RECHTBANK GRONINGEN Sector Strafrecht parketnummer: 18/670257-10 (promis) datum uitspraak: 24 maart 2011 op tegenspraak raadsman: mr. R. Skála V O N N I S van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen: [naam verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [adres], thans preventief gedetineerd in de Forensisch Psychiatrische Afdeling te Franeker. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 1 oktober 2010, 6 januari 2011 en 10 maart 2011. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 18 juni 2010 te Opende, binnen de gemeente Grootegast, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
(10)minuutjes. Dan regel we dat papier. Maar dan moet jij beloven dat ik overmorgen [dochter] weer mee mag nemen. y: Nee want je weet dat ik niet op het kamp durf te komen. x: Ja maar niemand is thuis [aangeefster]. x: Kom hier nou even heen en dan breng ik je morgen [dochter]. x: Nou lieverd waarom kom je niet even naar hier? He? y: Ik heb een paar keer gezegd waarom ik niet bij jou kom. x: Ik heb een kadootje voor jou en dat kettinkje voor jou en voor [dochter], weet je wel dat kettinkje. y: Ja x: Die kettinkje ken je ook meenemen en ik heb wat papiertjes. Van hoe heet het koopouderschap, hoe zeg je dat? y: co-ouderschap. Hoe ken jij die daar hebben liggen dan? x: Eh ik heb dat een beetje opgevraagd. y: Nou we zullen zien. Ik geloof je toch niet. Ik vertrouw jou helemaal niet. - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van nader verhoor van aangeefster, nr. PL01ML 2010058586-78, d.d. 8 december 2010, behorend bij het politiedossier PL01ML 2010058586-1, d.d. 26 juli 2010, inhoudende de verklaring van [aangeefster], zakelijk weergegeven: [verdachte] was heel opdringerig, want hij heeft nog twee sms’jes gestuurd. Die sms’jes kreeg ik toen ik al onderweg was. Ze waren vlak na elkaar aan gestuurd. Ik reed volgens mij op de [straatnaam]. Dan ben je bijna bij zijn wagen. Het ging er over dat mijn kind op mij wachtte. Zoiets van: “Mama, [dochter] wacht op je.” Dat twee keer. Toen ik het tweede sms kreeg was ik al bijna op het kamp. Ik kreeg het sms en stond al bijna voor het hek, bij zijn wagen. - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van relaas, nr. PL01ML 2010058586-76, d.d. 10 november 2010, met bijlage G, behorend bij het politiedossier PL01ML 2010058586-1, d.d. 26 juli 2010, inhoudende de relatering van verbalisant [verbalisant], zakelijk weergegeven: Aan de hand van de in dit onderzoek verstrekte verkeersgegevens van telefoonnummers [telefoonnummer] (verdachte [verdachte]), [telefoonnummer] (aangeefster [aangeefster]), [telefoonnummer] ([moeder] moeder van aangeefster) is door mij een overzicht gemaakt van hun onderlinge belcontacten alsmede met de politie in de periode 18 juni 2010 tussen 12.00 uur en 14.00 uur. Dit overzicht is als bijlage G bijgevoegd. Bijlage G PV 2010058586-76 Tijdlijn 18 juni 2010 12:00 – 14:00 uur Belcontacten tussen verdachte [verdachte] ([verdachte]): aangeefster [aangeefster] (aangeefster): moeder van aangeefster (moeder) & politie Tijdstip Beller gebelde duur sec. 12:15:39 [telefoonnummer] [verdachte] 6240[telefoonnummer] voicemail [aangeefster] 3 12:16:18 [telefoonnummer] [verdachte] 6240[telefoonnummer] voicemail [aangeefster] 3 12:17:05 [telefoonnummer] vaste lijn [aangeefster] [telefoonnummer] [verdachte] 505 12:20:36 [telefoonnummer] [moeder] 6240[telefoonnummer] voicemail [aangeefster] 2 12:20:44 [telefoonnummer] [moeder] [telefoonnummer] [aangeefster] sms 0 12:51:43 [telefoonnummer] [moeder] [telefoonnummer] [aangeefster] 0 12:58:09 [telefoonnummer] vaste lijn [aangeefster] [telefoonnummer] [verdachte] 48 13:22:00 [telefoonnummer] [verdachte] [telefoonnummer] [aangeefster] sms 0 13:23:50 [telefoonnummer] [verdachte] [telefoonnummer] [aangeefster] sms 0 13:36:21 [telefoonnummer] [aangeefster] [telefoonnummer] [moeder] 34 13:37:27 [telefoonnummer] [moeder] [telefoonnummer] [aangeefster] 10 13:37:48 [telefoonnummer] [moeder] [telefoonnummer] 107 13:38:37 [telefoonnummer] [verdachte] [telefoonnummer] [moeder] 7 13:38:50 [telefoonnummer] [verdachte] [telefoonnummer] [moeder] 5 13:39:10 [telefoonnummer] [verdachte] [telefoonnummer] vaste lijn [aangeefster] 7 13:39:33 [telefoonnummer] [verdachte] [telefoonnummer] vaste lijn [aangeefster] 5 13:40:22 [telefoonnummer] [verdachte] [telefoonnummer] [moeder] 5 13:40:31 [telefoonnummer] [verdachte] [telefoonnummer] [moeder] 6 13:40:34 [telefoonnummer] [moeder] [telefoonnummer] 462 13:41:35 [telefoonnummer] [verdachte] [telefoonnummer] [moeder] 5 13:46:14 [telefoonnummer] [aangeefster] [telefoonnummer] [moeder] 13 13:47:11 [telefoonnummer] [aangeefster] [telefoonnummer] [moeder] 0 13:47:30 [telefoonnummer] [aangeefster] [telefoonnummer] [moeder] 4 13:48:32 [telefoonnummer] [moeder] 6240[telefoonnummer] voicemail [aangeefster] 5 13:49:06 [telefoonnummer] [moeder] 6240[telefoonnummer] voicemail [aangeefster] 5 13:49:37 [telefoonnummer] [moeder] [telefoonnummer] [aangeefster] sms 0 13:49:55 [telefoonnummer] [moeder] 6240[telefoonnummer] voicemail [aangeefster] 12 13:50:53 [telefoonnummer] [moeder] [telefoonnummer] 195 13:54:18 [telefoonnummer] [verdachte] [telefoonnummer] [moeder] 4 13:55:03 [telefoonnummer] [telefoonnummer] [moeder] 6 13:59:40 [telefoonnummer] 6240[telefoonnummer] voicemail [aangeefster] 12 - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, nr. PL01MD 2010058586-3, d.d. 18 juni 2010, pag. 14 e.v. van politiedossier PL01ML 2010058586-1, d.d. 26 juli 2010, inhoudende de relatering van verbalisanten [verbalisanten], zakelijk weergegeven: Op 18 juni 2010, omstreeks 14.00 uur, zagen wij verbalisanten ter hoogte van de kruising [straatnamen] te Opende 4 personen naar ons wuiven. Ik verbalisant 1 ben naar het meisje gelopen wat op dat moment heel emotioneel en overstuur was. Ik verbalisant 1 zag dat het meisje helemaal aan het trillen was en in een soort van shock was. Ik verbalisant 1 hoorde van het meisje dat zij verkracht was door haar ex genaamd [verdachte]. Ik verbalisant 1 hoorde dat zij zei dat ze was vastgebonden en liet hierbij haar polsen zien. Ik verbalisant 1 zag dat haar polsen onder de striemen zaten en rood uitgeslagen waren. Wij verbalisanten zagen dat het vel van haar polsen er los bij hing. Ik verbalisant 1 zag dat het meisje witte sporen om haar mond had. Het leek erop alsof er iets was aangekoekt op haar mond. Ik verbalisant 1 hoorde dat het slachtoffer zei dat het net was gebeurd in zijn woonwagen op het kamp. Ik hoorde dat zij zei dat het een kwartier geleden was ongeveer. Ik verbalisant 1 hoorde dat zij zei dat ze een keukenmes op haar keel heeft gehad en dat hij hier mee had bedreigd. - een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal Sporenonderzoek, nr. PL0100 2010058586-29, d.d. 23 juni 2010, met als bijlage een fotomap, opgenomen in het politiedossier PL01ML 2010058586-1, d.d. 26 juli 2010, inhoudende de relatering van verbalisanten [verbalisanten], zakelijk weergegeven: Op 18 juni 2010 vanaf ongeveer 15.35 uur, werd door ons verbalisanten als forensisch onderzoekers onderzoek naar sporen verricht. Het onderzoek is verricht in een woonwagen aan [adres] te Opende. Wij zagen een deel van een komkommer op een kastje in de kamer liggen. Door mij, [verbalisant], werd de niet afgesneden zijde van de komkommer bemonsterd. Ik zag dat het monster rood was en