← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:9781

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 06/460426-08 Datum zitting : 20 december 2024 Datum uitspraak : 3 januari 2025 Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak van de officier van justitie tegen [betrokkene] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna: betrokkene, verblijvende te [Adres] , onder verantwoordelijkheid van Forensisch Psychiatrisch Centrum de [kliniek] (hierna: de kliniek), raadsman: mr. J.J. Lieftink, advocaat te Amsterdam. Procedure Betrokkene is op 15 juni 2010 bij arrest van het Gerechtshof te Arnhem vanwege onder meer het misdrijf doodslag veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 26 december 2013 en het laatst verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 28 december

  1. Bij vordering van 12 november 2023, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op diezelfde dag, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van één jaar. De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken: het adviesrapport van de kliniek van 15 oktober 2024; een afschrift van de wettelijke aantekeningen. Ter zitting van 15 december 2023 zijn gehoord: betrokkene; zijn raadsman; de deskundige A.J. Wijnne, GZ-psycholoog en hoofd behandeling outreach-team; en de officier van justitie, mr. J. Osinga. De standpunten De officier van justitie heeft de vordering tot verlenging van de maatregel met één jaar gehandhaafd. De raadsman van betrokkene heeft gepleit voor aanhouding van deze zaak voor de duur van vijf maanden, zodat kan worden onderzocht of, en zo ja, onder welke voorwaarden de dwangverpleging van betrokkene voorwaardelijk kan worden beëindigd. Hoewel er aan zijn feitelijke situatie niet veel zou veranderen wil betrokkene van het label TBS af. De raadsman heeft daarbij afstand gedaan van de wettelijke termijn van aanhouding van maximaal drie maanden. De beoordeling Indexdelict De rechtbank overweegt dat de terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege het delict doodslag. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer perso(o)n(en). De maatregel is dus niet gemaximeerd. Stoornis Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een borderline en antisociale persoonlijkheidsstoornis, naast verslavingsproblematiek en een depressieve stoornis in remissie. De stoornissen en de gebrekkige ontwikkeling zijn nog altijd aanwezig. Verloop van de maatregel In het adviesrapport staat – onder meer – het volgende vermeld: “Betrokkene heeft met plaatsing bij [Adres] een passende plek gevonden, waarbij het gehele resocialisatietraject vormgegeven kan worden. Er zijn voldoende doorstroommogelijkheden binnen [Adres] voor verdere verzelfstandiging en deze mogelijkheden kunnen ook worden ingezet indien in de toekomst geen sprake meer zou zijn van een strafrechtelijke titel. In de afgelopen periode is echter nog vrij intensieve ondersteuning vanuit het Outreachteam aanwezig en loopt het reclasseringscontact - in het kader van FPT - al geruime tijd. Gezien de time-out wegens de beschuldiging van aanranding is de aanvraag proefverlof in overleg met reclassering uitgesteld en vrij recent gedaan en gemachtigd. Tijdens het proefverlof zal de reclassering haar contact met betrokkene voortzetten waarbij het Outreachteam het noodzakelijk acht dat haar centrale rol overgenomen zal gaan worden door het forensisch FACT-team. Op 8 oktober jongstleden wordt de machtiging proefverlof ontvangen en zal binnen drie maanden een ingangsdatum hiervan worden gepland met betrokkene en reclassering. Het forensisch FACT-team heeft op het moment van dit schrijven de intake fase nog niet afgerond, maar omdat de machtiging proefverlof is afgegeven is de verwachting dat, indien zij positief besluiten, het team op korte termijn zal kunnen invoegen in het traject. Aan de reclassering is de vraag voorgelegd hoe zij staat in een eventuele voorwaardelijke beëindiging bij de aankomende zitting, en de toezichthouder laat weten daar op dit moment nog geen vertrouwen in te hebben en dit prematuur te vinden. Dit omdat betrokkene nog herhaaldelijk in de [kliniek] geplaatst is voor een time-out en zij dit ook verwacht tijdens proefverlof. Daarbij is hij formeel nog niet aangenomen bij het forensisch FACT-team. De reclassering stelt dat het de voorkeur heeft de koers geleidelijk te laten verlopen en in gezamenlijkheid met het forensisch FACT- en Outreachteam tijdens het proefverlof gedegen toe te werken naar een voorwaardelijke beëindiging bij de zitting in december 2025, zodat de kans van slagen van een voorwaardelijke beëindiging groter is dan dat op dit moment van schrijven zou zijn. Gezien dit goed