RECHTBANK HAARLEM SECTOR STRAFRECHT ENKELVOUDIGE RAADKAMER Registratienummer: 06/293 Parketnummer: 15/000054-04 Uitspraakdatum: 24 augustus 2006 BESCHIKKING (art. 89 Sv.)
(23)heeft moeten doorbrengen. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat artikel 27 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht in de procedure ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering niet van toepassing is. Voor alle ten onrechte in detentie doorgebrachte dagen dient een vergoeding te volgen. Ad. c. De kosten die verzoekster tijdens haar detentie heeft gemaakt zijn inbegrepen in de standaard dagvergoeding, en komen derhalve niet voor vergoeding in aanmerking, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden, waarvan niet is gebleken. Ad. d. De rechtbank is van oordeel dat verzoekster een schadevergoeding toekomt voor de periode gedurende welke haar voorlopige hechtenis is geschorst en verzoekster op grond van de door het Gerechtshof Amsterdam gestelde vrijheidsbeperkende voorwaarden in Nederland moest blijven, terwijl zij (en haar gezin) in Mexico woonachtig zijn. Zowel de advocaat van verzoekster als de officier van justitie is van mening dat bij de beoordeling van deze schadepost uitgegaan dient te worden van een vaste dagvergoeding. De officier van justitie acht een dagvergoeding van € 45,00 billijk, verzoekster vordert een dagvergoeding van € 110,
- De rechtbank neemt bij de beoordeling welke dagvergoeding redelijk is tot uitgangspunt dat deze dagvergoeding lager moet zijn dan de gebruikelijke dagvergoeding die een verdachte krijgt bij ten onrechte ondergane detentie. Mede gelet op hetgeen de advocaat van verzoekster en de officier van justitie terzake hiervan naar voren hebben gebracht, acht de rechtbank een dagvergoeding van € 65,00 billijk. Dit betreft echter alleen voor de 34 dagen die verzoekster noodgedwongen tijdens haar schorsing in Nederland moest verblijven. De dagen van 4 februari 2004 tot 25 februari 2004 komen niet voor vergoeding in aanmerking, nu verzoekster gedurende deze tijd op vrije voeten was en niet verplicht was in Nederland te (ver)blijven. Ad. e. Op grond van artikel 89 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering "kan de rechter, op verzoek van de gewezen verdachte, hem een vergoeding toekennen voor de schade welke hij tengevolge van ondergane verzekering of voorlopige hechtenis heeft geleden". Kosten gemaakt door anderen dan verzoekster, als gewezen verdachte, kunnen derhalve niet op grond van artikel 89 Sv. worden gevorderd en komen niet voor vergoeding in aanmerking. Ad. f. Vergoeding van gederfde inkomsten vallen in beginsel onder het bereik van artikel 89 Sv, mits verzoekster aantoont in de periode van detentie inkomsten te zijn misgelopen. Ter ondersteuning van haar vordering op dit punt heeft verzoekster onvertaalde Spaanse stukken ingediend. Nu de gederfde inkomsten van verzoekster niet anders dan door Spaanstalige stukken zijn onderbouwd, heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat er sprake is van gederfde inkomsten en zo ja, tot welke hoogte. Het verzoek zal derhalve om die reden afgewezen worden. Ad. g. De rechtbank acht gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding van de kosten van het vliegticket van verzoekster naar Mexico op 29 maart
- Uit het dossier blijkt dat het hiertoe gebruikte vliegticket een retourticket betreft en niet een enkele reis naar Mexico, reden waarom de officier van justitie de helft van het vliegticket voor vergoeding in aanmerking wil laten komen. Verzoekster heeft naar voren gebracht dat een retourticket in dit geval goedkoper was dan een enkele reis naar Mexico. De rechtbank acht dit aannemelijk en zal derhalve terzake hiervan het verzoek toewijzen tot een bedrag van € 807,
- Ad. h. De rechtbank neemt tot uitgangspunt dat de aan verzoekster toe te wijzen standaard dagvergoeding zowel een materiële als een immateriële component bevat. In bijzondere omstandigheden kan een hogere immateriële schadevergoeding toegekend worden. Gelet op de feiten en omstandigheden die door de advocaat van verzoekster in dit verband uitvoerig naar voren zijn gebracht en gelet op hetgeen de officier van justitie hierover heeft gesteld, acht de rechtbank het toekennen van een aanvullende immateriële schadevergoeding van € 2.000,00 op zijn plaats. Ad. i. Het verzoekschrift strekt tot toekenning aan verzoekster van een vergoeding ten laste van de Staat, wegens de vergoeding van de kosten met betrekking tot de indiening van het onderhavige verzoekschrift. De rechtbank acht in dit geval, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig om - de gebruikelijk op te leggen forfaitaire vergoeding voor de indiening en de behandeling van verzoekschriften te verdubbelen en zal derhalve terzake hiervan een bedrag ad € 1.080,00 toewijzen. Het verzoekschrift zal dan ook worden ingewilligd op de wijze als hierna is weergegeven.
- Beslissing De rechtbank: * kent aan verzoekster een vergoeding ten laste van de Staat toe van € 7.992,96, (zegge: zevenduizend negenhonderdtweeënnegentig euro en zesennegentig eurocent ), welk bedrag als volgt is samengesteld: - € 285,00, als schadevergoeding voor de 3 dagen die verzoekster in verzekering heeft doorgebracht; - € 1.610,00, als schadevergoeding voor de 23 dagen die verzoekster in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht; - € 2.210,00, als dagvergoeding voor de 34 dagen die verzoekster noodgedwongen tijdens haar schorsing in Nederland moest verblijven ad € 65,00 per dag; - € 807,96, als vergoeding van de kosten van het vliegticket van verzoekster naar Mexico op 29 maart 2004; - € 2.000,00, als immateriële schadevergoeding; - € 1.080,00, als vergoeding voor de indiening van onderhavig verzoekschrift; * wijst af het meer of anders verzochte; * beveelt de uitbetaling door de griffier van deze rechtbank van de bij deze beschikking aan verzoekster toegekende vergoeding.
- Samenstelling raadkamer en uitspraakdatum Deze beschikking is gegeven door mr. Van Andel, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Brok, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2006.