ik stelde met behulp van een tetra base vast dat het bloed betrof. Ons werd verteld dat voor het vastbinden touwen waren gebruikt die in een lade van een kastje waren gelegd links van de deur in de slaapkamer. Op de aangegeven plaats werden inderdaad touwen aangetroffen. Bij nadere beschouwing bleek het te gaan om vier stukken touw, waarvan er drie geknoopte lussen aan de uiteinden hadden. Het slachtoffer had verteld met een mes te zijn bedreigd. Dit mes, met kartels, zou zijn opgeborgen in de keukenlade. In de keukenlade werden door ons inderdaad meerdere dergelijke messen aangetroffen, met witte en zwarte heften. Voor het dressoir zagen wij een emmer met wasgoed. In die emmer dreef een bebloede tampon. Wij zagen dat er bloedvlekken op het overtrek waren. Bij het veiligstellen van het dekbedovertrek roken wij, [verbalisanten], onafhankelijk van elkaar, een sterke geur van sperma. - foto 1: woonkamer woonwagen - foto 3: overzicht komkommer - foto 5: overzicht touwtjes in la, slaapkamer - foto 6: detail touwtjes - foto 7: overzicht dekbedovertrek - foto 8: detail bloed in dekbedovertrek - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor benadeelde, nr. PL01ML 2010058586-49, d.d. 30 juni 2010, pag. 70 e.v. van politiedossier PL01ML 2010058586-1, d.d. 26 juli 2010, inhoudende de verklaring van [aangeefster], zakelijk weergegeven: U toont mij foto 5 en
- U hebt zo te zien het touw gevonden in het kastje bij het bed. Ik herken deze stukken touw als de touwen waarmee ik ben vastgebonden. Ik herken ze aan de kleur en de vorm met knopen. Hij heeft ze kapot gesneden met een mes. U toont mij foto 7 en
- Ik herken de kleuren van het dekbed zoals het was toen ik door [verdachte] verkracht ben. Het is kennelijk een nieuw of ander dekbed, ik ken deze niet, ik heb die niet gekocht. Het bloed is waarschijnlijk van mij, ik was ongesteld toen het gebeurde. U toont mij foto
- Ik zie een stuk komkommer liggen op een kastje in de kamer. Ik weet zeker dat die komkommer daar niet lag toen ik vertrok. Bovendien was het een hele komkommer die hij bij mij heeft gebruikt en niet een halve. Dat heb ik zelf gezien. - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor aangeefster, nr. PL01VG 2010058586-33, d.d. 23 juni 2010, pag. 58 e.v. van politiedossier PL01ML 2010058586-1, d.d. 26 juli 2010, inhoudende de verklaring van [aangeefster], zakelijk weergegeven: De komkommer lag al op de kast in de slaapkamer. - Een NFI rapport nr. 2010.07.13.011 d.d. 17 september 2010, opgemaakt door [deskundige], als bijlage gevoegd bij het hiervoor vermelde dossier, als relatering van die [deskundige]: Het onderzoeksmateriaal betreft een tweepersoons dekbedovertrek met aan één zijde een motief van bloemen en aan de andere zijde een geblokt motief. De buitenkant van de zijde met bloemen is met het blote oog onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn verspreid over deze zijde meerdere bloedsporen aangetroffen. Van het DNA in de bemonsteringen [AAAE8361NL] #01 en #02 van twee bloedsporen op het dekbedovertrek zijn DNA-profielen van een vrouw verkregen. Deze DNA-profielen matchen met elkaar en met het DNA-profiel van het slachtoffer [aangeefster] [RAAJ1894NL]. Dit betekent dat het bloed in deze bemonsteringen afkomstig kan zijn van het slachtoffer [aangeefster] [RAAJ1894NL]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. - Een NFI rapport nr. 2010.07.13.011 d.d. 27 augustus 2010, opgemaakt door [deskundige], als bijlage gevoegd bij het hiervoor vermelde dossier, als relatering van die [deskundige]: De bemonstering [ZAAA6825NL]#03 (rond mond nat) bevat sperma dat afkomstig kan zijn van verdachte [verdachte] vermengd met celmateriaal dat afkomstig is van het slachtoffer [aangeefster] zelf. