Rechtbank Gelderland – ECLI:NL:RBGEL:2026:4468
RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers: 05-044216-26, 05-303532-25 en 05-279910-25 Datum uitspraak : 1 juni 2026 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1980 in [geboorteplaats] , op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] raadsman: mr. M.L.E. Storm van ’s Gravesande, advocaat in Ede.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 mei 2026.
1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: onder parketnummer 05-044216-26:
2.hij in of omstreeks de periode van 17 november 2025 tot en met 19 november 2025 te Klarenbeek, een fiets en/of meerdere kabels van haspels en/of een haspel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij in of omstreeks de periode van 17 november 2025 tot en met 19 november 2025 te Klarenbeek, een fiets en/of meerdere kabels van haspels en/of een haspel, althans een goedheeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
3.hij in of omstreeks de periode van 6 november 2025 tot en met 08 november 2025 te Apeldoornmeerdere fatbikes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van een sleutel waarmee de centrale toegangsdeur van het flatgebouw kan worden geopend;
4.hij in of omstreeks de periode van 15 november 2025 tot en met 16 november 2025 te Apeldoorn meerdere schroefboormachines, althans gereedschappen, in elk geval enig goed,dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van een sleutel waarmee de centrale toegangsdeur van het flatgebouw kan worden geopend en/of door middel van braak en/of door middel verbreking; onder parketnummer 05-303532-25: hij op of omstreeks 29 juni 2025 te Arnhem, een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onderzijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, door onbevoegd de toegangsdeur van het appartementencomplex en/of de daarbij behorende bergingen te openen; onder parketnummer 05-279910-25: hij op of omstreeks 18 juli 2025 te Apeldoorn een fatbike, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Ten aanzien van parketnummer 05-044216-26 : feit 1:
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde diefstal. Wel kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair ten laste gelegde opzetheling.
Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Het subsidiair ten laste gelegde kan wel worden bewezen.
Beoordeling door de rechtbank Aangever heeft verklaard dat hij op 17 november 2025 om 21:00 uur nog bij de schuur was geweest, hij de schuur heeft afgesloten en de sleutel in de auto heeft gelegd waar die altijd ligt. Op 19 november 2025 werd hij gebeld door de eigenaar van de opslag die hij huurt, dat er iemand binnen was geweest. Er was iets weg uit de schuur en de sleutel uit de sleutelkluis was weg. Toen aangever bij de schuur kwam zag hij dat de kabels van de haspels afgeknipt waren. De stekkers lagen ernaast en waren ook afgeknipt. Er stonden nog drie haspels op de grond waar ook de kabels van afgeknipt waren en de stekkers lagen op de grond. Verdachte heeft verklaard dat hij zes groene haspels had en één zwarte. Er waren nog maar zes haspels in de schuur aanwezig. Aangever heeft verklaard dat hij contact heeft opgenomen met zijn schoonvader, die bij [bedrijf] B.V. in [vestigingsplaats] werkt, of daar groene kabels waren ingeleverd. Er waren daar op 19 november 2025 groene kabels ingeleverd. Aangever is naar [bedrijf] B.V. gegaan en zag dat de nummers op de kabel en de stekker overeenkwamen. Hij heeft twintig kilo aan kabels terug gekocht voor € 40,00. [bedrijf] B.V. heeft van de transactie van het inleveren van de kabels een weegbon, een kasbon en een inkoopfactuur opgesteld. Uit de gegevens op de inkoopfactuur blijkt dat een grote hoeveelheid metaal/ijzer was ingeleverd. De totale waarde van de goederen bedroeg € 1.814,13. Op de kasbon inkoop koper stonden de persoonsgegevens van [verdachte] .
Op de camerabeelden van [bedrijf] B.V. is te zien dat een man een grote zwarte tas uit de fietskar aanhanger haalt en op de weegschaal gooit. Een medewerker loopt richting de man om te helpen en kijkt in de tas. Vervolgens loopt hij weg en uiteindelijk overhandigt de medewerker een wit blaadje aan de man en pakt de zwarte tas van de weegschaal.
