Rechtbank Gelderland – ECLI:NL:RBGEL:2026:3064
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats: Arnhem Parketnummer: 05/265830-23 Datum uitspraak : 19 maart 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. M.J.R. Roethof, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks de periode van 23 maart 2021 tot en met 18 augustus 2022 te Oosterbeek, in elk geval in Nederland, een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen tegen betaling, met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van de betaling van die goederen te verzekeren door
Aangever [aangever] had een advertentie op Facebook gezet, omdat hij op zoek was naar een oldtimer radio van het merk Blaupunkt. [verdachte] , met gebruikersnaam ‘ [accountnaam] ’, reageerde daarop met foto’s. Aangever en ‘ [accountnaam] ’ hebben een prijs afgesproken van €65,00. Aangever heeft op 18 augustus 2022 €65,00 overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [verdachte] . Aangever heeft niets ontvangen en werd geblokkeerd door de gebruiker ‘ [accountnaam] ’. Aangever noemt [telefoonnummer] als telefoonnummer van [verdachte] .
Aangever [aangever] had een advertentie op Facebook gezet dat hij op zoek was naar een stickervel van yamaha aerox. De gebruiker ‘ [accountnaam] ’ reageerde daarop dat hij het stickervel had. Op 16 augustus 2022 heeft aangever €42,00 overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [verdachte] . De betaling is verlopen via een betaalverzoek van het nummer [telefoonnummer] . Aangever heeft niets ontvangen en werd geblokkeerdook op whatsapp.
Aangeefster [aangever] heeft via een advertentie op Marktplaats gezocht naar een onderdeel voor de auto. Daar werd op gereageerd en het kwam tot een deal. Op 16 augustus 2022 heeft aangeefster voor het onderdeel €10,00 het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangeefster heeft niets ontvangen en is geblokkeerd door het account van de verkoper. Als telefoonnummer van de verkoper noemt aangeefster [telefoonnummer] .
Aangever [aangever] heeft via Facebook een basgitaar gekocht, die werd aangeboden door de gebruiker ‘ [accountnaam] ’. Op 13 augustus 2022 heeft aangever €57,30 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Op 17 augustus 2022 heeft aangever €5,20 overgemaakt. Aangever heeft geen gitaar ontvangen en werd geblokkeerd door [accountnaam] .
Aangever [aangever] heeft via een advertentie op Facebook gezocht naar tourcaravanonderdelen van het merk Tabbert. De gebruiker ‘ [accountnaam] ’ reageerde daarop met foto’s. Op 3 augustus 2022 heeft aangever €105,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft geen onderdelen ontvangen en werd geblokkeerd door [accountnaam] . Als telefoonnummer van de verkoper noemt aangever [telefoonnummer] .
Aangever [aangever] heeft via een advertentie op Facebook gezocht naar injectoren van een motor van het merk Subari EJ20. De gebruiker [verdachte] reageerde daarop met foto’s. Op 15 juli 2022 heeft aangever €107,30 euro overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft geen injectoren ontvangen en het profiel van de verkopende partij is verdwenen.
Aangever [aangever] heeft via een advertentie die hij tegenkwam op Facebook een horloge van het merk Rolex gekocht. Via WhatsApp had aangever contact met een verkoper op het nummer [telefoonnummer] . Op 17 april 2022 heeft aangever €70,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft geen horloge ontvangen en werd geblokkeerd door de verkopende partij.
Aangeefster [aangever] heeft via een advertentie op Facebook naar een borststang voor een paardentrailer van het merk Atec gezocht. De gebruiker ‘ [verdachte] [accountnaam] ’ reageerde daarop dat hij hem had. Op 6 april 2022 heeft aangeefster €42,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft geen stang ontvangen. Als telefoonnummer van de verkoper noemt aangever [telefoonnummer] .
Aangeefster [aangever] heeft via een advertentie op Facebook gezocht naar een luifel van het merk Dorema. De gebruiker ‘ [verdachte] [accountnaam] ’ reageerde daarop met een foto. Op 3 april 2022 heeft aangeefster €60,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangeefster heeft geen luifel ontvangen en werd geblokkeerd door [verdachte] [accountnaam] .
