← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:9724

RECHTBANK GELDERLAND Strafrecht Zittingsplaats: Arnhem Parketnummer : 05/131840-23 Datum uitspraak: 28 januari 2025 Beschikking op de vordering tot verlenging plaatsing inrichting voor jeugdigen van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken (ex artikel 6:2:22 jo 6:6:31 Wetboek van Strafvordering) in de zaak van de officier van justitie tegen [betrokkene] (hierna: betrokkene) geboren op [geboortedag] 2003 te [geboorteplaats] , op dit moment verblijvende te [adres] , [postcode] [plaats] . Raadsvrouw mr. L. Windhorst, advocaat te ‘s Gravenhage. De procedure De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft bij vonnis van 30 maart 2021 aan betrokkene de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de PIJ-maatregel) opgelegd. Betrokkene is bij dit vonnis onder meer veroordeeld vanwege het steken in het bovenbeen van een medewerker van jeugdinstelling [jeugdinstelling] en het mishandelen en mondeling en schriftelijk bedreigen van andere medewerkers van jeugdinstelling [jeugdinstelling] in

  1. De termijn van de maatregel is ingegaan op 14 april
  2. Bij beschikking van deze rechtbank van 23 april 2024 is de PIJ-maatregel laatstelijk verlengd voor de duur van 10 maanden. De maatregel eindigt daarmee, behoudens verdere verlenging, voorwaardelijk op 23 januari 2025 en onvoorwaardelijk op 23 januari
  3. De officier van justitie heeft op 9 december 2024 de vordering ingediend tot verlenging van de PIJ-maatregel met 6 maanden. De rechtbank heeft verder kennis genomen van de processtukken, waaronder: - het PIJ-verlengingsadvies van 2 december 2024; - het Youturn tiende perspectiefplan, periode 5 maart 2024 tot 12 augustus 2024, opgesteld door mevrouw drs. H.H. van den Berg, GZ-psycholoog; - het reclasseringsadvies van 16 december 2024, opgesteld door de heer [reclasseringswerker] , reclasseringswerker Tijdens de zitting van 14 januari 2025 zijn gehoord: - betrokkene; - zijn raadsvrouw; - de deskundige mevrouw drs. H.H. van den Berg van RJJI [RJJI-locatie] ; - reclasseringsmedewerker de heer [reclasseringswerker] van Reclassering Nederland; - de officier van justitie. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft de vordering toegelicht en heeft deze gehandhaafd. Het standpunt van betrokkene Betrokkene geeft aan dat het goed met hem gaat. Door het incident met zijn ex-vriendin is hij weliswaar zijn werk kwijtgeraakt, maar betrokkene is inmiddels vader geworden en hij heeft een nieuwe baan gevonden. Hij woont bij zijn moeder en gaat iedere dag naar zijn ex-vriendin om haar te helpen met hun dochter. Betrokkene is gestart met het Scholings- en Trainings Programma (STP) en wil ambulante behandeling aangaan binnen het kader van het STP. De behandeling is nog niet gestart vanwege een probleem met de zorgverzekering van de betrokkene. Betrokkene heeft nog geen intake gehad. Hij is het niet eens met het advies om de maatregel met 6 maanden te verlengen, maar hij begrijpt het wel vanwege de incidenten met zijn ex-vriendin. De raadsvrouw verzoekt primair om de vordering af te wijzen en subsidiair om de PIJ-maatregel met 3 maanden te verlengen. Betrokkene zit al erg lang in allerlei kaders. De tijd is rijp om er een punt achter te zetten. Betrokkene blijft zich, met uitzondering van het incident, positief ontwikkelen. Hij is vader geworden, heeft een baan en woont bij zijn moeder. De voorgestelde therapie kan ongeacht een verlenging doorgezet worden. Het verlengingsadvies van 2 december 2024 Uit het adviesrapport van 2 december 2024 komt, zakelijk weergegeven en voor zover van belang, het volgende naar voren. Betrokkene verblijft sinds 21 juni 2021 op de Very Intensive Care (VIC) [groep] van RJJI-locatie [RJJI-locatie] . Er is bij betrokkene sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken. Betrokkene laat onder andere gedrag zien waaruit blijkt dat hij moeite heeft met autoriteit, weinig zelfkritisch is, moeite heeft met de omgang met (de meeste) hulpverleners/ autoriteiten van wie hij afhankelijk is en erg zelfbepalend is. Hij heeft een voorgeschiedenis van psychotrauma en een probleem verband houdend met levensstijl, namelijk seksueel risicogedrag. Daarnaast is er ook sprake van een stoornis in cannabisgebruik, in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving. Op 30 augustus 2024 is het STP gestart op het huisadres van moeder. Het afgelopen jaar is duidelijk geworden dat het niet zou lukken betrokkene door te plaatsen naar een instelling voor begeleid wonen vanwege zijn voorgeschiedenis en gedragsbeeld. Hierdoor is, in samenspraak met de reclassering, uiteindelijk gekozen voor wonen bij moeder. Afspraak hierbij is dat er gezocht blijft worden naar een passende woonvoorziening voor betrokkene. Op 18 november 2024 kwam de melding vanuit de reclassering dat er sprake was van een agressief incident in de relationele sfeer waarop betrokkene een time-out van 2 weken is aangezegd. Zijn werkgever werd hiervan op de hoogte gebracht en gaf aan dat betrokkene niet meer terug hoefde te komen. Hierdoor had hij geen dagbesteding meer. Tijdens de time-out is zijn vriendin bevallen van hun dochter. Betrokkene is, nadat hij met zijn vriendin het conflict besproken heeft en excuses heeft gemaakt en mede op haar verzoek, bij de bevalling aanwezig geweest. Er hebben een aantal verloven plaatsgevonden tijdens de time-out waarop hij zijn dochter heeft kunnen zien en zijn vriendin kon ondersteunen. Tevens heeft betrokkene een nieuwe baan gevonden waardoor hij weer dagbesteding heeft. Zijn time-out is niet verlengd en op 2 december beëindigd. Geadviseerd wordt de PIJ-maatregel met 6 maanden te verlengen, zodat betrokkene tijdens het voortzetten van het STP kan groeien in zijn rol als vader, behandeling krijgt om zijn impulscontrole beter te leren reguleren en eigen woonruimte kan gaan zoeken. De toelichting van de deskundigen tijdens de zitting Ter zitting heeft de deskundige, mevrouw Van den Berg, aangegeven dat het winst is dat betrokkene open staat voor behandeling. Er is sprake van een wachtlijst, maar de verwachting is dat betrokkene binnen nu en drie maanden kan starten met de behandeling. Dit is één van de redenen voor het advies om te verlengen. De deskundige wil monitoren hoe betrokkene de behandeling oppakt en zonder verdere incidenten het STP doorloopt. Betrokkene werkt goed mee met het STP. De reclasseringsmedewerker voegt toe dat de aanmelding voor behandeling eerst geheel rond was, maar er een probleem bleek te zijn met de zorgverzekering van betrokkene. De reclasseringsmedewerker probeert er een spoedaanmelding van te maken. In de komende zes maanden kan betrokkene laten zien dat hij een goede start maakt met de behandeling. Het incident met zijn ex-vriendin heeft veel voeten in de aarde gehad. Betrokkene laat desondanks zien, hoewel met externe motivatie van deskundigen, dat er een ingang is voor behandeling. Het is belangrijk dat betrokkene daar stappen in zet, niet alleen voor zijn ex-partner en kind, maar ook voor zichzelf. Dit geldt ook voor het kijken naar sociale contacten in de toekomst, omdat betrokkene veel in aanraking is geweest met hulpverlening en politie en justitie. Dingen zijn niet altijd verlopen zoals betrokkene graag had gewild. Het is belangrijk dat hij begrijpt waar problemen vandaan komen en dat hij werkt aan zijn probleemoplossend vermogen en emotieregulatie, aldus de reclasseringsmedewerker. De beoordeling door de rechtbank Voor een verlenging van de PIJ-maatregel is vereist dat: de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen; de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de