Twee verbalisanten herkennen de man op de beelden ambtshalve als [verdachte] .
Verdachte heeft verklaard dat hij wel eens wat inlevert bij [bedrijf] B.V. Hij heeft bij de politie verklaard dat hij de kabels heeft gekocht van een jongen, maar hij wist niet van wie en hoeveel hij er voor heeft betaald. Hij wist ook niet meer waar dat was. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij de kabels van [naam] heeft gekocht voor € 20,- of € 30,-. Toen verdachte vroeg aan [naam] hoe hij aan die kabels kwam was het antwoord dat dat niet uitmaakte. Verdachte herkent zichzelf op de camerabeelden.
Vrijspraak diefstal De rechtbank stelt vast dat de kabels tussen 17 november 2025 en 19 november 2025 uit de schuur zijn weggenomen. Verdachte heeft de kabels op 19 november 2025 ingeleverd bij [bedrijf] B.V. Wat er in de tussentijd is gebeurd kan de rechtbank niet vaststellen. Evenmin kan de rechtbank vaststellen dat verdachte degene is geweest die de kabels heeft weggenomen uit de schuur. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde diefstal.
Opzetheling Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de kabels van misdrijf, te weten van diefstal of verduistering, afkomstig waren. De rechtbank stelt voorts vast dat niet is gebleken dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal of verduistering van de kabels.
Gelet op de feiten en de omstandigheden waaronder de – aan beide zijden doorgeknipte – kabels die door verdachte werden verkregen en ingeleverd en in aanmerking genomen dat verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd met betrekking tot het verkrijgen van de kabels, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de kabels wist dat deze van misdrijf afkomstig waren. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. Met dien verstande dat wettig en overtuigend bewijs voor opzetheling van de in de tenlastelegging genoemde fiets ontbreekt. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken voor dat deel van de tenlastelegging.
Conclusie Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde (opzetheling) heeft gepleegd. feit 3:
Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal met valse sleutel.
Het standpunt van de verdediging De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank Aangever kwam op 6 november 2025 omstreeks 18:00 uur thuis met één van de twee fatbikes. Hij zette de fatbike in de garagebox onder zijn woning, naast de andere fatbike. Toen hij op 8 november 2025 omstreeks 10:00 uur één van de twee fatbikes wilde pakken om een rondje te gaan fietsen, bleek dat beide fatbikes niet meer in de garagebox stonden. Hij zag geen braakschade aan de garagebox en alleen bewoners van de appartementen hebben toegang tot de centrale hal van de garageboxen.
Op beelden van de kelder van het appartementencomplex is te zien dat de verdachte op 07 november 2025 rond 22.20 uur bij de flat aankomt met zijn eigen fiets. Op beeld is te zien dat hij met een sleutel de deur opent en dat hij met een fiets het gebouw in gaat. Even later komt de verdachte met één fatbike het gebouw uit. Hierop haalt hij zijn andere fiets en verdwijnt. Daarna is te zien hoe de verdachte op 08 november 2025 rond 03.30 uur weer het gebouw in komt, ditmaal zonder fiets. Enkele minuten later komt de verdachte met een andere fatbike het gebouw uit. Verbalisanten herkennen de man ambtshalve als [verdachte] .
Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij van een jongen twee fatbikes voor € 500,- had gekocht en dat hij een sleutel van de kelderbox kreeg om de fatbikes uit de kelderbox te halen. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij, nadat hij de sleutel van de bewoner had gekregen, de twee fatbikes uit een kelderbox heeft gehaald om de fatbikes te stelen, zodat de aangever geld kon terugkrijgen van de verzekering. Ter terechtzitting heeft verdachte vervolgens ook nog verklaard dat hij de fatbikes kon krijgen in ruil voor drugs.