Aangever [aangever] heeft via een advertentie op Marktplaats gezocht naar een kookplaat voor een camper van het merk Dometic. De gebruiker ‘ [accountnaam] ’ reageerde daarop en stuurde een foto. Op 11 december 2021 heeft aangever €127,30 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft geen kookplaat ontvangen en werd geblokkeerd door [accountnaam] .
Aangever [aangever] heeft via een advertentie op Marktplaats gezocht naar een camera voor een drone van het merk Xiaomi. De gebruiker ‘ [accountnaam] ’ reageerde daarop en stuurde een foto. Op 11 december 2021 heeft aangever €31,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft geen camera ontvangen en heeft van Marktplaats een bericht gekregen dat het account van [accountnaam] was verwijderd na klachten van andere gebruikers.
Aangeefster [aangever] heeft via een advertentie op Marktplaats gezocht naar lampen van het merk Hella. De gebruiker ‘ [accountnaam] ’ reageerde daarop en stuurde een foto. Op 6 november 2021 heeft aangeefster €100,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Er is €0,01 teruggestort met het bericht dat de rest van het geld teruggestort zou worden, maar dit is niet gebeurd.
Aangever [aangever] heeft via een advertentie op Marktplaats gezocht naar een sidetable merk Wood. De gebruiker ‘ [accountnaam] ’ reageerde daarop en stuurde een foto. Op 8 november 2021 heeft aangever €30,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] en op 10 november 2021 €50,00. Aangever heeft geen sidetable ontvangen en heeft van Marktplaats het bericht ontvangen dat het mogelijk ging om een frauduleuze verkoper waardoor ze het account uit voorzorg hebben geblokkeerd.
Aangeefster [aangever] heeft via een advertentie op Marktplaats gezocht naar een bloemenvaas van het merk Coco Maison. De gebruiker ‘ [accountnaam] ’ reageerde daarop. Op 10 november 2021 heeft aangeefster € 35,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangeefster heeft geen bloemenvaas ontvangen. Als telefoonnummer van de verkoper gaf aangeefster [telefoonnummer] op.
Aangever [aangever] heeft via een advertentie op Marktplaats gezocht naar Massive hanglampen. De gebruiker ‘ [accountnaam] ’ reageerde. Op 15 oktober 2021 heeft aangever €57,20 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft geen hanglampen ontvangen. Aangever heeft de broer van verdachte gesproken die aan aangever heeft verteld dat verdachte een oplichter is.
Aangever [aangever] heeft via Marktplaats een bijzettafel gekocht. Op 13 oktober 2021 heeft aangever €30,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft geen tafel ontvangen.
Aangeefster [aangever] heeft via een advertentie op Marktplaats gezocht naar een nachtkastje van het merk Ikea. De gebruiker ‘ [verdachte] ’ reageerde daarop. Op 22 september 2021 heeft aangeefster €47,25 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangeefster heeft geen nachtkastje ontvangen en de verkopende partij reageerde niet meer.
Aangeefster [aangever] heeft op Marktplaats een e-bike display van het merk Rih heeft gekocht van gebruiker ‘ [accountnaam] ’. Op 11 september 2021 heeft aangeefster €41,50 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangeefster heeft de display niet ontvangen en het account van [accountnaam] werd geblokkeerd.
Aangever [aangever] heeft via een advertentie op Marktplaats gezocht naar wieldoppen. De gebruiker ‘ [accountnaam] ’ reageerde erop en stuurde een foto. Op 12 september 2021 heeft aangever €36,50 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft geen wieldoppen ontvangen en werd geblokkeerd door de verkopende partij.
Aangever [aangever] heeft via een advertentie op Marktplaats gezocht naar een shifter van het merk Fanatec. De gebruiker ‘ [accountnaam] ’ reageerde erop. Op 13 september 2021 heeft aangever €65,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft een e-mail van Marktplaats ontvangen dat de verkoper waarschijnlijk een fraudeur was. Aangever heeft geen shifter ontvangen.
Aangeefster [aangever] heeft via Marktplaats een Huawei telefoon gekocht van de gebruiker ‘ [accountnaam] ’. Op 18 augustus 2021 heeft aangeefster €100,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangeefster heeft geen Huawei ontvangen en de advertentie was verdwenen.
