan bij de schatting zoals gemaakt door de schade-expert. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering ter hoogte van € 27.250,00 kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 30 december 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte(
- n)ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(
- n)de schade heeft/hebben vergoed. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 47 van het Wetboek van Strafrecht; - 3 en 11 van de Opiumwet. 10De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden; bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; legt op een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 (honderd) dagen; veroordeelt verdachte in verband met het bewezen verklaarde feit hoofdelijk tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde] van € 27.250,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde] , een bedrag te betalen van € 27.250,00 aan materiële schade. wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 171 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd; bepaalt dat als de medeverdachte(
- n)(een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Breimer (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. Y. Rikken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.A. Rombouts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 oktober 2025. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023599183, gesloten op 9 september 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 30 december 2023 inclusief fotoblad, p. 40-42, p. 59-60 en p. 64. Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 30 december 2023 inclusief fotoblad, p. 41. Verklaring verdachte ter terechtzitting van 3 oktober 2025.