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Bemonstering (met bloed) [AAAE8353NL]#01 van een komkommer. Van het DNA in deze bemonstering is een DNA-profiel van een vrouw verkregen. Dit DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van het slachtoffer [aangeefster] [RAAJ1894NL]. Dit betekent dat het bloed in deze bemonstering afkomstig kan zijn van het slachtoffer [aangeefster]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen vrouw matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. De bemonsteringen [ZAAA0325NL]#01 (rand penis), [ZAAA0325NL]#02 (penishuid), [ZAAA0325NL]#03 (eikel) bevatten celmateriaal dat afkomstig is van de verdachte [verdachte] en vermengd is met celmateriaal dat afkomstig kan zijn van het slachtoffer [aangeefster] [RAAJ1894NL]. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen vrouw matcht met het afgeleide DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. - Een NFI rapport nr. 2010.07.13.011 d.d. 2 maart 2011, opgemaakt door [deskundige], als bijlage gevoegd bij het hiervoor vermelde dossier, als relatering van die [deskundige]: Op het dekbedovertrek AAAE8361NL zijn hoofdharen aangetroffen. De hoofdhaar gecodeerd b1) past in het ontvangen hoofdhaarmonster AABI2579NL van het slachtoffer [aangeefster]. De bevindingen van het vergelijkend morfologisch haaronderzoek zijn iets waarschijnlijker wanneer de hoofdhaar gecodeerd b1) afkomstig is van het slachtoffer [aangeefster], dan wanneer de hoofdhaar gecodeerd b1) afkomstig is van een willekeurig gekozen andere persoon. - Een schriftelijk stuk, te weten een Rapportage letselschade d.d. 20 juni 2010, opgenomen als bijlage bij een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen nr. PL0100 2010058586-16, d.d. 6 juli 2010 met bijbehorende foto’s, opgenomen in het hiervoor vermelde dossier, inhoudende de relatering van GGD-arts [arts], zakelijk weergegeven: Anamnese: Betrokkene geeft aan dat haar polsen door een koord vastgebonden zijn geweest en dat haar linkerhand aan de rugzijde met een mes is beschadigd. Het mes zou met de scherpe zijde naar beneden en tegengesteld aan de wrijfrichting met druk op de hand zijn gebracht. Verwondingen op de linker bovenarm en aan haar linker borst zijn door de knie van verdachte aangebracht. De rechter pols van betrokkene vertoont aan de handpalmzijde een blauwe streepvormige verkleuring van enkele centimeters groot, passend bij de anamnese. De linker hand aan de handrugzijde vertoont een blauwe verkleuring van circa 4x2,5 cm groot passend bij de anamnese. Op de linker bovenarm is een blauwe verkleuring/bloeduitstorting van circa 2x1 cm eveneens passend bij de anamnese. Aan de linkerborst zijn een viertal rode puntjes te zien, mogelijk puntbloedinkjes, kunnen passen bij de anamnese. De door het slachtoffer genoemde verwondingen, die enkele dagen geleden zijn ontstaan, kunnen passen bij de waargenomen bevindingen. - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige, nr. PL01ML 2010058586-28, d.d. 22 juni 2010, pag. 100 e.v. van politiedossier PL01ML 2010058586-1, d.d. 26 juli 2010, inhoudende de verklaring van [getuige 1], zakelijk weergegeven: [verdachte] had kort daarvoor tegen mij gezegd dat [aangeefster] nog zou komen. [verdachte] kwam toen zeggen dat we even moesten wachten met het kind. - het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor getuige, nr. PL01VG 2010058586-58, d.d. 9 juli 2010, pag. 111 e.v. van politiedossier PL01ML 2010058586-1, d.d. 26 juli 2010, inhoudende de verklaring van [getuige 2], zakelijk weergegeven: U vraagt mij wie het bed van [verdachte] verschoont. De laatste keer