Aangeefster [aangever] heeft via Marktplaats een Samsung A51 heeft gekocht van de gebruiker ‘ [accountnaam] ’. Op 17 augustus 2021 heeft aangeefster €110,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangeefster heeft geen Samsung ontvangen.
Aangever [aangever] heeft via Marktplaats een Nintendo switch heeft gekocht van de gebruiker ‘ [accountnaam] ’. Op 14 augustus 2021 heeft aangever €40,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft geen Nintendo switch ontvangen.
Aangever [aangever] heeft via een advertentie op Marktplaats gezocht naar tuintegels. Hij werd telefonisch benaderd naar aanleiding van de advertentie. Op 23 maart 2021 heeft aangever €150,00 overgemaakt op het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte] . Aangever heeft geen tuintegels ontvangen.
Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken. Verdachte heeft vanaf het eerste verhoor de naam van de heer [naam] genoemd in verband met de verdenking van online fraude. Er is geen onderzoek gedaan naar diens rol. Verder heeft verdachte slechts één bankrekeningnummer en is er onvoldoende onderzoek gedaan naar de overige bankrekeningnummers. Hierdoor is er zoveel gerede twijfel dat verdachte niet kan worden veroordeeld. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat als verdachte zijn gegevens ter beschikking zou hebben gesteld, er hooguit sprake zou zijn van medeplichtigheid. Dat is echter niet ten laste gelegd.
Beoordeling door de rechtbank Telefoonnummer De politie heeft onderzoek gedaan naar de telefoonnummers die zijn gebruikt bij de feiten waar aangifte van is gedaan. In meerdere aangiftes heeft de verkopende partij het telefoonnummer: [telefoonnummer] gebruikt. Dit nummer staat op naam van verdachte. Uit de politiesystemen en contact met de politie blijkt dat verdachte in de periode 15 juni 2021 tot en met 1 november 2022 gebruikmaakte van dit telefoonnummer.
Bankrekeningnummers De politie heeft onderzoek gedaan naar de bankrekeningnummers die zijn gebruikt bij de aangiftes.
Het bankrekeningnummer [rekeningnummer] staat op naam van [verdachte] . Er is voor een totaalbedrag van €293,30 overgemaakt door 4 aangevers.
Het bankrekeningnummer [rekeningnummer] staat op naam van [verdachte] . Er is voor een totaalbedrag van €181,50 overgemaakt door 3 aangevers.
Het bankrekeningnummer [rekeningnummer] staat op naam van [verdachte] . Er is voor een totaalbedrag van €400,00 overgemaakt aan 4 aangevers.
Het bankrekeningnummer [rekeningnummer] staat op naam van [verdachte] . Er is voor een totaalbedrag van €102,00 overgemaakt door 2 aangevers.
Het bankrekeningnummer [rekeningnummer] staat op naam van [verdachte] . Er is voor een totaalbedrag van €284,50 overgemaakt aan 5 aangevers.
Verklaring verdachte Verdachte heeft op 1 november 2022 verklaard dat hij gebruikmaakt van het telefoonnummer: [telefoonnummer] en Whatsapp. Verder heeft verdachte verklaard dat hij de advertentie van lampen van aangeefster [aangever] herkent omdat die op Facebook bij zijn broer stond. De advertentie van de sidetable van aangever [aangever] herkent verdachte ook omdat die eveneens op de Facebook van zijn broer stond. Zijn broer had op Facebook een bericht van verdachte geplaatst met screenshots van de advertenties. Het ging om 3 ã 4 advertenties ongeveer. Verdachte heeft verklaard dat hij zich voordeed als verkoper bij de advertentie waarbij aangever [aangever] zocht naar een sidetable en bij de advertentie voor een Huawei geplaatst door aangever [aangever] .
Online handelsfraude De rechtbank moet de vraag beantwoorden of er sprake is geweest van online handelsfraude conform artikel 326e van het Wetboek van Strafrecht en zo ja, of verdachte degene is geweest die deze fraude heeft gepleegd. Er moet immers sprake zijn van fraude middels een geautomatiseerd werk, waarbij het verkopen van goederen of verlenen van diensten tegen betaling wordt aangeboden. Hierbij moet er sprake zijn van het oogmerk tot wederrechtelijke bevoordeling, kortom dat de pleger niet de intentie heeft om het goed of dienst te leveren/verlenen. Tot slot moet de pleger hiervan deze fraude een beroep of een gewoonte hebben gemaakt. De rechtbank zal deze vereisten puntsgewijs bespreken.
