← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2026:263

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer: 05/361622-24; 05/035460-25 (gev. ttz.) Datum uitspraak : 13 januari 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres 1] . Raadsvrouw: mr. N.R. Pronk, advocaat in Putten. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is onder parketnummer 05/361622-24 ten laste gelegd dat: zij op of omstreeks 12 november 2024 te Ermelo,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijkbrand heeft gesticht in/bij het voormalig zwembad gelegen aan [adres 2]( [bedrijf] ) door papieren bekers in een omgekeerde pion te deponeren en/of diebekers met behulp van brandgel en een aansteker in brand te steken, althans openvuur in aanraking te brengen met een brandbare stof waardoor brand is ontstaan bijhet electriciteitshuisje en/of een regenpijp welke direct aangrenzend zijn naast demachinekamer het het pand [bedrijf] , een voormalig zwembad gelegen aan [adres 2][adres 2] , terwijl daarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten het voormalig zwembad en/of eenelectriciteitshuisje en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten,de bewoner van het voormalig zwembad, [slachtoffer] te duchten was. Onder parketnummer 05/035460-25 is ten laste gelegd dat: zij op of omstreeks 3 oktober 2024 te Ermeloopenlijk, te weten op de Markt, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op eenvoor het publiek toegankelijke plaats,in vereniginggeweld heeft gepleegd tegen een of meerdere goederen, te weten een prullenbaken/of een (stoep)bord en/of tegels en/of een of meerdere muren en/of (betonnen)borders,door (met een vloeistof en/of make-

  1. up)voornoemde goederen te besmeuren en/ofte bekladden en/of (daarmee) tekens en/of teksten op voornoemde goederen aan tebrengen,terwijl zij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Parketnummer 05/361622-24: Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit, met uitzondering van het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel. Daarvan moet verdachte worden vrijgesproken. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht verdachte partieel vrij te spreken van het bestanddeel levensgevaar en/of zwaar lichamelijk letsel. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank overweegt dat verdachte heeft bekend brand te hebben gesticht zoals ten laste is gelegd. Er is daarom sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van dhr. [aangever 1] , p. 11 – 12. - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 december 2025. Levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is geweest van levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen. Het proces-verbaal hierover in het dossier is beperkt en geeft onvoldoende specifieke informatie over de brand en de concrete risico’s voor de persoon/personen die zich (mogelijk) aan de andere kant van het pand bevonden. Daarom spreekt de rechtbank verdachte van dit bestanddeel vrij. Parketnummer 05/035460-25: Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd. Beoordeling door de rechtbank Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , p. 11; - het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , p. 13; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 december 2025. 3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat: Parketnummer 05/361622-24: zij op of omstreeks 12 november 2024 te Ermelo,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijkbrand heeft gesticht in/bij het voormalig zwembad gelegen aan [adres 2]( [bedrijf] ) door papieren bekers in een omgekeerde pion te deponeren en/of diebekers met behulp van brandgel en een aansteker in brand te steken, althans openvuur in aanraking te brengen met een brandbare stof waardoor brand is ontstaan bijhet elektriciteitshuisje en/of een regenpijp welke direct aangrenzend zijn naast demachinekamer het pand [bedrijf] , een voormalig zwembad gelegen aan [adres 2][adres 2] , terwijl daarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten het voormalig zwembad en/of eenelektriciteitshuisje en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten,de bewoner van het voormalig zwembad, [slachtoffer] te duchten was. Parketnummer 05/035460-25: zij op of omstreeks 3 oktober 2024 te Ermeloopenlijk, te weten op de Markt, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op eenvoor het publiek toegankelijke plaats,in vereniginggeweld heeft gepleegd tegen een of meerdere goederen, te weten een prullenbaken/of een (stoep)bord en/of tegels en/of een of meerdere muren en/of (betonnen)borders,door (met een vloeistof en/of make-
  2. up)voornoemde goederen te besmeuren en/ofte bekladden en/of (daarmee) tekens en/of teksten op voornoemde goederen aan tebrengen,terwijl zij, verdachte deze goederen opzettelijk heeft vernield. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Parketnummer 05/361622-24: medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is Parketnummer 05/035460-25: openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen, terwijl de schuldige opzettelijk goederen vernield 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7De overwegingen ten aanzien van de straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie bij het niet verrichten van die straf. De officier van justitie heeft daarbij een proeftijd van twee jaar geëist en met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering worden geadviseerd. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht aan verdachte een geheel voorwaardelijke werkstraf op te leggen van maximaal 40 uren, passend bij de oriëntatiepunten van de LOVS voor deze strafbare feiten. De beoordeling door de rechtbank Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken: het uittreksel Justitiële Documentatie van 17 november 2025 (het strafblad), het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 9 december 2025. In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee strafbare feiten. Zij heeft op 3 oktober 2024 samen met een medeverdachte eigendommen van de Gemeente Ermelo en de Action besmeurd met make-up en nepbloed. De verdachten hebben niet alleen namen en (grove) teksten op de eigendommen geschreven maar ook symbolen lijkend op hakenkruizen. Zowel de gemeente als de Action hebben kosten moeten maken om hun eigendommen weer schoon te krijgen. Enkele weken later heeft verdachte zich met dezelfde medeverdachte schuldig gemaakt aan een brandstichting. Na het kopen van bekertjes en brandgel bij de Action, zijn zij naar het voormalig zwembadpand gegaan. Dit pand werd antikraak bewoond. Daar hebben zij de bekertjes en brandgel in een pion gedaan, deze tegen het elektriciteitshuisje van het zwembad aangezet en in brand gestoken. Beide feiten zijn vervelende feiten en veroorzaken kosten voor de eigenaren van de goederen en de maatschappij. Een brandstichting veroorzaakt bovendien ook grote angst en onrust in de samenleving in het algemeen, zeker als het pand waar brand bij wordt gesticht bewoond is. Persoon van verdachte De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft over verdachte gerapporteerd. Verdachte lijkt makkelijk beïnvloedbaar en overziet de gevolgen van haar handelen niet. Positief is dat verdachte inmiddels in een vrijwillig kader hulpverlening krijgt en niet meer in beeld is gekomen bij de politie. Zij loopt stage en gaat naar school en doet dat goed. Het gedrag van verdachte is in positieve zin veranderd. De Raad adviseert een geheel voorwaardelijke werkstraf. Vanwege de zorgen over de beïnvloedbaarheid en de weerbaarheid van verdachte, adviseren de Raad en de betrokken jeugdreclassering bijzondere voorwaarden die zien op begeleiding door de jeugdreclassering, meewerken aan de hulpverlening van IKOS en Accare en meewerken aan diagnostiek en de daaruit voortvloeiende behandeling. De straf Volgens de LOVS-oriëntatiepunten die rechtbanken hanteren staan op deze strafbare feiten onvoorwaardelijke werkstraffen. De rechtbank is het echter met de Raad en de jeugdreclassering eens dat verdachte begeleiding en behandeling moet blijven krijgen en dat dit prioriteit moet hebben. De rechtbank zal de werkstraf daarom geheel voorwaardelijk aan verdachte opleggen. Voor de hoogte van de werkstraf kijkt de rechtbank eerst naar de LOVS-oriëntatiepunten. Ook houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop (de feiten zijn meer dan een jaar geleden gepleegd) en de geslaagde mediation die verdachte heeft doorlopen met de gemeente over de brandstichting. Gelet op dit alles komt de rechtbank uit op een geheel voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 50 uren, te vervangen door 25 dagen jeugddetentie. De rechtbank legt daarnaast een proeftijd op voor de duur van twee jaar met daaraan gekoppeld de volgende bijzondere voorwaarden: - begeleiding door de jeugdreclassering; - meewerken aan hulpverlening door IKOS en Accare; - meewerken aan diagnostiek en de daaruit voortvloeiende behandeling. De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. 8De beoordeling van de civiele vordering Parketnummer 05/035460-25: De benadeelde partij Gemeente Ermelo (vertegenwoordigd door [naam] ) heeft in verband een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 385,39 aan proceskosten. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard nu onduidelijk is wie de persoon is die de vordering namens de gemeente heeft ingediend. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank overweegt het volgende. De vordering is ingediend door dhr. [naam] namens de Gemeente Ermelo. De machtiging ontbreekt. Ook zijn de gevorderde materiële kosten (voor schoonmaak) ingediend onder proceskosten. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in de vordering. 9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 141, 157 van het Wetboek van Strafrecht. 10De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte tot: een taakstraf, te weten een werkstraf van 50 uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen; bepaalt dat die werkstraf van 50 uur niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd: zich meldt op afspraken met de jeugdreclassering, zo vaak en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt; zich laat behandelen en begeleiden door IKOS en/of Accare of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling; meewerkt aan diagnostiek en de daaruit voortvloeiende behandeling; alles voor zover en zolang de jeugdreclassering dat nodig vindt; geeft de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, afdeling jeugdreclassering, locatie Apeldoorn, de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; en onder de voorwaarden dat verdachte: ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in art. 77aa, eerste tot en met vierde lid, Wetboek van Strafrecht, uit te voeren door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, afdeling jeugdreclassering, locatie Apeldoorn, waaronder de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt, daaronder begrepen;  beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de werkstraf in mindering wordt gebracht, volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht, twee uren in mindering worden gebracht;  heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis; Beslissing op de vordering van de benadeelde partij Parketnummer 05/035460-25: verklaart de benadeelde partij Gemeente Ermelo niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. Dit vonnis is gewezen door mr. R. Raat (voorzitter en kinderrechter), mr. G.M.L. Tomassen en mr. C.E.W. van de Sande, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis-van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 januari 2026. mrs. Raat en Van de Sande zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024533572, gesloten op 14 november 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024475845, gesloten op 1 november 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.