RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/457180 / HA ZA 25-394 Vonnis van 12 november 2025 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente Schagen, eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. M.A. Mak te Alkmaar, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- [eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.
- De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.
- In onderdeel (i) van het petitum is onder meer vermeld: ‘door betalingen van [gedaagde] van € 1,23 op te leveren paardenmest’. Gelet op de inhoud van de dagvaarding bedoelt [eiser] kennelijk € 1,23 per ton op te leveren paardenmest. De rechtbank zal de cursieve woorden vermelden in de beslissing. 2.
- [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 714,00 - salaris advocaat € 614,00 (1 punt × € 614,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.625,
- 2.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De rechtbank 3.
- verklaart voor recht dat het saldo van de leenovereenkomst niet opeisbaar is door [gedaagde] en dat de (zogenaamde) lening slechts kan worden afgelost door betalingen van [gedaagde] van € 1,23 per ton op te leveren paardenmest door [eiser] , 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.625,40, tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn betaald, 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.