← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2025:9983

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummers: 05-388265-24 en 08-311176-24 (gev. ttz.) Datum uitspraak : 27 maart 2025 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] (Marokko), zonder vaste woon- of verblijfplaats, op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] . raadsman: mr. U. Yildirim, advocaat in Zwolle. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: Parketnummer 05.388265.24 Feit 1 hij op of omstreeks 6 december 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in/uit een auto en/of in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 1] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(
  2. en)en/of in een personenauto (welke zich op voornoemd erf bevond) een geldbedrag van in totaal (ongeveer) € 635,- en/of een portemonnee (met daarin meerdere pasjes), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  3. s)toebehoorde(
  4. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  5. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; Feit 2 hij op of omstreeks 6 december 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een auto een Actiontas (met daarin goederen) en/of een werkjas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  6. s)toebehoorde(
  7. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  8. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; Feit 3 hij op of omstreeks 6 december 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk de kofferbak van de auto en/of de jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  9. n)heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; Feit 4 hij op of omstreeks 6 december 2024 te [plaats] , in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een geldbedrag van (ongeveer) € 217,- en/of een iPhone, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  10. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; Feit 5 hij op of omstreeks 6 december 2024 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, [adres 3] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meerdere goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(
  11. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel zich naar de woning van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft begeven en/of (vervolgens) het balkon op is geklommen en/of (vervolgens) de balkondeur heeft geopend en/of (vervolgens) de woning is binnengetreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Parketnummer 08.311176.24 hij op of omstreeks 28 september 2024 te Mariënberg, gemeente Hardenberg en/of te Hardenberg, althans in Nederland, een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  12. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Parketnummer 05.388265.24 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit verdachte vrij te spreken van feiten 1 en 3. Ten aanzien van feit 1 ontkent verdachte dat hij het geld uit de woning heeft weggenomen. Enkel uit de aangifte blijkt dat het geld en de portemonnee zijn weggenomen. Het dossier bevat hiervoor verder geen steunbewijs. Ten aanzien van feit 3 ontkent verdachte de vernieling. Hij verklaart dat hij alleen de achterklep open en dicht heeft gedaan. Verdachte had bovendien geen (voorwaardelijk) opzet op de vernieling. Hij had niet hoeven te verwachten dat er een fles motorolie in de kofferbak lag en dat die zou gaan lekken. De raadsman refereert zich voor de overige feiten aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 5 ontkent verdachte in de woning te zijn geweest. De beoordeling door de rechtbank Feit 1 Aangever [slachtoffer 2] , wonende aan de [adres 1] in [plaats] , heeft verklaard dat hij op 6 december 2024 omstreeks 03.22 uur op de camerabeelden zag dat er twee mannen bij zijn auto waren die op zijn oprit stond. De mannen zijn in de auto geweest en hebben daar een vijfeurobiljet, een tieneurobiljet en een twintigeurobiljet weggenomen. Vervolgens zijn de twee mannen via de achterdeur, die niet op slot zat, zijn woning binnengegaan. Toen aangever hen zag en naar hen schreeuwde, gingen de mannen ervandoor. Zij hebben de portemonnee van de vriendin van aangever, [slachtoffer 1] , weggenomen, waarin meerdere pasjes zaten. Ook hebben zij zeshonderd euro meegenomen, bestaande uit briefjes van vijftig euro. Op de camerabeelden van [slachtoffer 2] is te zien dat er twee mannen het erf op kwamen. Man 2 ging in de auto zitten en keek daarin rond. Man 1 kwam bij man 2 staan. Vervolgens betraden beide mannen de woning. Man 2 opende een deurtje van de kast en man 1 keek met hem mee in de geopende kast. Daarna renden de mannen de woning uit met de bewoner achter hen aan. Verdachte heeft verklaard dat hij de nacht van 6 december 2024 met medeverdachte [medeverdachte] in de auto en in de woning van aangever is geweest. Verdachte werd op 6 december 2024 om 05.58 uur aangehouden aan de [straatnaam] in [plaats] . Verdachte had 877,25 euro op zak, waaronder zeventien vijftigeurobiljetten die in zijn onderbroek zaten. Ook had hij nog 65 euro bij zich, bestaande uit briefjes van twintig, tien en vijf euro. De rechtbank acht op basis van bovenstaande bewijsmiddelen bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] het geld en de portemonnee heeft