Zaaknummer: 112422/KG ZA 05-220 Vonnisdatum: 30 mei 2005 332/vE RECHTBANK TE HAARLEM, VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [eiser], wonende te [woonplaats], eisende partij, procureur mr. M. Middeldorp, advocaat mr. A.J. van Wulfften Palthe-Scholten te Amsterdam, -- tegen -- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALBERT HEIJN B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Zaandam, gemeente Zaanstad, gedaagde partij, procureur mr. M. Middeldorp, advocaat mr. P.G. Vestering te Amsterdam. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], respectievelijk Albert Heijn. 1. Het verloop van het geding Ter terechtzitting van 17 mei 2005 heeft [eiser] zijn vordering verminderd en overigens overeenkomstig de dagvaarding d.d. 2 mei 2005 gesteld en gevorderd als hierna onder 3. weergegeven en die vordering toegelicht aan de hand van overgelegde pleitnotities. Albert Heijn heeft tegen deze vordering verweer gevoerd aan de hand van overgelegde pleitnotities. Na verder debat in tweede termijn hebben partijen vonnis gevraagd. De uitspraak daarvan is bepaald op 31 mei 2005 of zoveel eerder als mogelijk. 2. De vaststaande feiten In dit geding wordt van het volgende uitgegaan: a. [eiser] is, blijkens een schriftelijke arbeidsovereenkomst d.d. [datum 1], met ingang van [datum 2] voor onbepaalde tijd bij Albert Heijn in dienst getreden als Category Manager 2. Laatstelijk was [eiser] werkzaam bij de productgroep [productgroep]. b. De functie van [eiser] behelst onder meer de inkoop, verpakking, voorraadbewaking en communicatie betreffende de tot zijn productgroep behorende artikelen. c. In het evaluatieformulier betreffende de functievervulling van [eiser] in 2003 is het totale functioneren van [eiser] beoordeeld met een C (zijnde “normaal goed; in overeenstemming met de voor de functie vereiste standaard”). In de beoordeling staat onder meer, voorzover van belang: “Besluitvaardigheid Zelfstandig en kordaat. C Overlegd indien nodig. Graag conform nieuwe BOA afspraken afhandelen in 2004” d. Met ingang van 2004 is voor de medewerkers van Albert Heijn de Bill of Authority (hierna: BOA) gaan gelden, die de beslissingsbevoegdheid van de functionarissen regelt. De BOA bepaalt dat een Category Manager 2 bevoegd is tot het afsluiten van contracten voor verkoop- en serviceartikelen, actie- en promotieartikelen tot een bedrag van € 100.000,--. Ten aanzien van het accorderen van betalingen/doorbelastingen vanuit margerekeningen is de Category Manager 2 bevoegd tot een bedrag van € 5.000,--. Ten aanzien van contracten die deze bedragen te boven gaan, is de Unit Manager en/of de Commercieel Directeur beslissingsbevoegd. e. Over 2004 is het functioneren van [eiser], blijkens het desbetreffende evaluatieformulier van 7 februari 2005 wederom beoordeeld met een C. f. Bij Ahold is een anonieme brief d.d. 20 februari 2005 ontvangen, afkomstig van een gewezen freelancer van een vaste leverancier, Meccano, van Albert Heijn, waarin wordt gesteld dat [eiser] geldelijk voordeel geniet van de samenwerking tussen Albert Heijn en Meccano. g. Albert Heijn heeft [eiser], na terugkeer van diens huwelijksreis op 21 maart 2005, met onmiddellijke ingang betaald verlof verleend in afwachting van de uitkomsten van een door Ernst & Young te verrichten onderzoek naar de gegrondheid van de in de anonieme brief geuite beschuldigingen. Deze op non-actiefstelling is bij brief van 23 maart 2005 aan [eiser] bevestigd. h. Bij faxbericht van 7 april 2005 heeft Albert Heijn aan de raadsvrouw [eiser] onder meer het volgende medegedeeld: “Los van de uitkomst van het onderzoek door Ernst & Young, heeft de heer [X] - die de werkzaamheden van uw cliënt grotendeels waarneemt - tesamen met de heer [Y] inmiddels geconstateerd dat: - uw cliënt de interne bevoegdhedenregeling (de Bill of Authority “BOA”) heeft overtreden. (…). Correcte naleving van de BOA is essentieel en gezien de situatie waarin Ahold verkeert, kan men zich op dat punt geen misstappen veroorloven. Uw cliënt is met Meccano financiële verplichtingen aangegaan, die niet door de heer [X] of de heer [Y] waren geaccordeerd. Aan uw cliënt is kenbaar gemaakt dat overtreding van de BOA tot disiplinaire maatregelen kan leiden, waaronder ontslag. - uw cliënt heeft de directeur van Meccano gevraagd om bij een andere leverancier voor hem een tas te regelen, welk verzoek in strijd is met de gedragsregels en welke tas uw cliënt conform die regels niet had mogen aannemen. - Meccano veel afhankelijker is van Albert Heijn dan uw cliënt steeds heeft doen voorkomen, hetgeen verregaande financiële en juridische consequenties heeft. - Er sprake is van inadequaat voorraadbeheer door uw cliënt, waar Albert Heijn forse financiële schade van ondervindt. (…) Bovenstaande zaken hebben er toe geleid dat er inmiddels geen vertrouwen meer bestaat in uw cliënt, waardoor Albert Heijn wenst te komen tot een beëindiging van het dienstverband met uw cliënt. Albert