heb ik dat gedaan. Dat is dan twee weken voordat [verdachte] is aangehouden. Volgens mij was dat op een zaterdag. U rekent dat met mij door en vraagt of het dan 5 of 6 juni kan zijn geweest dat ik dan voor het laatst [verdachte] zijn bed heb verschoond. Ja, dat kan wel. (Opmerking verbalisanten: aan de getuige wordt foto 7 getoond.) U toont mij nu een foto. Ja, dat is het dekbed met de blokjes die ik er een paar weken voor die tijd op had gedaan. Dat was toen een nieuw dekbed. Toen ik dat dekbed op het bed legde was [aangeefster] al van het kamp af. - het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen nr. PL0100 2010058586-16, d.d. 6 juli 2010 met bijbehorende foto’s, opgenomen in het hiervoor vermelde dossier, inhoudende de relatering van [verbalisant]: Ik zag dat op de rechteronderarm van de verdachte een ovaal puntvormige verwonding zat. - Een NFI rapport nr. 2010.07.13.011 d.d. 10 augustus 2010, opgemaakt door forensisch arts KNMG [arts], opgenomen in proces-verbaal PL01MC 2010058586-1 aanvullend vervolg, d.d. 13 september 2010, pag. 15 e.v., als relatering van die [arts]: Aard, afmetingen en patroon van rangschikking passen meest bij een beetspoor, veroorzaakt door een volwassen mens. De rode kleur impliceert dat de afwijkingen recent zijn (maximaal enkele dagen oud). Het is vrijwel uitgesloten dat het waargenomen letselpatroon is veroorzaakt door contacten met prikkeldraad. - Een brief d.d. 2 december 2010 van het NFI van forensisch arts KNMG [arts] aan het Openbaar Ministerie te Groningen, als bijlage toegevoegd aan het hiervoor vermelde politiedossier, als relatering van die [arts]: Vraagstelling: in het rapport van 10 augustus is antwoord gegeven op de vraag of het bij verdachte geconstateerde letsel afkomstig is van een beet of van een verwonding aan prikkeldraad. Wordt dit antwoord anders wanneer in plaats van prikkeldraad sprake zou zijn van ‘oud ijzer’ of ‘een buis’? Zonder waarneming van een concreet voorwerp is het niet mogelijk de gestelde vraag met een beargumenteerde waarschijnlijkheid te beantwoorden. Vooralsnog lijkt een recente beet door een volwassen mens de meest waarschijnlijke oorzaak. Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster betrouwbaar, authentiek en consistent, in tegenstelling tot de ontkennende en wisselende verklaringen van verdachte. De verklaringen van aangeefster vinden bevestiging in de andere hierboven genoemde bewijsmiddelen, terwijl uit diezelfde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte over meerdere aspecten heeft gelogen. Uit het telefoongesprek dat voorafgaand aan het tenlastegelegde heeft plaatsgevonden blijkt dat verdachte aangeefster naar de caravan heeft gelokt. Aangeefster wilde haar kind graag zien en verdachte heeft dat gebruikt om aangeefster naar hem toe te lokken. Door toe te zeggen dat aangeefster haar dochter mee mocht nemen, dat zij een cadeau en de papieren voor het co-ouderschap zou krijgen en door aan te geven dat er niemand op het kamp aanwezig was heeft verdachte het vertrouwen van aangeefster proberen te winnen. Aangeefster is door de drang om haar dochter te willen zien uiteindelijk ook overstag gegaan en naar de caravan van verdachte gegaan. Uit de verklaring van [getuige 1], de moeder van verdachte, blijkt dat er wel degelijk andere mensen op het kamp aanwezig waren en dat verdachte daaromtrent heeft gelogen. Terwijl aangeefster onderweg was naar verdachte heeft hij haar twee sms’jes gestuurd, waarin hij aangeeft dat [dochter] op haar moeder wacht. Uit voornoemde verklaring van de moeder van verdachte blijkt echter dat verdachte al op voorhand had geregeld dat [dochter] niet in de woonwagen van verdachte