RECHTBANK GRONINGEN Sector Civielrecht zaaknr.: 105570 / JE RK 08-963 beschikking d.d. 1 december 2008 inzake * [de minderjarige], geboren in de gemeente [*] [in 2000], kind van: [naam vader], wonende te [adres] en [naam moeder], wonende te [adres] De moeder is belast met het gezag over voornoemde minderjarige. PROCESGANG Op 31 oktober 2008 heeft de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) te Groningen een verzoekschrift met bijlage(n) ingediend, gedateerd 29 oktober 2008, daartoe strekkende dat de ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarige wordt uitgesproken voor de duur van 1 jaar. Voorts is verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige te verlenen in een accommodatie zoals vermeld in het indicatiebesluit. Op 5 november 2008 is ter griffie van de rechtbank een brief binnengekomen, afkomstig van bureau jeugdzorg te Groningen. Op 19 november 2008 heeft de kinderrechter ter terechtzitting met gesloten deuren eerst de vraag behandeld of de vader inzake voornoemd verzoekschrift als belanghebbende dient te worden aangemerkt. Gehoord zijn daarbij: de moeder van de minderjarige, vergezeld van haar partner [naam partner], de heer J. Scholte Aalbes, namens de Raad en mevrouw W.J. Berghuis, mevrouw E. Overbeek, namens het Leger des Heils, Jeugdzorg & Reclassering (LJ&R) en de vader, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.H. Werink. In overleg met partijen is afgesproken dat de rechtbank zich bij (aparte) beschikking uitlaat over de opgeworpen vraag waarbij de Raad en de vader in de gelegenheid zijn gesteld zich binnen een week daarover schriftelijk uit te laten. De vader en zijn raadsman hebben vervolgens vrijwillig de zitting verlaten waarna voornoemd verzoekschrift zonder zijn aanwezigheid is behandeld. Bij brief van 25 november 2008 heeft de vader zijn standpunt nader toegelicht. OVERWEGINGEN De moeder (hierna te noemen: de vrouw) heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen het aanmerken van de vader als belanghebbende. Anders dan de raadsman van de vader doet betogen is de kinderrechter van oordeel dat uit het betoog van moeder blijkt dat zij zich erop beroept dat geen sprake meer is van family life tussen [naam vader] en [de minderjarige]. [naam vader] heeft [de minderjarige] voor het laatst gezien acht maanden na haar geboorte. [naam vader] heeft hetgeen door de vrouw is aangevoerd niet weersproken. De kinderrechter dient thans de vraag te beantwoorden of [naam vader] thans als belanghebbende als bedoeld in artikel 798 Rv dient te worden aangemerkt. Tussen de vrouw en [naam vader] is niet in geschil dat [naam vader] de biologische vader is van [de minderjarige]. [de minderjarige] is door [naam vader] erkend op 19 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.