RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05.257291.24 Datum uitspraak : 3 maart 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsman: mr. A.H. Staring, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. zij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 januari 2023 tot en met 2 februari 2023 in de gemeente Doetinchem en/of elders in Nederland(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen,(telkens) opzettelijk heeft/hebben verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd en/of aanwezig heeft/hebben gehad(een) (aanzienlijke) hoeveelhe(i)d(
(1)keer kan starten. […] Verdachte verklaart dat het in dit gesprek nog steeds over de taart ging. Het woord pakketten zou slaan op taartpakketten zoals van Dr. Oetker. De term Brown zou slaan op een staafmixer. Verdachte zegt in het gesprek dat zij het handding van Brown heeft gebruikt, maar dat het niet helemaal goed is geworden maar dat zij het wel vast iets mooier heeft gemaakt. Dit laatste taalgebruik lijkt niet aan te sluiten bij het bakken van een taart. De dag daarna, op 26 januari 2023, om 12:31 uur, wordt een gesprek tussen [medeverdachte] en verdachte getapt. Op de achtergrond van het gesprek wordt een draaiende machine gehoord door de politie. De inhoud van dat gesprek is (onder andere) als volgt: […] [medeverdachte] : gaat het goed? Verdachte: Wat zeg je wacht even.. even mijn muziek uitzetten.. wat... [medeverdachte] : Ik zeg gaat het goed Verdachte: Ja gaat goed [medeverdachte] : Oh top hier ook Verdachte: Ja [medeverdachte] :Ja joh Verdachte: Ik moet er nog maar vier of vijf [medeverdachte] : Meen je Verdachte: Ja oh geweldig man, ik ben hier ook al bijna door de hele gebakken heen, dus kun je nagaan [medeverdachte] : Oh wow Verdachte: Hoe laat was je begonnen? Tegen 12 uur of zo he [medeverdachte] : Ja gok ik 12 uur ja Verdachte: Kwart voor 12 reed ik weg of niet zoiets [medeverdachte] : Ja volgens mij wel toen ik net naar het toilet ging en mijn telefoon aan de oplader lag was het 12 uur Verdachte: Dat was net. Want ik reed net weg [medeverdachte] : Oh wow meen je niet, oh dan weet ik dat ik nog vier uur bezig ben om dit allemaal door te draaien, 3,5 uur nee top […] Diezelfde dag, op 26 januari 2023, om 13:10 uur, wordt een gesprek tussen [medeverdachte] en verdachte getapt. De inhoud van dat gesprek is (onder andere) als volgt: [medeverdachte] : He Verdachte: Heb jij nog zo een beker? [medeverdachte] : Ehja Verdachte: Waar ik kan blenden? [medeverdachte] : Hij is kapot of niet? Verdachte: Ja [medeverdachte] : Oke ja oh nee dat is gewoon, ik haal wel even twee of, hoeveel heb je nog? Verdachte: eh drie en half ongeveer [medeverdachte] : Die heb je nog drie en een halve zak? Verdachte: Ja [medeverdachte] : moeten ff nieuwe halen zo, ben bijna klaar dan kom ik er aan. Verdachte: Oke De dag erna, op 27 januari om 09:01 uur, wordt een gesprek tussen [medeverdachte] en verdachte getapt. De inhoud van dat gesprek is (onder andere) als volgt: Verdachte: Haai. [medeverdachte] : Haai. Ik belde je net terug. Verdachte: Oh. Ikke moet nog anderhalve zak. En hij is er afgesprongen. [medeverdachte] : Oh. Oke. Nee. Super. Top. Dankje wel. Ik heb er nog eentje staan, dussuh.. dat hoeft dan niet. Verdachte: Ja, offuh zal ik vast met die dingens doen. [medeverdachte] : Nee, Nee. Joh is goed zo. Diezelfde dag, op 27 januari, om 17:37 uur, wordt een gesprek tussen [medeverdachte] en verdachte getapt. De inhoud van dat gesprek is (onder andere) als volgt: […] Verdachte: Hoeveel moet je nog? [medeverdachte] : Ja, euhh.. nog twee dozen. Dus dat is drie uur. Maar, die andere die is net NTV open. Duss euhhh ik vraag hem of hij dan morgenochtend euhhh die andere twee wil wegdraaien. Ik doe nog eentje en dan rijden wij daar heen. Dan maak ik alles klaar. […] [medeverdachte] : Euhhh.. ja. Het is gewoon echt veel werk. Ik moet dubbel verpakken. Ik moet die M ook nog klein maken. Ik ben gewoon nergens aan toe gekomen man. Verdachte: Moet ik helpen dan? [medeverdachte] : Ja, ja