← Nederland

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9926

beslissing RECHTBANK GRONINGEN MEERVOUDIGE KAMER Zaaknummer: 130932 / HA RK 11-424 Datum beslissing: 23 december 2011 Beslissing op het schriftelijke verzoek van [verzoeker], wonende aan de [adres], [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van mr. A.S. Venema-Dietvorst.

  1. Procesverloop 1.
  2. Bij brief van 14 december 2011 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. A.S. Venema-Dietvorst, rechter in de bestuurssector van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer AWB 11-995 WWB G, waarbij verzoeker als partij is betrokken. 1.
  3. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat verzoeker ook in het recente verleden veelvuldig soortgelijke wrakingsverzoeken bij deze rechtbank heeft ingediend en dat die verzoeken telkens ongegrond zijn verklaard. De rechtbank verwijst daarbij onder meer naar de zaken met de volgende nummers: 129640/HA RK 11-343,126065/HA RK 11-131, 125938/HA RK 11-124, 125865/HA RK 11-119, 125330/HA RK 11-
  4. De beoordeling Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zich baseert op een beslissing van de griffier d.d. 28 november 2011, aangaande het berekende griffierecht, en op het gedrag van de gewraakte rechter inzake de procedure AWB 11-800 welke procedure door beschikking van 5 december 2011 (verzenddatum 8 december 2011) is geëindigd. Het wrakingsverzoek dateert van 14 december
  5. Artikel 8:16 lid 1 Algemene wet bestuursrecht luidt: het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoekschrift niet aan dit vereiste voldoet. Nu niet aan het formele vereiste voor wraking is voldaan kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan. De rechtbank overweegt met betrekking tot een eventueel volgend wrakingsverzoek het volgende. Het is de rechtbank ambtshalve gebleken dat verzoeker herhaaldelijk verzoeken indient die niet voldoen aan de norm. In dat licht moet het ervoor worden gehouden dat sprake is van misbruik van het middel van wraking. Gelet hierop acht de rechtbank termen aanwezig te bepalen dat een volgend verzoek tot wraking op de voet van artikel 8:18 lid 4 Awb niet in behandeling zal worden genomen.
  6. Beslissing De rechtbank: 3.
  7. verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek, 3.2 bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer AWB 11-995 WWB G) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking, 3.
  8. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. A.S. Venema-Dietvorst en het College van Burgemeester en Wethouders Groningen, Dienst SOZAWE, 3.
  9. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek niet meer in behandeling zal worden genomen. Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, G. Tangenberg en S.M. Schothorst, rechters, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 decenber
  10. kb

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.