vonnis RECHTBANK GRONINGEN Sector civielrecht zaaknummer / rolnummer: 109773 / KG ZA 09-139 Vonnis in kort geding van 19 juni 2009 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STRUKTON CIVIEL PROJECTEN B.V., gevestigd te Utrecht, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VAN OORD NEDERLAND B.V., gevestigd te Gorinchem, eiseressen, advocaten mrs. F.H. Hulshof en L.C. van den Berg, tegen de rechtspersoon naar publiekrecht het HAVENSCHAP DELFZIJL/EEMSHAVEN (GRONINGEN SEAPORTS), gevestigd te Delfzijl, gedaagde, advocaat mr. Th. Dankert, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BAM CIVIEL B.V., gevestigd te Gouda, de zich aan de zijde van het Havenschap voegende partij, advocaten mrs. P.F.C. Heemskerk en B. Braat. Partijen zullen hierna Strukton, Van Oord, danwel gezamenlijk de Combinatie, het Havenschap en BAM genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de mondelinge behandeling - de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair tot voeging van BAM; de Combinatie en het Havenschap hebben verklaard daartegen geen bezwaar te hebben; de voorzieningenrechter heeft vervolgens bepaald dat BAM als interveniërende partij wordt toegelaten en dat in het te wijzen vonnis zal worden bepaald of sprake is van tussenkomst of voeging aan de zijde van het Havenschap - de pleitnota van de Combinatie - de pleitnota van het Havenschap - de pleitnota van BAM. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. De feiten 2.1. Op 2 september 2008 heeft het Waterschap een Europese, niet-openbare aanbesteding terzake van de aanleg en onderhoud kaden Wilhelminahaven aangekondigd. De procedure werd hierdoor gekenmerkt dat de aanbestedende dienst eerst de kwaliteit zou beoordelen van de aanbiedingen van de haar op dat moment niet met naam en toenaam bekende inschrijvers, waarna een notaris de kwaliteitsscore met de inschrijvingsprijs zou samenvoegen tot de economisch meest voordelige inschrijving. In de selectiefase zijn door het Havenschap 5 gegadigden, waaronder de Combinatie, geselecteerd voor deelname aan het verdere verloop van de aanbestedingsprocedure. 2.2. Ten behoeve van de inschrijving in het kader van de bedoelde aanbesteding is een inschrijvingsdocument d.d. 5 december 2008 opgesteld. Daarin is onder meer het volgende vermeld: ‘De inschrijving dient te bestaan uit drie onderdelen, te weten: 1. een prijsgebonden enveloppe bestaande uit de volgende documenten: TAB 1: Inschrijvingsbiljetten (model G) TAB 2: Inschrijfstaten 2. een niet-prijsgebonden enveloppe (…) 2.3.1 Toelichting op de bij de inschrijving in te dienen documenten in de prijsgebonden enveloppe (…) Ad TAB 2 Inschrijfstaten Bij de inschrijving dient de inschrijver 2 volledig ingevulde inschrijfstaten, waaruit dwe opbouw van de inschrijfsom blijkt, in te dienen conform de formats zoals opgenomen in bijlage 3 van dit inschrijvingsdocument en ieder daarin opgenomen werkpakket/object afzonderlijk te voorzien van een onderbouwing. (…). 3.2 Toets geldigheid inschrijvingen De aanbestedende dienst toetst of de inschrijvingen voldoen aan de inhoudelijke en procedurele eisen, zoals gesteld in het ARW 2005, het inschrijvingsdocument, de Basisovereenkomst, de UAV-GC 2005, de Vraagspecificatie, de bijbehorende Annexen, nota’s van inlichtingen en proces verbalen. Niet geldige inschrijvingen zullen worden uitgesloten van de verdere procedure. In het kader van de beoordeling van een inschrijving kan aan een inschrijver worden verzocht om verduidelijking van de inschrijving en eventueel (verdiepende) aanvulling van de inhoud van de inschrijving e.a. voor zover zulks geen discriminatie veroorzaakt met betrekking tot de overige inschrijvers die een geldige inschrijving hebben gedaan. (…).’ 2.3. De inschrijvingen moesten worden ingediend bij notaris mr. J.J. Plas van Trip Advocaten en Notarissen te Groningen. Op 24 maart 2009 heeft de notaris drie inschrijvingen ontvangen, waarvan er één nadien om thans niet relevante redenen is vervallen. De resterende twee inschrijvers betreffen de Combinatie en BAM. De niet-prijsgebonden informatie van deze twee inschrijvers heeft de notaris doen toekomen aan het Havenschap, zonder dat hij daarbij de namen van de inschrijvers heeft prijsgegeven. De enveloppen met prijsgebonden informatie zijn gesloten en onder de notaris gebleven. 2.4. In de periode daarna heeft het Havenschap de kwaliteit van de twee inschrijvingen beoordeeld, waarbij de kwaliteitsaspecten zijn vertaald in een fictieve bonus. Het resultaat daarvan is overeenkomstig de procedureregels van het inschrijvingsdocument aan de notaris bericht. 