aanwezig zou zijn. Aangeefster verwachtte dat haar dochter in de caravan van verdachte zou zijn, maar verdachte had geregeld dat [dochter] in de caravan van zijn ouders was. Op het moment dat aangeefster arriveerde in de caravan heeft verdachte de caravan afgesloten en de in de tenlastelegging omschreven handelingen uitgevoerd. In bijlage G bij het proces-verbaal van relaas met nr. PL01ML 2010058586-76, d.d. 10 november 2010, zijn de belcontacten tussen verdachte, aangeefster en de moeder van aangeefster uitgewerkt. Hieruit blijkt dat voornoemde door verdachte gestuurde sms’jes verstuurd zijn om 13:22:00 en om 13:23:
- Vervolgens blijkt uit dat overzicht dat aangeefster om 13:36:21 uur heeft gebeld met haar moeder. Zij heeft ook verklaard dat ze, toen verdachte klaar was, haar moeder moest bellen en dat ze ook gebeld heeft. De tenlastegelegde handelingen hebben dan ook plaatsgevonden in die tussenliggende tijd. Uit het dossier blijkt dat er meerdere sporen zijn aangetroffen die aansluiten bij de verklaringen van aangeefster. Door de verbalisanten die ter plaatse onderzoek hebben ingesteld zijn messen gevonden die voldoen aan de omschrijving die aangeefster van het mes geeft waarmee ze bedreigd is. Daarnaast zijn de touwen waarmee aangeefster vastgebonden was aangetroffen in de slaapkamer. Zowel door de politie als door de GGD-arts zijn de verwondingen die veroorzaakt zijn door de touwen geconstateerd. De komkommer waarover aangeefster heeft verklaard is tevens aangetroffen in de caravan. Op die komkommer is bloed aangetroffen. Aangeefster heeft verklaard dat zij menstrueerde en dat zij van verdachte haar tampon moest verwijderen. Op het dekbedovertrek is bloed aangetroffen dat niet hoogst onwaarschijnlijk afkomstig is van aangeefster en in de caravan is een tampon met bloed aangetroffen. Uit de NFI-rapportage blijkt dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat het bloed dat is aangetroffen op de komkommer afkomstig is van een andere vrouw dan aangeefster. Hierdoor wordt bevestigd dat de komkommer in de vagina van aangeefster is gebracht. Daarnaast heeft verdachte zijn penis in de vagina van aangeefster gebracht en heeft verdachte aangeefster gedwongen hem te pijpen. De verklaring van aangeefster wordt hieromtrent bevestigd doordat in de bemonsteringen van de penis van verdachte celmateriaal van verdachte is aangetroffen dat is vermengd met celmateriaal dat niet hoogst onwaarschijnlijk van aangeefster afkomstig is. Tijdens het sporenonderzoek in de caravan roken de verbalisanten onafhankelijk van elkaar ook een sterke geur van sperma. Daarnaast zagen de verbalisanten, die aangeefster rond 14.00 uur aantroffen, dat ze witte sporen om haar mond had. Het leek erop alsof er iets was aangekoekt op haar mond. Het sperma uit de bemonsteringen rond de mond van aangeefster is volgens het NFI-onderzoek niet hoogst onwaarschijnlijk afkomstig van verdachte. Verdachte heeft aangeefster in bedwang gehouden door op haar linkerarm te gaan zitten met zijn knie. Door de politie en de GGD-arts is op de linkerarm ook letsel geconstateerd. Op het dekbedovertrek is voorts een hoofdhaar van aangeefster aangetroffen. Deze hoofdhaar, alsmede het aangetroffen bloed, kunnen niet al eerder op het dekbedovertrek terecht zijn gekomen. Aangeefster heeft verklaard dat zij het betreffende dekbedovertrek niet kende en zij heeft hier dus ook niet voor haar vertrek al onder of op gelegen. De zus van verdachte, [getuige 2], heeft ook bevestigd dat zij het dekbedovertrek op het bed van verdachte heeft gelegd, dat het een nieuw dekbed was en dat aangeefster al van het kamp af was toen zij dat betreffende dekbed op het bed van verdachte