RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers: 05/118765-25; 05/086232-25 (gev. ttz.) Datum uitspraak : 10 oktober 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsman: mr. J.G.M. Dassen, advocaat in Utrecht. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 september
- 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is onder parketnummer 05/086232-25 ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 17 januari 2025 te Ede, althans in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 330 kilogram, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende distikstofmonoxide (lachgas), zijnde distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Aan verdachte is onder parketnummer 05/118765-25 ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 14 april 2025 te Velp, althans in Nederland, opzettelijk binnen/buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, althans opzettelijk heeft vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 648 kilogram, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende distikstofmonoxide (lachgas), zijnde distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Ten aanzien van parketnummer 05/086232-25 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit, waarbij “een hoeveelheid” lachgas bewezen kan worden verklaard. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gesteld dat enkel “een hoeveelheid” lachgas bewezen kan worden verklaard, omdat niet duidelijk is dat het 330 kilogram lachgas betreft. Beoordeling door de rechtbank Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2025, p. 13-14; - het proces-verbaal van bevindingen van 19 januari 2025, p. 15-16; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september
- Het aantal kilogram lachgas Anders dan de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte 330 kilogram lachgas heeft vervoerd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat 165 lachgasflessen zijn aangetroffen. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat iedere lachgasfles, blijkens het etiket, een inhoud heeft van netto twee kilogram. Op basis hiervan acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 165 lachgasflessen met ieder een inhoud van twee kilogram lachgas heeft vervoerd (in totaal dus 330 kilogram lachgas). Ten aanzien van parketnummer 05/118765-25 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het onderdeel dat ziet op het binnen/buiten het grondgebied van Nederland brengen van het lachgas. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onderdeel dat ziet op het binnen/buiten het grondgebied van Nederland brengen van het lachgas. Beoordeling door de rechtbank Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van bevindingen van 15 april 2025, p. 6-8; - het proces-verbaal van bevindingen van 15 april 2025, p. 9; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september
- Vrijspraak binnen/buiten het grondgebied van Nederland brengen De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte het lachgas binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en spreekt hem van dit deel van de tenlastelegging vrij. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/086232-25 en onder parketnummer 05/118765-25 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: Parketnummer 05/086232-25 hij op of omstreeks 17 januari 2025 te Ede, althans in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 330 kilogram, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende distikstofmonoxide (lachgas), zijnde distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; Parketnummer 05/118765-25 hij op of omstreeks 14 april 2025 te Velp, althans in Nederland, opzettelijk binnen/buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, althans opzettelijk heeft vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 648 kilogram, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende distikstofmonoxide (lachgas), zijnde distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: ten aanzien van parketnummer 05/086232-25: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod ten aanzien van parketnummer 05/118765-25: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Ten slotte verzoekt de officier van justitie het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft een voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf bepleit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte beïnvloedbaar is en impulsief kan handelen. Toen verdachte de eerste keer in januari 2025 snel weer vrijkwam, maakte dit geen indruk op hem. Inmiddels heeft hij zijn les geleerd. Verdachte heeft geen contact meer met de man die hem de opdracht gaf. Hij schaamt zich dat hij bijna drie weken heeft vastgezeten en dat anderen toen voor zijn vader hebben moeten zorgen. De raadsman stelt voor een taakstraf voor de duur van 200 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich binnen korte tijd tweemaal schuldig gemaakt aan het vervoeren van aanzienlijke hoeveelheden lachgas. Verdachte heeft verklaard dat hij dit in opdracht van een kennis heeft gedaan. Het vervoeren van lachgas - zonder de hiervoor vereiste certificaten en een geschikt vervoersmiddel - is zeer gevaarzettend. Daarnaast draagt het vervoeren van lachgas bij aan het in stand houden van (drugs)criminaliteit. De oriëntatiepunten voor straftoemeting bieden vooralsnog geen richting voor de op te leggen straf. De rechtbank heeft daarom gekeken naar de straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare gevallen. In vergelijkbare zaken worden (deels voorwaardelijke) gevangenisstraffen opgelegd naast een eventuele taakstraf. Een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou dus in beginsel passend zijn geweest. De rechtbank houdt echter in het voordeel van verdachte rekening met het reclasseringsadvies van 16 september 2025, waarin wordt geadviseerd aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met oplegging van bijzondere voorwaarden. De reclassering concludeert onder andere dat er aanwijzingen zijn dat verdachte beperkingen heeft op het gebied van zijn psychosociaal functioneren en dat hij zich impulsief en beïnvloedbaar kan opstellen. Om die reden wordt een Cognitieve Vaardigheidstraining geadviseerd, waar verdachte positief tegenover staat. Verder blijkt uit het reclasseringsadvies dat verdachte zijn leven in praktisch opzicht redelijk op orde heeft, dat hij zich gedurende de schorsing van zijn voorlopige hechtenis heeft gehouden aan de hem opgelegde voorwaarden en dat verdachte mantelzorger is voor zijn zieke vader. Omdat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf deze positieve aspecten in zijn leven zouden doorkruisen, zal de rechtbank volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf van hierna te noemen duur. Alles afwegende zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden opleggen, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Hiermee heeft verdachte een forse stok achter de deur om te voorkomen dat hij nogmaals de fout ingaat. Daarnaast zal de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen voor de duur van 200 uren met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zodat verdachte ook directe gevolgen van zijn handelen ondervindt. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen: - 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht; en - 3 en 11 van de Opiumwet. 9De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden; bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: - zich meldt binnen drie werkdagen na datum onherroepelijk vonnis bij Reclassering Nederland op het adres [adres] . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; - actief deelneemt aan de gedragsinterventie Cognitieve Vaardigheidstraining of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider; - meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelen-gebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd. stelt als overige voorwaarden dat verdachte: - zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; - zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. legt op een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 dagen; beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht 2 uren in mindering wordt gebracht; heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Rikken (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. W. Bruins, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.A. Rombouts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 oktober
- Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Landelijke Expertise en Operaties opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025026233, gesloten op 19 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025171536, gesloten op 24 april 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.