ik weet niet wat jij allemaal nog moet doen. Verdachte: Ja, ik heb voor jou bijna alles klaarliggen. Ik heb voor mezelf al bijna alles klaar liggen. Ik kan.. [medeverdachte] : Als je mij als je mij een half uurtje kan helpen om het mij klein te maken dan ben ik echt al zwaar geholpen. Verdachte: Ja, tuurlijk. Want je hebt wel zo'n ding toch? [medeverdachte] : Ja, ja. Ik heb er twee zelfs. Verdachte: Oh, nou dat heb ik in 10 minuten a kwartier gedaan. [medeverdachte] : Oh, nou super. Dankjewel. Verdachte: Oke, dan kom ik er zo aan [medeverdachte] : Oke, tot zo schat. Uit bovenstaande gesprekken concludeert de rechtbank dat verdachte in de getapte periode vaak belde met [medeverdachte] en dat zij dan over en weer bespraken en afstemden of het goed ging met waar zij mee bezig waren en hoe lang het nog duurde. Hoe lang het nog duurde hing af van hoeveel (zakken, dozen) ze nog moesten. Het lijkt alsof zij op twee verschillende plekken aan het werk waren aan een gezamenlijk project. Er worden producten genoemd als blenders, bekers, pakken, zakken, dozen en een witte ton. Er worden ook handelingen besproken. Iets is verkeerd afgesteld want [medeverdachte] ‘krijgt hem niet helemaal hard’; er is nog 4 uur nodig om iets allemaal door te draaien; iemand moet morgenochtend nog iets wegdraaien; er moet dubbel verpakt worden; M moet nog klein gemaakt worden. Wanneer [medeverdachte] tegen verdachte zegt dat hij de M nog moet klein maken en nergens aan toe gekomen is, oppert verdachte om hem te komen helpen. [medeverdachte] reageert dat als zij een half uurtje kan kleinmaken, hij al zwaar geholpen is. Verdachte reageert daarop dat ze er zo aan komt. De rechtbank concludeert uit inhoud van de gesprekken, de verklaringen van [medeverdachte] en het feit dat in de woning MDMA is aangetroffen (zie feit 2), dat deze gesprekken over het bewerken van brokken MDMA tot pillen gaan. ‘Draaien’ is een term die gebruikt wordt voor het uitvoeren van een (deel van een) productieproces in de drugswereld. Deze term wordt in de gesprekken meermaals gebruikt. [medeverdachte] benoemt ook nog ‘M’ die klein gemaakt moet worden. Zoals [medeverdachte] in zijn verklaring al benoemt is ‘M poeder’ nodig in de tabletteermachine. ‘M’ staat dan weer voor MDMA. Uit de gesprekken blijkt zoals benoemd dat verdachte en [medeverdachte] gelijktijdig werkzaam waren. De rechtbank acht het zeer waarschijnlijk dat [medeverdachte] op de [adres] was, bij de tabletteermachine (het geluid van een tikkende machine was op de achtergrond van een van de gesprekken te horen) en dat verdachte thuis aan de [adres] aan het werk was met het blenden. Verdachte is op deze momenten zelfstandig aan het werk. Ze stelt [medeverdachte] geen vragen over wat ze moet doen of hoe ze het moet doen en heeft geen instructies nodig. [medeverdachte] geeft haar wel soms tips, zoals het schuin houden van de blender, maar het is duidelijk dat verdachte weet waar zij mee bezig is en ook waar hij mee bezig is (waarover hij heeft verklaard: met het fabriceren van drugs). Zij weet zogezegd van de hoed en de rand. De rechtbank overweegt dat verdachte en [medeverdachte] op dit punt een bewuste en nauwe samenwerking hadden. Verdachte en [medeverdachte] hebben opzettelijk samengewerkt ten behoeve van het draaien van XTC-pillen. De rechtbank wil daarmee niet zeggen dat [medeverdachte] en verdachte een gelijkwaardige relatie hadden in de productie van de pillen. De rechtbank gaat er op basis van de door [medeverdachte] afgelegde verklaring van uit dat hij de initiatiefnemer was en de uiteindelijke werkverdeling bepaalde. Maar ondanks dat de rol van verdachte kleiner was dan die van [medeverdachte] , was haar rol toch substantieel genoeg om van medeplegen te kunnen spreken. De rechtbank zal feit 1, zoals deze primair ten laste gelegd is, bewezen verklaren. Omdat de gezamenlijke gedragingen van verdachte en [medeverdachte] enkel zagen op het vergruizen (blenden) van MDMA en het draaien van XTC-pillen, zal de rechtbank enkel de gedragingen ‘bewerken’ en ‘aanwezig hebben’ bewezen verklaren. Van de andere ten laste gelegde gedragingen, waaronder bijvoorbeeld verkopen, afleveren en vervoeren, is geen bewijs geleverd. Nergens blijkt uit dat verdachte of [medeverdachte] de MDMA als zodanig ook daadwerkelijk heeft vervaardigd, en daarom zal verdachte ook daarvan worden vrijgesproken. Omdat het eerste gesprek waarin de betrokkenheid van verdachte naar voren komt is getapt op 25 januari 2025, zal de rechtbank die datum als startdatum van de pleegperiode aannemen, in het voordeel van verdachte. Feit 2 Eerder refereerde de rechtbank al aan de doorzoeking die op 3 februari 2023 plaatsvond in de woning van verdachte aan de [adres] . Tijdens die doorzoeking werden zoals gezegd onder andere verschillende soorten kristallen, pillen, poeders en brokjes in beslag genomen. Al die stoffen hebben een beslagcode gekregen, en vervolgens een SIN-nummer. Van al deze stoffen zijn monsters indicatief getest door de politie en vervolgens zijn die monsters (met eigen SIN-nummers) getest door het NFI. Deze onderzoeken zijn in een aanvullend verhelderings-proces-verbaal inclusief bijlagen aangeleverd door het Openbaar Ministerie. De rechtbank merkt op dat er in bijlage drie (op pagina 25) een schrijffout lijkt te zijn gemaakt. Daar staat dat een deel van de onderzochte stoffen in beslag is genomen op de Mercatorweg, en dus niet op de [adres] . De officier van justitie heeft tijdens de zitting uitgelegd dat dit een fout is geweest. Mercatorweg betreft het adres van het politiebureau, waar het inbeslaggenomene naar toe is gebracht alvorens het naar het NFI te zenden voor onderzoek. De rechtbank overweegt dat alle stoffen die op de [adres] in beslag zijn genomen, via de beslagcodes en SIN-nummers te herleiden zijn naar de indicatieve testen en de NFI-testen. De verschrijving op pagina 25 is daarom geen beletsel om dat proces-verbaal voor het bewijs te gebruiken. De verdediging heeft aangevoerd dat de foto’s van de keuken die bijgevoegd zijn in het proces-verbaal van de doorzoeking niet haar keuken te zien geven. De kleur van het aanrechtblad is verkeerd en deze foto’s kunnen daarom niet gemaakt zijn in de keuken van verdachte. Om dat standpunt te onderbouwen heeft de verdediging foto’s bijgevoegd aan het pleidooi, waarvan verdachte zegt dat hierop haar keuken te zien is. De rechtbank kan niet vaststellen welke foto’s daadwerkelijk in de keuken van verdachte gemaakt zijn. Het standpunt van de officier van justitie is dat het proces-verbaal van de politie een ambtsedig opgemaakt proces-verbaal is en zij dus van de juistheid daarvan uitgaat. De rechtbank heeft begrip voor dat standpunt maar zal verdachte desondanks in deze het voordeel van de twijfel geven. De stoffen die zijn aangetroffen in de keuken zullen daarom van het bewijs uitgesloten worden. Volgens het aanvullende proces-verbaal zijn op de [adres] de volgende goederen in beslag genomen en getest: - Beslagnummer: G05.02.003. In de schuur zijn aangetroffen 6 pillen (voorzien van logo Donkey Kong, met een totaal gewicht van 2,05 gram). Het SIN nummer van dit materiaal betreft SIN AAQM3634NL en het SIN nummer van het monster dat is genomen betreft SIN AAQJ7089NL. De politie heeft dit monster indicatief getest als MDMA. Het onderzoek van de NFI heeft bevestigd dat dit materiaal MDMA bevatte. - Beslagnummer: G05.02.003. In de schuur zijn aangetroffen 115 grijze tabletten (in de vorm skull met tekst indruk MB My Brand, met een totaal gewicht van 66,90 gram). Het SIN nummer van dit materiaal betreft SIN AAQM3634NL en het SIN nummer van het monster dat is genomen betreft SIN AAQU7090NL. De politie heeft dit monster indicatief getest als MDMA. Het onderzoek van de NFI heeft bevestigd dat dit materiaal MDMA bevatte. - Beslagnummer: G05.02.003. In de schuur is aangetroffen grijs/blauw poeder (met een totaal gewicht van 15,39 gram). Het SIN nummer van dit materiaal betreft SIN AAQM3634NL en het SIN nummer van het monster dat is genomen betreft SIN AAQU7091NL. De politie heeft