weggenomen door middel van inklimming in de auto en in de woning. De aangifte wordt op meerdere onderdelen ondersteund door de camerabeelden en de overige bewijsmiddelen. Het verweer van de raadsman dat er onvoldoende steunbewijs is voor de aangifte slaagt daarom niet. Daarnaast heeft verdachte geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat hij zo veel contant geld op zak had, waarvan het grootste deel van het geld in zijn onderbroek. Feiten 2 en 3 Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij op 5 december 2024 zijn auto parkeerde in [plaats] en dat de auto niet was afgesloten. De volgende ochtend zag hij dat het in de auto een grote rommel was. Aangever zag dat de fles motorolie die hij in de kofferbak had liggen helemaal was leeggegoten over de kleding die in de kofferbak lag. De vloer van de kofferbak van de auto en de zomerjas waren compleet bevuild door de olie. Zijn werkjas, die in de auto lag, was verdwenen. Aangever zag op de camerabeelden dat er twee mannen in zijn auto zaten en dat zij vervolgens wegliepen met een Action-tas. Op de camerabeelden is te zien dat man 1, die door de verbalisant werd herkend als zijnde verdachte, in de auto ging zitten en door de auto aan het zoeken was. Daarna kwam man 2 aanlopen, die door de verbalisant werd herkend als zijnde medeverdachte [medeverdachte] . Man 2 tikte op het raam van de auto om contact te maken met man 1. Vervolgens ging ook man 2 in de auto zitten. Op dat moment ging man 1 de auto uit en opende de kofferbak. Hij legde een tas naast de auto en zocht verder in de kofferbak. Vervolgens deed hij de kofferbakklep dicht en liep weg met de tas die hij eerder naast de auto had gezet. Kort hierna verliet ook man 2 de auto. Verdachte heeft verklaard dat hij in de auto is geweest. Ook heeft hij in de kofferbak gekeken en de werkjas en tas die daarin lagen weggenomen. De rechtbank constateert op basis van de bewijsmiddelen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] middenin de nacht samen de auto van aangever grondig hebben doorzocht met als kennelijk doel toe-eigening van een of meerdere goederen. Er zijn ook daadwerkelijk goederen van aangever weggenomen. Er was dan ook sprake van een bewuste en nauwe samenwerking. Daarbij had ieder van hen een vergelijkbare, en in die zin onderling inwisselbare, rol. De rechtbank acht op basis van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte [medeverdachte] de werkjas en de tas uit de auto heeft gestolen. De rechtbank overweegt dat het begrip ‘inklimming’ niet zover strekt dat daaronder mede wordt verstaan een situatie als de onderhavige waarbij na het openen van een kofferbak daaruit een goed is weggenomen. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van dit strafverzwarende onderdeel in het onder feit 2 ten laste gelegde. Verdachte ontkent (voorwaardelijk) opzet te hebben gehad op de vernieling van de kofferbak en de jas. Hij heeft verklaard dat hij de fles motorolie niet heeft gezien. De rechtbank constateert op basis van de bewijsmiddelen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] de auto grondig hebben doorzocht en daarbij een enorme rommel hebben gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat hiermee een aanmerkelijke kans ontstond dat er goederen in de auto lagen die daardoor konden gaan lekken. Verdachte heeft door zo door de auto en de kofferbak te gaan deze aanmerkelijke kans bewust aanvaard. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte samen met medeverdachte de vernieling heeft gepleegd. Feit 4 Aangever [slachtoffer 4] , wonende op de eerste verdieping van een appartementencomplex aan de [adres 2] in [plaats] , heeft verklaard dat zijn balkondeur wel dicht zat, maar niet was afgesloten. In de nacht van 6 december 2024 had hij zijn telefoon en portemonnee meegenomen naar zijn slaapkamer en naast zijn hoofd gelegd. In zijn portemonnee zat ongeveer 200 euro, bestaande uit vier vijftigeurobiljetten, één vijfeurobiljet en twaalf euro aan muntgeld. Omstreeks 05.40 uur werd aangever wakker omdat zijn hond aan het blaffen was. Hij is toen vijf minuten gaan wandelen. Toen hij terugkwam zag hij dat zijn portemonnee voor de televisie op de kast lag. Zijn geld en telefoon waren verdwenen. Bij de balkondeur lag een druppel bloed. In de woning van aangever werd op de kopse zijde van de balkondeur een rode op bloed gelijkende veeg/druppel bemonsterd en veiliggesteld onder SIN-nummer [SIN-nummer 1] . Ook werd op de kopse zijde van de woonkamerdeur naar de hal toe een op bloed gelijkende veeg/druppel bemonsterd en veiliggesteld onder SIN-nummer [SIN-nummer 2] . Uit DNA-onderzoek volgt dat uit de monsters met SIN-nummers [SIN-nummer 1] en [SIN-nummer 2] een enkelvoudig DNA-profiel van een man werd aangetroffen waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. De mogelijke donor van het DNA is verdachte. Verdachte werd op 6 december 2024 om 05.58 uur aangehouden aan de [straatnaam] in [plaats] . Verdachte had een open wondje aan zijn duim. Ook had hij 877,25 euro op zak, waaronder zeventien vijftigeurobiljetten en muntgeld. Daarbij had hij nog 65 euro bij zich, waaronder een briefje van vijf euro. De rechtbank concludeert op basis van het DNA-onderzoek dat het DNA van verdachte matcht met het DNA dat in de