De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een geautomatiseerd werk, omdat er sprake is geweest van het verkopen van goederen tegen betaling op het Internet. Er zijn 24 aangiftes gedaan door kopers, waarbij er telkens via een advertentie op Marktplaats of Facebook een product werd gekocht. Bij meerdere aangiftes was het de verkopende partij die, al dan niet door middel van foto’s, reageerde op een advertentie van de kopers waarbij aangegeven werd dat diegene het product had wat zij zochten. De kopers en de verkopende partij kwamen een prijs overeen, communiceerden via chatberichten met elkaar waarna een bedrag door de koper werd overgemaakt. De kopers ontvingen daarna niet het product dat zij hadden gekocht. Bij navraag door de kopers aan de verkopende partij kregen zij geen antwoord, werden zij door het account van verkoper geblokkeerd of was dat account wegens mogelijke fraudeactiviteiten reeds geblokkeerd. Uit het feit dat iedere keer deze werkwijze werd toegepast blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de verkoper van meet af aan geen intentie had om de producten ook daadwerkelijk te leveren. Daaruit volgt dat hij bij al deze transacties telkens het oogmerk had, zich ten koste van de kopers wederrechtelijk te bevoordelen. Verder is door de grote hoeveelheid aangiftes over een periode van 23 maart 2021 tot 18 augustus 2022, waarbij vrijwel iedere keer een gelijke modus operandi wordt gebruikt, sprake van het maken van een gewoonte om deze fraude te plegen.
De rechtbank stelt derhalve vast dat er sprake is van online handelsfraude zoals bedoeld in artikel 326e van het Wetboek van Strafrecht.
Alternatief scenario Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of het verdachte is geweest die deze online handelsfraude heeft gepleegd. Verdachte heeft een alternatief scenario geschetst waarbij hij heeft verklaard dat zijn naam is gebruikt door iemand die vaak bij hem langskwam en al dan niet verbleef, namelijk een heer [naam] .
De rechtbank stelt vast dat bij alle 24 aangiftes sprake is geweest van een bankrekeningnummer of een telefoonnummer waar de naam van verdachte aan te koppelen is. Daarnaast is het telefoonnummer [telefoonnummer] , waarover verdachte tijdens zijn verhoor verklaard heeft van dit nummer gebruik te maken, meermaals bij de tenlastegelegde frauduleuze verkooptransacties gebruikt. De aangevers hebben daarnaast via WhatsApp met dit nummer contact gehad op meerdere tijdstippen gedurende de tenlastegelegde periode van bijna anderhalf jaar. Daarbij zijn er vijf bankrekeningnummers gebruikt die allen op naam staan van verdachte.
Ook heeft verdachte verklaard de ‘verkopende partij’ te zijn geweest bij de verkoop van de sidetable aan aangever [aangever] én de Huawei aan aangeefster [aangever] . Het bedrag voor de sidetabel is overgemaakt door aangever op een bankrekeningnummer van Bunq die op naam van verdachte staat. Meerdere aangevers hebben bedragen naar dit rekeningnummer overgemaakt. Het bedrag voor de Huawei is door aangeefster overgemaakt op een bankrekeningnummer van de ING op naam van verdachte. Ook op dit bankrekeningnummer zijn ook door andere aangevers bedragen overgemaakt. In meerdere aangiftes komt een telefoonnummer naar voren waarvan verdachte heeft verklaard gebruik te maken en waarmee hij heeft gecommuniceerd met de politie gedurende een periode van bijna anderhalf jaar. Tot slot kennen alle 24 aangiftes dezelfde of een sterk vergelijkbare modus operandi.
De hiervoor besproken bewijsmiddelen, in het bijzonder deze feiten en omstandigheden, wijzen daarmee alle in beginsel in de richting van verdachte als dader van wat hem wordt tenlastegelegd, en niet naar [naam] .
Verdachte stelt dat echter toch niet overtuigend bewezen kan worden dat hij zich aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt. Hij oppert ter onderbouwing van zijn daartoe aangedragen ‘alternatieve scenario’ dat [naam] , die volgens verdachte geregeld in zijn, verdachtes, huis verbleef, misbruik makend van de mentale toestand en de verslaving van verdachte, gebruik kan hebben, en kennelijk heeft, gemaakt van verscheidene bankrekeningen op zijn, verdachtes, naam, en daarnaast van zijn telefoonnummer, van zijn whatsapp-account en van zijn naam in de berichten.
