RECHTBANK GRONINGEN Sector civielrecht Meervoudige familiekamer Zaaknummer 83416/FA RK 05-2256 Beschikking d.d. 31 januari 2006 in de zaak van: RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, vestiging Groningen, 9743 AD Groningen, Friesestraatweg 213B, v e r z o e k e r, hierna te noemen de Raad, en [de vader], wonende te [adres], hierna te noemen de vader, niet in rechte verschenen. PROCESVERLOOP De Raad heeft op 2 december 2005 een verzoekschrift ingediend, waarin wordt verzocht de vader te ontheffen van het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen [kind1], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [geboorteplaats] en [kind2], geboren op 19 april 2000 in de gemeente [geboorteplaats], met benoeming van de Stichting Bureau Jeugdzorg Groningen, afdeling Jeugdbescherming te Groningen (verder te noemen Bureau Jeugdzorg) tot voogdes. De rechtbank heeft [kind1] opgeroepen om op 21 december 2005 te worden gehoord. Zij is niet verschenen. De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 3 januari 2006. Daarbij zijn de heer R.C.M. Wouters namens de Raad en mevrouw H.J. de Jong namens Bureau Jeugdzorg, verschenen en gehoord. Vader is – hoewel daartoe op de bij de wet voorgeschreven wijze opgeroepen niet verschenen. RECHTSOVERWEGINGEN vaststaande feiten: Vader is gehuwd geweest met mevrouw [de moeder]. Uit hun huwelijk c.q. hun relatie zijn vier thans nog minderjarige kinderen geboren: * [kind1] op [geboortedatum] in de gemeente [geboorteplaats], * [kind2] op [geboortedatum] (verder te noemen [kind2]) in de gemeente [geboorteplaats], * [kind3] op 6 november 1997 (verder te noemen [kind3]) in de gemeente [geboorteplaats] en ? [kind4] (verder te noemen [kind4]) op 19 april 2000 in de gemeente [geboorteplaats]. [kind1], [kind3] en [kind4] zijn door de man erkend Tussen vader en [de moeder] voornoemd is de echtscheiding uitgesproken. Hun huwelijk is op 28 februari 1996 beëindigd door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand. Vader heeft het gezag over de kinderen. Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 27 mei 2004 zijn alle minderjarigen onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is steeds verlengd, laatstelijk tot 27 mei 2006. Bij beschikking van 25 mei 2005 van genoemde kinderrechter is machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [kind1] en [kind4] voor de duur van de ondertoezichtstelling. [kind1] en [kind4] verblijven bij de grootouders m.z., die door de Voorziening van Pleegzorg als netwerkpleeggezin zijn aangemerkt; [kind4] sedert december 2001 en [kind1] vanaf januari 2002. Op 5 januari 2005 heeft Bureau Jeugdzorg de Raad verzocht een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheid van een verderstrekkende maatregel ten aanzien van [kind1] en [kind4]. De Raad heeft een onderzoek ingesteld en heeft naar aanleiding daarvan op 29 november 2005 rapport en advies uitgebracht. De Raad heeft onder meer het volgende gesteld, geconcludeerd en verzocht: Vader is ongeschikt of onmachtig om zijn plicht tot verzorging en opvoeding van [kind1] en [kind4] te vervullen. Het belang van de kinderen verzet zich niet tegen een ontheffing van vader. Vader en [kind1] zijn het eens met een verderstrekkende maatregel, zodat er - primair - voldoende gronden zijn voor een vrijwillige ontheffing. Subsidiair zijn er voldoende gronden voor een gedwongen ontheffing van vader: - het toekomstperspectief van [kind1] en [kind4] ligt bij de grootouders m.z.; - [kind1] geeft aan bij de grootouders m.z. te willen blijven wonen; - ondertoezichtstelling is niet langer de geëigende maatregel; - een verderstrekkende maatregel draagt bij aan