dit monster indicatief getest als MDMA. Het onderzoek van de NFI heeft bevestigd dat dit materiaal MDMA bevatte. - Beslagnummer: G04.03.001. In de kelderkast zijn aangetroffen zakken met brokken (totaal nettogewicht 2610 gram) en poeder en brokjes (totaalgewicht 26,22 gram). Het SIN nummer van dit materiaal betreft SIN AAOV9744NL. Het SIN nummer van het monster dat is genomen van de brokken betreft SIN AAQJ6030NL en van de poeder en brokjes betreft het SIN AAQJ6031NL. De politie heeft deze monsters indicatief getest als MDMA. Het onderzoek van de NFI heeft bevestigd dat dit materiaal MDMA bevatte. - Beslagnummer: G04.03.002. In de kelderkast is aangetroffen roze poeder, roze pillen en bruine brokken (totaalgewicht 33,16 gram). Het SIN nummer van dit materiaal betreft SIN AAQV9743NL en het SIN nummer van het monster dat is genomen betreft SIN AAQJ6037NL. De politie heeft dit monster indicatief getest als MDMA. Het onderzoek van de NFI heeft bevestigd dat dit materiaal MDMA bevatte. - Beslagnummer: G05.02.003. In de schuur zijn aangetroffen 82 blauwe pillen (totaalgewicht 34,42 gram). Het SIN nummer van dit materiaal betreft SIN AAOM3634NL en het SIN nummer van het monster dat is genomen betreft SIN AAQJ7088NL. De politie heeft dit monster indicatief getest als MDMA. Het onderzoek van de NFI heeft bevestigd dat dit materiaal MDMA bevatte. - Beslagnummer: G05.02.004. In de schuur zijn kristallen aangetroffen (totaalgewicht 2010 gram). Het SIN nummer van dit materiaal betreft SIN AAQV9742NL en het SIN nummer van het monster dat is genomen betreft SIN AAQJ6028NL. De politie heeft dit monster indicatief getest als MDMA. Het onderzoek van de NFI heeft bevestigd dat dit materiaal MDMA bevatte. - Beslagnummer: G05.02.005. In de schuur is aangetroffen grijs/beige poeder (totaalgewicht 397,50 gram). Het SIN nummer van dit materiaal betreft SIN AAQV9741NL en het SIN nummer van het monster dat is genomen betreft SIN AAQU6032NL. De politie heeft dit monster indicatief getest als MDMA. Het onderzoek van de NFI heeft bevestigd dat dit materiaal MDMA bevatte. - Beslagnummer: G06.01.003. In de hal zijn pillen en brokjes aangetroffen (totaalgewicht pillen 3,43 gram, totaalgewicht brokjes 2,97 gram). Het SIN nummer van de pillen betreft SIN AAQV9738NL. Het SIN nummer van de brokjes betreft SIN AAQV9738NL en het SIN nummer van het monster dat is genomen betreft SIN AAQJ6035NL. De politie heeft dit indicatief getest als MDMA. Het onderzoek van de NFI heeft bevestigd dat dit materiaal MDMA bevatte. Zoals uit bovenstaande blijkt zijn de verschillende in beslag genomen drugs op meerdere verschillende plekken in de woning gevonden. Verdachte betrof de huurder en hoofdbewoner van deze woning. Onder feit 1 is reeds bewezenverklaard dat zij [medeverdachte] hielp met het (zelfstandig) vergruizen van de MDMA. Deze drugs bevonden zich daarom noodzakelijkerwijs in haar machtssfeer. De rechtbank zal daarom bewezen verklaren dat zij deze drugs aanwezig heeft gehad. Het totaalgewicht van de ten laste gelegde en bewezenverklaarde drugs komt uit op 5199,07 gram. Het aanwezig hebben van drugs is ook al onder feit 1 ten laste gelegd en bewezen verklaard. Er is dus sprake van eendaadse samenloop. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. zij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 januari 2023 tot en met 2 februari 2023 in de gemeente Doetinchem en/of elders in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen,(telkens) opzettelijk heeft/hebben verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd en/of aanwezig heeft/hebben gehad(een) (aanzienlijke) hoeveelhe(i)d(
- en)van een materiaal bevattende MDMA en/of metamfetamine en/of amfetamine zijnde MDMA en/of metamfetamine en/of amfetamine (telkens) een middel(
- en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I , althans (een) (aanzienlijke) hoeveelhe(i)d(
- en)van (een) middel(
- en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I ; 2. zij op of omstreeks 3 februari 2023 in de gemeente Doetinchem (perceel [adres] ), althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (een) hoeveelhe(i)d(