Diefstal Aangever geeft aan dat zijn fatbikes zijn gestolen en op de beelden is te zien dat verdachte degene is die de fatbikes uit de garagebox heeft gehaald door met een sleutel de deur te openen. Verdachte is herkend door meerdere verbalisanten. De verklaringen van verdachte zijn tegenstrijdig, worden niet ondersteund door andere bewijsmiddelen en zijn naar het oordeel van de rechtbank ongeloofwaardig. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van twee fatbikes.
Conclusie Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde (diefstal met valse sleutel) heeft begaan. feit 4:
Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal met valse sleutel.
Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank Aangever heeft verklaard dat er op 16 november 2025 tussen 02:30 uur en 03:30 uur in zijn kelderbox is ingebroken. Er zijn 3 accutollen (schroefboormachines) en toebehoren meegenomen. Ook is de deur opengetrapt (geforceerd). Volgens de cameracommissie heeft dezelfde persoon een week eerder twee fietsen heeft meegenomen.
Op de camerabeelden van 16 november 2025 vanaf 02:45 uur is te zien dat een man de deur opent met een sleutel en naar binnen gaat. De man loopt even later naar buiten met een rode Dirk tas, die hij toen hij binnen kwam nog niet had.
Twee verbalisanten herkennen de man ambtshalve als [verdachte] .
Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij statiegeld heeft opgehaald bij een meisje. Hij heeft verklaard dat hij in de kelderbox ‘vieze spelletjes’ aan het doen was met het meisje. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij door een persoon werd aangesproken dat zijn buurman wat speed nodig had en of hij dat kon regelen. Die buurman had niet zoveel geld maar wel gereedschap. Zodoende kreeg verdachte de sleutel van de garagebox en heeft hij het gereedschap meegenomen en de speed, in ruil daarvoor, op het schapje in de garagebox gelegd.
Diefstal Verdachte is op 16 november 2025 in de kelderbox van aangever geweest. Hij wordt herkend op de beelden en loopt zonder rode Dirk tas naar binnen en komt met rode Dirk tas naar buiten. De verklaringen van verdachte zijn tegenstrijdig, worden niet ondersteund door andere bewijsmiddelen en zijn naar het oordeel van de rechtbank ongeloofwaardig. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de boormachines uit de kelderbox van aangever.
Conclusie Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde (diefstal met valse sleutel) heeft begaan.
Ten aanzien van parketnummer 05-303532-25 :
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
Ten aanzien van parketnummer 05-279910-25 :
Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde opzetheling.
Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank Aangever heeft verklaard dat zijn dochter op 17 juli 2025 de fatbike in de openbare berging onder de flat heeft neergezet en afgesloten met een oranje kettingslot. De flat is in principe alleen toegankelijk voor bewoners. Op 18 juli 2025 om 08:45 uur wilde zijn dochter naar school op de fatbike, maar toen zag zij dat de fatbike er niet meer stond. De fatbike was voorzien van een airtag en die straalde voor het laatst uit aan [adres] te Apeldoorn. Aangever ging ter plaatse en informeerde ondertussen de politie. De fatbike bleek daar niet te zijn.
Verbalisanten kregen op 18 juli 2025 omstreeks 10:45 uur de melding dat aangever zijn fatbike had teruggevonden. Hij had een persoon staande gehouden ter hoogte van de Linge in Apeldoorn. Verbalisanten kwamen ter plaatse en zagen dat aangever en zijn zoon bij een persoon stonden die op de grond zat. Die persoon bleek verdachte [verdachte] te zijn. Hij verklaarde dat hij de fatbike die ochtend voor € 300,- had gekocht, maar dat hij niet kon vertellen van wie. Hij had de fatbike contant betaald en had hem een opknapbeurt gegeven. De zoon van aangever gaf aan dat hij verdachte [verdachte] met de fatbike zag op het moment dat hij het geluid van de airtag activeerde en er een geluid afging.
