TUSSENVONNIS Rechtbank Haarlem sector kanton, locatie Haarlem zaak/rolnummer: 169753 CV EXPL 02-1522 datum uitspraak: 19 juni 2002 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER in de zaak van [EISER] te [woonplaats] eisende partij hierna te noemen [EISER] gemachtigde H. Terhoeven --tegen-- [GE[GEDAAGDE] te [woonplaats] gedaagde partij hierna te noemen [GEDAAGDE] De procedure [EISER] heeft [GEDAAGDE] op 1 maart 2002 gedagvaard [GEDAAGDE] heeft schriftelijk geantwoord. [EISER] heeft daarop schriftelijk gereageerd, waarna [GEDAAGDE] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven. De feiten a. Van 1 maart 1996 tot 1 maart 2002 heeft (de rechtsvoorgangster van) [EISER] aan [GEDAAGDE] het jachtrecht verhuurd op de landbouwpercelen van (de rechtsvoorgangster van) [EISER] ter grootte van 2,63 ha. b. [GEDAAGDE] heeft deze percelen de laatste 4 jaren niet bejaagd. c. De percelen zijn als zelfstandig veld onbejaagbaar met het geweer, omdat dat veld kleiner is dan 40 ha. d. Op 24 mei 2000 heeft [GEDAAGDE] bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een vergunning ex artikel 53 van de Jachtwet gevraagd voor de bejaging van hazen met gebruikmaking van geweer. Een dergelijke vergunning is nodig voor de bejaging van een bepaalde soort wild in het voor de jacht gesloten seizoen. Die vergunning is bij beslissing van 4 juli 2000 geweigerd. e. Op 31 juli 2000 heeft [EISER] een bezwaarschrift ingediend tegen die beslissing. Het bezwaar is gegrond verklaard bij beslissing van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, welke beslissing op 13 februari 2001 is verzonden. f. Door hazen is in 2000 schade toegebracht aan de door [EISER] op de percelen gekweekte anjers en solidago tot een bedrag van EUR 4.552,33 exclusief BTW. g. De Wildschadecommissie voor de Provincie Noord Holland heeft in haar advies van 23 mei 2001 geoordeeld dat [GEDAAGDE] voor 75 % van deze schade (oftewel EUR 3.414,18) aansprakelijk is, omdat [GEDAAGDE] het perceel al enige jaren niet meer heeft bejaagd. [EISER] heeft [GEDAAGDE] voor dat deel van de schade [GEDAAGDE] aansprakelijk gesteld. Ondanks aanmaning daartoe heeft [GEDAAGDE] [EISER] niets betaald. De vordering [EISER] vordert (samengevat) veroordeling van [GEDAAGDE] tot betaling van EUR 3.414,18 vermeerderd met 15 % incassokosten en met rente. [EISER] stelt daartoe onder meer dat [GEDAAGDE] voor 75 % van de schade aansprakelijk is. [GEDAAGDE] heeft in strijd met de inspanningsverplichting die artikel 45 van de Jachtwet hem oplegt, de percelen van [EISER] de laatste jaren niet bejaagd, waardoor de hazen de voornoemde schade aan de planten hebben kunnen veroorzaken. Weliswaar vormen de percelen geen bejaagbaar veld, maar [GEDAAGDE] had de percelen in de ter plaatse opererende Wildbeheereenheid (WBE) kunnen inbrengen, waardoor de percelen wel bejaagbaar hadden kunnen worden gemaakt. Als [GEDAAGDE] in het voor de jacht open seizoen zijn inspanningsverplichting wel was nagekomen, dan was de jacht buiten het jachtseizoen niet nodig geweest om de vraatschade in deze omvang te voorkomen en dan had het ook niet uitgemaakt dat voor die jacht buiten het seizoen geen vergunning was verleend. Het verweer [GEDAAGDE] betwist de vordering en voert daartoe onder meer aan dat hij alles heeft gedaan met betrekking tot het bejaagbaar houden van het veld en het voorkomen van schade aan de op dat veld staande gewassen. Hij heeft onder meer een naburige jager, die lid is van de plaatselijke WBE, gevraagd om voor hem een aantal hazen te schieten, maar die jager wilde dat alleen onder voor [GEDAAGDE] niet acceptabele voorwaarden doen. Daarmee houden de mogelijkheden voor [GEDAAGDE] op. Hij heeft voldaan aan de verplichting van de jachthouder om te toen wat een goed jager betaamt ter voorkoming van schade. Hij is niet verwijtbaar in gebreke gebleven. Verder betoogt hij nog dat [EISER] zelf nog maatregelen had moeten/kunnen treffen waaronder het aanbrengen van een raster of electrisch gaas om de percelen heen. De beoordeling van het geschil Eerst bij dupliek heeft [GEDAAGDE] aangevoerd dat [EISER] tot 2000 chrysanten op de percelen teelde, welk gewas niet aantrekkelijk is voor hazen vanwege de bittere smaak, en dat de hazenstand tot 2000 ter plaatse matig was. In 2000 is [EISER] anjers en solidago gaan telen, welke planten wel gevoelig zijn voor schade door hazen. Jacht op hazen in het daarvoor liggende open jachtseizoen had geen soelaas geboden, aangezien ze er toen nauwelijks waren. Eerst in 2000 in het gesloten seizoen bleek bejaging nodig, waarvoor dus geen vergunning werd verleend, aldus [GEDAAGDE]. [EISER] heeft nog niet op dat verweer van [GEDAAGDE] kunnen reageren. [EISER] zal in de gelegenheid worden gesteld dat alsnog te doen, en wel op de hierna te melden rolzitting. Beslissing De kantonrechter: - verwijst de zaak naar de rolzitting van 17 juli 2002 voor schriftelijke uitlating door [EISER] als hiervoor bedoeld; - bepaalt dat ter rolle geen uitstel zal worden verleend; - houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Harts en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum. EINDVONNIS Rechtbank Haarlem sector kanton, locatie Haarlem zaak/rolnummer: 169753 CV EXPL 02-1522 datum uitspraak: 28 augustus 2002 VONNIS VAN DE KANTONRECHTER in de zaak van [EISER] te [woonplaats] eisende partij hierna te noemen [EISER] gemachtigde H. Terhoeven --tegen-- [GE[GEDAAGDE] te [woonplaats] gedaagde partij hierna te noemen [GEDAAGDE] De verdere beoordeling van het geschil
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.