RECHTBANK GRONINGEN Sector kanton Locatie Winschoten Zaak\rolnummer: 317695/07-6 Vonnis in kort geding d.d. 2 april 2007 inzake [eiser], wonende te [adres], eiser, hierna [eiser] te noemen, gemachtigde mr. E. Henkelman, advocaat te [adres], tegen het rechtspersoonlijkheid bezittende openbaar lichaam werkvoorzieningsschap Synergon, gedaagde, hierna Synergon te noemen, gemachtigde mr. M. Nieuwenhuis, advocaat te Groningen PROCESGANG Op de bij dagvaarding nader aangegeven gronden en na aanvulling van eis heeft [eiser] gevorderd dat Synergon, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening wordt: I. veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen het brutoloon groot € 1.504,00 per maand, vanaf 3 november 2006 tot aan de dag waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, vermeerderd met de wettelijke verhoging wegens te late loonbetaling, alsmede de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; II. gelast om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis [eiser] toe te laten tot het verrichten van zijn werkzaamheden; III. veroordeeld in de kosten van de procedure, waaronder begrepen het salaris gemachtigde; IV. veroordeeld de arbeidsovereenkomst met [eiser] te herstellen, alsmede te bepalen dat de verplichting tot herstel vervalt door voldoening van een afkoopsom ter grootte van € 38.983,68; V. veroordeeld tot het treffen van dusdanige voorziening omtrent de rechtsgevolgen van de onderbreking als de kantonrechter vermeent te behoren. Op 21 maart 2007 heeft de mondelinge behandeling ter zitting plaatsgevonden. [eiser] is aldaar verschenen met [....] en zijn gemachtigde mr. Henkelman. Namens Synergon zijn verschenen A.L. Bekema (sectormanager) en J. Berkhof (hoofd P&O) met de gemachtigde mr. Nieuwenhuis. De zaak is tegelijkertijd behandeld met het (voor¬waarde¬lijke) verzoek van Synergon tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [eiser] (zaak\rolnummer 316264/07-24). Mr. Henkelman heeft gepleit aan de hand van door hem overgelegde notities, van het overig verhandelde ter zitting zijn door de griffier aan¬teke¬¬ningen gemaakt. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht. Hierna is vonnis bepaald op heden. OVERWEGINGEN Vaststaande feiten 1.1 [eiser], geboren op 4 juni 1965, is op 21 juni 1983 in dienst getreden bij Synergon op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, laatstelijk in de functie van mede¬werker verpakking tegen een brutosalaris van laatstelijk € 1.504,-- per maand exclusief vakantie¬toeslag en overige emolumenten. Synergon is een sociaal werkvoor¬zieningschap voor mensen met een psychische of lichamelijke beperking. [eiser] is bij beschikking van 16 april 1996 van deze rechtbank wegens een geestelijke stoornis onder curatele gesteld. 1.2 In de afgelopen jaren hebben zich op 1 oktober 2004, 23 mei 2005, 2 december 2005, 5 december 2005 en 16 juni 2006 incidenten voorgedaan, waarbij [eiser] zich aan mis¬dragingen, overtredingen van de regels en ongeoorloofd verzuim heeft schuldig gemaakt. Dit heeft geleid tot ordemaatregels van Synergon bestaande uit schorsingen van enkele dagen en inhoudingen op het loon. 1.3 Naar aanleiding van het ongeoorloofd verzuim van [eiser] op 5 juli 2006 is hem door H. van der Wal, algemeen directeur van Synergon, bij brief van 20 juli 2006 te kennen gege¬ven dat hij bij wijze van ordemaatregel voor twee dagen wordt geschorst zonder behoud van loon. Tevens heeft Van der Wal aan [eiser] medegedeeld dat bij een volgende overtreding van de regels diens dienstverband zou worden beëindigd. 1.4 Op 27 oktober 2006 heeft [eiser] het verzoek van Bekema geweigerd om werkzaam¬heden op de afdeling Kartonnage van Synergon te verrichten, op welke afdeling op dat moment een piek in het werkaanbod bestond. Ook het wijzen op de consequenties van deze weigering door Bekema heeft [eiser] niet op andere gedachten kunnen brengen, waarna hij naar huis is gestuurd. Bij brief van 27 oktober 2006 is [eiser] door Synergon bericht dat hij is geschorst en dat werd overwogen om zijn dienstverband te beëindigen. Bij brief van 3 november 2006 is [eiser] op staande voet ontslagen. 1.5 Op 29 november 2006 heeft [eiser] via zijn gemachtigde schriftelijk de vernietigbaar¬heid van het ontslag ingeroepen en zich bereid verklaard zijn werkzaamheden te verrichten.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.