- en)van een materiaal bevattende MDMA en/of GHB (Gamma Hydroxy Boterzuur) , althans (een) middel(
- en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,te weten- 6 MDMA pillen (voorzien van logo Donkey Kong, met een totaal gewicht van 2,05 gram) en/of- 115 grijze MDMA tabletten (in de vorm skull met tekst indruk MB My Brand, met een totaal gewicht van 66,90 gram) en/of- Grijs/blauw MDMA poeder (met een totaal gewicht van 15,39 gram) en/of - Een blok MDA (gewicht 34,62 gram) en/of - Een aantal kristallen MDMA (gewicht 19,84 gram) en/of- Een aantal brokken MDMA en/of MDMA poeder (gewichten 26, 22 gram en 2610 gram) en/of- Roze MDMA poeder, roze MDMA pillen en bruine brokken MDMA (totaalgewicht 33,16 gram) en/of- 82 blauwe MDMA pillen (totaalgewicht 34,42 gram) en/of- Kristallen MDMA (totaalgewicht 2010 gram ) en/of- Grijs/beige MDMA poeder (totaalgewicht 397,50 gram ) en/of- Pillen en brokjes MDMA (gewicht 3,43 gram)zijnde MDMA en/of GHB (een) middel(
- en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, althans/zijnde (een) grote hoeveelhe(i)d(
- en)van (een) middel(
- en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B en C van de Opiumwet gegeven verbod feit 2: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 160 uren onvoorwaardelijk. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair bepleit hij ten aanzien van de strafmaat rekening te houden met een aantal factoren. Dit zijn de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de beperkte rol van verdachte en het blanco strafblad van verdachte. Daarnaast wijst de raadsman op de samenloopregelingen en op de schending van de redelijke termijn. Deze bedraagt 12 maanden. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA en het bewerken/verwerken daarvan. Drugs vormen een gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving. Achter de wereld van de drugshandel gaat een hele illegale wereld schuil, die draait op een eigen economie en waarin geweld niet wordt geschuwd. Het handelen van verdachte is een schakel in deze vorm van criminaliteit geweest. Deze strafbare gedragingen dienen dan ook te worden bestreden. De rechtbank gaat er vanuit dat verdachte niet de initiatiefnemer van de drugsbewerking is geweest en dat zij ook niet de uiteindelijke werkverdeling bepaalde. Hoewel zij ten aanzien van het bewerken van de drugs van de hoed en de rand leek te weten, ziet de rechtbank wel dat de rol van verdachte kleiner is geweest dan die van [medeverdachte] . Dat zal dan ook in positieve zin doorwerken in de op te leggen straf. De rechtbank wil er wel vanuit gaan dat verdachte mogelijk onder druk stond en dat zij leed aan PTSS. Echter, nu verdachte heeft verklaard de tenlastegelegde handelingen niet te hebben gepleegd heeft zij de rechtbank geen inzicht gegeven in het verband tussen haar persoonlijke omstandigheden en de feitelijke gedragingen. De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 16 januari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte afgezien van onderhavige zaak niet eerder met justitie in aanraking is gekomen en ook sinds onderhavig feit niet meer. Dit werkt in positieve zin voor verdachte mee. De rechtbank heeft gekeken naar de oriëntatiepunten die de rechtbanken met elkaar hebben vastgesteld. Het uitgangspunt voor het aanwezig hebben van in totaal 5199,07 gram harddrugs is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden. Het uitgangspunt voor het bewerken/verwerken van MDMA (rekenend met deze 5199,07 gram) is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden. Genoemde hoeveelheid betreft enkel de hoeveelheid drugs die tijdens de inval is aangetroffen in de [adres] . De rechtbank merkt op dat de werkelijke hoeveelheid MDMA die de verdachten bewerkt hebben en aanwezig hebben gehad, waarschijnlijk veel hoger zal liggen. De officier van justitie heeft een taakstraf en daarnaast enkel een voorwaardelijke gevangenisstraf geëist. Zij heeft aangegeven dat zij in haar eis de door de raadsman benoemde factoren zoals de persoonlijke omstandigheden, de samenloop en de overschrijding van de redelijke termijn al heeft verdisconteerd. De rechtbank ziet meerdere redenen om verdachte – ondanks hetgeen de LOVS oriëntatiepunten behelzen– geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Een van deze redenen is dat verdachte in haar eentje de zorg draagt over haar minderjarige zoon. Ook de overschrijding van de redelijke termijn en de samenloop neemt zij in ogenschouw. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast is een forse taakstraf passend en geboden. De rechtbank zal al met al aan verdachte een straf opleggen gelijk aan de eis van het Openbaar Ministerie. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een taakstraf van 160 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: - 9, 14 a, 14b, 14c, 47 en 55 van het Wetboek van Strafrecht; - 2 en 10 van de Opiumwet. 9De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden; bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; legt op een taakstraf van 160 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 maart 2026. Mr. G.L.C. van den Bosch is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022522901, gesloten op 7 oktober 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het digitale dossier, tenzij anders vermeld. Lijst van inbeslaggenomen goederen, p. 147; Proces-verbaal van bevindingen, p. 163. Proces-verbaal van verhoor, p. 32. Lijst van inbeslaggenomen goederen, p. 150-152. Proces-verbaal van bevindingen, p. 163. Proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris, p. 201; Proces-verbaal van verhoor, p. 205-208. Proces-verbaal van verhoor, p. 34. Gesprek, p. 191. Gesprek, p. 192. Verklaring van verdachte ter terechtzitting. Gesprek, p. 193-194. Verklaring van verdachte ter terechtzitting. Gesprek, p. 195. Gesprek, p. 196. Gesprek, p. 197. Gesprek, p. 198-199. Lijst met termen en begrippen gebruikt door criminelen bij de productie van (synthetische) drugs, p. 181. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 208. Lijst met termen en begrippen gebruikt door criminelen bij de productie van (synthetische) drugs, p. 185. Aanvullend proces-verbaal, verheldering [adres] , p. 25. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal van bevindingen, p. 1, 2, 8. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 15. Aanvullend proces-verbaal, NIF-rapport, p. 21. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal van bevindingen, p. 1, 2, 8. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 15-16. Aanvullend proces-verbaal, NIF-rapport, p. 22. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal van bevindingen, p. 1, 2, 8. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 16-17. Aanvullend proces-verbaal, NIF-rapport, p. 23. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal van bevindingen, p. 1, 4. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 44-45. Aanvullend proces-verbaal, NIF-rapport, p. 70-71. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal van bevindingen, p. 1, 4. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 52. Aanvullend proces-verbaal, NIF-rapport, p. 72. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal van bevindingen, p. 1, 2, 8. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 14. Aanvullend proces-verbaal, NIF-rapport, p. 20. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal van bevindingen, p. 1, 2. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 42. Aanvullend proces-verbaal, NIF-rapport, p. 66. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal van bevindingen, p. 1, 2. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 45-46. Aanvullend proces-verbaal, NIF-rapport, p. 67. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal van bevindingen, p. 1, 2. Aanvullend proces-verbaal, proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 48-49. Aanvullend proces-verbaal, NIF-rapport, p. 73-74.