Getuige [getuige] is de zoon van aangever. Op 18 juli 2025 omstreeks 10:15 uur kreeg hij een melding op zijn telefoon via de airtag dat de fatbike in beweging was. Dit was ter hoogte van [adres] , waar hij eerder met de politie was geweest. Hij fietste die kant op en zag via de app dat hij dichterbij kwam. Hij zag een man op een fatbike, maar deze fatbike had een zwart zadel in plaats van een bruin zadel zoals op het moment dat de fatbike gestolen werd. Ook zag getuige geen kettingslot. Hij besloot een geluid af te spelen via de app van de airtag en hoorde dat een geluid uit deze fatbike kwam. Dit deed hij nogmaals en wederom hoorde hij dat geluid. Hij sprak de man aan en de man zei dat hij de fatbike voor € 300,- had gekocht. Getuige zei dat de man op deze locatie moest wachten omdat hij de politie zou bellen. De man wilde getuige een klap geven met de vlakke hand. Getuige wist dat tegen te houden. Vervolgens rende de man weg. Aangever (vader van getuige) was al onderweg en heeft uiteindelijk de man tegengehouden. Even later kwam de politie.
Verdachte heeft verklaard dat hij de fiets van iemand heeft gekocht voor € 300,- en hem heeft opgeknapt. Hij wilde naar een vriend om de fiets aan te bieden maar die was niet thuis. Op de terugweg werd hij aangehouden door de zoon van aangever. Toen het geluid van de airtag afging zette hij het op een sprintje.
Opzetheling Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de fatbike van misdrijf, te weten van diefstal of verduistering, afkomstig was. De rechtbank stelt voorts vast dat niet is gebleken dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal of verduistering van de fatbike.
Gelet op de feiten en de omstandigheden waaronder de fatbike onder de verdachte werd aangetroffen en in aanmerking genomen dat verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven met betrekking tot het voorhanden hebben daarvan, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de fatbike wist dat die van misdrijf afkomstig was. De verklaring van verdachte is niet verifieerbaar, hij heeft geen aankoopbewijs en hij heeft de fiets kennelijk op straat gekocht van een kennis die hij uit de stad kent, van wie verder geen gegevens bekend zijn. Hij heeft naar eigen zeggen ook niet doorgevraagd waar de fiets vandaan kwam. Op grond hiervan en omdat verdachte de fatbike, die nog geen twee jaar oud was, voor zo’n laag bedrag zegt te hebben gekocht en is weggerend nadat hij werd aangesproken door de rechtmatige eigenaar van de fatbike, concludeert de rechtbank dat verdachte wist dat de fatbike van diefstal afkomstig was. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.
Conclusie Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde (opzetheling) heeft begaan.
3De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat: onder parketnummer 05-044216-26:
3.hij in of omstreeks de periode van 06 november 2025 tot en met 08 november 2025 te Apeldoorn meerdere fatbikes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van een sleutel waarmee de centrale toegangsdeur van het flatgebouw kan worden geopend;
4.hij in of omstreeks de periode van 15 november 2025 tot en met 16 november 2025 te Apeldoorn meerdere schroefboormachines, althans gereedschappen, in elk geval enig goed,dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van een sleutel waarmee de centrale toegangsdeur van het flatgebouw kan worden geopend en/of door middel van braak en/of door middel verbreking; onder parketnummer 05-303532-25: hij op of omstreeks 29 juni 2025 te Arnhem, een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onderzijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, door onbevoegd de toegangsdeur van het appartementencomplex en/of de daarbij behorende bergingen te openen; onder parketnummer 05-279910-25: hij op of omstreeks 18 juli 2025 te Apeldoorn een fatbike, althans een goed heeft verworven, en voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op:
In de zaken met parketnummers 05-044216-26 feit 1, feit 3 en feit 4 en 05-303532-25 telkens:
Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak In de zaken met parketnummers 05-044216-26 feit 2 subsidiair en 05-279910-25 telkens: opzetheling 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar.
6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders wordt opgelegd voor de duur van twee jaren (hierna: ISD-maatregel).
Het standpunt van de verdediging De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere diefstallen met braak, al dan niet met valse sleutel gepleegd en opzetheling. Dit zijn vervelende feiten die voor de gedupeerden, naast financiële schade, overlast en ergernis met zich brengen. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij in de afgelopen jaren met regelmaat voor soortgelijke misdrijven is veroordeeld.
