← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2026:1860

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05.153515-25 Datum uitspraak : 17 februari 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] . Raadsman: mr. G.F. Schadd namens mr. H. Hadzic, advocaat in Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1 hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en/of Dodewaard en/of Herveld en/of Randwijk, althans in Nederland, op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere geldbedragen (van in totaal € 30.037,46), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(

  1. s)toebehoorde(
  2. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas en/of bankgegevens op naam van [slachtoffer] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en/of af te spreken en/of die [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en/of - die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en/of - (meerde malen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en/of - een of meerdere (vuur)wapen(
  3. s)tegen/naar het hoofd en/of op tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of - die [slachtoffer] op de achterbank van en/of in de auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en/of - die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en/of zijn telefoon en/of de toegangscode van de bank-app af te geven en/of - het hoofd van die [slachtoffer] omhoog te duwen (zodat de voornoemde telefoon kon worden ontgrendeld) en/of - die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en/of te blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en/of - die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en/of daar (tegen zijn wil) vast te houden en/of op te sluiten (teneinde zijn banklimiet – voor op te nemen en/of over te maken geldbedragen – te verhogen); subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en/of Dodewaard en/of Herveld en/of Randwijk, althans in Nederland, op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere geldbedragen (van in totaal € 30.037,46), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(
  4. n)en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas en/of bankgegevens op naam van [slachtoffer] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren, door - met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en/of af te spreken en/of die [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en/of - die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en/of - (meerde malen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en/of - een of meerdere (vuur)wapen(
  5. s)tegen/naar het hoofd en/of op tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of - die [slachtoffer] op de achterbank van en/of in de auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en/of - die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en/of zijn telefoon en/of de toegangscode van de bank-app af te geven en/of - het hoofd van die [slachtoffer] omhoog te duwen (zodat voornoemde telefoon kon worden ontgrendeld) en/of - die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en/of te blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en/of - die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en/of daar (tegen zijn wil) vast te houden en/of op te sluiten (teneinde zijn banklimiet - voor op te nemen en/of over te maken geldbedragen - te verhogen); 2 hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en/of Dodewaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door - met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en/of af te spreken en/of die [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en/of - die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en/of - (meerde malen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en/of - een of meerdere (vuur)wapen(
  6. s)tegen/naar het hoofd en/of op tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of - die [slachtoffer] op de achterbank van en/of in de auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en/of - die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en/of zijn telefoon af te geven en/of - die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en/of te blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en/of - die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en/of daar (tegen zijn wil) vast te houden en/of op te sluiten, althans, die [slachtoffer] (tegen zijn wil) vast te houden, althans een dreigende sfeer te creëren en/of (voortdurend) in de nabijheid van die [slachtoffer] te verblijven, waardoor die [slachtoffer] werd belet/belemmerd de (afgelegen) locatie (te Hemmen) en/of het voertuig en/of de woning te verlaten. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd. Beoordeling door de rechtbank Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen feit 1 primair en 2: - het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 41-48, en het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer] , p. 64-69; - het proces-verbaal van bevindingen, p. 72, het proces-verbaal van bevindingen, p. 74, het proces-verbaal van bevindingen, p. 75 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 76-78; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026. Op grond van de genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1 hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en/of Dodewaard en/of Herveld en/of Randwijk en Ochten, althans in Nederland, op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere geldbedragen (van in totaal € 30.037,46), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(
