← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2026:1100

RECHTBANK GELDERLAND Bestuursrecht zaaknummer: ARN 26/793 uitspraak van de voorzieningenrechter van in de zaak tussen [verzoeker], uit [plaats], verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn. Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. 1.
  2. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. 1.
  3. Bij besluit van 7 mei 2025 heeft het college de schuldhulpverlening aan verzoeker op grond van de Wet gemeentelijke schulphulpverlening (Wgs) stopgezet. Met het bestreden besluit van 9 juli 2025 op het bezwaar van verzoeker is het college bij dit besluit gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Dit beroep is bij de rechtbank bekend onder procedurenummer ARN 25/
  4. Verzoeker heeft de rechtbank gevraagd een voorlopige voorziening te treffen inhoudende een (vergoeding van) hotelverblijf totdat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. Uit de functie van artikel 8:81 van de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat het verzoek wordt gedaan in samenhang met een bezwaar- of beroepsprocedure (formele connexiteit), maar wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken moet ook betrekking hebben op de mogelijke uitkomst van de samenhangende bezwaar- of beroepsprocedure (materiële connexiteit). 2.
  6. Aan het formele connexiteitsvereiste is voldaan omdat er beroep is ingesteld. 2.
  7. Aan het materiële connexiteitsvereiste is niet voldaan omdat de gevraagde voorziening de strekking van het connexe beroep, in dit geval het beroep tegen het beëindigen van de schuldhulpverlening, te buiten gaat. Met het beroep kan immers slechts worden bereikt dat het besluit over de beëindiging van de schuldhulpverlening wordt vernietigd. Daarom is met de verzochte voorziening, die strekt tot vergoeding van hotelovernachtingen, niet voldaan aan het materiële connexiteitsvereiste. Daarom moet het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. Conclusie en gevolgen
  8. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J.H. Boerhof, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier. Deze uitspraak wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De griffier is verhinderd De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen de uitspraak te ondertekenen griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.