legde. Dit is gebeurd na 2 juni 2010, de dag waarop aangeefster voor het laatst in de caravan is geweest. Het aangetroffen sporenmateriaal kan derhalve alleen op 18 juni 2010 op het dekbed terecht zijn gekomen. Ten slotte heeft aangeefster verklaard verdachte gebeten te hebben. Verdachte heeft verklaard dat de verwonding die bij hem is geconstateerd afkomstig was van prikkeldraad, oud ijzer of een buis. De forensisch arts heeft echter geconstateerd dat de aard, afmetingen en het patroon van rangschikking van de verwonding het meest passen bij een beetspoor, veroorzaakt door een volwassen mens. De arts geeft aan dat vrijwel uitgesloten is dat het waargenomen letselpatroon is veroorzaakt door contacten met prikkeldraad. Zelfs in tweede instantie, naar aanleiding van nadere vraagstelling door de rechtbank omtrent deze verwonding, lijkt volgens de arts een recente beet door een volwassen mens de meest waarschijnlijk oorzaak. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Bewezenverklaring Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten lastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat Hij, op 18 juni 2010, te Opende, binnen de gemeente Grootegast, door geweld en andere feitelijkheden en bedreiging met geweld, [aangeefster] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster], immers heeft verdachte - een komkommer in de vagina van die [aangeefster] geduwd/gebracht en - zijn penis in de vagina van die [aangeefster] geduwd/gebracht en - die [aangeefster] gedwongen dat zij zijn penis in de mond nam en hem pijpte en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld hierin - dat verdachte de deur van de woonwagen, waarin verdachte en die [aangeefster] zich bevonden, op slot heeft gedraaid, zodat [aangeefster] niet weg kon en - dat verdachte die [aangeefster] dreigend een mes heeft getoond en een mes tegen de keel van die [aangeefster] heeft gehouden en - dat verdachte die [aangeefster] heeft gezegd dat als zij niet zou meewerken, hij haar keel zou doorsnijden en zij haar dochter nooit meer zou zien en - dat verdachte die [aangeefster] heeft gezegd dat zij zich moest uitkleden en - dat verdachte die [aangeefster] hard op het bed heeft geduwd en - dat verdachte die [aangeefster] heeft vastgebonden op/aan een bed en - dat verdachte die [aangeefster] in bedwang heeft gehouden door op haar bovenlijf te zitten en met zijn knieën op haar armen/onder haar oksels te drukken en aldus voor die [aangeefster] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is tenlastegelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. Strafbaarheid van het feit Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op: - verkrachting Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie is van mening dat verdachte strafbaar is. Standpunt van de verdediging De raadsman is van mening dat verdachte niet toerekeningsvatbaar is. In de visie van de raadsman is met een i.q. van 55 sprake van een zodanige psychiatrische ontwikkeling dat het feit niet aan verdachte kan worden toegerekend. Beoordeling Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 24 augustus 2010, opgemaakt door [deskundige], klinisch psycholoog. De conclusie van dit rapport luidt, zakelijk weergegeven, dat verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van matige zwakzinnigheid. Uit de resultaten op Raven Matrices komt naar voren, dat verdachte beschikt over een extreem lage intelligentie; de score ligt zeer ruim onder de 5de percentiel, hetgeen inhoudt dat zijn IQ lager is dan