woning van aangever werd aangetroffen. In combinatie met de overige bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte op 6 december 2024 omstreeks 05.40 uur de iPhone en het geld uit de woning aan de [adres 2] in [plaats] heeft weggenomen door middel van inklimming. Feit 5 Aangeefster [slachtoffer 5] , wonende aan de [adres 3] in [plaats] , heeft verklaard dat zij op 6 december 2024 met haar vriend in haar woning was. Haar woning bevindt zich op de eerste verdieping. Om omstreeks 05.20 uur hoorde haar vriend de deur van het balkon opengaan. Deze deur was niet afgesloten. Vervolgens zag zij dat een man in haar woning stond. Daarna verliet de man de woning. De man had het volgende signalement: 30/40 jaar oud, 170/180 centimeter lang, getinte huidskleur, een lange donkere jas met capuchon en een donkere broek. De [adres 2] [plaats] ligt hemelsbreed 24 meter van [adres 3] in [plaats] . Verbalisanten zagen op 6 dec 2024 omstreeks 02.30 uur twee mannen, waaronder verdachte, van het station [plaats] komen lopen. Het signalement van verdachte was onder andere: een getinte huidskleur, 170/180 centimeter lang, een zwarte parka met bontkraag en een donkere broek. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de aangifte en het aantreffen van verdachte diezelfde nacht in [plaats] voldoende wettig bewijs is dat verdachte degene is die heeft geprobeerd in te breken in de woning van [slachtoffer 5] . Verdachte voldoet bovendien aan het door aangeefster opgegeven signalement. Daar komt bij dat de rechtbank onder feit 4 bewezen acht dat verdachte ongeveer 20 minuten later een woninginbraak op slechts 24 meter afstand van de woning van [slachtoffer 5] heeft gepleegd door via de balkondeur de woning binnen te gaan. Zodoende heeft de rechtbank ook de overtuiging dat verdachte degene is geweest die de poging tot woninginbraak aan de [adres 3] heeft gepleegd, door ook daar via de balkondeur de woning binnen te sluipen. Het midden in de nacht over een balkon klimmen en door een onafgesloten balkondeur naar binnen gaan moet naar haar uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als te zijn gericht op toe-eigening van een of meerdere goederen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte de poging tot woninginbraak aan de [adres 3] in [plaats] heeft gepleegd door middel van inklimming. Parketnummer 08.311176.24 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Verdachte heeft verklaard dat hij de telefoon niet heeft gestolen. Hij had de telefoon van zijn vriend gepakt om die voor hem te bewaren. Op 28 september 2024 verklaarde een machinist dat twee personen hem vertelde dat ze hadden gezien dat die dag in de trein van Emmen naar Zwolle een telefoon was gestolen. Verdachte had op 28 september 2024 ten tijde van zijn aanhouding een telefoon in zijn bezit. Later die dag ging de telefoon over en verbalisant nam op. Hij hoorde een man zeggen dat hij in de trein van Emmen naar Zwolle lag te slapen en dat toen hij wakker werd zijn telefoon was gestolen. De telefoon behoorde toe aan [slachtoffer 7] . Op camerabeelden is te zien dat een man in een coupé alleen in een tweezits zit en er regelmatig een man voorbijloopt die in de richting van het slachtoffer kijkt. Even later buigt de man over het slachtoffer heen. Zijn beide handen zijn leeg. Hij brengt zijn rechterhand over het slachtoffer heen. Op het moment dat de man zijn arm weer terugtrekt is te zien dat hij een telefoon in zijn hand houdt. Vervolgens verdwijnt de man onderin uit beeld. Verdachte heeft verklaard dat hij de telefoon heeft gepakt. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank acht op basis van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte de telefoon heeft gestolen. De eigenaar van de telefoon laat weten dat zijn telefoon is gestolen en het is verdachte die de telefoon heeft gepakt. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij de telefoon voor het slachtoffer bewaarde gelet op de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen ongeloofwaardig. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: Parketnummer 05.388265.24 Feit 1 hij op of omstreeks 6 december 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen in/uit een auto en/of in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 1] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(
  13. s)zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(
  14. en)en/of in een personenauto (welke zich op voornoemd erf bevond) een geldbedrag van in totaal (ongeveer) € 635,- en/of een portemonnee (met daarin meerdere pasjes), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  15. s)toebehoorde(
  16. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  17. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; Feit 2 hij op of omstreeks 6 december 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in/uit een auto een Actiontas (met daarin goederen) en/of een werkjas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  18. s)toebehoorde(
  19. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(
