RECHTBANK HAARLEM Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 06/68 Uitspraakdatum: 4 september 2006 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen X, wonende te Z, eiser, en P, verweerder. 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1. Verweerder heeft aan eiser met dagtekening 13 juli 2005 een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijtuigen, nummer 2005146030132, opgelegd, berekend op € 1.988. 1.2. Na door eiser tegen de aanslag gemaakt bezwaar heeft verweerder bij uitspraak op bezwaar, gedagtekend 7 november 2005, de naheffingsaanslag gehandhaafd. Eiser heeft daartegen bij brief van 7 december 2005, ontvangen bij de rechtbank op 12 december 2005, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. 1.3. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juli 2006 te Haarlem. Eiser is zonder kennisgeving aan de rechtbank niet verschenen. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 15 juni 2006 aan X op het adres a-straat 1 te Z, onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. Namens verweerder is verschenen A en B. 2. De feiten 2.1. Eiser, C, D en E hebben met ingang van 6 juli 1998 een overeenkomst van vennootschap onder firma gesloten onder de naam ‘VOF xxxx 000’ (hierna: de VOF). 2.2. In augustus 1998 hebben eiser, D en E een Toyota, type Avensis sedan 2.0 TDI, met het kenteken AA-BB-00 (hierna: de auto) aangeschaft. De datum van het kentekenbewijs deel I is 4 augustus 1998. Het kenteken werd met ingang van 16 november 1999 op naam van eiser gesteld. 2.3. In verband met het gebruik van de hiervoor vermelde auto als taxi diende eiser een verzoek om teruggaaf van belasting van personenauto’s en motorrijtuigen (hierna: BPM) in. In afwijking van hetgeen is bepaald in artikel 16 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: Wet BPM), verzocht eiser met toepassing van het Besluit van 6 juli 2000/Nr. WV/2000/413M, van de staatssecretaris van Financiën (hierna: het Besluit), teruggaaf in één keer. 2.4. Bij beschikking van 1 mei 2001 besloot verweerder onder verwijzing naar met name in het Besluit opgenomen voorwaarden teruggaaf van hfl. 8.763 (€ 3.976) aan BPM te verlenen over 2 termijnjaren in één keer. Voorts is in de beschikking vermeld: “LET OP: Het bedrag dat u nu terugkrijgt wordt voorwaardelijk teruggegeven. Indien op enig moment niet meer aan de taxi-voorwaarden wordt voldaan, wordt een bedrag nageheven. Daarbij wordt rekening gehouden met de reeds verstreken periode waarin wel aan de taxi-voorwaarden werd voldaan. U loopt evenwel het risico dat bij u het na te heffen bedrag wordt berekend op basis van perioden van één, twee of drie jaar. Het afrekenen op basis van maanden is namelijk alleen maar mogelijk, als u mij binnen dertien weken nadat niet meer aan de taxi-voorwaarden wordt voldaan, daarvan op de hoogte hebt gesteld. Houdt u er dus rekening mee dat u mij direct een bericht stuurt, zodra de taxi niet meer overeenkomstig alle voorwaarden gebruikt wordt.” 2.5. Op 2 oktober 2002 heeft eiser de auto verkocht en geleverd. Op 3 oktober 2002 is het kenteken van de auto op een andere naam gesteld. 2.6. De in het geding zijnde naheffingsaanslag is opgelegd aan de hand van de resultaten van een verificatie van (kenteken-)gegevens en is berekend over het jaar waarover de teruggaaf nog niet onvoorwaardelijk was geworden. 3. Geschil 3.1. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag aan eiser is opgelegd. 3.2. Eiser heeft – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de auto 4 jaar in beheer was van de VOF. Eiser is het voorts niet eens dat het volledige bedrag aan BPM wordt nageheven en dat de VOF nimmer op de hoogte is gesteld omtrent de voorwaarden. 3.3. Verweerder heeft – zakelijk weergegeven – gesteld dat niet voldaan is aan de voorwaarden. Artikel 16, van de Wet BPM bevat een teruggaafregeling voor taxi’s. De aanspraak op teruggaaf ontstaat telkens onder voorwaarden voor een derde gedeelte nadat 1, 2 en 3 jaren zijn verstreken. Ingevolge het vierde lid van voornoemd artikel wordt de teruggaaf verleend aan degene op wiens naam het kenteken is gesteld. Ingevolge het Besluit wordt onder voorwaarden en beperkingen goedgekeurd dat de belasting als bedoeld in artikel 16 van de Wet BPM op aanvraag in een keer wordt teruggeven indien is voldaan aan de eisen genoemd in het Besluit. 3.4. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. 4. Beoordeling van het geschil 4.1. In artikel 16 Wet BPM (tekst jaren 1999 en 2000) is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald: - 1. Teruggaaf van belasting wordt, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, op aanvraag verleend in drie gelijke jaarlijkse termijnen voor personenauto's die blijkens een ingevolge de Wet personenvervoer afgegeven vergunning, dan wel voor zover afgegeven een vergunningbewijs, zijn bestemd om openbaar vervoer of taxivervoer te verrichten. - 2. De aanspraak op teruggaaf ontstaat telkens voor een derde gedeelte nadat een, twee of drie jaren zijn verstreken na het tijdstip waarop de personenauto, overeenkomstig de vergunning danwel het vergunningbewijs, voor openbaar vervoer of taxivervoer in gebruik is genomen. - 3. (...) - 4. De teruggaaf wordt verleend aan degene op wiens naam het kenteken is gesteld. 4.2. In het besluit van 6 juli 2000/Nr. WV/2000/413M heeft de Staatssecretaris van Financiën (hierna: het Besluit) onder meer het volgende bepaald: - 2. Goedkeuring Onder de hierna te noemen voorwaarden en beperkingen wordt de belasting als bedoeld in artikel 16 van de Wet BPM in één keer teruggegeven vanaf de datum van afgifte van de verklaring van de Dienst Wegverkeer (RDW) dat de personenauto gerechtigd is tot het voeren van de zogenoemde blauwe taxi-kentekenplaten. - 3. Voorwaarden en beperkingen De belasting wordt op aanvraag in één keer teruggegeven indien is voldaan aan de hierna genoemde eisen, die overigens deels reeds voortvloeien uit de Wet BPM.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.