  7. s)toebehoorde(
  8. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een bankpas en/of bankgegevens op naam van [slachtoffer] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door - met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en/of af te spreken en/of die [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en/of - die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en/of - (meerdere malen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en/of - een of meerdere (vuur)wapen(
  9. s)tegen/naar het hoofd en/of op tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of - die [slachtoffer] op de achterbank van en/of in de auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en/of - die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en/of zijn telefoon en/of de toegangscode van de bank-app af te geven en/of - het hoofd van die [slachtoffer] omhoog te duwen (zodat de voornoemde telefoon kon worden ontgrendeld) en/of - die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en/of te blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en/of - die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en/of daar (tegen zijn wil) vast te houden en/of op te sluiten (teneinde zijn banklimiet – voor op te nemen en/of over te maken geldbedragen – te verhogen); 2 hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2025 tot en met 15 maart 2025 te Hemmen en/of Dodewaard, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door - met die [slachtoffer] (chat)contact te onderhouden en/of af te spreken en/of die [slachtoffer] naar een (afgelegen) locatie (te Hemmen) te laten komen/lokken en/of - die [slachtoffer] (meerdere malen) vast te pakken en/of vast te houden en/of - (meerdere malen) een of meerdere (vuur)wapens te richten op die [slachtoffer] en/of - een of meerdere (vuur)wapen(
  10. s)tegen/naar het hoofd en/of op tegen de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] te drukken en/of - die [slachtoffer] op de achterbank van en/of in de auto (Volvo V60, kenteken [kenteken] ) van die [slachtoffer] te duwen en/of dwingen en/of - die [slachtoffer] te dwingen om de sleutel van voornoemde auto en/of zijn telefoon af te geven en/of - die [slachtoffer] vast te binden (met tie-wraps) en/of te blinddoeken (dan wel het zicht van die [slachtoffer] te ontnemen/belemmeren) en/of - die [slachtoffer] naar een woning ( [adres] ) te vervoeren en/of daar (tegen zijn wil) vast te houden en/of op te sluiten, althans, die [slachtoffer] (tegen zijn wil) vast te houden, althans een dreigende sfeer te creëren en/of (voortdurend) in de nabijheid van die [slachtoffer] te verblijven, waardoor die [slachtoffer] werd belet/belemmerd de (afgelegen) locatie (te Hemmen) en/of het voertuig en/of de woning te verlaten. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 primair: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel en het feit wordt gepleegd op de openbare weg, feit 2: medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden. 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft om toepassing van het adolescentenstrafrecht verzocht. Zij heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel dienen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld, te weten een meldplicht bij de reclassering, meewerken aan een ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod voor de plaats Hellendoorn. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gepleit voor toepassing van het adolescentenstrafrecht en heeft verzocht om vanwege het pedagogisch belang en een aantal specifieke omstandigheden geen langere onvoorwaardelijke jeugddetentie aan verdachte op te leggen dan de 39 dagen die hij al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Concreet wordt voorgesteld een jeugddetentie op te leggen van tien maanden, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het voorarrest. Aan het voorwaardelijk deel kunnen de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld, zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd. Daarnaast heeft de raadsman verzocht om de maximale taakstraf op te leggen van 200 uren. