RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/455072 / HA ZA 25-320 Vonnis van 8 oktober 2025 in de zaak van V.G.A.A. B.V., gevestigd te Gameren, eisende partij, hierna te noemen: VGAA, advocaat: mr. R. Stekelenburg, tegen 1 [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , Duitsland,
- de rechtspersoon naar buitenlands recht IN-TRAUMA MEDTEC SOLUTIONS GMBH, gevestigd te Tuttlingen, Duitsland, gedaagde partijen, hierna te noemen: [gedaagde] en In-Trauma. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoek van VGAA om een Europees betalingsbevel van 23 augustus 2024, bij rechtbank Den Haag feitelijk ingekomen op 29 augustus 2024, het Europees betalingsbevel van 4 februari 2025, uitgevaardigd door rechtbank Den Haag, het verweer van [gedaagde] en In-Trauma tegen het bevel, de beschikking van de rechtbank Den Haag van 29 juli 2025 (zaaknummer C/09/672169 / HA RK 24-504). 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De overwegingen 2.
- De rechtbank Den Haag heeft, vanwege de tegenspraak van [gedaagde] en In-Trauma, bevolen dat de procedure die daar als een Europese betalingsbevelprocedure was begonnen volgens de regels van de dagvaardingsprocedure wordt voortgezet, en de zaak verwezen naar de rolzitting van de rechtbank Gelderland van 24 september 2025, waar partijen bij advocaat moesten verschijnen. 2.
- [gedaagde] en In-Trauma zijn op de rol van 24 september 2025 niet verschenen. Zoals in art. 6 lid 3 van de Uitvoeringswet is bepaald zullen [gedaagde] en In-Trauma in beginsel alsnog door VGAA bij exploot moeten worden opgeroepen. 2.
- Het stuk waarmee de procedure is ingeleid behoeft aanvulling, zoals in art. 6 lid 4 van Uitvoeringswet verordening Europese betalingsbevelprocedure is voorzien. VGAA zal dus in beginsel een conclusie moeten nemen waarin zij de eis en de gronden daarvan, alsmede de door [gedaagde] en In-Trauma tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor en de bewijsmiddelen waarover zij kan beschikken moet uiteenzetten overeenkomstig het voorschrift van art. 111 lid 2 onder d en art. 111 lid 3 Rv. 2.
- Gebleken is echter dat in Duitsland op 1 september 2024 een insolventieprocedure is geopend tegen In-Trauma (na te gaan op https://neu.insolvenzbekanntmachungen.de). Gelet op art. 18 van de Herschikte Insolventieverordening (nr. 2015/848) en art. 32 Fw, en aangenomen dat de Duitse insolventieprocedure in Nederland erkend kan worden, zijn de artikelen 27 tot en met 31 Fw van overeenkomstige toepassing. Dat zou hier betekenen dat de procedure tegen In-Trauma op de voet van art. 29 Fw op 1 september 2024 van rechtswege is geschorst. Verwijzing van die procedure naar de parkeerrol lijkt dan aangewezen. In dat geval zou VGAA kunnen volstaan met het oproepen van [gedaagde] en het nemen van een conclusie van eis tegen [gedaagde] . De rechtbank zal VGAA in de gelegenheid stellen om zich in dit verband uit te laten. 2.
- Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3De beslissing De rechtbank 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 oktober 2025 voor het nemen van een akte door VGAA over hetgeen in 2.
- is overwogen, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Olthof en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober
- 512/1547