RECHTBANK GRONINGEN Sector Strafrecht parketnummer: 18/670362-06 datum uitspraak: 30 januari 2007 op tegenspraak raadsman: mr. Th. Pluijter V O N N I S van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen: [Naam verdachte], geboren te [geboorteplaats en -datum], wonende te [woonplaats], thans preventief gedetineerd in de P.I. HvB Ter Apel, Ter Apelervenen 10 te Ter Apel. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 januari 2007. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd: dat 1. hij op of omstreeks 5 juli 2006, te Leek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk zijn zoontje genaamd [zoontje 1], van het leven te beroven, met dat opzet, die [zoontje 1], hard en/of met kracht en/of vanaf een afstand van ongeveer twee meter, althans vanaf enige afstand, op en/of tegen een commode en/of de grond heeft gegooid en/of geworpen, althans die [zoontje 1] met zodanige kracht en/of op zodanige wijze op/tegen een commode heeft gegooid en/of geworpen, dat die [zoontje 1] (vervolgens) op de grond is gevallen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 5 juli 2006, te Leek, aan zijn zoontje genaamd [zoontje 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een schedelfractuur en/of/althans een afgevlakte schedel en/of een zwelling op het hoofd en/of hersenletsel), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, hard en/of met kracht en/of vanaf een afstand van ongeveer twee meter, althans vanaf enige afstand, op en/of tegen een commode en/of de grond te gooien en/of te werpen, althans [zoontje 1] met zodanige kracht en/of op zodanige wijze op/tegen een commode te gooien en/of te werpen, dat die [zoontje 1] (vervolgens) op de grond is gevallen; althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat hij op of omstreeks 5 juli 2006, te Leek, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn zoontje genaamd [zoontje 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, die [zoontje 1] hard en/of met kracht en/of vanaf een afstand van ongeveer twee meter, althans vanaf enige afstand, op en/of tegen een commode en/of de grond heeft gegooid en/of heeft geworpen, althans die [zoontje 1] met zodanige kracht en/of op zodanige wijze op/tegen een commode heeft gegooid en/of geworpen, dat [zoontje 1] (vervolgens) op de grond is gevallen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op of omstreeks 1 juli 2006 te Leek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn zoontje genaamd [zoontje 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, die [zoontje 2], gedurende twee minuten, althans enige tijd, stevig, met (de vingers en duim van) zijn (rechter)hand, op/tegen zijn borst/hals, althans in de borst/halsstreek heeft geduwd/gedrukt/getikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder feit 1, primair en onder feit 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd die door verdachte is doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis, alsmede dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging wordt opgelegd. Bewijsoverwegingen De raadsman van verdachte heeft ter zitting gepleit voor vrijspraak van de beide tenlastegelegde feiten. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte weliswaar op 20 juli 2006 bij de politie een bekennende verklaring heeft afgelegd terzake het onder 1 tenlastegelegde, maar dat hij deze verklaring heeft herroepen. De raadsman heeft aangegeven dat er redenen zijn verdachte niet aan de door hem ten overstaan van de politie afgelegde bekennende verklaring te houden, namelijk: verdachte was onder invloed van kalmerende medicijnen, was moe door het herhaaldelijk ondervragen en heeft om maar naar huis te kunnen de verklaring afgelegd waarvan verdachte op dat moment dacht dat de verbalisanten deze wilden horen. De rechtbank volgt de raadsman echter niet in zijn pleidooi en zal de verklaring die verdachte heeft afgelegd ten overstaan van agenten van de Regiopolitie Groningen op 20 juli 2006, voor het bewijs gebruiken en acht mede op grond daarvan het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daarbij allereerst dat de betreffende verklaring gedetailleerd is; verdachte heeft zelfs met behulp van een voorhanden zijnde pop gedemonstreerd hoe een en ander is voorgevallen. Gesteld noch gebleken is bovendien dat de bedoelde verklaring onder dwang of niet in volledige vrijheid zou zijn afgelegd. Voorts heeft de verdachte deze bekennende verklaring herhaald ten overstaan van de rechter-commissaris op 21 juli 2006. De stelling dat de kalmerende medicijnen die verdachte gebruikte eraan hebben bijgedragen dat hij een verklaring aflegde die bezijden de waarheid was, acht de rechtbank niet aannemelijk, nu het gebruik van dergelijke middelen in het algemeen niet leidt tot het afleggen van een valse verklaring of getuigenis en daarvan in dit specifieke geval ook niet is gebleken. De door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring - inhoudende dat verdachte nadat hij [zoontje 1] uit de wieg pakte, is gestruikeld over een losse schoenveter en samen met [zoontje 1] is gevallen waarbij [zoontje 1] tegen de commode terechtkwam - acht de rechtbank niet geloofwaardig. De rechtbank overweegt in dit verband nog het volgende. Op 6 juli 2006 - de dag na de avond van het incident waarbij [zoontje 1] gewond is geraakt - is het gezin met de kinderen voor een controle in het Martiniziekenhuis te Groningen. Wanneer de behandelend arts een schedelfractuur bij [zoontje 1] constateert wijst verdachte voor het ontstaan van dat letsel in eerste instantie de in het gezin aanwezige kraamzorgster als potentiële dader aan. Later verklaart verdachte echter, dat hij direct had begrepen dat hij dit letsel had veroorzaakt. Wanneer het letsel van [zoontje 1] door het bedoelde ongeluk zou zijn ontstaan - zoals verdachte thans volhoudt - had het minder in de rede gelegen eerder de kraamverzorgster als potentiële dader aan te wijzen. Verdachte heeft bovendien vervolgens nog een alternatieve verklaring afgelegd met betrekking tot het ontstaan van het letsel: in die lezing pakt hij [zoontje 1] wat gehaast uit de wieg en valt [zoontje 1] over zijn elleboog op de grond doordat verdachte hem niet goed vast heeft. Door deze wisselende wijze van verklaren acht de rechtbank de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring niet geloofwaardig. De rechtbank acht eveneens het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, op grond van ondermeer de door verdachte op 18 juli 2006 afgelegde bekennende verklaring. Terzake dit feit heeft verdachte overigens ook ter terechtzitting erkend dat hij destijds te wild is geweest met [zoontje 2]. Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de onderstaande bewezenverklaring. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij op 5 juli 2006, te Leek, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk zijn zoontje genaamd [zoontje 1], van het leven te beroven, met dat opzet, die [zoontje 1], hard en met kracht op en/of tegen een commode en de grond heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. 2. hij op 1 juli 2006 te Leek ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn zoontje genaamd [zoontje 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, die [zoontje 2], gedurende enige tijd, stevig, met (de vingers en duim van) zijn hand, op/tegen zijn borst/hals, heeft geduwd/gedrukt/getikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 primair en onder 2 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. Kwalificatie Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert de volgende strafbare feit(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.