Heijn is derhalve niet bereid uw cliënt zijn werkzaamheden te laten hervatten (…). De uitkomst van het lopende onderzoek zal mede de wijze de van afscheid nemen bepalen. (…).” i. Het op basis van onderzoek bij [eiser] door Ernst & Young opgemaakte rapport d.d. 9 mei 2005 vermeldt als bevinding: “Op basis van de door ons verrichte werkzaamheden is ons niet gebleken dat een financiële relatie bestaat tussen de inkoper en de leverancier zoals gesuggereerd in de brief van 20 februari 2005.” j. Bij faxbericht van 12 mei 2005 heeft Albert Heijn aan de raadsvrouw [eiser] als volgt bericht: “Zoals ik u reeds eerder kenbaar heb gemaakt, is Albert Heijn niet bereid uw cliënt weer in zijn oude functie toe te laten. Albert Heijn is wel bereid uw cliënt in een andere passende functie tewerk te stellen. Albert Heijn biedt uw cliënt concreet gedurende 6 à 9 maanden de functie van projectmanager aan, binnen de unit non-food. (…). De arbeidsvoorwaarden blijven ongewijzigd. Gedurende de loop van het project zal worden gezocht naar een andere passende binnen Albert Heijn. Albert Heijn is daarnaast bereid de door uw cliënt gemaakte kosten van rechtsbijstand, tot een maximum van €9000,00 - inclusief BTW - te vergoeden, waarbij u uw rekening op naam van Albert Heijn kunt stellen. Ik verneem graag uiterlijk morgenochtend vóór 10.00 uur van u of uw cliënt bovenstaand aanbod accepteert. ()” k. [eiser] heeft voormeld aanbod van Albert Heijn niet geaccepteerd. 3. De vordering en de grondslag daarvan [eiser] vordert, zakelijk weergegeven, dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Albert Heijn zal veroordelen om: I. onder intrekking respectievelijk ongedaanmaking van de op non-actiefstelling, [eiser] zonder enige belemmering in de gelegenheid te stellen om zijn normale en volledige werkzaamheden en verantwoordelijkheden behorende bij de functie van Category Manager [productgroep] te hervatten en voort te zetten; II. aan alle medewerkers op het hoofdkantoor van Albert Heijn in Zaandam, alsmede aan alle leveranciers van de productgroep [productgroep], tegen overlegging van genoegzaam bewijs, schriftelijk, middels een in overleg met [eiser] opgestelde tekst, te berichten dat [eiser] zijn functie als Category Manager [productgroep] heeft hervat; zulks binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 50.000,--, alsmede € 5.000,-- per dag of dagdeel dat Albert Heijn in gebreke is om aan de onder I en II genoemde geboden, of één daarvan, te voldoen; III. aan [eiser] te voldoen wegens kosten rechtsbijstand een bedrag van € 7.617,--, dan wel, indien dit in rechte niet toewijsbaar mocht zijn, wegens buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 4.426,--, alsmede de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening; IV. de kosten van het geding te dragen. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Albert Heijn in strijd handelt met haar verplichtingen als goed werkgeefster door vast te houden aan de op non-actiefstelling van [eiser], terwijl uit het onderzoek van Ernst & Young inmiddels gebleken is dat de beschuldigingen die hebben geleid tot de op non-actiefstelling ongegrond zijn. Daarnaast ontbreekt het Albert Heijn aan voldoende zwaarwegende redenen om te komen tot de door haar gewenste eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst van [eiser]. Mitsdien ontbeert het handelen van Albert Heijn een deugdelijke arbeidsrechtelijke basis. 4. Het verweer en de slotsom daarvan Albert Heijn heeft tegen de vordering gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing daarvan met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding. Op dit verweer zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan. 5. De gronden van de beslissing Vooropgesteld dient te worden dat voor een ingrijpende maatregel als een op non-actiefstelling slechts grond is, indien er sprake is van dusdanig zwaarwegende omstandigheden, dat van de werkgever in redelijkheid niet langer gevergd kan worden dat hij de werknemer tot de bedongen arbeid toelaat. Te dien aanzien overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Albert Heijn heeft de op non-actiefstelling oorspronkelijk gegrond op de in de anonieme brief (hiervoor onder 2.1 sub f. genoemd) jegens [eiser] geuite beschuldigingen. De gegrondheid van deze beschuldigingen is evenwel, gelet op de uitkomst van het door Ernst & Young ingestelde onderzoek, niet komen vast te staan, zodat de op non-actiefstelling had moeten worden opgeheven. Bij fax van 7 april 2005 is Albert Heijn evenwel met een aantal nieuwe verwijten aan het adres van [eiser] gekomen, die voortduring van de op non-actiefstelling - klaarblijkelijk in afwachting van het accepteren door [eiser] van de door Albert Heijn voorgestane functiewijziging - zouden moeten rechtvaardigen. Deze verwijten, die door Albert Heijn eerst ter terechtzitting nader zijn toegelicht, betreffen samengevat het volgende: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.