2.5. Op 7 april 2009 heeft de notaris de prijsgebonden enveloppen van de twee inschrijvers geopend. Hij heeft geconstateerd dat wat betreft BAM de stukken incompleet waren; de inschrijvingsprijs was door middel van het inschrijvingsbiljet (TAB 1) en de inschrijfstaat (TAB 2) omschreven, maar de daarbij behorende afzonderlijke onderbouwingen ontbreken. 2.6. Op 7 april 2009 heeft de notaris tevens de berekening uitgevoerd, waarbij kwaliteit en inschrijvingsprijs overeenkomstig de methodiek van het inschrijvingsdocument zijn samengevoegd tot prijzen voor de beste respectievelijk de een na de beste inschrijver. Die prijzen heeft de notaris (door middel van Bijlage 2B) doorgegeven aan het Havenschap, opnieuw zonder dat daarbij de namen van de inschrijvers zijn prijsgegeven. Aan de notaris was bekend dat BAM beter had gescoord op de kwalitatieve aspecten, alsmede dat deze een lagere inschrijfsom had ingediend dan de Combinatie. 2.7. Op 7 april 2009 heeft de notaris overleg gevoerd met het Havenschap omtrent het al-dan-niet in de gelegenheid stellen van één van de twee (voor het Havenschap daarbij nog steeds anonieme) inschrijvers om de stukken te completeren door nazending van de ontbrekende onderbouwingen. Na het fiat daartoe van het Havenschap heeft de notaris bij brief van 8 april 2009 BAM een termijn van twee dagen gegeven om de stukken te completeren. Op 9 april 2009 heeft de notaris van BAM de ontbrekende onderbouwingen ontvangen. 2.8. Op 20 april 2009 heeft het bestuur van het Havenschap besloten tot uitvoering door de meest voordelige inschrijver, zoals blijkend uit de opgave van de notaris (dat wil zeggen uit Bijlage 2). 2.9. Op 21 april 2009 heeft de notaris alle stukken – met name ook de twee prijsgebonden enveloppen – bij het Havenschap gedeponeerd. 2.10. Bij brief van 22 april 2009 heeft het Havenschap aan de Combinatie te kennen gegeven voornemens te zijn de betreffende opdracht aan BAM als economisch meest voordelige inschrijver te gunnen. 3. Het geschil 3.1. De vordering van de Combinatie strekt ertoe: I. het Havenschap te verbieden uitvoering te geven aan het door hem geuite gunningsvoornemen aan BAM; II. het Havenschap te gebieden – voor zover hij het werk wenst op te dragen – het werk aan geen ander dan de Combinatie te gunnen; III. te bepalen dat het Havenschap een dwangsom verbeurt van EUR 2.000.000,00 voor iedere schending van een van de onder I. en II. genoemde verboden en/of geboden; IV. het Havenschap te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. Het Havenschap en BAM voeren verweer. 4. De beoordeling Het incident 4.1. De voorzieningenrechter overweegt het volgende terzake van de incidentele conclusie van BAM tot tussenkomst, subsidiair voeging. Het kenmerkende verschil tussen voeging en tussenkomst is dat een gevoegde partij geen zelfstandige, eigen vordering jegens de anderen instelt en een tussenkomende partij wel. BAM heeft weliswaar een eigen vordering jegens het Havenschap ingesteld, doch materieel komt deze naar het oordeel van de voorzieningenrechter neer op afwijzing van de vordering van de Combinatie, zodat geen sprake is van een zelfstandige, eigen vordering van BAM. Derhalve kan BAM slechts als gevoegde partij worden toegelaten. BAM heeft betoogd dat zij primair tussenkomst heeft gevorderd omdat zij als gevoegde partij in het voorkomende geval niet zelfstandig hoger beroep kan instellen. De voorzieningenrechter overweegt dat een gevoegde partij in eerste aanleg als procespartij wordt aangemerkt en uit dien hoofde in beginsel het recht heeft een rechtsmiddel aan te wenden tegen een in die procedure gewezen vonnis, zodat dit geen reden is BAM toch toe toe te laten om tussen te komen. De hoofdzaak 4.2. De voorzieningenrechter overweegt het volgende aangaande de ‘onderbouwingen’ die BAM ná de inschrijving aan de reeds overgelegde stukken heeft mogen toevoegen. Het betreft een nadere onderbouwing in eenheidsprijzen en hoeveelheden per werkpakket. Uit de systematiek waarbij een aannemer tot zijn prijs komt, volgt dat de prijsaanbieding op de inschrijfstaat het resultaat (de samenvatting) is van de in de onderbouwing neergelegde becijfering. De onderbouwingen spelen volgens het inschrijvingsdocument geen rol bij het nemen van de gunningsbeslissing als zodanig. Voor die gunningsbeslissing is slechts de inschrijfsom relevant. Vandaar dat de onderbouwingen ook eerst ná het besluit van het Havenschap aan de aanbestedende dienst ter beschikking zijn gesteld. De onderbouwingen vervullen na afloop van de daadwerkelijke gunning een rol bij (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.