← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:9956

RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/457180 / HA ZA 25-394 Vonnis van 12 november 2025 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente Schagen, eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. M.A. Mak te Alkmaar, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. [eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.
  4. De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.
  5. In onderdeel (i) van het petitum is onder meer vermeld: ‘door betalingen van [gedaagde] van € 1,23 op te leveren paardenmest’. Gelet op de inhoud van de dagvaarding bedoelt [eiser] kennelijk € 1,23 per ton op te leveren paardenmest. De rechtbank zal de cursieve woorden vermelden in de beslissing. 2.
  6. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 714,00 - salaris advocaat € 614,00 (1 punt × € 614,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.625,
  7. 2.
  8. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De rechtbank 3.
  9. verklaart voor recht dat het saldo van de leenovereenkomst niet opeisbaar is door [gedaagde] en dat de (zogenaamde) lening slechts kan worden afgelost door betalingen van [gedaagde] van € 1,23 per ton op te leveren paardenmest door [eiser] , 3.
  10. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.625,40, tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
  11. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis zijn betaald, 3.
  12. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.