Zaaknr/rolnr: 102506 / HA ZA 04-767 Vonnisdatum: 1 juni 2005 VONNIS VAN DE RECHTBANK TE HAARLEM, ENKELVOUDIGE KAMER, in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AL HOLDING B.V., gevestigd te Bentveld, eisende partij, procureur mr. J. Brons, -- tegen -- 1. [gedaagde] , wonende in [plaats] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENGEL & GOUDRIAAN BEHEER B.V., thans h.o.d.n. ENGEL VASTGOED BEHEER B.V., gevestigd te Zaandam en kantoorhoudende te Wormerveer, gemeente Zaanstad, gedaagde partijen, procureur mr. A.G. Koster. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Al Holding respectievelijk [gedaagde] c.s. 1. De loop van het geding Voor de loop van het geding verwijst de rechtbank naar de volgende zich in het grif fiedossier bevindende gedingstukken, waarop vonnis is gevraagd: - het tussenvonnis in het hoofdgeding van 26 november 2002 en de daarin genoem de stukken; het eindvonnis in het hoofdgeding van [datum] en de daarin genoemde stukken; de op 7 mei 2004 betekende dagvaarding met schadestaat; de conclusie van antwoord met 1 productie; de conclusie van repliek, tevens akte tot wijziging van eis met 10 producties; de conclusie van dupliek met 4 producties; een akte uitlating producties. 2. De vaststaande feiten Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van overgelegde producties, staat in dit ge ding het volgende vast: a. Bij vonnis van [datum] heeft de rechtbank te Haarlem - voor zover thans van belang - de op 2 april 1999 door partijen gesloten overeenkomst vernietigd wegens bedrog en [gedaagde] c.s. veroordeeld om aan Al Holding te vergoeden alle schade die Al Holding lijdt, heeft geleden en nog zal lijden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en [gedaagde] c.s. veroordeeld in de kosten van de procedure. b. Al Holding heeft op 26 april 2004 ten laste van [gedaagde] conservatoir beslag gelegd op het motorjacht " [motorjachtr] ". 3. De vordering 3.1 Al Holding vordert, na wijziging van eis, dat de rechtbank [gedaagde] c.s. bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 368.932,44, te verminderen met de in het vonnis van [datum] ge noemde proceskosten ad € 4.166,37 en per 1 september 2004 te verminderen met een bedrag van € 200.000,- ter zake van een in kort geding gevorderd voorschot, te ver meerderen met de kosten gemaakt na de in de conclusie van repliek genoemde peil data wat betreft de activiteiten van de accountant, de raadsman en Al Holding zelf, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldagen althans vanaf de dagen waarop Al Holding de desbetreffende bedragen heeft voldaan, tot aan de dag der alge hele voldoening, althans [gedaagde] c.s. te veroordelen tot de betaling van een schade vergoeding naar redelijkheid en billijkheid, door de rechtbank in goede justitie te be palen, met veroordeling van [gedaagde] c.s. in de kosten van dit geding. 3.2 Al Holding heeft de door haar gestelde schade als volgt gespecificeerd a. kosten verwerving aandelen Boissevain Vastgoed B.V. € 191.176,- b. kosten oprichting Al Holding € 1.751,- c. kosten van werkzaamheden t.b.v. Boissevain Vastgoed B.V. € 58.263,98 d. kosten Al Holding om aandeelhoudersvergaderingen van Boissevain Vastgoed B.V. te organiseren e. proceskosten f. kosten accountant, g. kosten juridische bijstand € 5.337,45 € 37.140,56 € 6.099,54 € 70.914,91 4. Het verweer 4.1 [gedaagde] c.s. hebben gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal, voorzover van belang, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan. 5. Beoordeling van het geschil ontvankelijkheid 5.1 [gedaagde] c.s. hebben als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat Al Holding niet ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat zij zich baseert op een niet bestaand vonnis van [datum] , omdat Al Holding wederom veroordeling tot betaling vordert terwijl dit al in het hoofdgeding is toegewezen en omdat de schadestaat te summier is en iedere onderbouwing ontbreekt. 5.2 Dit verweer slaagt gedeeltelijk. Uit de stellingen van [gedaagde] c.s. volgt dat het voor hen duidelijk was dat Al Holding met de door haar betekende schadestaat een vervolg bedoelde te geven aan het door de rechtbank te Haarlem op [datum] gegeven vonnis, onder zaak/rolnummer [zaaknummer] tussen partijen gewezen. Dat Al Holding aanvankelijk een andere vonnisdatum noemt kan derhalve niet tot niet ontvankelijkheid leiden. Wel is juist dat Al Holding in de schadestaatprocedure niet kan worden ontvangen in haar vordering tot betaling, aangezien die vordering reeds bij eerdergenoemd vonnis is toegewezen en de schadestaatprocedure een voortzetting van het hoofdgeding is. Tot slot is weliswaar juist dat van Al Holding had mogen worden verwacht dat zij in haar schadestaat dusdanig inzichtelijk presenteert, dat [gedaagde] c.s. zich daartegen behoorlijk kan verweren en dat de rechtbank op grond daarvan een beslissing kan nemen. Echter, voor zover daarvan aanvankelijk geen sprake was, is deze tekortkoming in het vervolg van het processuele debat hersteld. 