een positieve ontwikkeling van [kind1] en [kind4] en er zijn geen negatieve effecten te verwachten; - het belang van de kinderen verzet zich niet tegen ontheffing van vader. In het kader van de ontheffing kan worden gewerkt aan de volgende doelen: - het blijven volgen van de ontwikkeling van [kind1] en [kind4]; - het blijven geven van ondersteuning aan de grootouders m.z. door de Voorziening van Pleegzorg; - het blijven zoeken naar contactmogelijkheden tussen [kind1], [kind4], [kind2] en [kind3], wellicht in een andere vorm; - het blijven kijken in welke vorm er nog contact kan plaatsvinden tussen de kinderen en de ouders. [kind1] en [kind4] hebben bij hun grootouders m.z. een veilige en stabiele woonplek. De grootouders zijn erg betrokken op het welzijn van de kinderen. [kind1] en [kind4] accepteren de grootouders in hun rol van opvoeders en hebben het bij hen naar hun zin. Het is niet aannemelijk, dat er in de nabije toekomst veranderingen zullen plaatsvinden in de opvoedingssituatie van de kinderen. Door de ontheffing is de plek bij de grootouders gewaarborgd. De ontheffing draagt ook bij aan een positieve ontwikkeling van [kind1] en [kind4]. Het geeft hen meer rust en zij zullen minder worden geconfronteerd met de strijd tussen familieleden. Hierdoor komt er ruimte voor hun eigen ontwikkeling. Na de ontheffing wordt de positie van de grootouders duidelijker voor de kinderen. Vader heeft de hoop uitgesproken, dat de kinderen tot rust komen en niet langer getuige zullen zijn van de strijd binnen de familie, zodat zij uiteindelijk meer open kunnen staan voor contact met hem. Alle betrokkenen zijn het erover eens, dat er een verderstrekkende maatregel dient te komen. Moeder laat weten, dat zij het gezag wenst wanneer vader uit het gezag wordt ontheven. De gezinsvoogdij-instelling geeft aan, dat er in de situatie van moeder geen wezenlijke veranderingen hebben plaatsgevonden op grond waarvan zij opnieuw met het gezag belast zou kunnen worden. Na jaren van vrijwillige en gedwongen hulpverlening moet het perspectief van de kinderen definitief veilig worden gesteld. Het gezag van vader kan belemmerend werken bij zaken, waarin zijn toestemming moet worden gevraagd. Door hem van het gezag over de kinderen te ontheffen wordt dit voorkomen. In die zin wordt er duidelijkheid aan [kind1] en [kind4] gegeven. standpunt van de Raad ter zitting: Door de ontheffing wordt de positie van moeder duidelijker. Door benoeming van Bureau Jeugdzorg tot voogdes wordt de positie van de grootouders m.z. ten aanzien van de ouders neutraler, hetgeen de relatie tussen de kinderen en de ouders ten goede kan komen. Bovendien heeft Bureau Jeugdzorg door de ontheffing meer mogelijkheden om inhoud te geven aan het contact tussen moeder en de kinderen. standpunt van Bureau Jeugdzorg: Het is belangrijk, dat duidelijk wordt welke mogelijkheden en onmogelijkheden er zijn voor contacten tussen de ouders en de kinderen, de grootouders en de kinderen en de kinderen onderling. De kinderen hebben lange tijd geen contact met hun moeder gehad. Zij kunnen hier momenteel niet goed met hun grootouders over praten. Dit is niet in hun belang. De kinderen hebben het naar hun zin bij de grootouders. Aan herstel van het contact tussen de vrouw en de kinderen en tussen de kinderen onderling moet veel aandacht worden besteed. beoordeling: Op grond van art. 1: 266 BW kan de rechtbank een ouder van het ouderlijk gezag over een of meer van zijn/haar kinderen ontheffen indien deze ongeschikt of onmachtig is zijn/haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen en het belang van de minderjarige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.