← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:9524

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/105503-24 Datum uitspraak : 31 januari 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] ( [postcode] ) in [woonplaats] . Raadsvrouw: mr. A.H.J. Raaijmakers, advocaat in Oisterwijk. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 januari 2025. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 26 november 2023 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers hebben verdachte en/of zijn mededader(
  2. s)- met een glasscherf, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het hoofd en/of achter het oor, althans in het lichaam van die [slachtoffer] gestoken en/of gesneden en/of - die [slachtoffer] geduwd waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of - ( terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) meermalen (met kracht) tegen/op het hoofd en/of in/tegen het gezicht en/of in/tegen de ribben en/of de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] geschopt en/of geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 26 november 2023 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] openlijk, te weten, op/aan de [straatnaam] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] door: - die [slachtoffer] met een glasscherf, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het hoofd en/of achter het oor te steken en/of te snijden en/of - die [slachtoffer] te duwen, waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of - ( vervolgens) die [slachtoffer] meermalen (met kracht) tegen/op het hoofd en/of in/tegen het gezicht en/of in/tegen de ribben en/of de rug, althans het lichaam te schoppen en/of te slaan/stompen. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging zware mishandeling, omdat wettig en overtuigend bewijs daarvoor ontbreekt. De officier van justitie acht de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging wettig en overtuigend bewezen. Verdachte en de medeverdachte hebben de ten laste gelegde geweldshandelingen tegen aangever [slachtoffer] gepleegd, met uitzondering van de eerste gedachtestreep met een glasscherf steken of snijden van aangever. Verdachte en de medeverdachte hebben ieder een significante bijdrage aan dit geweld geleverd. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft om integrale vrijspraak van het aan verdachte tenlastegelegde verzocht. Voor het primair tenlastegelegde is geen wettig en overtuigend bewijs in het dossier. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde stelt de raadsvrouw dat verdachte geen aandeel in het geweld heeft gehad en niet kan worden vastgesteld dat hij een significante bijdrage heeft geleverd aan het openlijke geweld. Hierdoor kan niet anders dan worden geconcludeerd dat verdachte moet worden vrijgesproken. Beoordeling door de rechtbank Aangever [slachtoffer] (hierna: aangever) heeft verklaard dat hij op 26 november 2023 omstreeks 00.32 uur samen met zijn 12-jarig zoontje in zijn voertuig reed in de richting van zijn oprit. Voor zijn woning zag hij een aantal mensen op de weg staan. Aan de overkant van de woning van aangever bevindt zich een dorpshuis, waar een feestje aan de gang was. Aangever wilde parkeren en hij stak zijn auto achteruit zijn oprit in. Aangever kwam daarmee met zijn voertuig op zo’n acht meter afstand van de personen die zich voor het dorpshuis bevonden. Toen hij uitstapte kwam er een man naar hem toe die riep waarom hij hen kapot wilde rijden. Aangever heeft zijn auto onder de carport gezet, is vervolgens uitgestapt en naar de groep gelopen. Hij heeft aan de man gevraagd waarom hij zo tekeer ging tegen hem. Aangever wilde toen naar binnen lopen, maar hem werd nog iets nageroepen. Hij is daarop teruggelopen naar de groep. Toen hij bij de groep kwam werd hij eerst geslagen met een kapotte bierfles en vervolgens geduwd door een vrouw, waardoor hij uit balans raakte en voorover op de grond terecht kwam. Daarna is hij van alle kanten geschopt door zeven personen, waaronder tegen zijn hoofd. Kort daarna is het geweld gestopt. Aangever voelde overal pijn. Hij zat onder het bloed. Zijn hoofd is gehecht, zijn ribben waren gekneusd, er kwam bloed uit zijn oor en hij had een scheur in zijn oogkas. Op de camerabeelden vanaf de woning van aangever is te zien dat op 26 november 2023 de bestuurder van het voertuig (de rechtbank begrijpt: aangever) naar een groep toe loopt en dat er om 00.16 uur een worsteling ontstaat. Doordat het beeld donker wordt kan niet goed worden gezien wat er precies gebeurt. Te zien is dat aangever wordt vastgepakt en wordt geduwd door een vrouw. Aangever komt hierdoor ten val en belandt op zijn linkerzij op de grond. Aangever weert hierbij af met zijn handen naar voren. Vervolgens komt er een man die aangever een trap geeft met zijn rechtervoet op de linkerkant van het hoofd van aangever. Er staan zes personen om hem heen. Na de trap komt er een andere man die aangever bij zijn bovenlijf grijpt en naar de grond probeert te duwen. Daarna schopt de eerste man aangever een aantal keer. Ook een tweede man schopt aangever. Een derde man probeert hem ook te schoppen, maar niet is te zien of aangever wordt geraakt. Aangever kan vervolgens opstaan en weglopen. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 26 november 2023 voor het dorpshuis aan de [straatnaam] in [plaats 1] op de openbare weg aanwezig is geweest. Hij was daar voor een verjaardag. Er was een persoon (de rechtbank begrijpt: aangever) op hem ingereden toen hij voor het dorpshuis stond en die persoon is later dreigend op hem afgekomen. Medeverdachte [medeverdachte] , verdachtes broer, werd daarop door aangever bij zijn keel gegrepen. Verdachte heeft aangever vervolgens naar de grond gehouden, omdat aangever wild werd en verdachte niet door aangever geslagen wilde worden. Hij deed dat met zijn been boven op het lichaam van aangever en hij hield zijn handen vast. