ECLI:NL:RBHAA:2002:AE8931
RECHTBANK HAARLEM sector kanton, locatie Haarlem zaaknummer: 179861 datum uitspraak: 2 oktober 2002 BESLISSING VAN DE KANTONRECHTER TE HAARLEM op het verzoek van: [VERZOEKER 1], te [woonplaats] en [VERZOEKER 2], te [woonplaats] verzoekers, hierna: de bewindvoerders, ertoe strekkende dat zij zullen worden ontheven van hun taak als bewindvoerders en dat een datum zal worden vastgesteld waarop zij hun slot rekening en verantwoording kunnen afleggen.
Indien de bewindvoering openvalt zonder dat bij notariële akte een opvolger is benoemd, zal op eenvoudig schriftelijk verzoek van het Openbaar Ministerie of van een belanghebbende door de alsdan bevoegde Arrondissementsrechtbank een bewindvoerder worden benoemd; (…)" e. In aanvulling op het testament van 4 juli 1997 heeft [moeder] bij testament van 23 januari 1998 tot gezamenlijke bewindvoerders benoemd: [verzoeker 2] en [verzoeker 1].
3.2 De bewindvoerders hebben het volgende aan hun verzoek ten grond-slag gelegd:
Het belang van [rechthebbende] is niet gediend met het voortzetten van hun taak. Door de adviseurs van [rec hthebbende] is in het verleden achterdocht en openlijke vijandigheid resulterende in onterechte aantijgingen en bedreigingen tentoongespreid.
De bewindvoerders voorzien gezien de opstelling van de adviseurs een nimmer aflatende stroom van geschillen, die over het hoofd van [rechthebbende] zullen worden uitgevochten.
Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de bewindvoerders hun verzoek aldus aangevuld dat dit ook kan worden opgevat als een verzoek om opheffing van het bewind.
5.2 Naar huidig recht is opheffing van een testamentair bewind als waarvan hier sprake is, nu daaromtrent in het testament door [moeder] geen voorzieningen zijn getroffen, niet mogelijk. Het komende erfrecht kent in artikel 4:178 BW wel een regeling die erin voorziet dat opheffing door de rechtbank kan worden bevolen. Omdat het echter een regeling is die onder het huidige recht niet bestaat, kan daarop thans niet worden vooruitgelopen.
5.3 Het verzoek, voor zover dit strekt tot opheffing van het bewind, zal daarom moeten worden afgewezen.
5.4 Met betrekking tot het verzoek tot ontslag van de bewindvoerders overweegt de kantonrechter het volgende.
5.5 Het testament voorziet in een speciale regeling indien de bewindvoerders hun ontslag indienen of worden ontslagen. Dat ontslag is pas mogelijk indien een opvolger bij notariële akte is benoemd. Dat is nog niet gebeurd. Reeds daarom moet het verzoek worden afgewezen.
5.6 Ter zitting is gebleken dat alle betrokkenen wel van oordeel zijn dat het ontslag van de bewindvoerders zou moeten worden verleend. De bewindvoerders moeten daarom zo spoedig mogelijk bij notariële akte een opvolger benoemen.
Wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter en in het open-baar uitge-sproken ter te-rechtzit-ting van 2 oktober 2002, in tegen-woordig-heid van de griffier.