RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 24/8921 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiser], uit [plaats], eiser (gemachtigde: mr. Y. Eryilmaz), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV (gemachtigde: R.V. Gerritsen). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van eisers ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW) per 6 juni 2024. Eiser is het niet eens met de beëindiging van het ziekengeld. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht het ziekengeld heeft beëindigd. Eiser krijgt geen gelijk. Het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Bij het besluit van 5 juni 2024 heeft het UWV eisers ziekengeld met ingang van 6 juni 2024 beëindigd. Met het bestreden besluit van 30 oktober 2024 op het bezwaar van eiser is het UWV bij dat besluit gebleven. 2.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. Het onderzoek ter zitting heeft gevoegd met de zaken 23/6124 en 24/3136 plaatsgevonden op 9 februari 2026. Aan de zitting heeft de gemachtigde van het UWV deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen ter zitting. Na de zitting zijn de zaken weer gesplitst en wordt in alle zaken afzonderlijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank De feiten 3. Eiser heeft gedurende gemiddeld 30,44 uur per week gewerkt als magazijnmedewerker. Hij is op 10 november 2020 uitgevallen voor dit werk wegens gezondheidsklachten. Aan eiser is per 12 november 2020 ziekengeld toegekend, omdat hij arbeidsongeschikt is voor zijn arbeid. Bij het besluit van 15 maart 2022 is het ziekengeld met ingang van 16 april 2022 beëindigd, omdat eiser meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. Eisers heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. 3.1. Eiser heeft zich, tijdens de bezwaarprocedure en vanuit de situatie dat hij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) ontvangt, op 6 januari 2023 opnieuw ziekgemeld. Omdat volgens de verzekeringsarts geen sprake is van nieuwe medische feiten en eiser arbeidsgeschikt wordt geacht, is bij besluit van 3 oktober 2023 de aanvraag voor ziekengeld afgewezen. Tegen dit besluit is geen bezwaar gemaakt. 3.2. Vervolgens heeft eiser gedurende gemiddeld 40 uur per week gewerkt als productiemedewerker. Daarnaast ontving eiser een WW-uitkering. Hij is op 4 maart 2024 voor zijn werk uitgevallen wegens een bedrijfsongeval. Na het bereiken van de maximale uitkeringstermijn van de WW-uitkering, is aan eiser per 16 april 2024 ziekengeld toegekend. Totstandkoming van het bestreden besluit 4. Met het besluit van 5 juni 2024 is het ziekengeld van eiser met ingang van 6 juni 2024 beëindigd, omdat eiser per die datum geschikt wordt geacht voor zijn arbeid. Aan het besluit ligt een medische beoordeling ten grondslag van de arts (getoetst en geaccordeerd door de verzekeringsarts). De arts heeft zijn bevindingen vastgelegd in de medische rapportage van 5 juni 2024. 4.1. Met het bestreden besluit van 30 oktober 2024 is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Aan het besluit ligt een medische beoordeling ten grondslag van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b). De verzekeringsarts b&b heeft zijn bevindingen vastgelegd in de medische rapportage van 20 september 2024. Gronden bezwaar herhaald en ingelast 5. Allereerst merkt de rechtbank op dat eiser in beroep aanvoert dat de gronden van het bezwaar als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd. Uit het in algemene zin herhalen en inlassen van bezwaargronden is niet af te leiden in welk opzicht de reactie van het UWV in het bestreden besluit op die bezwaargronden in de visie van eiser ontoereikend is. Naar het oordeel van de rechtbank wordt met het enkel herhalen en inlassen van de gronden van bezwaar onvoldoende uiteengezet op welke punten het bestreden besluit volgens eiser onjuist of onvolledig is en waarom. Is het onderzoek zorgvuldig? 6. Eiser stelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig dan wel onjuist tot stand is gekomen. Het uitgevoerde onderzoek is onzorgvuldig en ondeugdelijk. Er is door het UWV onvoldoende rekening gehouden met de medische beperkingen. 6.1. De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank is het medisch onderzoek van de (verzekerings)artsen (b&
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.