RECHTBANK GRONINGEN Sector Strafrecht parketnummer: 18/670234-05 datum uitspraak: 9 maart 2006 op tegenspraak raadsman: mr. Eckert vonnis van de rechtbank te Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres], thans preventief gedetineerd in P.I. Noord , HvB Groningen te Groningen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 augustus 2005, 27 oktober 2005, 19 januari 2006 en 23 februari 2006. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd: dat 1. hij op of omstreeks 12 april 2005, in de gemeente Groningen, op of aan de openbare weg, de [straat], althans op een openbare weg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of een bankpasje, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met voormeld oogmerk die [slachtoffer] (met kracht) bij een pinautomaat heeft (weg)geduwd (tengevolge waarvan die [slachtoffer] tegen een chipknipzuil/-automaat viel, althans terecht kwam) en/of (vervolgens) naar/in de richting van voornoemde pinautomaat is geleund / heeft bewogen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 12 april 2005, in de gemeente Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet met een tot semi-automatisch pistool omgebouwd alarmpistool, althans een vuurwapen, (van een korte afstand) een of meer kogels, althans scherpe pistoolpatronen, op het lichaam van die [slachtoffer 2], heeft afgevuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten dat hij op of omstreeks 12 april 2005 in de gemeente Groningen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een bankpasje en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met voormeld oogmerk op die [slachtoffer 2] (die bij een pinautomaat stond en even daarvoor zijn bankpasje in de pinautomaat had gestopt en/of zijn pincode had ingetoetst) is afgerend en/of (daarbij) schreeuwend de woorden heeft toegevoegd: "Ga weg" en/of die [slachtoffer 2] heeft (weg)geduwd en/of (daarbij) de woorden heeft toegevoegd: "Waar is je pas" en/of "Geef me je pas", zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid, en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van voornoemd feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren; art 287 Wetboek van Strafrecht art 288 Wetboek van Strafrecht althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 12 april 2005 in de gemeente Groningen, op of aan de openbare weg, de [straat], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een bankpasje en/of geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met voormeld oogmerk op die [slachtoffer 2] (die bij een pinautomaat stond en even daarvoor zijn bankpasje in de pinautomaat had gestopt en/of zijn pincode had ingetoetst) is afgerend en/of (daarbij) schreeuwend de woorden heeft toegevoegd: "Ga weg" en/of die [slachtoffer 2] heeft (weg)geduwd en/of (vervolgens) met een tot semi-automatisch pistool omgebouwd alarmpistool, althans een vuurwapen, (van een korte afstand) een of meer kogels, althans scherpe pistoolpatronen, heeft afgevuurd op en/of in de richting van die [slachtoffer 2] en/of (daarbij) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Waar is je pas" en/of "Geef me je pas" en/of "Wil je dood", zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; EN/OF hij op of omstreeks 12 april 2005 in de gemeente Groningen, op of aan de openbare weg, de [straat], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een bankpasje en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met voormeld oogmerk op die [slachtoffer 2] (die bij een pinautomaat stond en even daarvoor zijn bankpasje in de pinautomaat had gestopt en/of zijn pincode had ingetoetst) is afgerend en/of (daarbij) schreeuwend de woorden heeft toegevoegd: "Ga weg" en/of die [slachtoffer 2] heeft (weg)geduwd en/of (vervolgens) met een tot semi-automatisch pistool omgebouwd alarmpistool, althans een vuurwapen, (van een korte afstand) een of meer kogels, althans scherpe pistoolpatronen, heeft afgevuurd op en/of in de richting van die [slachtoffer 2] en/of (daarbij) dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Waar is je pas" en/of "Geef me je pas" en/of "Wil je dood", zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht 3. (overdracht van 10/600025-05) hij op of omstreeks 12 april 2005 op het treintraject tussen Haren en Assen, althans in Nederland, (treinconducteur) [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een tot semi-automatisch pistool omgebouwd alarmpistool, althans een vuurwapen, (uit zijn, verdachte's, jaszak) gepakt en/of (zichtbaar voor die [slachtoffer 3]) doorgeladen, althans de slede naar achteren getrokken, en/of (vervolgens) op die [slachtoffer 3] gericht en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik jaag je een kogel door je kop", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht Bewezenverklaring Met betrekking tot het onder twee primair en subsidiair ten laste gelegde is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte deze feiten heeft begaan. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte de opzet heeft gehad op het doden van aangever [slachtoffer], gelet op verdachtes verklaring ten overstaan van de politie en ter terechtzitting afgelegd, dat hij wist dat hij met dat pistool niet iemand kon doden of verwonden, omdat hem uit ervaring bekend was dat de kogels aangever niet konden bereiken. Volgens verdachte wilde hij slechts afschrikken met het pistool. Verdachte baseerde deze wetenschap volgens zijn verklaring op het feit dat hij, toen hij met dat pistool op een emmer probeerde te schieten, heeft geconstateerd dat de emmer niet werd geraakt; verdachte stond toen op een afstand van ongeveer één meter van de emmer. De rechtbank acht die verklaring geloofwaardig en is tot de overtuiging gekomen dat verdachte vanwege de door hem beleefde noodzaak hoe dan ook geld te verkrijgen een aantal kogels op [slachtoffer 2] heeft afgevuurd. Ondanks het feit dat uit het opgemaakte NFI-rapport blijkt dat de kogels, afgevuurd uit het betreffende pistool, wel degelijk in bepaalde omstandigheden zover het menselijk lichaam kunnen binnendringen dat dodelijk verlopend letsel mogelijk is, acht de rechtbank opzet, dan wel voorwaardelijk opzet op de ten laste gelegde doodslag, gelet op het hiervoor vermelde, aldus niet bewezen. Het onder twee meer subsidiair ten laste gelegde acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het een, 2 meer subsidiair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 12 april 2005, in de gemeente Groningen, aan de openbare weg, de [straat], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld toebehorende aan [slachtoffer], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan van geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, met voormeld oogmerk die [slachtoffer] met kracht bij een pinautomaat heeft weggeduwd tengevolge waarvan die [slachtoffer] tegen een chipknipzuil/- automaat viel en vervolgens in de richting van voornoemde pinautomaat heeft bewogen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; 2. hij op 12 april 2005 in de gemeente Groningen, aan de openbare weg, de [straat], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld toebehorende aan [slachtoffer 2], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, met voormeld oogmerk op die [slachtoffer 2] die bij een pinautomaat stond en even daarvoor zijn bankpasje in de pinautomaat had gestopt en zijn pincode had ingetoetst is afgerend en daarbij schreeuwend de woorden heeft ingevoegd: "Ga weg "en die [slachtoffer 2] heeft weggeduwd en vervolgens met een tot semi-automatisch pistool omgebouwd alarmpistool, van korte afstand kogels heeft afgevuurd op en/of in de richting van die [slachtoffer 2], zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid; 3. hij op 12 april 2005 op het treintraject tussen Haren en Assen, treinconducteur [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf te gen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk en dreigend een tot semi-automatische pistool omgebouwd alarmpistool uit zijn, verdachtes, jaszak gepakt en zichtbaar voor die [slachtoffer 3] doorgeladen en vervolgens op die [slachtoffer 3] gericht en deze dreigend de woorden toegevoegd: " Ik jaag je een kogel door je kop". De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder 1, 2 meer subsidiair en 3 meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Kwalificatie Hetgeen de rechtbank als bewezen heeft aangenomen levert de volgende strafbare feiten op: 1) poging diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken; 2) poging diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken; 3) bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Strafbaarheid van de verdachte Ten aanzien van de strafbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychiatrische en psychologische onderzoeksrapportage d.d. 4 januari 2006, opgemaakt door H.A. Gerritsen, psychiater, en P.E. Geurkink, psycholoog, beiden verbonden aan het Pieter Baancentrum. De conclusie van dat rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat er bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van zwakbegaafdheid en het ten laste gelegde en bewezen verklaarde aan verdachte slechts in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend. De rechtbank deelt deze conclusie en maakt deze tot de hare. De rechtbank acht verdachte derhalve strafbaar, nu ten opzichte van verdachte ook overigens geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht. Motivering straf Bij de bepaling van de straf, die aan de verdachte zal worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.