5.3 De slotsom is derhalve dat Al Holding ontvankelijk is in de schadestaatprocedure, behalve wat betreft haar vordering tot veroordeling van [gedaagde] c.s. tot betaling. De rechtbank komt derhalve toe aan een inhoudelijke beoordeling van de door Al Holding gestelde schade. beoordelingskader 5.4 Bij de beoordeling van de door Al Holding gestelde schadeposten stelt de rechtbank voorop dat de vernietiging van de door partijen op 2 april 1999 gesloten overeenkomst wegens bedrog in beginsel tot gevolg heeft dat de rechtsverhouding tussen partijen dient te worden hersteld in de staat waarin deze vóór het aangaan van de overeen komst was. Daarnaast zijn [gedaagde] c.s., blijkens het dictum van het vonnis van [datum] , verplicht tot vergoeding van de door Al Holding geleden schade. Gelet op de aard van de geschonden verplichting bestaat de schade die Al Holding heeft gele den uit het negatief contractsbelang. Immers, als de normschending niet had plaatsge vonden, zou de overeenkomst niet zijn gesloten. schade sub 3.2 onder a (verwerving aandelen) 5.5 Bij conclusie van dupliek hebben [gedaagde] c.s. deze schade ad € 191.176,-, alsmede de daarover vanaf 4 mei 1999 gevorderde rente grotendeels erkend. [gedaagde] c.s. stellen slechts (bij conclusie van dupliek) dat Al Holding het door haar betaalde bedrag aan overdrachtsbelasting ad € 18.600,- bij de belastingdienst kan terugvragen, zodat in zoverre geen schade is geleden. 5.6 Al Holding heeft zich hierover nog niet kunnen uitlaten en zal derhalve in de gelegenheid worden gesteld om dat bij akte alsnog te doen. schade sub 3.2 onder b (kosten oprichting Al Holding) 5.7 Al Holding heeft in verband met deze schadepost gesteld dat de heer [naam] en mevrouw [naam] speciaal in verband met de met [gedaagde] c.s. gesloten overeen komst Al Holding hebben opgericht. De voor de oprichting gemaakte notariskosten, zijn blijkens de door Al Holding in het geding gebrachte factuur, bij Al Holding in re kening gebracht. 5.8 [gedaagde] c.s. betogen dat deze kosten gelet op het vonnis van [datum] niet door hen vergoed behoeven te worden, omdat deze kosten niet onder het negatief con tractsbelang vallen. Verder is er volgens [gedaagde] c.s. geen sprake van vermogens vermindering als gevolg van de oprichting van Al Holding. 5.9 De rechtbank acht deze schadepost toewijsbaar. [gedaagde] c.s. hebben immers niet bestreden dat Al Holding is opgericht speciaal in verband met de overeenkomst die partijen op 2 april 1999 hebben gesloten. Dit vindt bovendien bevestiging in de tussen partijen vaststaande feiten: blijkens de voornoemde factuur van de notaris is de op richtingsakte gepasseerd op 10 september 1999. Uit het tussenvonnis in het hoofdge ding van 26 november 2002 volgt dat Al Holding na haar oprichting de overdracht van de aandelen in Boissevain Vastgoed B.V. aan Al Holding B.V. i.o. heeft bekrachtigd. Al Holding heeft ook de kosten van haar oprichting betaald. Nu de oprichting van Al Holding derhalve heeft plaatsgevonden met het oog op de uitvoering van de door par tijen op 2 april 1999 gesloten overeenkomst, zullen [gedaagde] c.s. de kosten van op richting ad€ 1.751,- als schade dienen te vergoeden. De stelling van [gedaagde] c.s. dat van vermogensvermindering geen sprake is, wordt, gelet op de door Al Holding over gelegde factuur en het gebrek aan enige onderbouwing verworpen. schade sub 3.2 onder c (werkzaamheden in Boissevain) 5.10 Al Holding stelt dat zij, in de persoon van de heer [naam] en mevrouw [naam] , ter uitvoering van de tussen partijen op 2 april 1999 gesloten overeenkomst, werk zaamheden heeft verricht ten behoeve van Boissevain Vastgoed B.V. Die werkzaam heden bestonden met name uit marketing- en verkoopinspanningen. Voorts was Al Holding benoemd tot bestuurder. Al Holding heeft gespecificeerd dat genoemde per sonen in totaal 564,45 uren hebben gewerkt en komt, uitgaande van een uurtarief van € 100,- per uur en€ 1.818,98 aan onkosten tot een schade van€ 58.263,98. Voorts heeft Al Holding aangegeven dat zij over onderliggende bescheiden beschikt, waar mee haar urenverantwoording kan worden onderbouwd. 5.11 [gedaagde] c.s. hebben deze schadepost betwist. Zij bestrijden dat de directieleden van Al Holding elders met hun werkzaamheden doorgaans € 100,- per uur verdienen, zo dat Al Holding dat uurtarief ook thans niet kan opvoeren. Verder betogen zij dat dit onderdeel van de vordering met het overleggen van urenstaten onvoldoende is onder bouwd en hebben zij enkele inhoudelijke bezwaren tegen de opgevoerde uren. 5.12 De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard van de door Al Holding verrichte werkzaamheden en het belang dat met het project was gemoeid, het door Al Holding thans genoemde uurtarief van € 100,- redelijk is, zodat hiervan in het verdere verloop van de procedure zal worden uitgegaan. Dat de heer [naam] en/of mevrouw [naam] elders mogelijk minder verdienen, kan niet tot een ander oordeel leiden. 5.13 Gelet op de stellingen van partijen kan het aantal door Al Holding gewerkte uren echter nog niet worden vastgesteld. Al Holding, op wie de bewijslast rust, zal derhalve in de gelegenheid worden gesteld om bij akte haar urenspecificatie te onderbouwen met de door haar genoemde bescheiden. [gedaagde] c.s. zullen hierop bij akte mogen re ageren. In genoemde akte zullen partijen zich voorts, voor het geval de rechtbank zou besluiten om ter vaststelling van het aantal gewerkte uren een deskundige te benoe men, kunnen uitlaten over de vraag hoeveel deskundigen dan benoemd zouden moeten worden, over welke deskundigheid zij dienen te beschikken en welke vragen deze deskundige(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.