← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:9152

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/075062-96 Datum uitspraak: 26 september 2025 Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van de officier van justitie tegen [naam betrokkene] , (hierna: betrokkene), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , thans verblijvende in het [naam kliniek] (hierna: de kliniek). Raadsman: mr. R. Polderman, advocaat te Alkmaar. Procedure Betrokkene is op 27 november 1996 bij vonnis van arrondissementsrechtbank te Arnhem veroordeeld tot tien jaren gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 25 september 2001 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 13 oktober

  1. Bij vordering van 20 augustus 2025, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op dezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren. De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken: het advies van GZ-psycholoog E.I.J. Peeters, van 9 juni 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren; het adviesrapport van de kliniek van 25 juni 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren; het advies van psychiater dr.T.W.D.P. van Os, van 17 juli 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen twee jaren; een afschrift van de wettelijke aantekeningen. Ter zitting van 26 september 2025 zijn gehoord: betrokkene; zijn raadsman mr. R. Polderman; de deskundige B. de Nooij, verpleegkundig specialist GGZ en hoofdbehandelaar; de officier van justitie, mr. A.C. Waterman. De standpunten De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Betrokkene is op dit moment goed ingesteld op zijn medicatie, waardoor het resocialisatietraject verder vorm gegeven kan worden en er een doorbraak in de behandeling is gekomen. Een verlenging van twee jaren is nodig om de noodzakelijke stappen in dit traject te zetten. De raadsman van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft aangevoerd dat betrokkene gemotiveerd is om zich in te zetten voor het resocialisatietraject. Dit traject zal langer dan één jaar gaan duren. De beoordeling Indexdelict De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege de misdrijven moord en doodslag, meermalen gepleegd. De rechtbank overweegt dat de maatregel daarmee is opgelegd in verband met een veroordeling voor een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd. Stoornis Betrokkene lijdt aan een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met borderline, narcistische en antisociale trekken, een ongespecificeerd schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis, ADHD, een stoornis in het gebruik van alcohol (in volledige en langdurige remissie), een stoornis in het gebruik van cannabis (in volledige en langdurige remissie) en een stoornis in het gebruik van een stimulantium (in volledige en langdurige remissie). De stoornissen zijn nog altijd aanwezig. Verloop van de maatregel Betrokkene verbleef ten tijde van de vorige verlengingszitting in [naam voorgaande kliniek] . Na een incident in augustus 2023 was voor betrokkene plaatsing in de LFPZ (langdurig forensisch psychiatrische zorg) en een EVBG-status aangevraagd. De LFPZ-aanvraag werd afgewezen. Wel kreeg betrokkene een EVBG-status. Sinds juni 2024 verblijft betrokkene in [naam kliniek] . Sindsdien is het klinische beeld, onder medicamenteuze behandeling (antipsychotica: Olanzapine) merkbaar verbeterd en functioneert betrokkene stabiel. Hij is adequaat ingesteld op medicatie, werkt constructief samen met het behandelteam en onderhoudt positieve contacten met zowel medepatiënten als personeel. De EVBG-status is opgeheven en in februari 2025 is hij overgeplaatst naar een reguliere afdeling. In de huidige kliniek zijn geen incidenten geweest. De behandeling is primair sociotherapeutisch en medicamenteus van aard. Vaardigheden op het gebied van emotieregulatie, impulscontrole, interpersoonlijk functioneren en delict preventie worden dagelijks gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Hij heeft een signaleringsplan opgesteld en een terugvalpreventieplan. Hij staat op de wachtlijst voor de delictanalyse. Betrokkene is 22 uur per week werkzaam bij [naam werkplek] , waar hij zijn werk goed verricht. Betrokkene houdt zich aan de gemaakte afspraken en vertoont geen antisociaal gedrag of fysieke/verbale agressie. Tegelijkertijd blijkt dat hij binnen de zorg gevoelig is voor negatieve invloeden van medepatiënten. De medicatie van betrokkene lijkt effectief in het onderdrukken van (positieve) psychotische symptomen, het klinisch beeld is merkbaar verbeterd. Hij is over het algemeen medicatietrouw, maar geeft aan dat hij de medicatie wil afbouwen vanwege bijwerkingen. Recidivegevaar De kans op gewelddadig gedrag binnen de kliniek wordt ingeschat als matig. Betrokkene is sterk afhankelijk van intensieve begeleiding voor het reguleren van spanning en gedrag. Bij beëindiging van de maatregel wordt het risico op recidive ingeschat als hoog. Betrokkene beschikt onvoldoende over de vaardigheden om zelfstandig te wonen, te werken, zijn financiën te beheren en zich af te schermen van negatieve contacten. Verwacht wordt dat hij zonder toezicht medicatieontrouw zal zijn, wat kan leiden tot destabilisatie. Binnen intieme relaties lijkt hij snel gekrenkt te zijn en heerst de angst om verlaten te worden. Het is nog niet mogelijk gebleken om betrokkene te leren anders over relaties te denken. De kans op herhaling neemt toe op de momenten waarop hij onder druk staat. De rechtbank is van oordeel dat op grond hiervan de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is. Conclusie De behandeling van betrokkene is nog in volle gang. In de komende periode wordt de sociotherapeutische en medicamenteuze behandeling voortgezet. De behandeling richt zich primair op emotieregulatie, impulscontrole en het verbeteren van interpersoonlijk functioneren, met blijvende nadruk op praktische ondersteuning en het vergroten van autonomie binnen een laagdrempelige, voorspelbare en gestructureerde context. In de kliniek zijn geen incidenten geweest en betrokkene lijkt medicatietrouw. De rechtbank ziet dit als een positieve lijn en hoopt dat betrokkene dit vast weet te houden. In het kader van mogelijke toekomstige resocialisatiestappen waar de kliniek nu voor heeft gekozen, worden de mogelijkheden tot begeleid verlof onderzocht nadat hij de delictanalyse heeft afgerond. Indien verlof wordt toegekend en betrokkene laat zien dat zijn verloven goed verlopen, kan eventueel de weg worden ingeslagen naar een lager beveiligingsniveau. Er heeft zeer recent een oriënterend gesprek plaatsgevonden met [potentiële doorstroomplek] waar een beveiligingsniveau twee heerst. Dit gehele traject zal in elk geval twee jaren in beslag nemen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom met twee jaren verlengen. De beslissing De rechtbank: verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [naam betrokkene] met twee jaren. Deze beslissing is gegeven door mr. W. Bruins, als voorzitter, mr. F.J.H. Hovens en mr. Y. Rikken, als rechters in tegenwoordigheid van S.M.W. Schaminée, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 september
  2. Extreem Vlucht en Beheers Gevaarlijk

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.