maatregel eist; de verlenging van de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van betrokkene. Op grond van de stukken en wat tijdens de zitting naar voren is gebracht, stelt de rechtbank vast dat zich sinds de laatste zitting en na de start van het STP een aan betrokkene te wijten gewelddadig incident tussen betrokken en zijn ex-vriendin is gebeurd waardoor zijn relatie is beëindigd en betrokkene zijn baan is kwijtgeraakt. Daar staat tegenover dat betrokkene inmiddels vader is geworden, actief betrokken is bij zijn dochter en een nieuwe baan heeft gevonden. Bovendien staat betrokkene nu ook open voor ambulante behandeling in verband met zijn agressieregulatie. Op basis van het verlengingsadvies en de toelichting van de deskundige ter zitting, is de rechtbank van oordeel dat aan de wettelijke vereisten is voldaan en dat verlenging van de PIJ-maatregel ook is geïndiceerd. De rechtbank oordeelt, gelijkluidend aan het advies, dat een verlenging voor de duur van 6 maanden op dit moment passend is. De rechtbank komt daarmee tegemoet aan de tijd die nodig is om de ambulante behandeling van betrokkene te laten starten en verlenging van de maatregel is hopelijk een stimulans voor betrokkene om zich in te zetten voor de behandeling. Bovendien kan zo snel worden ingegrepen als zich weer een incident zou voordoen, zoals in november
  4. Het is aan betrokkene om nu te laten zien dat hij zonder incidenten het STP kan afmaken, zodat kan worden toegekomen aan een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de PIJ-maatregel moet worden verlengd met een termijn van 6 maanden, Op grond van artikel 6:6:31, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet de rechtbank in de beslissing tot verlenging van de maatregel aangeven wanneer de maatregel (na verlenging) onvoorwaardelijk eindigt. De maatregel begon op 14 april
  5. Deze eindigt, na de eerdere verlenging met 10 maanden bij beschikking van 23 april 2024, zonder verlenging voorwaardelijk op 23 januari
  6. De rechtbank verlengt de maatregel nu met 6 maanden. Als de maatregel daarna niet opnieuw wordt verlengd en zich geen situaties voordoen waardoor de termijn van de maatregel tijdelijk wordt stopgezet (bijvoorbeeld weglopen), eindigt de maatregel voorwaardelijk op 22 juli 2025 en onvoorwaardelijk op 22 juli
  7. De rechtbank merkt op dat zij bij de berekening van deze data heeft aangesloten bij artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht, waaruit volgt dat onder een maand wordt verstaan 30 dagen en dat zij zich bij die berekening heeft gebaseerd op de stukken die zich nu in het dossier bevinden. [Verlenging pij  eisen: - artikel 77t lid 3: maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerder personen; - artikel 77t lid 3 jo 77s lid 1 onder b en c  onder b: de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist  onder c: de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte Artikel 77t lid 2: verlenging kan voor maximaal 4 jaar, echter maximaal 6 jaar mogelijk als de maatregel is opgelegd aan een verdachte als bedoeld in artikel 77s lid 3 2e volzin: Indien bij de verdachte tijdens het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond.] De rechtbank neemt bij haar beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking. De beslissing De rechtbank: verlengt de termijn van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [betrokkene], voornoemd, voor een periode van 6 maanden. Deze beschikking is gegeven door mr. D.S.M. Bak voorzitter, tevens kinderrechter, mr. M. Rietveld en mr. G.M.L. Tomassen als kinderrechters in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed griffier, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 januari 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.