Dit scenario impliceert dat [naam] zich toegang heeft weten te verschaffen tot allerlei persoonlijke gegevens waaronder bankgegevens, diens telefoonnummer en diens Whatsapp-acount, en daarvan gedurende anderhalf jaar gebruik heeft gemaakt, terwijl hij geregeld in het huis en dus in de nabijheid van verdachte verbleef. Verdachte heeft de aannemelijkheid daarvan niet verder verduidelijkt laat staan onderbouwd.
Verdachte heeft op vragen van de rechtbank ook niet verder willen verduidelijken of nader willen concretiseren hoe het kan dat [naam] is geweest die – als die zich de toegang had verschaft tot genoemde middelen en informatie - de online handelsfraude heeft gepleegd zonder dat verdachte dit doorhad. Ook heeft hij zich in dit verband niet verder uitgelaten over zijn eigen verklaring dat hij in enkele transacties als ‘verkoper’ optrad.
Kortom: wat verdachte suggereert blijft bij gebreke van enige concrete onderbouwing en toelichting steken in een slag in de lucht. Naar het oordeel van de rechtbank ontbeert de verklaring van verdachte en diens daarin geopperde ‘alternatieve scenario’ in het licht van het voorgaande zelfs maar een begin van aannemelijkheid, is dat scenario reeds daarom ongeloofwaardig. Daarom verwerpt de rechtbank daarom diens ‘alternatieve scenario’.
Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van online handelsfraude zoals primair ten laste gelegd.
3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij in op of omstreeks de periode van 23 maart 2021 tot en met 18 augustus 2022 te Oosterbeek, in elk geval in Nederland, een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen tegen betaling, met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van de betaling van die goederen te verzekeren door
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: een beroep of gewoonte maken van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen of verlenen van diensten tegen betaling met het oogmerk om zonder volledige levering zich of een ander van de betaling van die goederen of diensten te verzekeren.
5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar.
6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7De overwegingen ten aanzien van straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uur te vervangen door een hechtenis van 90 dagen en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden en een proeftijd van 2 jaar.
Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat het totale fraudebedrag in onderhavige zaak beperkt is gebleven. Er is verder sprake van tijdsverloop en een flinke overschrijding van de redelijke termijn. De raadsvrouw verzoekt een geheel voorwaardelijke straf op te leggen teneinde zijn positieve ontwikkelingen niet te doorkruizen.
De beoordeling door de rechtbank De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de zogenaamde Oriëntatiepunten voor straftoemeting, zoals laatstelijk vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, die een weerslag vormen van de straffen die rechters voor soortgelijke feiten gemiddeld opleggen. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte.
De ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan online handelsfraude via Marktplaats en Facebook. Hierbij heeft verdachte 24 slachtoffers gemaakt. Zijn handelen geeft blijk van een planmatige aanpak waarbij hij niet alleen reageerde op online verzoeken van slachtoffers, maar ook actief slachtoffers benaderde die op zoek waren naar een bepaald product. Dit is een ernstig feit. Niet alleen hebben de slachtoffers hun product(en) niet ontvangen en hier wel voor betaald, maar zij verliezen door dit soort fraude praktijken ook hun vertrouwen in online verkoopplatformen zoals Marktplaats. Zo is nadeel toegebracht aan de slachtoffers zelf maar ook aan het handelsverkeer. Hij heeft zich op een gemakkelijke manier proberen te bevoordelen zonder zich daarbij te bekommeren om de ander. Verdachte heeft geen enkele verklaring gegeven over, en ook geen inzicht gegeven in zijn handelen, laat staan daarvoor enige verantwoordelijkheid genomen. Integendeel, hij heeft op een ongeloofwaardige manier geprobeerd de schuld en de verantwoordelijkheid op een ander af te schuiven. Daarom vindt de rechtbank dit een ernstig feit waarvoor verdachte een bijpassende straf verdient.
Persoonlijke omstandigheden De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte van 2 februari 2026 . Verdachte is meerdere malen veroordeeld voorafgaand en na het bewezenverklaarde, maar niet voor soortgelijke feiten. Het gestelde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.
