RECHTBANK GRONINGEN Sector kanton Locatie Winschoten Zaak\rolnummer: 478370 \ CV EXPL 10-8310 Vonnis d.d. 15 maart 2011 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid International Card Services B.V., h.o.d.n. Visa Card Services, statutair gevestigd te Amsterdam, kantoorhoudende te Diemen, eiseres, hierna ICS te noemen, gemachtigde Jongejan Wisseborn Gerechtsdeurwaarders, tegen Q., wonende te [adres], gedaagde, hierna Q. te noemen, procederend in persoon. PROCESGANG ICS heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Q. te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 2.603,96 te vermeerderen met de overeengekomen rente van 15% per jaar, over de periode 29 september 2010 tot 15 oktober 2010 een bedrag van € 17,12, met veroordeling van Q. in de kosten van de procedure. Q. heeft verweer gevoerd. Partijen hebben nadien over en weer hun standpunten nader toegelicht waarna vonnis is bepaald op heden. OVERWEGINGEN 1 De feiten 1.1 Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet, althans onvoldoende betwist, het navolgende vast. 1.2 ICS en Q. zijn een overeenkomst aangegaan waarbij ICS aan Q. een opnamekaart (creditcard) in bruikleen heeft verstrekt waarmee Q. de door ICS verstrekte kredietfaciliteit kon gebruiken. Op 28 september 2010 bedroeg het door ICS aan Q. verstrekte kredietsaldo € 2.603,96. 2 Het standpunt van ICS 2.1 Op grond van de overeenkomst diende Q. het hem in verbruikleen ter beschikking gestelde geldbedrag in maandelijkse termijnen terug te betalen. Q. is daarmee, ook na herhaalde aanmaningen en een ingebrekestelling, (ernstig) in gebreke gebleven. ICS heeft op grond van de op de overeenkomst van toepassing zijnde voorwaarden, daarop het gehele restantbedrag van Q. opgevorderd. 2.2 ICS heeft bij repliek betwist dat zij van Q. een brief heeft ontvangen. Ook na herhaalde verzoeken via e-mail heeft Q. daaromtrent niets naders aangegeven. ICS betwist verder, onder overlegging van aan Q. verstuurde stukken, dat Q. niet van haar zou hebben vernomen. Aan hem zijn maandelijks overzichten gezonden waarop het verschuldigde saldo is vermeld en ook is Q. bij herhaling aangeschreven ter zake van de onderhavige vordering. 3 Het standpunt van Q. 3.1 Q. heeft bij antwoord aangegeven dat hij voor dagvaarding een brief naar de gemachtigde van ICS heeft gestuurd. Verder geeft hij aan dat hij al heel lang niet van ICS heeft vernomen. 3.2 Bij dupliek is nader aangegeven dat de betaling bij ICS niet altijd goed gaat omdat Q. over twee creditcards beschikt. Q. heeft zich verder aangemeld bij de VKB. 4 Beoordeling 4.1 Q. heeft de door ICS gestelde creditcardovereenkomst erkend. Voorts heeft Q. niet betwist dat hij in gebreke is gebleven de overeengekomen maandelijkse betalingen te doen betreffende het openstaande kredietsaldo. Evenmin heeft Q. betwist dat ICS op grond van de algemene voorwaarden gerechtigd is om bij een achterstand van meer dan twee maanden bij die terugbetalingen, zoals in dit geval aan de orde is, het gehele openstaande kredietsaldo in één keer op te vorderen. 4.2 Uit de bij repliek overgelegde stukken blijkt genoegzaam dat ICS Q. op de hoogte heeft gesteld van het verloop van het kredietsaldo en tevens dat zij Q. veelvuldig eraan heeft herinnerd dat er sprake is van achterstanden. ICS heeft Q. tevens over de gevolgen daarvan geïnformeerd en heeft hem, uiteindelijk, aangegeven dat zij het openstaande kredietsaldo in één keer opvorderde. 4.3 Q. heeft de door hem bedoelde brief niet overgelegd en ook overigens niet aangegeven wat hij daarin aan de orde zou hebben gesteld. Die opmerking wordt dan ook gepasseerd. 4.4 De kantonrechter gaat er van uit dat Q. met zijn verwijzing naar de VKB beoogt aan te geven dat hij niet in staat is om (in één keer) het thans gevorderde bedrag te voldoen. Betalingsonmacht aan de zijde van Q. is echter geen omstandigheid die toewijzing van de vordering in de weg staat. 4.5 Het gevorderde bedrag aan hoofdsom ad € 2.603,96 vermeerderd met de niet apart betwiste rente, tot 15 oktober 2010 een bedrag van € 17,12, wordt dan ook toegewezen uitmakend een bedrag van € 2.621,08 te vermeerderen met de overeengekomen rente over € 2.603,96 vanaf 15 oktober 2010 tot de dag dat dat bedrag volledig zal zijn voldaan. 5 Proceskosten Q. wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure veroordeeld. BESLISSING De kantonrechter: veroordeelt Q. om tegen bewijs van betaling aan ICS te voldoen een bedrag van € 2.621,08 te vermeerderen met de overeengekomen rente over een bedrag van € 2.603,96 vanaf 15 oktober 2010 tot de dag dat dat bedrag volledig zal zijn voldaan; veroordeelt Q. tevens in de kosten van de procedure, aan de zijde van ICS tot aan deze uitspraak begroot op een bedrag van € 94,48 aan explootkosten, € 280,00 aan griffierecht en € 350,00 voor salaris van de gemachtigde van ICS; verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; ontzegt het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en op 15 maart 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier. typ: BvdB coll: AvD
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.