← Nederland

ECLI:NL:RBGRO:2010:BO2896

RECHTBANK GRONINGEN Sector Civielrecht zaaknr.: 120708 / JE RK 10-720 beschikking kinderrechter d.d. 14 oktober 2010 inzake * [minderjarige], geboren in de gemeente [***] [in 2009], kind van: [vader], wonende te [adres], en [moeder], wonende te [adres]. De ouders zijn belast met het gezag over voornoemde minderjarige. PROCESGANG Op 26 augustus 2010 heeft het bureau jeugdzorg Groningen (bjz) een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling ingediend, gedateerd 19 augustus

  1. Daarbij is overgelegd het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling. De ouders hebben de griffie op 22 september 2010 telefonisch laten weten niet ter zitting van 12 oktober 2010 te zullen verschijnen. De kinderrechter zal het verzoek daarom schriftelijk afdoen. OVERWEGINGEN Bij beschikking d.d. 11 november 2009 is de ondertoezichtstelling uitgesproken voor de tijd van 1 jaar, ingaande 11 november
  2. Beoordeling Op grond van de verkregen informatie zoals in opgemeld verzoek aangegeven en ter zitting aangevuld, is de kinderrechter van oordeel dat in het belang van de minderjarige de termijn van de ondertoezichtstelling met een jaar dient te worden verlengd, nu de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende. Uit de stukken blijkt dat er weliswaar hulpverlening in gang is gezet, maar dat de ontwikkelingsbedreigingen ten aanzien van [minderjarige] nog niet zijn afgewend. In maart 2010 heeft de moeder een eigen woning toegewezen gekregen en is IPG/JONX in het gezin gestart. Eind april 2010 heeft er een zorgconferentie plaatsgevonden waarbij veel instanties, waaronder Humanitas, GGD, GKB, reclassering, huisartsen en scholen aanwezig, waren. Doel van deze bijeenkomst was om de signalen over (gebrek aan) veiligheid en zorgen van instanties te verzamelen om tot een passend hulpaanbod voor het gezin te komen. Naast de reeds ingezette hulpverlening die zich voornamelijk richt op het functioneren van het gezin, wordt het noodzakelijk gevonden dat er individuele hulp voor de moeder komt. Voorts blijkt uit de stukken dat er sinds een korte periode rust en veiligheid is, dat de moeder en de vader zich houden aan de afspraken gesteld door bjz en de reclassering en dat de bezoekregeling van [minderjarige] met de vader goed verloopt. Ondanks deze positieve punten is de kinderrechter van oordeel dat het thans te vroeg is om te stellen, dat de problemen zijn opgelost. Om zicht te houden op de opvoedingssituatie van [minderjarige] en de continuïteit van de hulpverlening te waarborgen dient naar het oordeel van de kinderrechter de ondertoezichtstelling dan ook verlengd te worden voor een periode van een jaar. De kinderrechter heeft bij dit oordeel betrokken dat de ouders het eens zijn met een continuering van de maatregel. BESLISSING verlengt de termijn van de ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarige [minderjarige] met een jaar, ingaande 11 november 2010, met behoud van opdracht van de ondertoezichtstelling aan het bureau jeugdzorg Groningen (bjz) te Groningen, p/a Postbus 1203; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. D.A. Flinterman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober
  3. WJD Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te Leeuwarden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.