De reclassering heeft op 8 december 2025 een advies over verdachte uitgebracht. De reclassering concludeert dat er sprake is van een delictpatroon aangaande het plegen van geweldsdelicten. Bij een bewezenverklaring, dan hebben de leefgebieden huisvesting, financiën, sociaal netwerk, middelengebruik en psychosociaal functioneren hieraan ten grondslag gelegen. Daarnaast is het ontbreken van een zinvolle dagbesteding een risicofactor. De reclassering adviseert om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Daarnaast om geen taakstraf op te leggen, omdat er bij verdachte reeds 3 taakstraffen openstaan, waarvan één retour is gezonden.
Op 8 januari 2026 heeft de reclassering geadviseerd om het toen nog lopende toezicht voortijdig negatief te beëindigen. Vanwege zijn licht verstandelijke beperking in combinatie met zijn ADHD en PTSS is verdachte psychisch belast en heeft hij moeite zichzelf te kunnen beheersen.
Verdachte reageert vaak impulsief en denkt onvoldoende na over de consequenties van zijn handelen. Hierdoor komt verdachte regelmatig door zijn gedrag in de problemen. Verdachte heeft in het verleden meerdere behandelingen doorlopen voor zijn (agressie)problematiek, maar deze lijken tot op heden onvoldoende toereikend te zijn geweest. Een langdurige klinische opname is volgens de reclassering noodzakelijk. Verdachte heeft voor de tweede keer voortijdig de kliniek verlaten tegen het advies in. Verdachte is vanaf de start van het klinische traject ambivalent geweest over zijn medewerking en heeft diverse handelingen verricht om het traject te stagneren al dan niet te stagneren. De reclassering schat de kans op recidive in als hoog. Ter zitting is gebleken dat het lopende toezicht inmiddels vroegtijdig is beëindigd. De voorwaardelijke straf die aan het toezicht was gekoppeld, is ten uitvoer is gelegd.
Redelijke termijn In artikel 6, eerste lid, EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt in eerste aanleg geldt dat een einduitspraak binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen moet zijn afgerond met een einduitspraak. Bijzonderheden die reden zijn om van dit uitgangspunt af te wijken zijn niet gebleken.
Verdachte is op 1 november 2022 aangehouden en verhoord. De redelijke termijn is daardoor op dat moment aangevangen en de overschrijding daarvan is gestart op 1 november 2024. Daarmee is de redelijke termijn in aanzienlijke mate, te weten met ongeveer 1 jaar en 4 maanden, overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de op te leggen straf tot gevolg moet hebben.
De straf Wegens de ernst van het feit, met name aangezien sprake is van een lange periode waarin verdachte 24 slachtoffers heeft gemaakt, acht de rechtbank een forse straf op zijn plaats. De rechtbank zal de eis van de officier niet volgen, omdat de rechtbank geen aanleiding ziet om een taakstraf op te leggen. Bij verdachte staan immers drie eerder opgelegde taakstraffen nog open, waarvan er één is geretourneerd. Een toezicht met daarbij een uitgebreid voorwaarden pakket dat eerder aan verdachte was opgelegd is beëindigd. Verdachte wil geen hulp voor zijn problemen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een andere straf op te leggen dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Om verdachte ervan te weerhouden om wederom tot strafbaar handelen over te gaan, zal de rechtbank een deel van de straf voorwaardelijk opleggen. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, ziet de rechtbank reden de straf te matigen. Alles afwegende legt de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar op.
8De beoordeling van de civiele vorderingen [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €65,00 vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €100,00 vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €36,50 en immateriële schade ter hoogte van €100,00, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €80,00 vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €50,00 en immateriële schade €50,00, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €60,00 vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €10,00 vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €127,30 vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €47,25 vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €150,00 vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €57,50 en immateriële schade ter hoogte van €100,00, beide vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
[aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €110,00 en immateriële schade ter hoogte van €150,00, beide vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. [aangever] heeft zich gesteld als benadeelde partij. De vordering bestaat uit materiële schade ter hoogte van €120,00 en immateriële schade ter hoogte van €200,00, beide vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om toepassing van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Het standpunt van de officier van justitie De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen omdat het bedrag betaald is aan verdachte en het product niet is geleverd.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen omdat het bedrag betaald is aan verdachte en het product niet is geleverd.
