RECHTBANK GRONINGEN Sector kanton Locatie Groningen Zaak\rolnummer: 383514/08-130 Vonnis in kort geding d.d. 27 november 2008 inzake [eiser], wonende te [adres], eiser, gemachtigde mr. B. van Dijk, advocaat te Groningen, tegen [gedaagde], h.o.d.n. [bedrijf], gevestigd en kantoorhoudende te [adres], gedaagde, in persoon procederende. PROCESGANG Op de in de inleidende dagvaarding genoemde gronden heeft eiser een vordering ingesteld. De mondelinge behandeling is gehouden op 13 november
- Partijen zijn ter zitting verschenen, waar zij hun wederzijdse standpunten (nader) uiteen hebben gezet. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden. Het vonnis is bepaald op heden. OVERWEGINGEN De feiten
- Als gesteld en erkend, dan wel niet (gemotiveerd) weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud van de overgelegde producties staat het volgende vast.
- Volgens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 30 juni 2008 staan partijen vanaf 1 januari 2007 tezamen als vennoten van V.O.F. [bedrijf] geregistreerd.
- Per 1 augustus 2008 is de V.O.F. ontbonden en wordt de onderneming voortgezet door gedaagde als nieuwe eigenaar.
- Eiser is de zoon van gedaagde. Het standpunt van eiser
- Eiser stelt dat hij sinds 1 september 2003 voor de duur van 38 uur per week bij gedaagde in dienst is, laatstelijk in de functie van automonteur tegen een salaris van € 100,-- netto per week. Naast dit netto bedrag bestond het salaris uit kost en inwoning en opbouw van het bedrijf.
- Op maandag 21 juli 2008 heeft eiser zich ziek gemeld. Sinds zijn ziekmelding ontvangt hij geen salaris meer. Gedaagde heeft hem tegen zijn wil per 1 augustus 2008 uitgeschreven uit het Handelsregister.
- De rechtsverhouding tussen partijen moet worden beschouwd als die tussen werkgever en werknemer en de werkzaamheden zijn verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst van 38 uur per week. Eiser had geen enkele zeggenschap over het reilen en zeilen van het bedrijf. Alle beslissingen werden door gedaagde genomen. Gedaagde is op grond van deze arbeidsovereenkomst gehouden het hem toekomende salaris te betalen. Het standpunt van gedaagde
- Van een arbeidsovereenkomst is geen sprake. Eiser had tezamen met [X] het bedrijf. Toen [X] vertrok heeft gedaagde de aandelen overgenomen. Partijen zijn toen samen als vennoten verder gegaan met het bedrijf.
- Gedaagde stelt dat hij alleen op vrijdagmiddag en op zaterdag aanwezig was. De rest van de tijd werkte eiser samen met een monteur op het bedrijf. Eiser nam dan ook alle beslissingen. De beoordeling
- Naar het oordeel van de kantonrechter heeft eiser voldoende aannemelijk gemaakt dat hij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, zodat hij in zoverre ontvankelijk is in zijn vordering.
- Partijen worden verdeeld gehouden door het antwoord op de vraag of hun rechtsverhouding kan worden gekwalificeerd als een dienstbetrekking. Deze vraag kan slechts worden beantwoord na bewijsvoering over de feitelijke samenwerking tussen partijen. Nadere bewijsvoering past echter niet in de aard van een kort geding.
- Nu vooralsnog niet kan worden aangenomen dat tussen partijen sprake is van een dienstbetrekking dienen de daarop gebaseerde vorderingen te worden afgewezen.
- Eiser zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. BESLISSING IN KORT GEDING De kantonrechter: wijst de vorderingen af; veroordeelt eiser in de kosten van deze procedure, aan de zijde van gedaagde tot aan deze uitspraak begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema, kantonrechter, en op 27 november 2008 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier. typ: mmv