onderbouwde betoog van reclassering adviseert de [kliniek] de tbs-maatregel te verlengen voor de duur van een jaar.” De deskundige Wijnne heeft ter zitting het advies van de kliniek gewijzigd van verlenging met één jaar, naar aanhouding van de zaak voor de duur van vijf maanden. Uit de toelichting van Wijnne ter zitting volgt dat na het schrijven van bovengenoemd advies er sprake van een terugval is geweest. Op 5 december 2024 is het proefverlof ingegaan. De kliniek kent betrokkene al lang. De deskundige denkt dat de maatregel voorwaardelijk kan worden beëindigd, omdat zij niet verwacht dat het recidiverisico lager zal worden dan het momenteel is. Daar hoort bij dat betrokkene af en toe een terugval heeft. Bij tijdig interveniëren zal het naar verwachting echter niet tot een nieuw strafbaar feit leiden. De deskundige heeft een week vóór deze verlengingszitting nog uitgebreid gesproken met de reclassering. De reclassering vindt het te vroeg om de tbs-maatregel voorwaardelijk te beëindigen. Zij kent betrokkene nog niet zo lang als de deskundige en heeft tijd nodig om hem beter te leren kennen. De reclassering heeft de deskundige laten weten dat ook bij aanhouding van de zaak voor de duur van drie maanden, zij het alsnog te vroeg vindt om over te gaan tot voorwaardelijke beëindiging. De deskundige verwacht dat de reclassering hier over vijf maanden wellicht anders in zal staan en oppert om die reden aanhouding van de behandeling van de zaak voor een periode van vijf maanden. De raadsman kan zich vinden in het standpunt van de deskundige om de zaak aan te houden voor de duur van vijf maanden. Indien de reclassering over vijf maanden een negatief advies uitbrengt, dan kan duidelijk worden wat er moet gebeuren om de maatregel volgend jaar wel voorwaardelijk te kunnen beëindigen. Recidivegevaar De kliniek schat onder de huidige omstandigheden – verblijf in een beschermde woonvorm van [Adres] in het kader van transmuraal verlof – het risico op een nieuw geweldsdelict als laag in. Indien de tbs-maatregel echter nu zou worden opgeheven, wordt het recidiverisico op een nieuw geweldsdelict op matig tot hoog ingeschat. Betrokkene zal bij de huidige locatie ([Adres]) kunnen blijven wonen. Echter bestaat de kans dat hij zonder toezicht te weinig motivatie behoudt om dit vast te houden. Een gebrek aan adequate huisvesting, dagbesteding en ondersteuning zal zorgen voor oplopende spanning. Verwacht wordt dat hij zal toetrekken naar een risicovol netwerk waarin hij zich makkelijk laat beïnvloeden. In dit risicovol milieu zal hij sneller in de verleiding komen om middelen te gebruiken. Wanneer hij zich in dergelijke relaties onheus bejegend of gekrenkt voelt, beschikt hij niet over voldoende copingvaardigheden om hier adequaat mee om te gaan, wat het risico op middelengebruik (als coping) en gewelddadig gedrag jegens de persoon die de krenking veroorzaakt, vergroot. Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is. Conclusie Betrokkene heeft bij [Adres] een passende plek gevonden, waarbij het hele resocialisatietraject vormgegeven kan worden. Het proefverlof is zeer recent gestart. Gebleken is dat het momenteel goed gaat met betrokkene, ondanks dat er sprake is geweest van twee terugvallen in het gebruik van verdovende middelen. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene al een eind is gekomen, maar dat de fase van proefverlof volledig moet worden doorlopen. De rechtbank begrijpt dat de reclassering het te prematuur vindt om over te gaan tot voorwaardelijke beëindiging. Dit geldt ook indien de zaak zal worden aangehouden voor de duur van drie maanden. De rechtbank zal ook niet overgaan tot aanhouding voor de duur van vijf maanden. De rechtbank is van oordeel dat het verloop van het proefverlof en het contact met de reclassering het komende jaar dient te worden afgewacht. Dat heeft als voordeel dat als er het komend jaar terugplaatsingen in de kliniek nodig zijn, dit bij voortzetting van de maatregel makkelijker te realiseren zal zijn dan bij voorwaardelijke beëindiging van de maatregel. De officier van justitie heeft ter zitting toegezegd over zes maanden een maatregelrapport aan te vragen voor de volgende verlengingszitting. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering, met één jaar verlengen. De beslissing De rechtbank: verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met 1 (één) jaar. Deze beslissing is gegeven door A.P. Sno, voorzitter, mr. W.H.S. Duinkerke en mr. A. Bril, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Wisseborn, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 3 januari
  2. Mrs. W.H.S. Duinkerke en A. Bril zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.