De vordering van [aangever] kan voor wat betreft de materiële schadevergoeding worden toegewezen omdat het bedrag is betaald aan verdachte en het product niet is geleverd. De immateriële schadevergoeding dient te worden afgewezen omdat deze niet nader is onderbouwd.
De vordering van [aangever] kan voor wat betreft de materiële schadevergoeding worden toegewezen omdat het bedrag is betaald aan verdachte en het product niet is geleverd. De immateriële schadevergoeding dient te worden afgewezen omdat deze niet nader is onderbouwd.
De vordering van [aangever] kan voor wat betreft de materiële schadevergoeding ter hoogte van €31,00 worden toegewezen omdat het bedrag is betaald aan verdachte en het product niet is geleverd. Het overige verzochte bedrag aan materiële schadevergoeding kan niet ontvankelijk worden verklaard en de immateriële schadevergoeding dient te worden afgewezen omdat deze niet nader is onderbouwd.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen omdat het bedrag betaald is aan verdachte en het product niet is geleverd.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen omdat het bedrag betaald is aan verdachte en het product niet is geleverd.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen omdat het bedrag betaald is aan verdachte en het product niet is geleverd.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen omdat het bedrag betaald is aan verdachte en het product niet is geleverd.
De vordering van [aangever] kan voor wat betreft de materiële schadevergoeding ter hoogte van €30,00 worden toegewezen omdat het bedrag is betaald aan verdachte en het product niet is geleverd. Het overige verzochte bedrag aan materiële schadevergoeding dient niet ontvankelijk te worden verklaard omdat deze niet nader is onderbouwd.
De vordering van [aangever] kan voor wat betreft de materiële schadevergoeding worden toegewezen omdat het bedrag is betaald aan verdachte en het product niet is geleverd. De immateriële schadevergoeding dient te worden afgewezen omdat deze niet nader is onderbouwd.
De vordering van [aangever] kan voor wat betreft de materiële schadevergoeding worden toegewezen omdat het bedrag is betaald aan verdachte en het product niet is geleverd. De immateriële schadevergoeding dient te worden afgewezen omdat deze niet nader is onderbouwd.
De vordering van [aangever] kan voor wat betreft de materiële schadevergoeding ter hoogte van €100,00 worden toegewezen omdat het bedrag is betaald aan verdachte en het product niet is geleverd. Het overige verzochte bedrag aan materiële schadevergoeding dient niet ontvankelijk te worden verklaard en de immateriële schadevergoeding dient te worden afgewezen omdat deze niet nader is onderbouwd.
Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht alle vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw enkel de onverschuldigd betaalde bedragen aan schade toe te wijzen. De verzochte bedragen aan immateriële schadevergoeding komen niet voor toewijzing in aanmerking. Die bedragen dienen allen te worden afgewezen.
Overweging van de rechtbank Gelet op de hoeveelheid en de inhoud van de vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank de vorderingen gezamenlijk bespreken.
Materiële schade Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden. Verdachte heeft van iedere benadeelde partij een bedrag via een overschrijving ontvangen met de intentie het gewenste product niet te leveren. Dit bedrag is eveneens niet aan hen geretourneerd. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De rechtbank overweegt echter dat de vorderingen van de benadeelde partijen die meer materiële schade hebben gevorderd dan het bedrag dat zij hebben overgemaakt voor dat gedeelte van de vordering dienen te worden afgewezen. Het is namelijk niet gebleken dat de materiële schade die boven de betaalde bedragen uitstijgen rechtstreekse schade is. Derhalve zal de rechtbank die bedragen afwijzen. De rechtbank zal hieronder een opsomming geven van de bedragen die worden toe- en afgewezen.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen ter hoogte van €65,00.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen ter hoogte van €100,00.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen ter hoogte van €36,50.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen ter hoogte van €80,00.
De vordering van [aangever] kan voor wat betreft de materiële schadevergoeding ter hoogte van €31,00 worden toegewezen omdat het bedrag is betaald aan verdachte en het product niet is geleverd. Het overige verzochte bedrag aan materiële schadevergoeding wordt afgewezen.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen ter hoogte van €60,00.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen ter hoogte van €10,00.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen ter hoogte van €127,30.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen ter hoogte van €47,25.