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. Ernst van de feiten Verdachte, hierna: [verdachte] , heeft zich op 14 en 15 maart 2025 samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] schuldig gemaakt aan diefstal met en onder bedreiging van geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving van aangever [slachtoffer] , hierna: het slachtoffer. Het slachtoffer is door [medeverdachte 1] onder de naam ‘ [naam] ’ via Snapchat benaderd. Hij heeft een vertrouwensband met hem opgebouwd, waarbij het slachtoffer ook persoonlijke informatie heeft gedeeld, zoals de hoogte van zijn banksaldo en informatie over het feit dat hij autisme heeft. Nadat er veelvuldig contact is geweest heeft [medeverdachte 1] het slachtoffer onder valse voorwendselen - in het kader van een date - naar de kasteeltuin in Hemmen gelokt. Daar is het slachtoffer opgewacht. [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] droegen bivakmutsen, donkere kleding en handschoenen. Onder bedreiging van wapens, waaronder een pistool en een boksbeugel, is het slachtoffer vervolgens vastgepakt en meegenomen naar zijn eigen auto. Hij is gedwongen om achterin plaats te nemen, tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] in, en om zijn autosleutels af te geven. Daarna zijn zij met zijn vieren gaan rijden. Onderweg is het slachtoffer gedwongen om zijn telefoon en bankpas af te geven. Daarbij is een pistool op hem gericht. Ook is hij gedwongen om via face ID zijn telefoon te ontgrendelen en de inlogcode van zijn bank-app af te geven. Omdat er een betaallimiet was ingesteld en de ophoging daarvan pas de volgende ochtend aangepast zou zijn, is vervolgens besloten om het slachtoffer een nacht op te sluiten in de woning van [medeverdachte 1] . Voordat men naar deze woning reed, is er door [verdachte] met de bankpas van het slachtoffer getankt en € 5.000 gepind. Het slachtoffer heeft tie-wraps om zijn polsen gekregen en is geblinddoekt. In de woning van [medeverdachte 1] is het slachtoffer een nacht in de bijkeuken opgesloten. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn de volgende ochtend op verschillende plekken nog eens in totaal € 25.000 gaan pinnen. Een deel van dit geld is met de bankpas van het slachtoffer gepind, een ander deel is met de bankpas van [medeverdachte 1] gepind, nadat het geld eerst was overgemaakt van de rekening van het slachtoffer naar de rekening van [medeverdachte 1] . Daarna, aan het eind van de ochtend, is het slachtoffer met een nekkraag over zijn ogen in zijn eigen auto door [verdachte] ergens op de dijk achtergelaten. De rechtbank beschouwt [verdachte] als een van de uitvoerders. Hij is door [medeverdachte 1] geronseld voor een ‘klus’ en heeft zich daarbij mogelijk laten meeslepen door het overwicht dat [medeverdachte 1] op hem had. Tegelijkertijd is [verdachte] er met een eigen financieel belang ingestapt; hij zou na lange tijd eindelijk zijn aan [medeverdachte 1] geleende geld terugkrijgen. Hij was op de hoogte van het plan om iemand geld afhandig te maken en kreeg een aantal dagen voordat de strafbare handelingen plaatsvonden van [medeverdachte 1] adressen van (pin)locaties doorgestuurd. Ook vroeg hij [medeverdachte 2] , een minderjarige jongen, om mee te doen. Tijdens de uitvoering liet [verdachte] zich niet onbetuigd en had hij een actieve rol in de diefstal en vrijheidsberoving van het slachtoffer. Hij had bij de kasteeltuin in Hemmen een boksbeugel in zijn handen en probeerde tijdens de autorit in de bank-app van het slachtoffer de limiet te verhogen. Ook deed hij samen met [medeverdachte 2] tie-wraps om bij het slachtoffer en blinddoekte hij hem. Verder tankte en pinde [verdachte] met de bankpas van het slachtoffer. Nadat het slachtoffer in de woning was opgesloten ging [verdachte] naar huis en was hij dus uit de situatie. Toch ging hij een dag later weer terug naar de woning van [medeverdachte 1] . Bij de verdeling van het geld kreeg [verdachte] een substantieel bedrag van [medeverdachte 1] . [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Delicten als de onderhavige veroorzaken veel maatschappelijke onrust en leiden tot een toename van gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. Zij zijn bovendien voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring waar zij nog jarenlang last van kunnen hebben. Hoewel het slachtoffer in deze zaak direct na de gebeurtenissen heel helder een uitgebreide en gedetailleerde verklaring heeft kunnen afleggen zijn de mentale gevolgen voor hem uiteindelijk erg groot (geweest). Blijkens de toelichting op de schadevergoedingsvordering en het ter terechtzitting op indringende wijze uitgeoefende spreekrecht ondervindt het slachtoffer nog dagelijks de gevolgen van de gebeurtenissen. Vanaf het moment dat hij op 15 maart 2025 werd vrijgelaten is het steeds slechter met hem gegaan. Hij is in behandeling bij een psycholoog en is bij de bedrijfsarts en huisarts terechtgekomen. Hij heeft de diagnose PTSS gekregen in combinatie met een depressieve stoornis. In de periode daarna werd hij steeds depressiever, kreeg hij lichamelijke klachten en had hij veel slapeloze nachten en veel last van stress. Op dit moment is hij volledig arbeidsongeschikt en heeft hij geen zin meer in het leven. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan. Persoonlijke omstandigheden De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 18 december 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Ten tijde van de bewezenverklaarde feiten was verdachte (net) 18 jaar oud, zodat in beginsel het commune strafrecht dient te worden toegepast. Op grond van artikel 77c Sr kan de rechter adolescenten van 18 tot 23 jaar berechten op grond van het jeugdstrafrecht, indien hij daartoe grond vindt in de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan. Uit het reclasseringsadvies van 14 januari 2026 volgt dat er aan de hand van het wegingskader aanwijzingen naar voren komen om het jeugdstrafrecht toe te passen. Door de aanwezige ADHD-problematiek handelt verdachte impulsief, schat hij de risico's van eigen handelen slecht in en laat hij zich gemakkelijker beïnvloeden door vrienden, kennissen en anderen. Verder is er sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel. Hij woont nog thuis en neemt actief deel aan een gezin waarbij zijn ouders gedurende zijn hele jeugd nauw betrokken zijn geweest bij zijn ontwikkeling. Ook ten tijde van het schorsingstoezicht bij de jeugdreclassering blijkt dat er sprake is van pedagogische beïnvloeding vanuit de ouders. Bovendien toont verdachte zich ontvankelijk voor sociale, emotionele of praktische ondersteuning of beïnvloeding door volwassenen. Voortzetting van de schoolgang is noodzakelijk voor zijn ontwikkeling. Uit het onderzoek komen geen contra-indicaties naar voren voor plaatsing in een JJI of toepassing van het jeugdstrafrecht. Gelet op voormeld advies, het standpunt van de officier van justitie en de raadsman, en al hetgeen overigens uit het dossier en ter terechtzitting is gebleken over de ontwikkeling(sproblematiek) van verdachte zal de rechtbank het jeugdstrafrecht toepassen. Uit genoemd reclasseringsadvies volgt verder dat het psychosociaal functioneren en het negatieve sociale netwerk als voornaamste delictgerelateerde criminogene factoren worden beschouwd. Verdachte kampt van jongs af aan met ADHD en een Taal Ontwikkelingsstoornis (TOS), waardoor hij impulsief gedrag vertoont, de gevolgen van zijn gedrag niet altijd lijkt te overzien en er sprake is van beperkte oplossingsvaardigheden. Dit alles heeft tevens tot gevolg dat verdachte beïnvloedbaar is door zijn (negatieve) sociale netwerk. Ondanks dat er tijdens het schorsingstoezicht positieve stappen zijn gezet voor wat betreft de aanwezige problematiek, is het volgens de reclassering wenselijk dat het toezicht bij de jeugdreclassering wordt voortgezet, evenals de ambulante behandeling en dat ook het contact- en locatieverbod bij een bewezenverklaring worden verlengd. De reclassering adviseert bij een veroordeling oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf onder de onderstaande bijzondere voorwaarden: - meldplicht bij de reclassering; - ambulante behandeling; - contactverbod; - locatieverbod (zonder elektronisch toezicht). Daarbij dient aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en jeugdreclassering in Amsterdam opdracht te worden gegeven om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Oplegging van straf De rechtbank stelt voorop dat bij het jeugdstrafrecht andere, lagere, uitgangspunten voor de straftoemeting gelden. Het accent ligt niet zozeer op vergelding, maar vooral op de pedagogische component van het bijsturen van het gedrag van de verdachte en het beperken van de kans op herhaling. Er wordt bij het bepalen van welke straf passend is, veel belang gehecht aan wat de straf betekent voor de persoonlijke ontwikkeling van de jeugdige en dus veel meer dan bij volwassenen rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het jeugdstrafrecht is bij uitstek maatwerk, afhankelijk van de individuele situatie van de verdachte en de omstandigheden waaronder het feit is begaan. In deze zaak gaat het om zeer ernstige strafbare feiten, waarin verdachte een aanzienlijke rol heeft gespeeld. Bovendien heeft hij op verschillende momenten (bij de politie en de reclassering) niet volledig openheid van zaken gegeven. In beginsel past daarbij dan ook een (deels) onvoorwaardelijke jeugddetentie in de orde van grootte zoals door de officier van justitie is geëist. De rechtbank houdt echter ook rekening met de jonge leeftijd van verdachte en het feit dat hij een blanco strafblad heeft. Verder heeft hij 39 dagen vastgezeten en heeft hij sinds zijn schorsing op 27 juni 2025 meegewerkt aan onderzoek en daaropvolgende behandeling. Hij heeft positieve stappen gezet en