← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2026:1652

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.254790.24 Datum uitspraak : 3 maart 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres 1] , Raadsvrouw: mr. D. Kisteman, advocaat in Amsterdam. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 februari 2026. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 januari 2023 tot en met 2 februari 2023 in de gemeente Doetinchem en/of elders in Nederland(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen,(telkens) opzettelijk heeft/hebben verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd en/of aanwezig heeft/hebben gehad(een) (aanzienlijke) hoeveelhe(i)d(

  1. en)van een materiaal bevattende MDMA en/of metamfetamine en/of amfetamine zijnde MDMA en/of metamfetamine en/of amfetamine (telkens) een middel(
  2. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I , althans (een) (aanzienlijke) hoeveelhe(i)d(
  3. en)van (een) middel(
  4. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: [medeverdachte 1] op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 januari 2023 tot en met 2 februari 2023 in de gemeente Doetinchem en/of elders in Nederland(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen,(telkens) opzettelijk heeft/hebben verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverden/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd en/of aanwezig heeft/hebben gehad(een) (aanzienlijke) hoeveelhe(i)d(
  5. en)van een materiaal bevattende MDMA en/of metamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of metamfetamine en/of amfetamine (telkens) een middel(
  6. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I , althans (een) (aanzienlijke) hoeveelhe(i)d(
  7. en)van (een) middel(
  8. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst Itot en/of bij het plegen van dit misdrijf hij, verdachte in of omstreeks voornoemde periode in de gemeente Doetinchem en/of elders in Nederlandopzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweestdoor toen daar (telkens) opzettelijk een of meer grondstoffen en/of hulpstoffen en/of een of meer andere goederen (benodigd voor de productie en verwerking van die MDMA en/of metamfetamine en/of amfetamine) te kopen en/of te vervoeren en/of een zogenaamde tabletteer machine te repareren en/of in werking te stellen en/of te houden voor die [medeverdachte 1] ; 2De standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit. 3Overwegingen ten aanzien van het bewijs Op 3 februari 2023 vond een doorzoeking plaats aan de [adres 2] in [plaats] . De bewoonster van dat adres, [naam] , betreft de vriendin van verdachte. Verdachte verbleef zodoende regelmatig in die woning. Boven op de overloop trof de politie een dichte deur zonder deurklink aan. Verbalisanten vroegen waar de klink was en verdachte leidde de verbalisanten naar de badkamer, waar de klink werd gevonden. Op de zolder werd een ruimte gevonden met daarin een tabletteermachine. Daarnaast werden er kleurstoffen, tabletten en hulpmiddelen aangetroffen. Inbeslaggenomen materiaal uit de woning is getest en bleek MDMA te bevatten. De rechtbank heeft gezien dat [medeverdachte 1] (de zoon van [naam] ) op 4 juli 2024 door deze rechtbank veroordeeld is voor – onder andere – het vervaardigen van MDMA. Verdachte ontkent iedere vorm van betrokkenheid bij het tenlastegelegde. In het dossier bevinden zich meerdere tapgesprekken. De verdediging heeft aangevoerd dat de tapgesprekken die zijn opgenomen tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (medeverdachte, tevens vriendin van [medeverdachte 1] ) en tussen [medeverdachte 1] en [naam] niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden. De verdediging heeft [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] namelijk niet kunnen ondervragen nu zij zich op hun verschoningsrecht beriepen. Nu het belang van deze tapgesprekken voor de bewijsvoering groot is, is gebruik van die gesprekken in strijd met het recht op een eerlijk proces. De rechtbank zal dit verweer onbesproken laten, nu zij zelfs alle bewijsmiddelen, inclusief bedoelde tapgesprekken, tezamen beziend, van oordeel is dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Het staat vast dat verdachte aanwezig is geweest in de woning waar de MDMA werd bewerkt, dat hij op zolder is geweest en dat hij daar eenmaal heeft geprobeerd de machine die daar stond te repareren. Het staat vast dat de machine op zolder een tabletteermachine betrof en dat daarmee XTC-pillen werden vervaardigd. Verdachte verklaart dat hij niet wist waar de machine voor diende. Uit het dossier zijn geen omstandigheden gebleken op grond waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte wist waar de machine voor gebruikt werd, of dat hij dat had moeten weten. De officier van justitie heeft verwezen naar het feit dat op het moment van de doorzoeking pillen op de grond in de nabijheid van de machine lagen maar uit het dossier blijkt niet of dat op het moment dat verdachte op zolder was ook het geval was. Uit de verklaring van [naam] volgt dat [medeverdachte 1] op zolder zou werken aan epoxy-meubelen en daar (ook) kleurstoffen en machines voor gebruikte. In de tapgesprekken wordt ook besproken dat verdachte ‘aan het werk was’. Echter, wat dat werken inhield of waar dat werken uit bestond is niet duidelijk geworden. De rechtbank kan wel vaststellen dat verdachte [medeverdachte 1] soms geholpen heeft met dingen, zoals het repareren van de machine en het doen van boodschappen, maar de rechtbank kan niet vaststellen dat, voor zover die klusjes al verband hielden met drugsproductie gericht waren, het opzet van verdachte ook op de medewerking aan die productie gericht was. Medeplegen van of medeplichtigheid aan het produceren van drugs kan dan ook niet worden bewezen. Tevens is er onvoldoende bewijs dat verdachte weet had van de aanwezigheid van de drugs in de woning van [naam] of dat die drugs zich in zijn machtssfeer bevonden. Ook dit onderdeel van de tenlastelegging kan dan ook niet worden bewezen. Concluderend zal de rechtbank verdachte vrijspreken van al het tenlastegelegde. 4De beslissing De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde. Dit vonnis is gewezen door mr. J. W.S. Lucassen (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2026. Mr. G.L.C. van den Bosch is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.