De vordering van [aangever] kan voor wat betreft de materiële schadevergoeding ter hoogte van €30,00 worden toegewezen omdat het bedrag is betaald aan verdachte en het product niet is geleverd. Het overige verzochte bedrag aan materiële schadevergoeding wordt afgewezen.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen ter hoogte van €57,20.
De vordering van [aangever] kan volledig worden toegewezen ter hoogte van €110,00.
De vordering van [aangever] kan voor wat betreft de materiële schadevergoeding ter hoogte van €100,00 worden toegewezen omdat het bedrag is betaald aan verdachte en het product niet is geleverd. Het overige verzochte bedrag aan materiële schadevergoeding wordt afgewezen.
Immateriële schadevergoeding De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van immateriële schadevergoeding in het geval dat: verdachte het oogmerk had zodanig nadeel toe te brengen, de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partijen onvoldoende hebben onderbouwd waarom er in dit verband sprake is van schade die binnen één of meerdere van deze categorieën valt. Nader onderzoek daarnaar en/of bewijslevering zou een onevenredige belasting van het strafproces opleveren, reden waarom de benadeelde partijen, in het bijzonder [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] , in zoverre niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in hun vorderingen.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel Verdachte is wettelijke rente over de toegewezen bedragen verschuldigd. Over de volgende bedragen is wettelijke rente vanaf de volgende datum verschuldigd:
9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 326e van het Wetboek van Strafrecht.
10De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) weken; bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 2 (twee) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de volgende benadeelde partijen van de volgende bedragen aan materiële schade, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente 1. [aangever] €65,00 augustus 2022 2. [aangever] €100,00november 2021 3. [aangever] €36,50 september 2021 4. [aangever] €80,00 november 2021 5. [aangever] €31,00 december 2021 6. [aangever] €60,00 augustus 2022 7. [aangever] €10,00 augustus 2022 8. [aangever] €127,30december 2021 9. [aangever] €47,25 september 2021 10. [aangever] €30,00 oktober 2021 11. [aangever] €57,20 oktober 2021 12. [aangever] €110,00augustus 2021 13. [aangever] €100,00augustus 2021 verklaart ten aanzien van het meer of anders gevorderde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om de te noemen bedragen betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade/smartengeld te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
Benadeelde partij Bedrag Gijzeling 1. [aangever] €65,00 1 dag 2. [aangever] €100,00 1 dag 3. [aangever] €36,50 1 dag 4. [aangever] €80,00 1 dag 5. [aangever] €31,00 1 dag 6. [aangever] €60,00 1 dag 7. [aangever] €10,00 1 dag 8. [aangever] €127,30 1 dag 9. [aangever] €47,25 1 dag 10. [aangever] €30,00 1 dag 11. [aangever] €57,20 1 dag 12. [aangever] €110,00 1 dag 13. [aangever] €100,00 1 dag bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.H. Steenweg (voorzitter), mr. A. Tegelaar en mr. A.T.G. van Wandelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 maart 2026. mr. Van Wandelen is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022474031, gesloten op 3 januari 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 26, 27; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 29, 30.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 31, 32; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 34-36.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 37, 38; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 40, 41.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 42 t/m 44; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 46-48.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 49, 50; proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p. 52-55.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 56, 57; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 61, 62.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 63, 64; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 68, 69.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 70 t/m 72; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 76, 77.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 78, 79; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 83, 84.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 85 t/m 87; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 91, 92.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 93, 94; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 98, 99.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 100, 101; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 105, 106.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 107 t/m 109; proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p. 113-115.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 116, 117; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 121, 122.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 123, 124; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 128, 129.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 130, 131; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 135, 136.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p 137 t/m 139; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 142, 143.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 144, 145; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 149, 150.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 151, 152; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 156, 157.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 158 t/m 162; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 166, 167.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 168, 169; proces-verbaal van bevindingen, p. 173.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 174 t/m 178; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 182, 183.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 184, 185; proces-verbaal van bevindingen met bijlage, p. 189, 190.
Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 191 t/m 193; proces-verbaal van bevindingen, p. 198.
Antwoord ciot-bevraging, p 240.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 239 en proces-verbaal van bevindingen, p 241.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 200.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 205.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 214.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 219.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 224.
Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 243.