De door verdachte gepleegde diefstallen met braak en opzetheling betreffen misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. In de vijf jaar voorafgaand aan de bewezenverklaarde feiten is verdachte ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf veroordeeld. De rechtbank stelt verder vast dat verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Verdachte voldoet hiermee aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel.
Ook wordt aan de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers (in het bijzonder de vordering van de ISD-maatregel bij stelselmatige daders) voldaan. Immers, verdachte is een zeer actieve veelpleger die, over een periode van vijf jaren, processen-verbaal tegen zich opgemaakt zag worden voor meer dan tien misdrijffeiten, waarvan ten minste één misdrijf in de laatste twaalf maanden terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijf van 18 juli 2025.
Uit het rapport van de reclassering van 7 mei 2026 volgt dat verdachte al jarenlang forse problemen heeft op diverse leefgebieden. Verdachte heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, heeft geen passende dagbesteding, geen contacten met familie, er zijn schulden en hij is bekend met veelvuldig middelengebruik. Tactus Reclassering heeft geen beschermende factoren kunnen vaststellen. De afgelopen jaren is hij niet in staat gebleken om hier verandering in aan te brengen binnen zowel een vrijwillig kader, als binnen een (deels) voorwaardelijk kader. Volgens de reclassering is een onvoorwaardelijke ISD-maatregel de enige optie om te werken aan stabilisatie en uiteindelijk re-integratie. Tactus Reclassering ziet geen mogelijkheden binnen een schorsing, dan wel een (deels) voorwaardelijk kader omdat dit eerder niet succesvol was. Het veelplegersoverleg binnen het Zorg- en Veiligheidshuis Arnhem sluit zich aan bij dit advies.
Gelet op het voorgaande moet er volgens de reclassering ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. De veiligheid van personen en goederen rechtvaardigt dan ook het opleggen van de ISD-maatregel.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren noodzakelijk en gewenst is. Door het gedwongen kader van de ISD-maatregel wordt de maatschappij beveiligd en krijgt verdachte een kans zich op verschillende gebieden te ontwikkelen en aan zijn problematiek te werken.
De rechtbank is er – gelet op de kansen die verdachte eerder heeft gekregen binnen een voorwaardelijk kader en hetgeen de reclassering daarover beschrijft – niet van overtuigd dat een minder streng kader, bijvoorbeeld in de vorm van een voorwaardelijke ISD-maatregel, dezelfde mogelijkheden voor bestendige verbetering zal bieden. De rechtbank merkt daarbij op dat als verdachte er binnen het kader van de ISD-maatregel in slaagt om vooruitgang te boeken, deze maatregel voorziet in voldoende perspectief op het geleidelijk verkrijgen van meer vrijheden.
Gelet op het belang dat met de ISD-maatregel wordt gediend en om de behandelmogelijkheden niet te doorkruisen, zal de rechtbank de tijd die door verdachte is doorgebracht in voorarrest niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.
8De beoordeling van de civiele vorderingen Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft in verband met feit 2 onder parketnummer 05-044216-26 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.700,53 aan materiële schade en € 71,04 aan proceskosten (verlof opname schade en aangifte), vermeerderd met de wettelijke rente.
De materiële schade bestaat uit de volgende schadeposten: kabelhaspel 40 meter € 195,20 kabelhaspel 25 meter € 166,05 overige kabelhaspels (schade hersteld) € 103,90 koffer + heater € 175,00 koffer + inhoud € 150,00 spiegeltje € 4,49 chocolade munten € 47,14 beamer + toebehoren € 550,00 koffer met +/- 20 horloges € 200,00 koffer met Gardena accu € 108,75 Totaal € 1.700,53 Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte alleen verantwoordelijk is voor het voorhanden hebben van gestolen goederen en niet voor de diefstal daarvan. Nu de officier van justitie heeft verzocht om vrijspraak van de primair ten laste gelegde diefstal, moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.
De verdediging heeft – om dezelfde reden als de officier van justitie – eveneens verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.
