← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2026:811

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer: 05/341078-24 Datum uitspraak : 13 januari 2026 Tegenspraak verkort vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres 1] . Raadsvrouw: mr. A. van der Poel, advocaat in Arnhem. Dit verkort vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 26 oktober 2024 te Zutphenin een woning, gelegen op/aan [adres 2] ,opzettelijkbrand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een salontafel,althans met een brandbaar voorwerp,terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor één of meer de(e)l(en)van het interieur van voornoemde woning en/of één of meer naastgelegenwoning(en),en/oflevensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en), teweten voor één meer (mede)bewoner(

  1. s)van één of meer naastgelegen woning(en)te duchten was; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 26 oktober 2024 te Zutphenopzettelijk en wederrechtelijk een woning, gelegen op/aan [adres 2] ,in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elkgeval aan een ander toebehoorde(
  2. n)heeft vernield, beschadigd, onbruikbaargemaakt. 2De bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat: primair hij op of omstreeks 26 oktober 2024 te Zutphenin een woning, gelegen op/aan [adres 2] ,opzettelijkbrand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een salontafel,althans met een brandbaar voorwerp,terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor één of meer de(e)l(en)van het interieur van voornoemde woning en/of één of meer naastgelegenwoning(en),en/oflevensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en), teweten voor één meer (mede)bewoner(
  3. s)van één of meer naastgelegen woning(en)te duchten was; Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: primair: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. 5De strafbaarheid van het feit Het feit is strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrische rapportage van 15 oktober 2025, opgesteld door A.W.M.M. Stevens, psychiater. De psychiater concludeert het volgende: “ Bij betrokkene is sprake van een matige verstandelijke beperking, een schizofeniespectrumstoornis of andere psychotische stoornis en een stoornis in cannabisgebruik (momenteel inremissie, ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig). Hij wordt verdacht van brandstichtingin zijn eigen woning. Betrokkene bekent de ten laste gelegde feiten. De psychi(atri)sche problematiek was aanwezig tijdens de ten laste gelegde feiten, zodat gesproken kan wordenvan een gelijktijdigheidsverband. Betrokkene was ten tijde van het ten laste gelegde psychotisch. Onderzoeker heeft in onderhavig onderzoek onvoldoende duidelijk kunnen krijgen in hoeverre zijn psychiatrische problematiek, met name de mate van psychotische belevingen,en zijn stoornis in cannabisgebruik (in hoeverre was hij in welke mate onder invloed) ten tijdevan het ten laste gelegde heeft doorgewerkt in het ten laste gelegde om met zekerheid tekunnen zeggen of het ten laste gelegde volledig niet toe te rekenen is aan betrokkene of dathet ten laste gelegde (sterk) verminderd toe te rekenen is aan betrokkene. Desondanks neigtonderzoeker naar het niet toerekenen van het ten laste gelegde aan betrokkene, daar de combinatie van een matig verstandelijke beperking en het psychotisch toestandsbeeld dusdanig was dat betrokkene onvoldoende grip had op zijn denken en handelen om te kunnenoverzien dat wat hij deed gevaarlijk was. Tevens komt uit het voorgeleidingsconsult naar voren dat betrokkene drie dagen na het ten laste gelegde nog floride psychotisch was". De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsvrouw heeft zich bij de eis van de officier van justitie aangesloten. De rechtbank trekt op basis van de bevindingen van de psychiater de conclusie dat verdachte ten tijde van het feit niet toerekeningsvatbaar was. De rechtbank zal verdachte dan ook ontslaan van alle rechtsvervolging. 7Het beslag De rechtbank zal de aansteker die aan verdachte toebehoort en met behulp waarvan het feit is begaan, onttrekken aan het verkeer. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36b, 36c en 157 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;  verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;  heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;  beveelt de onttrekking aan het verkeer van de aansteker (omschrijving: PL0600-2024504382-G3319482, Rood). Dit verkort vonnis is gewezen door mr. A. Bril (voorzitter), mr. P.J.C. Cremers en mr. G.M.L. Tomassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis-van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 januari 2026. mrs. Bril en Cremers zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.