RECHTBANK GRONINGEN parketnummer: 070186-04 datum uitspraak: 21 oktober 2004 op tegenspraak raadsman: mr. Eenhoorn VONNIS van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], thans preventief gedetineerd in PI Noord, gevangenis De Marwei, Leeuwarden Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 oktober 2004. TENLASTELEGGING Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat 1. hij op of omstreeks 3 april 2004, in de gemeente Appingedam, opzettelijk en met voorbedachten rade [echtgenote] en/of [schoonmoeder] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, - in de borst en/of buik en/of rug van die [echtgenote] gestoken en/of geprikt en/of gesneden, althans getroffen, en/of - in de buik en/of zij en/of rug van die [schoonmoeder] gestoken en/of geprikt en/of gesneden, althans getroffen, tengevolge waarvan voornoemde [echtgenote] en/of [schoonmoeder] is/zijn overleden; art 289 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 3 april 2004, in de gemeente Appingedam, opzettelijk [echtgenote] en/of [schoonmoeder] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, - in de borst en/of buik en/of rug van die [echtgenote] gestoken en/of geprikt en/of gesneden, althans getroffen, en/of - in de buik en/of zij en/of rug van die [schoonmoeder] gestoken en/of geprikt en/of gesneden, althans getroffen, tengevolge waarvan voornoemde [echtgenote] en/of [schoonmoeder] is/zijn overleden; art 287 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 3 april 2004, in de gemeente Appingedam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [schoonvader] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, genoemde [schoonvader], meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de buik en/of het onderlichaam, althans in het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, althans getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 289 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 3 april 2004, in de gemeente Appingedam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [schoonvader] van het leven te beroven, met dat opzet genoemde [schoonvader], meerdere malen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de buik en/of het onderlichaam, althans in het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, althans getroffen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 287 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 3 april 2004, in de gemeente Appingedam, aan een persoon genaamd [schoonvader], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een of meer steekwonden in de buik, althans in het lichaam), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de buik en/of het onderlichaam, althans in het lichaam te steken en/of te snijden, althans te treffen; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht 3. hij op of omstreeks 3 april 2004, in de gemeente Bedum en/of Ten Boer en/of Groningen, althans in het arrondissement Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [zoontje] (geboren [geboortedatum]) van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, samen met genoemde [zoontje] in het Eemskanaal, althans in (een) water, is gesprongen en/of gelopen, althans gegaan, in elk geval die [zoontje] in het water van het Eemskanaal of een ander water heeft doen belanden of terechtkomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 289 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 3 april 2004, in de gemeente Bedum en/of Ten Boer en/of Groningen, althans in het arrondissement Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [zoontje] (geboren [geboortedatum]) van het leven te beroven, met dat opzet, samen met genoemde [zoontje] in het Eemskanaal, althans in (een) water, is gesprongen en/of gelopen, althans gegaan, in elk geval die [zoontje] in het water van het Eemskanaal of een ander water heeft doen belanden of terechtkomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 287 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 3 april 2004, in de gemeente Bedum en/of ten Boer en/of Groningen, althans in het arrondissement Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [zoontje], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet samen met genoemde [zoontje] in het Eemskanaal, althans in (een) water, is gesprongen en/of gelopen, althans gegaan, in elk geval die [zoontje] in het water van het Eemskanaal of een ander water heeft doen belanden of terechtkomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht Wijziging tenlastelegging De officier van justitie heeft gevorderd dat de tenlastelegging als volgt zal worden gewijzigd: dat in het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde de woorden "- in de borst en/of buik en/of rug van die [echtgenote]" dienen te worden vervangen door de woorden: "- in de borst en/of buik en/of rug en/of zij, althans in de romp, van die [echtgenote]". Deze vordering is door de rechtbank ter terechtzitting, gehoord de verdachte en diens raadsman, toegewezen. BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 3 april 2004, in de gemeente Appingedam, opzettelijk en met voorbedachten rade [echtgenote] en [schoonmoeder] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, telkens met een mes, - in de borst en rug en zij van die [echtgenote] gestoken en/of gesneden, en - in de buik en rug van die [schoonmoeder] gestoken en/of gesneden, tengevolge waarvan voornoemde [echtgenote] en [schoonmoeder] zijn overleden; 2. hij op 3 april 2004, in de gemeente Appingedam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [schoonvader] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, genoemde [schoonvader] met een mes in de buik heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 3. hij op 3 april 2004, in de gemeente Ten Boer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [zoontje] (geboren [geboortedatum]) van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, samen met genoemde [zoontje] in het Eemskanaal is gesprongen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 1 primair, 2 primair en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. NADERE BEWIJSOVERWEGING Namens verdachte is aangevoerd dat er geen sprake was van voorbedachte raad en verder dat met betrekking tot de ten laste gelegde poging tot moord op zijn zoon [zoontje] bij verdachte geen sprake was van opzet. De rechtbank verwerpt deze verweren. Het feit dat verdachte op enig moment in een staat van vernauwd bewustzijn is komen te verkeren, maakt niet dat van voorbedachte raad en opzet geen sprake meer kan zijn. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank gebleken dat verdachte op verschillende momenten beredeneerd te werk is gegaan. Zo is hij, aldus zijn verklaring, met het doel zijn zoon te zien naar de woning van de slachtoffers gegaan. Met het oog op de tegenwerking die hij daar verwachtte, heeft verdachte drie messen meegenomen. Bij die woning heeft verdachte zijn auto bewust buiten het zicht van de slachtoffers geparkeerd en er in de straat voor gezorgd zelf buiten het zicht van de slachtoffers te blijven. Bij de deur is hij, na te hebben aangebeld, met een mes in de hand gaan staan wachten. Toen hij na het steken van het eerste slachtoffer direct nadat de deur was geopend zijn mes kwijt was, heeft hij een tweede mes gepakt en daarmee een tweede zich verderop in de woning bevindend en een derde, zich in de tuin bevindend slachtoffer gemaakt. Voordat hij zijn vrouw [echtgenote] neerstak, heeft hij haar gezegd - aldus zijn verklaring - [zoontje] neer te leggen. Na zijn vertrek uit de woning heeft verdachte [zoontje] meegenomen en geprobeerd het tweede mes te laten verdwijnen. Eenmaal in de auto heeft verdachte gebeld met kennissen en meegedeeld op zoek te zijn naar het Eemskanaal en iets gezegd in de trant van "Ik dood dus de baby ook dood". Uit dit alles blijkt de rechtbank dat verdachte op verschillende momenten beredeneerd te werk ging en zich rekenschap heeft kunnen geven van de gevolgen van zijn optreden. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de deskundigenrapportages geenszins is gebleken van een verdachte, die van elk inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan is verstoken. KWALIFICATIE Hetgeen de rechtbank als bewezen heeft aangenomen levert de volgende strafbare feiten op: 1. moord, tweemaal gepleegd; 2. poging tot moord; 3. poging tot moord. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE Ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 9 augustus 2004, opgemaakt door B.T. Takkenkamp, psychiater, en op de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 2 augustus 2004, opgemaakt door G. de Bruijn, psycholoog. De conclusie van die rapporten luidt, zakelijk weergegeven, dat het ten laste gelegde en bewezen verklaarde aan verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend. De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en neemt deze over. De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht. MOTIVERING STRAF EN MAATREGEL Bij de bepaling van de straf, die aan de verdachte zal worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.