Overweging van de rechtbank Materiële schade Verdachte is vrijgesproken van de primair ten laste gelegde diefstal. En niet kan worden vastgesteld dat de (materiële) schade rechtstreeks is toegebracht door de bewezenverklaarde opzetheling.
Echter, uit de stukken blijkt dat de benadeelde partij de door verdachte ingeleverde kabels heeft teruggekocht bij [bedrijf] B.V. voor € 39,00 om de haspels te herstellen. De rechtbank is van oordeel dat deze kosten zijn ontstaan als gevolg van het bewezen verklaarde handelen. De rechtbank zal daarom een bedrag van € 39,00 aan materiele schade toewijzen.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Proceskosten De benadeelde partij heeft onder de noemer ‘proceskosten’ een bedrag van € 71,04 opgevoerd voor ‘verlof opname schade en verlof aangifte diefstal’. De gevorderde kosten zijn niet nader onderbouwd. De rechtbank zal de vordering op dit punt afwijzen, nu het niet gaat om proceskosten als bedoeld in artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Conclusie In totaal zal de rechtbank een bedrag toewijzen van € 39,00 aan materiële schade.
Verdachte is over het toegewezen bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 19 november 2025.
De rechtbank ziet tot slot aanleiding om op grond van artikel 36f Sr de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] De benadeelde partij [benadeelde 5] heeft in verband met het feit onder parketnummer 05-303532-25 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.129,00 aan materiële schade (fatbike), vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Er moet rekening worden gehouden met afschrijving van de fatbike, de officier van justitie houdt rekening met 20% afschrijving per jaar. Dat komt neer op € 903,20.
Voor het overige deel aan materiële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat rekening moet worden gehouden met 20% afschrijving en dat afgerond € 900,00 aan materiële schade dient te worden. Voor het overige moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.
Overweging van de rechtbank Materiële schade Uit de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank acht de gevorderde kosten voldoende onderbouwd. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat rekening moet worden gehouden met afschrijving van 20%. De rechtbank zal een bedrag van € 903,20 aan materiële schade toewijzen.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Conclusie In totaal zal de rechtbank een bedrag toewijzen van € 903,20 aan materiële schade.
Verdachte is over het toegewezen bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 29 juni 2025.
De rechtbank ziet tot slot aanleiding om op grond van artikel 36f Sr de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen.
9De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 38m, 57, 63, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht.
10De beslissing De rechtbank: verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; legt op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] veroordeelt verdachte in verband met feit 2 onder parketnummer 05-044216-26 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van € 39,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; wijst de vordering tot vergoeding van de proceskosten af; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 2] , een bedrag te betalen van € 39,00 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan 1 dag gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] veroordeelt verdachte in verband met het feit onder parketnummer 05-303532-25 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 5] van € 903,20 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul; verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade; legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde 5] , een bedrag te betalen van € 903,20 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald.) Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 9 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter), mr. Y. van Wezel en mr. H.M. Stratenus, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Brouwer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juni 2026.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Eenheid Oost-Nederland, VAT Apeldoorn, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2026018254, gesloten op 12 februari 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal aangifte, p. 17-18.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 51 (met bijlagen, p. 53-57).
Proces-verbaal van bevindingen, p. 65-66.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 68 en 70.
Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 24-25 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting op 18 mei 2026.
Proces-verbaal aangifte, p. 13-14.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 32-34 en proces-verbaal van bevindingen, p. 48.
Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 125-126 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting op 18 mei 2026.
Proces-verbaal aangifte, p. 25.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 41.
Proces-verbaal van bevindingen, p. 44 en 46.
Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 26-27 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting op 18 mei 2026.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025310179, gesloten op 1 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] van de politie Eenheid Oost-Nederland, VAT Apeldoorn, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025341501, gesloten op 18 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
Proces-verbaal van aangifte, p. 23.
Proces-verbaal van aanhouding verdachte, p. 10-11.
Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 25.
Verklaring van verdachte ter terechtzitting op 18 mei 2026.