RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: ARN 24/8772 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres en de minister van Financiën (gemachtigde: [gemachtigde]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van het verzoek van eiseres om haar reeds betaalde geldschulden te compenseren op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar verzoek en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het verzoek. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister het verzoek van eiseres had moeten opvatten als een verzoek tot herbeoordeling van de eerder afgewezen schulden. Omdat eiseres geen nieuwe bewijsstukken heeft overgelegd, leidt dit echter niet tot een compensatie van de eerder afgewezen schulden. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres is gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft bij de Sociale Bank Nederland (SBN) eerder verzoeken ingediend om reeds betaalde schulden te compenseren. In verschillende besluiten is aan eiseres compensatie toegekend, maar er zijn door SBN ook twaalf schulden niet gecompenseerd. Eiseres heeft vervolgens een toelichting op deze twaalf betaalde schulden aan SBN toegezonden met het verzoek om in aanmerking te komen voor compensatie van deze schulden. De minister heeft het verzoek van eiseres met het besluit van 12 juni 2024 afgewezen, omdat de gegeven toelichting geen schuld betreft. Met het bestreden besluit van 22 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van het verzoek gebleven. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiseres is met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Ontvankelijkheid 3. De rechtbank beoordeelt, voordat zij toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van deze zaak, eerst of het beroep ontvankelijk is. Het beroep is niet-ontvankelijk als het te laat is ingediend. Een beroepschrift moet binnen zes weken worden ingediend nadat het besluit (waar dat beroep tegen is gericht) bekend is gemaakt. Het bestreden besluit is op 22 oktober 2024 bekend gemaakt. Dat betekent dat eiseres uiterlijk 3 december 2024 beroep kon instellen. Eiseres heeft pas op 4 december 2024 beroep ingesteld. Dit betekent dat eiseres één dag te laat beroep heeft ingesteld. 3.1. De wet bepaalt dat een niet-ontvankelijkverklaring vanwege termijnoverschrijding achterwege blijft als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Het gaat dan om de vraag of de termijnoverschrijding ‘verschoonbaar’ is. In die beoordeling zijn twee aspecten van belang. De rechtbank moet beoordelen of het niet tijdig indienen van het beroepschrift aan eiseres kan worden toegerekend en, als dat niet het geval is, of eiseres het beroepschrift zo spoedig als redelijkerwijs kon worden verlangd, heeft ingediend. 3.2. Eiseres heeft toegelicht dat zij op het moment van het ontvangen van het bestreden besluit zwanger was en dat haar zwangerschap moeizaam verliep omdat zij leed aan hyperemesis gravidarum. Eiseres lijdt ook aan fibromyalgie en een chronisch vermoeidheidssyndroom. Door deze ziektes bij elkaar, was eiseres afhankelijk van haar bed en tot weinig in staat. 3.3. Naar het oordeel van de rechtbank kan eiseres slechts gering worden verweten dat de beroepstermijn is overschreden. De rechtbank acht hierbij van belang dat het hier gaat om een individuele burger, waarbij aannemelijk is dat haar ‘doenvermogen’ door haar lichamelijke en psychische klachten ten tijde van het moment dat zij beroep had moeten indienen zeer beperkt was. Ook is gebleken dat eiseres slechts een klein netwerk om zich heen heeft en is het aannemelijk dat het niet mogelijk was om tijdig enige hulp in te schakelen van dit kleine netwerk. Daarnaast merkt de rechtbank op dat eiseres slechts één dag na afloop van de beroepstermijn beroep heeft ingediend. De omvang van de termijnoverschrijding is daarom zeer beperkt gebleven. Daarin ligt ook besloten dat het beroepschrift is ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs kon worden verlangd. Bovendien zijn in dit twee-partijengeschil geen belangen van derden betrokken. De rechtbank ziet daarom meer ruimte om verschoonbaarheid aan te nemen. Moet eiseres griffierecht betalen? 4. Eiseres heeft in een e-mail van 27 december 2024 aan de rechtbank medegedeeld dat zij vanwege betalingsonmacht niet in staat is tot betaling van het griffierecht. In de brief van 8 mei 2025 heeft de griffier aan eiseres meegedeeld dat zij niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldoet, omdat haar netto-inkomen niet lager is dan 95% van een maximale bijstandsuitkering van een alleenstaande. De rechtbank ziet nu geen reden om anders te oordelen dan is gedaan in de brief van de griffier van 8 mei 2025. Eiseres moet dus griffierecht betalen en dat heeft zij ook gedaan. Totstandkoming van het bestreden besluit 5. Eiseres heeft op 6 december 2022 bij SBN een verzoek ingediend tot terugbetaling van de volgende al betaalde privaatrechtelijke schulden: 1. Eendracht Gerechtsdeurwaarders (€ 1.075) 2. Gemeente Cuijk/Grave (€ 512,64) 3. Belastingdienst (€ 2.139) 4. GGN (inzake bol.com) (€ 250) 5. GGN (inzake Vivare Woningbouw) (€ 1.070,46) 6. GGN (inzake Vivare huurschuld) (€ 666,80) 7. Jongerius Gerechtsdeurwaarders (€ 100) 8. Van Arkel Gerechtsdeurwaarders (€ 345) 9. Infoscore (€ 83,76) 10. EDR Incasso (€ 56,65) 11. ENGIE (€ 400) 12. Infomedics (€ 334,54) 5.1. In de besluiten van 5 april 2023, 13 april 2023 en 10 mei 2024 heeft SBN het verzoek van eiseres afgewezen. Een deel van de reeds betaalde schulden wordt niet gecompenseerd wegens onvoldoende bewijs. Tegen deze besluiten heeft eiseres geen bezwaar gemaakt. 5.2. Op 2 januari 2024 heeft eiseres via het loket al betaalde schulden een brief ‘Toelichting betaalde schulden’ toegezonden. Als bijlage bij deze brief heeft eiseres een brief overgelegd waarin zij haar zienswijze geeft op de gang van zaken over de eerder aangemelde schulden en de daarover genomen besluiten. 5.3. De minister heeft het verzoek van eiseres met het besluit van 12 juni 2024 afgewezen, omdat de gegeven toelichting geen schuld betreft. Met het bestreden besluit van 22 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is minister bij de afwijzing van het verzoek gebleven. Heeft de minister het verzoek van eiseres terecht afgewezen? 6. Eiseres heeft haar aanvraag ingediend bij het loket afbetaalde schulden. In artikel 4.3, eerste lid, van de Wht is bepaald dat alleen private schulden die voor overneming in aanmerking zouden zijn gekomen als deze niet waren voldaan, voor terugbetaling in aanmerking komen. Dat betekent dat een al betaalde schuld moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 4.1, tweede lid, van de Wht: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.