  20. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;Feit 3hij op of omstreeks 6 december 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk de kofferbak van de auto en/of de jas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  21. n)heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; Feit 4 hij op of omstreeks 6 december 2024 te [plaats] , in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de [adres 2] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een geldbedrag van (ongeveer) € 217,- en/of een iPhone, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  22. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; Feit 5 hij op of omstreeks 6 december 2024 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, de [adres 3] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een of meerdere goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(
  23. n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming, en/of een valse sleutel zich naar de woning van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft begeven en/of (vervolgens) het balkon op is geklommen en/of (vervolgens) de balkondeur heeft geopend en/of (vervolgens) de woning is binnengetreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Parketnummer 08.311176.24 hij op of omstreeks 28 september 2024 te Mariënberg, gemeente Hardenberg en/of te Hardenberg, althans in Nederland, een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander toebehoorde(
  24. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Parketnummer 05.388265.24 feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen in een woning en op een besloten erf waarop een woning staat door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming; feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen; feit 3: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen; feit 4: diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming; feit 5: poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming; Parketnummer 08.311176.24 diefstal 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van de straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, en met aftrek van het voorarrest. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit een straf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en omdat de feiten niet veel schade hebben opgeleverd. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich in de nacht van 6 december 2024 schuldig gemaakt aan drie woninginbraken, waarvan twee samen met medeverdachte, een poging tot woninginbraak en een vernieling. Ook heeft hij op 28 september 2024 een telefoon gestolen. Verdachte heeft onder andere 852 euro, twee telefoons en een jas gestolen. Woninginbraken en inbraken in de auto op het erf van de woning veroorzaken niet alleen materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy en de veiligheidsgevoelens van de bewoners. Het is voor de slachtoffers erg onaangenaam om te leven met de wetenschap dat er een vreemde in hun woning of auto is geweest en (mogelijk) hun spullen heeft doorzocht. De eigen woning en het eigen erf zijn bij uitstek plekken waar men zich veilig zou moeten kunnen voelen. Verdachte heeft geen enkel respect getoond voor het eigendom van een ander en enkel rekening gehouden met zijn eigen geldelijk gewin. Daarnaast is verdachte enorm brutaal te werk gegaan. Niet alleen door in één nacht meerdere woninginbraken te plegen en goederen te stelen, maar ook doordat hij nadat hij was overlopen tijdens de poging inbraak bij huisnummer [adres 3] , slecht korte tijd later gewoon verder gaat en een paar huisnummers verder eveneens over het balkon klimt en spullen uit een woning meeneemt. De rechtbank vindt dit bijzonder kwalijk. De rechtbank weegt in het nadeel van verdachte mee dat uit het strafblad van verdachte van 4 februari 2025 blijkt dat hij in 2023 en 2024 eerder is veroordeeld voor diefstal. Er is dus sprake van recidive. Uit het reclasseringsadvies van 4 maart 2025 blijkt dat bij verdachte sprake is van instabiliteit op vrijwel alle leefgebieden, wat een risicofactor vormt voor delictgedrag. Verdachte heeft geen verblijfstitel. Met de huidige informatie rondom de verdenkingen en de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de reclassering geen aanknopingspunten voor interventies vanuit de reclassering. Gelet op de ernst van de feiten, met name de (poging tot) woninginbraken, kan niet anders worden volstaan dan met een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een voorwaardelijk deel, omdat verdachte een inreisverbod heeft en zijn verblijf in Nederland strafbaar is. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. 8De beoordeling van de civiele vordering Parketnummer 05.388265.24 De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft in verband met feit 4 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 631,22 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. Er is onvoldoende onderbouwd dat er € 217,- is gestolen. Het is onaannemelijk dat de benadeelde partij zo veel geld in zijn bezit had, omdat hij onder bewind stond. Verder is er geen bewijs dat er sigaretten zijn gestolen. Bij de aanhouding van verdachte zijn geen sigaretten aangetroffen. Ten aanzien van de schadepost telefoon is niet vast te stellen of de telefoon vóór de diefstal wel of niet al was beschadigd. Daarom is geen causaal verband vast te stellen. De schadepost inkomstenderving en de immateriële schade zijn onvoldoende onderbouwd. Overweging van de rechtbank Materiële schade Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadeposten ‘€ 217,-‘, ‘sigaretten’ en ‘telefoon’ zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan de onderbouwing van de benadeelde partij. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 520,50 kan worden toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat bij de schadepost ‘gederfde inkomsten’ onvoldoende is onderbouwd dat de benadeelde partij de dag van de aangifte en het forensische onderzoek moest werken. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk. Immateriële schade De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek recht op vergoeding van immateriële schade in het geval dat: verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen, de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat van de bedoelde aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daarnaast kan vanwege de aard en de ernst van de normschending sprake zijn van aantasting van de persoon op andere wijze waardoor immateriële schade wordt toegekend zonder dat de immateriële schade wordt onderbouwd. Het gaat dan om een dusdanige normschending dat zonder onderbouwing zonder meer duidelijk is dat sprake is van geestelijk letsel. De rechtbank stelt voorop dat zij begrijpt dat een woninginbraak zeer ingrijpend kan zijn en kan zorgen voor gevoelens van angst en onveiligheid. Dat levert echter nog geen grond op om immateriële schade toe te kennen. In dit geval is er geen sprake van een dusdanige ernstige normschending dat de aard en de ernst van de normschending een grond oplevert voor immateriële schade zonder dat wordt onderbouwd dat sprake is van geestelijk letsel. Voor vergoeding van immateriële schade is in dit geval dus nodig dat met stukken is onderbouwd dat sprake is van geestelijk letsel, dat is veroorzaakt door de inbraak. Dergelijke stukken zijn niet overgelegd. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen. 9De beoordeling van het beslag Parketnummer 05.388265.24 De rechtbank zal de inbeslaggenomen € 877,25 (goednummer PL0600-2024571790-3348154) en € 65,- (goednummer PL0600-2024571790-3348453) die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van feiten 1 en 4 zijn verkregen verbeurd verklaren. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte. Parketnummer 08.311176.24 De rechtbank zal de teruggave van de telefoon (goednummer PL0600-2024456047-3300163) aan de rechthebbende gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet. 10De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. 11De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden;  beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; veroordeelt verdachte in verband met feit 4 onder parketnummer 05-388265-24 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van € 520,50 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;  verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en immateriële schade; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 4], een bedrag te betalen van € 520,50 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 10 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;  verklaart verbeurd de onder parketnummer 05-388265-24 inbeslaggenomen € 877,25 (goednummer PL0600-2024571790-3348154) en € 65,- (goednummer PL0600-2024571790-3348453);  gelast de teruggave van de onder parketnummer 08-311176-24 inbeslaggenomen telefoon (goednummer PL0600-2024456047-3300163) aan de rechthebbende. Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.E. ter Hart (voorzitter), mr. A.T.G. van Wandelen en mr. J.M. Hollebrandse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 maart 2025. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024572222,gesloten op 8 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 44 en 45. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 70 en 71. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 maart 2025. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte, p. 156 en 157. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 25. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 27. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 98 en 99. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 101. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 maart 2025. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , p. 29 en 30. Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] [plaats] ), p. 39. Rapport Forensisch DNA-onderzoek, p. 42. Het proces-verbaal van aanhouding verdachte, p. 156 en 157. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 25. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 27. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , p. 13. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 148. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 17. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024456047, gesloten op 2 oktober 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 8. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 14. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 29. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 16 en 17. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 maart 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.