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zijn verklaring bij de politie niet klopt. Hij heeft zijn verklaring goed doorgelezen en dat kan niet kloppen, hij heeft niets bij aangever gedaan. Medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij op 26 november 2023 in het dorpshuis aan de [straatnaam] in [plaats 1] aanwezig was voor een feest van zijn nicht. [medeverdachte] werd door verdachte op een gegeven moment naar buiten gehaald, omdat er een bestuurder was (de rechtbank begrijpt: aangever) die op verdachte was ingereden. Buiten vroeg [medeverdachte] aan aangever waar hij mee bezig was en noemde hem pannenkoek. Aangever kwam op [medeverdachte] af en daarop heeft [medeverdachte] hem met de vuist geslagen en naar de grond geduwd. Daarna is [medeverdachte] weer naar binnen gegaan. Vrijspraak zware mishandeling Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting ontbreekt het wettig bewijs en heeft de rechtbank evenmin de overtuiging gekregen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling van aangever. Redengevend hiervoor is dat de rechtbank anders dan in de verklaringen van aangever en zijn zoon geen aanknopingspunten ziet voor bewijs van het slaan met een kapotte bierfles door verdachte of een van de andere betrokkenen. De beelden bevestigen die verklaringen niet en er zijn ook geen resten van een bierfles aangetroffen. Ten aanzien van het schoppen van aangever heeft de rechtbank onvoldoende vast kunnen stellen over de kracht waarmee dit gebeurde en de aard van bijvoorbeeld het schoeisel waarmee werd geschopt om de conclusie te kunnen trekken dat er een aanmerkelijke kans bestond op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangever. De rechtbank zal verdachte daarom van het primair tenlastegelegde vrijspreken. Openlijke geweldpleging Van openlijke geweldpleging is sprake bij geweld, gepleegd in vereniging, dat voor derden zichtbaar was of had kunnen zijn en waardoor de openbare orde is verstoord. Geweld wordt in vereniging gepleegd als de dader nauw en bewust samenwerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een significante of wezenlijke bijdrage aan de openlijke geweldpleging levert. Deze bijdrage kan onder andere bestaan uit het verrichten van één of meer gewelddadige handelingen. De rechtbank overweegt op grond van het vorenstaande allereerst dat er op 26 november 2023 voor het dorpshuis op de openbare weg de [straatnaam] in [plaats 1] geweld heeft plaatsgevonden, dat kan worden gekwalificeerd als openlijke geweldpleging. Het geweld was gericht tegen aangever, waarbij hij is geslagen, geduwd en getrapt. De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. De rechtbank overweegt het volgende. Verdachte is ter terechtzitting teruggekomen op zijn verklaring dat hij aangever naar de grond heeft gehouden. De rechtbank ziet echter geen reden om te twijfelen aan de verklaring van verdachte die hij heeft afgelegd bij de politie. Dit geldt te meer nu verdachte deze verklaring in december 2024 in het gesprek met de reclassering heeft herhaald. Onder andere uit de verklaring van aangever en de camerabeelden volgt dat aangever door meerdere personen werd geduwd en geschopt en dat een persoon hem ervan weerhoudt op te staan, nadat hij op de grond is geduwd. Op grond van de beelden is niet vast te stellen wie wie is omdat de personen niet duidelijk herkenbaar zijn en verdachten zeggen zichzelf niet te herkennen, maar dat zowel verdachte als zijn broer er op dat moment bij aanwezig waren kan op grond van elk van hun eigen verklaringen worden vastgesteld. Uit de verklaring van de medeverdachte volgt dat hij zich bevond in een gezelschap met verdachte en dat de medeverdachte aangever heeft geslagen en geduwd. Deze is daarmee het geweld begonnen. Uit de verklaring van verdachte volgt dat hij aangever naar de grond heeft gehouden en zijn handen heeft vastgehouden, waardoor ook (waarschijnlijk) andere (onbekend gebleven) personen vervolgens geweld tegen hem konden uitoefenen. De rechtbank stelt vast dat ook op de beelden te zien is dat aangever naar beneden wordt gehouden door een van de geweldplegers. Hiermee wordt de verklaring van verdachte dus bevestigd. De rechtbank concludeert dat verdachte met vorengaande een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de aanval van hem, medeverdachte en de (waarschijnlijk) onbekend gebleven personen op aangever. Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting ontbreekt het wettig bewijs en heeft de rechtbank evenmin de overtuiging gekregen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het steken en/of snijden met een glasscherf of een puntig voorwerp. De rechtbank verwijst naar wat hierover is overwogen bij de bespreking van het primair ten laste gelegde feit. De rechtbank zal verdachte daarom van de eerste gedachtestreep vrijspreken. Conclusie De subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging in vereniging is wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de eerste gedachtestreep. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 26 november 2023 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] openlijk, te weten, op/aan de [straatnaam] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] door: - die [slachtoffer] met een glasscherf, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het hoofd en/of achter het oor te steken en/of te snijden en/of - die [slachtoffer] te duwen, waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of - (vervolgens) die [slachtoffer] meermalen (met kracht) tegen/op het hoofd en/of in/tegen het gezicht en/of in/tegen de ribben en/of de rug, althans het lichaam te schoppen en/of te slaan/stompen. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Subsidiair: Openlijke geweldpleging 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van 200 uren werkstraf subsidiair 100 dagen hechtenis. Het standpunt van de verdediging Verzocht wordt rekening te houden met de eigen rol van aangever. Verdachte heeft een vast contract en geen schulden. Hij heeft een relatie en wordt bijna vader. De recidivekans is laag. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Verdachte heeft, samen met zijn broer en anderen, fors geweld gebruikt tegen aangever. Dit is een ernstig feit waarbij een onaanvaardbare inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever. Doordat het feit in het openbaar heeft plaatsgevonden, heeft dit feit ook angst en onrust in de samenleving veroorzaakt. Hoewel dit geweld nooit had mogen worden gebruikt en buitenproportioneel is, weegt de rechtbank aangevers rol mee. Aangever heeft immers de confrontatie opgezocht en had er ook voor kunnen kiezen om deze niet op te zoeken of in ieder geval niet kunnen teruglopen nadat hij met de groep had gesproken en de discussie voorbij leek te zijn. De rechtbank heeft acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) die strafrechters in Nederland hanteren met betrekking tot openlijke geweldpleging. Aan een first offender van een openlijke geweldpleging begaan tegen personen, waarbij aan de slachtoffers letsel is toegebracht, wordt in beginsel een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 150 uren opgelegd. Alles afwegend vindt de rechtbank een werkstraf voor de duur van 150 uur passend. 8De beoordeling van de civiele vordering De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 379,86 aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade volledig en ten aanzien van de immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,-, kan worden toegewezen en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige deel aan immateriële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering primair in zijn geheel niet ontvankelijk dient te worden verklaard. Subsidiair dient de vordering ten aanzien van de kapotte hoodie en de kapotte telefoon te worden afgewezen. Ten aanzien van de immateriële schade dient de vordering voor een groot gedeelte te worden afgewezen gelet op het eigen aandeel van aangever. Overweging van de rechtbank Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de geclaimde kosten voor een kapotte hoodie, een kapotte telefoon, het eigen risico en de reiskosten zijn gemaakt ten gevolge van het bewezenverklaarde. Dit deel van de vordering, te weten € 379,86, zal worden toegewezen. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij vordert een vergoeding van door hem geleden immateriële schade vanwege de psychische gevolgen die de gebeurtenis en het ontstane letsel heeft gehad en nog heeft. De rechtbank is van oordeel dat verdachte samen met zijn mededader een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de benadeelde partij en zijn gevoel van veiligheid. Gelet op de ernst van de normschending, de impact en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een aantasting van de persoon zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank acht, alles afwegende, een bedrag van € 750,00 billijk en zal de vordering tot vergoeding van de immateriële schade tot dat bedrag toewijzen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. Verdachte is vanaf 26 november 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank overweegt dat verdachte en medeverdachte ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover medeverdachte de schade heeft vergoed. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht. 10De beslissing  spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit;  verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  legt op een taakstraf van 150 (honderdvijftig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen; Vordering benadeelde partij [slachtoffer] veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 379,86 (driehonderdnegenenzeventig euro en zesentachtig cent) aan materiële schade en € 750,- (zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 november 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;  verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot immateriële schade; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 1.129,86 (duizend honderdnegenentwintig euro en zesentachtig cent) aan materiële schade en immateriële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 november 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 21 (eenentwintig) dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;  bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Snijders (voorzitter), mr. W. Bruins en mr. A. de Gooijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Teger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 januari 2025. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023546334, gesloten op 28 maart 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 8-10. geneeskundige verklaring, p. 16-19. Proces-verbaal van bevindingen, p. 36-37. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 54-56. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 62-63.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.