← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2026:1234

RECHTBANK Gelderland Civiel recht Zittingsplaats Arnhem Zaaknummer: C/05/461117 / HA ZA 25-542 Vonnis van 11 februari 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam eiser] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. T.C. de Roon te Zoetermeer, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam gedaagde] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - het tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
  3. [eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.
  4. De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. Het gevorderde zal als volgt worden toegewezen. 2.
  5. [eiser] vordert vergoeding van € 1.828,07 aan buitengerechtelijke incassokosten. Die vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht en heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. De door [eiser] gevorderde btw zal echter worden afgewezen, omdat zij niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie te hebben verricht. Daarom zal een bedrag van € 1.510,80 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. 2.
  6. [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 122,35 - griffierecht € 3.083,00 - salaris advocaat € 1.290,00 (1 punt × € 1.214,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.684,35 2.
  7. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De rechtbank 3.
  8. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] , tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 73.580,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente conform artikel 6:119a BW over een bedrag van € 70.725,00 vanaf 18 juni 2025, tot de dag van algehele voldoening, en over een bedrag van € 2.855,00 vanaf 20 juni 2025, tot de dag der algehele voldoening, 3.
  9. bepaalt dat, voor zover [gedaagde] niet binnen twee weken na betekening van het vonnis tot volledige betaling van het onder 3.1 genoemde bedrag aan [eiser] zal zijn overgegaan en/of de noodzakelijke medewerking niet heeft verleend die nodig is voor het wijzigen van de tenaamstelling van het voertuig van het merk Carthago C-Tourer type 143-LE met kenteken [kenteken] en/of de noodzakelijke medewerking niet heeft verleend ter zake de afgifte van het vrijwaringsbewijs en/of de noodzakelijke medewerking niet heeft verleend voor het (feitelijk) afnemen van het voertuig, [eiser] zal zijn bevrijd van haar verplichting/verbintenis om het overeengekomen voertuig aan [gedaagde] te leveren, 3.
  10. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] , tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 1.510,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening, 3.
  11. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.684,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 3.
  12. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 3.
  13. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  14. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.K.J. Steketee en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.