tijdens de behandeling intrinsieke motivatie getoond. Samen met zijn ouders heeft verdachte de hulpverlening en het toezicht van de William Schrikker Jeugdbescherming en jeugdreclassering met beide handen aangegrepen. Verdachte heeft zich aan alle afspraken en voorwaarden gehouden en heeft zich gemotiveerd getoond om te werken aan de risicovolle factoren. Bovendien heeft verdachte zich aan het contact- en locatieverbod gehouden, de eerste periode was dat met elektronische monitoring (EM). Ten slotte heeft hij met het slachtoffer een vaststellingsovereenkomst gesloten, op grond waarvan hij één derde deel van de door het slachtoffer geleden schade heeft betaald. Gelet op het voorgaande zou het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugddetentie naar het oordeel van de rechtbank geen recht doen aan de positieve persoonlijke groei die verdachte in de afgelopen periode tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis heeft doorgemaakt. De pedagogische aspecten dienen in dit geval te prevaleren boven vergelding. Daarbij betrekt de rechtbank ook de straffen die in soortgelijke gevallen aan jeugdigen worden opgelegd. Alles overziend zal de rechtbank aan verdachte een jeugddetentie opleggen voor de duur van 540 dagen (het equivalent van 18 maanden) waarvan 501 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel worden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden gekoppeld, enerzijds om de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen en anderzijds om verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken én te bewerkstelligen dat het toezicht en de behandeling worden voortgezet en zo de kans op recidive terug te dringen. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de maximale duur van 200 uren opleggen. Als verdachte deze werkstraf niet of niet naar behoren verricht, staan daar 100 dagen jeugddetentie tegenover. Nu de rechtbank beslist dat verdachte niet terug hoeft naar de jeugdgevangenis zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 47, 57, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 282 en 312 van het Wetboek van Strafrecht. 10De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van vijfhonderdveertig

(540)dagen; bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, te weten vijfhonderdeneen
(501)dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de hierna te melden voorwaarden: stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; stelt als bijzondere voorwaarden: - verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen die de William Schrikker Jeugdreclassering hem geeft. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de jeugdreclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt; - verdachte werkt mee aan diagnostisch onderzoek bij een forensische polikliniek, te bepalen door de jeugdreclassering, om op deze wijze te bepalen of, en zo ja, welke behandeling geïndiceerd is om risico’s in de toekomst te reduceren. Hierbij moeten de persoonlijkheid, intelligentie en de mogelijke aanwezigheid van psychische of psychiatrische problematiek onderwerp van het onderzoek zijn. Vervolgens laat verdachte zich behandelen door een forensische zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering. De behandeling duurt zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling; - verdachte zal gedurende de proeftijd geen contact opnemen, zoeken of hebben -in welke vorm dan ook, ook niet via derden- met de aangever, tenzij dit contact plaatsvindt met uitdrukkelijke toestemming van de (jeugd)reclassering en daarbij de aanwijzingen van de (jeugd)reclassering worden opgevolgd (bijvoorbeeld in het kader van het Herstelrecht). Sociale media zijn hierbij inbegrepen (geen contact via Facebook, Snapchat, WhatsApp of andere online platforms). De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod; - verdachte bevindt zich niet in Hellendoorn, de woonplaats van het slachtoffer;  stelt als overige voorwaarden dat: verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;  geeft opdracht aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en jeugdreclassering, afdeling jeugdreclassering, te Amsterdam tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;  beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;  veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten een werkstraf van tweehonderd
(200)uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van honderd
(100)dagen;  heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Vogel (voorzitter), mr. J.M. Graat en mr. M.C. Gerritsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Gameren, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2026. Mr. Gerritsen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, Onderzoeksnaam en -nummer TALA – ON4R025031, proces-verbaalnummer 20250616.1119, gesloten op 18 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.