- De onderzoeker kan op grond van het onderzoek geen verband leggen tussen verdachtes zwakzinnigheid en het hem tenlastegelegde, mede omdat verdachte het hem tenlastegelegde ontkent. De onderzoeker kan geen uitspraak doen over de toerekeningsvatbaarheid, omdat ze geen verband kan leggen tussen de diagnose en het hem tenlastegelegde, omdat verdachte het hem tenlastegelegde ontkent. De deskundige heeft geen uitspraak gedaan omtrent de toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat niet enkel op grond van het lage IQ van verdachte het bewezenverklaarde niet aan verdachte zou kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht verdachte dan ook strafbaar voor het bewezenverklaarde. Ook overigens worden geen strafuitsluitingsgronden aanwezig geacht. Strafoplegging Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft, voor het geval de rechtbank het feit bewezen en verdachte strafbaar mocht achten, gepleit voor oplegging van een straf gelijk te stellen aan de reeds ondergane voorlopige hechtenis. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzittingen en de aangaande zijn persoon opgemaakte rapportages, alsmede de vordering van de officier van justitie. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van zijn voormalige partner, tevens de moeder van zijn dochter. Verdachte heeft heel bewust aangeefster naar zijn caravan gelokt om de verkrachting uit te kunnen voeren. Verdachte heeft hierbij misbruik gemaakt van het feit dat aangeefster haar dochtertje, na bijna drie weken, heel graag wilde zien. Hij heeft het van te voren uitgebreid overwogen en voorbereid. Zo had verdachte geregeld dat hun dochtertje niet in de caravan aanwezig zou zijn en had hij voorwerpen klaargelegd. Na de komst van aangeefster heeft hij de caravan afgesloten en haar op brute wijze verkracht door aangeefster onder bedreiging van een mes vast te binden aan het bed, een komkommer en zijn penis in haar vagina te brengen en haar te dwingen hem te pijpen. Verdachte dwong aangeefster onder bedreiging dat hij haar keel door zou snijden en dat zij haar dochter nooit meer zou zien. Verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van de moedergevoelens van aangeefster en haar veel angst ingeboezemd, om haar zo te dwingen tot seksuele handelingen en het ondergaan van seksuele handelingen. De rechtbank rekent verdachte dit ten zeerste aan. In voornoemde onderzoeksrapportage wordt vermeld dat dergelijk acting out gedrag niet past bij de persoonlijkheid van verdachte, omdat verdachte eerder apathisch en afwachtend moet worden geacht. Uit het bewezenverklaarde en uit de in het dossier opgenomen telefoongesprekken die verdachte met aangeefster voorafgaand aan de verkrachting heeft gevoerd, blijkt echter dat verdachte wel degelijk zeer dwingend kan zijn. Aangeefster mocht enkel onder de voorwaarden van verdachte haar dochter zien bij hem in de caravan. In de caravan heeft verdachte vervolgens aangeefster gedwongen tot de bewezenverklaarde handelingen. Op grond van het vorenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van te melden duur passend en geboden is. Toepasselijke wettelijke voorschriften De rechtbank heeft gelet op artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING De rechtbank: Verklaart het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar. Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar. Verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot: een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden. Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht, tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht. Dit vonnis is aldus gewezen door mr. F.J. Agema, voorzitter, mrs. H.L. Stuiver en P.H.M. Smeets, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Offerein-Hulshoff, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 maart 2011.